Kolfen

nr. _010097000035 In de achttiende en negentiende eeuw was het kolfspel zeer populair. Deze tekening van Nicolaas Aartman laat de achterzijde van herberg Stadlander zien. Achter de herberg liggen twee kolfbanen, waar mannen met kolfstokken helemaal opgaan in het spel. Aan de rechterkant van het speelveld staat een rij van 1 tot 10 genummerde hokjes, die wel wat doen denken aan de moderne skyboxen. Daar zitten ook enkele dames.

Het spel

Men begon het spel door de bal via de verticale palen heen en weer te spelen. Bij de derde slag was het zaak achter de tegenoverliggende paal te eindigen: hoe meer naar achteren, hoe meer punten. Dit vergde grote behendigheid van de spelers. Ze speelden met houten stokken, verzwaard met een loden of smeedijzeren kop. De ballen waren van leer, gevuld met koeienhaar. Goedkope ballen waren van hout.

Boeverij

Kolven was al populair in de Middeleeuwen. Het werd zowel op het land als ’s winters op het ijs gespeeld. In de steeds vollere steden veroorzaakten de kolvers overlast. Omstanders kregen klappen van onvoorzichtige spelers en ballen werden door ramen geslagen. Het Amsterdamse stadsbestuur verbood in 1480 het kolven in de Nes, samen met kaatsen, kloten en andere ‘boeverye’. Bij overtreding verbeurden de spelers hun kleren.

Kolfbanen

Het oudste kolf werd gespeeld op grote terreinen en over lange afstanden. Na 1700 ontstond de korte variant. In 1769 telde Amsterdam en omgeving 190 kolfbanen, waarvan 31 overdekt. Deze waren zonder uitzondering gelegen bij herbergen. Er werden wedstrijden om zilveren ballen gespeeld en er werd gedronken en gegokt. In de negentiende eeuw is kolf verdwenen, behalve in West-Friesland, waar het nog steeds wordt gespeeld. Het moderne golfspel is na 1850 ontstaan in Schotland uit het daar gespeelde kolf.

Herberg Stadlander

Herberg Stadlander lag aan de Boerenwetering dicht bij de stad, ongeveer waar nu de Albert Cuypstraat uitkomt bij de Ruysdaelkade. Het was een geliefd doel voor een zomers uitstapje. Men kon zich voor de prijs van een stuiver vanaf de Weteringpoort naar de herberg laten roeien of ernaartoe wandelen over de paden buiten de stad.

Verdwenen uitgaanstraditie

De Stadlander was genoemd naar zeventiende-eeuwse herbergier Dirck Stadtlander, een immigrant uit Duitsland. Rond 1800 werd de oude herberg afgebroken. Inmiddels was er even verderop een nieuwe uitspanning bijgekomen, de Grote Stadlander. Toen deze in 1867 werd gesloopt verdween niet alleen een eeuwenoude uitgaanstraditie, maar ook de laatste kolfbaan van Amsterdam.

Kolfbaan bij herberg Stadlander, tekening door Nicolaas Aartman, 1755

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<