949: Archief van het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst (Kweekschool voor de Zeevaart)

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

949

Periode:

1642 - 1999

Inleiding

Het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst

Op 5 augustus 1781 vindt er een treffen plaats tussen schepen van de Engelse vloot onder leiding van vice-admiraal Hyde Parker en schepen van de Nederlandse vloot onder schout bij nacht Johan Arnold Zoutman. De slag eindigt onbeslist, maar aan Nederlandse zijde is men zo tevreden over het standhouden tegen het machtige Engeland dat men het haast als een overwinning viert. Vaderlandslievende lieden in het hele land richten comités op om geld in te zamelen voor de gewonden en de weduwen en wezen van omgekomen zeelieden. Uit dergelijke comités in Haarlem en Amsterdam ontstaat op 1 december 1781 te Halfweg het 'Vaderlandsch Fonds ter aanmoediging van 's lands zeedienst' (hierna: het Vaderlandsch Fonds). Al snel formuleert het Vaderlandsch Fonds een tweede doel: het bevorderen van de Vaderlandse Zeedienst door het 'aankweeken zelve van jeugdige zeelieden'(1). Dit wil men betalen uit de rente van het bijeen gebrachte en nog te brengen kapitaal, na het afsterven van de weduwen.

In 1797 vindt er opnieuw een zeeslag tegen de Engelsen plaats, ditmaal bij Algiers, die wordt verloren. Opnieuw zamelen comités geld in voor de verminkten en de ongelukkige weduwen en wezen van de gesneuvelde zeelieden. De Nationale Vergadering van de Republiek vaardigt een proclamatie uit waarin de gulle gevers wordt geadviseerd hun gaven in beheer te geven aan het Vaderlandsch Fonds, zodat er een eerlijke verdeling van de gelden kan plaatsvinden (zie inventarisnummer 490).

Ook na latere zeeslagen verleent het Vaderlandsch Fonds ondersteuning aan de verminkten en nabestaanden van gesneuvelden. In de 19e eeuw sluit men een samenwerkingsovereenkomst met het 'Fonds ter aanmoediging en ondersteuning van den gewapenden dienst in de Nederlanden' (thans Fonds 1815, zie inventarisnummer 297). Zelfs slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog hebben nog - via het Fonds 1815 - steun ontvangen van het Vaderlandsch Fonds (inventarisnummers 507-508).

De Kweekschool voor de Zeevaart

Het Vaderlandsch Fonds realiseert het tweede doel: het bevorderen van de Vaderlandse Zeevaart, nadat de gratificatiebetalingen een structureel verloop hebben gekregen. Het Vaderlandsch Fonds besluit op aandringen van Commissaris Guilelmus Titsingh tot het oprichten en exploiteren van een Kweekschool voor de Zeevaart; een school met internaat. Het stadsbestuur van Amsterdam stelt hiervoor het Willige Rasphuis, gelegen aan de Buitenkant, ter beschikking. Na verbouwing kan het in 1785 in gebruik worden genomen.

In 1810 lijft Napoleon Bonaparte de Bataafse Republiek in bij het Franse Rijk. Op 19 januari 1811 vaardigt hij een decreet uit waarbij de Kweekschool wordt opgeheven, het gebouw gesloten, de fondsen opgeëist, de werkzaamheden gestaakt en de kwekelingen ondergebracht bij de marine en opgeëist voor Franse zeekrijgsdienst. Op 27 februari 1811 wordt de Kweekschool gesloten. De heropening vindt plaats op 28 februari 1814 door koning Willem I en wordt sindsdien op die datum herdacht; de voorzitter van het Vaderlandsch Fonds houdt een toespraak en de kwekelingen krijgen een rapport ('klein rapport' genoemd). De gelegenheid waarbij de eindexamenresultaten worden uitgereikt, ook met toespraak van de voorzitter van het Vaderlandsch Fonds, noemt men groot rapport (zie inventarisnummers 1120-1121).

Slechts éénmaal nog worden zowel de school als het internaat gesloten. Reden: de voedselschaarste in 1944.

De Kweekschool heeft diverse reorganisaties doorgemaakt. In 1826 blijken zowel het onderwijs als de staat van het gebouw zelf ernstig te wensen over te laten. De staat van het gebouw is zó slecht dat het eigenlijk gesloopt en opnieuw opgetrokken moet worden. Hier is echter geen geld voor en daarom volstaat men met wat schilderen en witten. Het Vaderlandsch Fonds pakt de reorganisatie van het onderwijs echter wel aan en stelt hiervoor een commissie in. Een belangrijke vernieuwing die deze commissie doorvoert, is het instellen van jaarcursussen die duren van september tot en met juni, waarna in juli examens volgen en augustus vrij is voor vakantie. Vooral dit laatste stuit op verzet, omdat veel Commissarissen bang zijn voor de verderfelijke invloed van deze vrijheid op de kwekelingen. Verder verbetert men de indeling van de lessen en verscherpt men het toezicht. In 1860 is er opnieuw aanleiding tot een reorganisatie. Aanvankelijk leidt de Kweekschool minvermogende jongens op voor de zeedienst, maar met de komst van andere zeevaartscholen, richt de aandacht in de Kweekschool voor de Zeevaart zich voornamelijk op de opleiding tot stuurman en wordt de opleiding erg theoretisch. Als de Kweekschool moet gaan voldoen aan de 'Verordening voor de inrigting tot examineeren van Varenslieden', vastgesteld door de Gemeenteraad, wordt het onderwijsprogramma opnieuw onder de loep genomen en komt er meer aandacht voor het oefenen van praktische vaardigheden.

Een derde reorganisatie vindt plaats in 1884 naar aanleiding van de verminderde toestroom van kwekelingen. Opnieuw blijken een slechte inrichting van de lessen en een te slappe controle - naast factoren die buiten de Kweekschool liggen, zoals de afname van het aantal zeilschepen - de reden. De functie van de commandeur (vanaf dat moment commandant genoemd) wordt dusdanig gewijzigd dat hij hoofd van de Kweekschool wordt. Hij krijgt nu ook het recht bestuursvergaderingen als adviserend lid bij te wonen.

Andere wijzigingen in het onderwijssysteem zijn: de oprichting van een herhalingsschool waar oud-kwekelingen zich voor een hogere rang kunnen bekwamen (1897); de instelling van een opleiding tot verkeersvlieger op verzoek van de Minister van Onderwijs (1934) die in 1941 wordt gestopt vanwege de oorlog; een gewijzigde verdeling van opleidingen tussen de Kweekschool voor de Zeevaart en de Zeevaartschool van het Zeemanshuis, waarbij de Kweekschool de basisopleiding en de Zeevaartschool de opleiding tot derde stuurman van bevarenen en de voortgezette opleiding van stuurlieden op zich neemt, met als gevolg dat de Kweekschool voor het eerst externe leerlingen krijgt (1934); de intrede van aspirant-scheepswerktuigkundigen (1966) en radio-officieren (1969) en - eveneens in 1969 - een proef met het intern plaatsen van meisjes.

In 1971 fuseren de Kweekschool voor de Zeevaart en de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis tot de Stichting Hogere Zeevaartschool Amsterdam (inventarisnummer 757). De bestuursoverdracht vindt formeel plaats op 1 januari 1971 en per 1 september feitelijk. Aan het hoofd komt een directeur, met op iedere school een adjunct-directeur. De functie van Commandant vervalt en wordt vervangen door een Hoofd Internaat, dat echter niet hiërarchisch onder de directeur van de Stichting Hogere Zeevaartschool staat, maar onder het beheer van het Vaderlandsch Fonds blijft.

In 1977 wordt de Hogere Zeevaartschool een onderdeel van de Hogeschool van Amsterdam.

Het Kweekschoolcomplex

Buiten de onderwijsreorganisaties is ook het gebouw zelf meerdere malen aan vernieuwing toe. In 1865 blijkt het gebouw zo veel gebreken te hebben dat Commissarissen eenstemmig van oordeel zijn dat het oude gebouw gesloopt dient te worden en een nieuw opgetrokken. Men benoemt een commissie om een onderzoek in te stellen en advies uit te brengen. De daadwerkelijke uitvoering van de plannen die hieruit voortvloeien heeft tot 1880 moeten wachten, omdat de lage stand van effecten rond 1866 de verbouwing financieel onmogelijk maakt. Pas in 1873 komt de nieuwbouw opnieuw ter sprake. Het Vaderlandsch Fonds stelt weer een commissie in, neemt architect Springer in de arm en zoekt tijdelijk onderdak voor de duur van de afbraak van het oude en de bouw van het nieuwe gebouw. Dit onderdak vindt men in de Hogere Burgerschool voor meisjes aan het Singel. De bouw begint in 1877 en in 1878 is de feestelijke opening door Koning Willem III. In dit gebouw is de Kweekschool voor de Zeevaart steeds gehuisvest gebleven tot 1985. Wel zijn een aantal malen uitbreidingsverbouwingen noodzakelijk geweest: in 1914 en 1934.

Na de fusie met de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis in 1971 blijven de panden Prins Hendrikkade en Foeliedwarsstraat eigendom van het Vaderlandsch Fonds en in gebruik bij de school en het internaat van de Kweekschool voor de Zeevaart en bij de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis. (inventarisnummer 757).

In 1985 wordt het internaat van de Kweekschool voor de Zeevaart een aparte stichting: Stichting internaat 'Kweekschool voor de Zeevaart'. Het bestuur van deze stichting bestaat uit drie leden die tevens bestuurder van het Vaderlandsch Fonds zijn en drie andere leden.

Tevens worden nieuwe wooneenheden gebouwd; zogenaamde HAT-eenheden. De afkorting HAT staat voor Huisvesting Alleenstaanden & Tweepersoonshuishoudens. Een speciaal hiervoor opgerichte stichting 'Prins Hendrik Huis' beheert de wooneenheden en verhuurt ze aan de Kweekschool (inventarisnummer 1254). Het bestuur van de stichting Prins Hendrik Huis bestaat uit twee leden van het bestuur van de Kweekschool voor de Zeevaart, een kwekeling en een vertegenwoordiger van de Vereniging van oud kwekelingen

In 2000 besluit het Vaderlandsch Fonds de subsidie aan de Kweekschool voor de Zeevaart te stoppen, waardoor de Kweekschool zijn activiteiten moet beëindigen. De wooneenheden die in handen zijn van het Prins Hendrik Huis worden verkocht.

De organisatie van het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst

Het bestuur van het Vaderlandsch Fonds bestaat uit een College van Commissarissen, kortweg aangeduid als 'Commissarissen'. De voornaamste taken van het bestuur zijn: het beheren van het vermogen, het verzorgen van de gratificatiebetalingen en het besturen van de Kweekschool voor de Zeevaart. Deze laatste taak heeft altijd de grootste inspanning van de Commissarissen gevergd. Eenmaal per kwartaal verzorgen zij de gratificatiebetalingen en het aannemen van nieuwe kwekelingen, behoudens de medische keuring (welke door een arts wordt verricht).

Commissarissen kiezen uit hun midden een voorzitter, een secretaris en twee thesaurieren (penningmeesters). Daarnaast benoemen zij ad hoc commissies voor bijzondere zaken of incidentele kwesties.

De Amsterdamse en Haarlemse commissarissen vergaderen apart. De vergaderingen van de Haarlemse commissarissen - die overigens maar een paar maal per jaar worden gehouden - zijn zelfs geheim voor de Amsterdamse commissarissen. Amsterdamse commissarissen vergaderen eens per maand. Op die dag worden drie vergaderingen gehouden: een internaat-, een huishoudelijke en een onderwijsvergadering. Eenmaal per jaar vergadert men gezamenlijk, afgesloten met een jaardiner. Na maart 1943 vergadert men nog uitsluitend in Amsterdam en in februari 1954 worden de colleges van Amsterdamse Commissarissen en Haarlemse Commissarissen officieel samengevoegd. Op 13 mei 1954 besluit de vergadering een dagelijks bestuur in te stellen. De besluiten die het dagelijks bestuur neemt, moeten door het College van Commissarissen worden goedgekeurd.

In verschillende steden zijn Commissarissen Correspondent actief voor het Vaderlandsch Fonds. Zij zamelen geld in voor de fondsen en zorgen soms voor de afdracht van gratificaties aan bedeelden. Zij voorzien potentiële kwekelingen van informatie, onder andere over inschrijvingsdata, en verzorgen de inschrijving (op de medische keuring na) van kwekelingen, die niet in Amsterdam worden ingeschreven. Eenmaal per twee jaar vindt een vergadering plaats waarvoor alle Commissarissen Correspondent worden uitgenodigd. De functie Commissaris Correspondent verwatert geleidelijk en wordt na de Tweede Wereldoorlog afgeschaft.

De Wet op Stichtingen van 1956 maakt het noodzakelijk voor het Vaderlandsch Fonds om een stichting te worden en statuten te maken. Voor de wijze van besturen van het Fonds en de Kweekschool maakt dit echter geen enkel verschil (zie inventarisnummer 300).

Fondsenwerving

Direct na de slag bij de Doggersbank wordt geld ingezameld ten behoeve van weduwen, wezen, verminkten en hulpbehoevende ouders van gesneuvelden. Al snel echter houdt men rekening met het feit dat er geld zou kunnen overblijven. Dit geld zou besteed kunnen worden aan de opleiding van jongens (waaronder eventueel jongens die wees waren geworden na de slag bij de Doggersbank). Het Vaderlandsch Fonds moedigt de burgers in binnen- en buitenland aan om een eenmalige of - liever nog - jaarlijks terugkerende donatie te doen ten behoeve van een - nog op te richten - school voor zeevaartkundig onderwijs. Een aantal Hollandse kooplieden biedt zelfs een vrijwillige belasting aan op alle inkomende schepen(2). Door de verspreiding van pamfletten, zowel in de Republiek als in Indië, wordt geld ingezameld. Het in Indië ingezamelde geld stort men tijdelijk - totdat het einde van de oorlog verscheping mogelijk maakt - in de kas van de Verenigde Oost-Indische Compagnie(3).

Naast donaties en legaten van particulieren heeft het Vaderlandsch Fonds vanaf het begin financiële steun ontvangen van organisaties en overheid en vrijstelling van verschillende belastingen (zie inventarisnummer 326). Vanaf circa 1918 kan het Vaderlandsch Fonds de Kweekschool niet meer uitsluitend uit eigen middelen financieren en vraagt subsidie aan bij rijk en gemeente. Met als gevolg dat deze een ambtenaar naar de vergaderingen van het Vaderlandsch Fonds afvaardigen. De gemeentelijke gedelegeerde is sindsdien in principe bij iedere onderwijsvergadering aanwezig. De gedelegeerde van het Rijk soms. Het internaat blijft wel onder het gezag van het Vaderlandsch Fonds.

De geschiedenis van het archief

Het archief van het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst is in 1985 in bewaring gegeven aan het Gemeentearchief Amsterdam. Het beslaat de periode van oprichting van het Vaderlandsch Fonds in 1781 tot de fusie met de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis in 1971.

Het archief bedraagt bij overdracht circa. 77 meter en wordt voorzien van een eenvoudige plaatsingslijst. Daarnaast is er een naamindex aangelegd op de comportementboeken uit de periode 1785-1857 (inventarisnummers 990-994). De plaatsingslijst en naamindex zijn toegevoegd aan inventarisnummer 668. Aangezien de plaatsingslijst geen logische en overzichtelijke toegang tot het archief bood, is in 2003 opdracht gegeven een herinventarisatie uit te voeren. In 2000 is een aanvulling op het archief van circa 4 meter, overgedragen aan het Gemeentearchief. Deze aanvulling was niet geïnventariseerd en is geïntegreerd in de herinventarisatie.

Naast archiefbescheiden van het Vaderlandsch Fonds, waarvan een belangrijk deel het beheer van de Kweekschool voor de Zeevaart betreft, bevat het archief ook materiaal van derden. Allereerst betreft dat bescheiden van afzonderlijke Commissarissen Correspondent (zowel in Nederlands als in Nederlands-Indië), die hun archief hebben overgedragen aan het Vaderlandsch Fonds. Ook bevat het archiefstukken van oud kwekelingen (inventarisnummers 1283-1285), van de schoolvereniging 'Mare Liberum' (inventarisnummers 1266-1269) en van de vereniging van oud kwekelingen (inventarisnummers 1255-1265). Van de Stichting 'Internaat Kweekschool voor de Zeevaart' zijn eveneens archiefbescheiden aanwezig. De archiefstukken van deze stichting vallen buiten het hoofdtijdvak van deze inventaris en hebben betrekking op de periode 1985-1999.

Verantwoording van de inventarisatie

De 81 meter waaruit het archief bestond vóór de herinventarisatie, is geschoond van financiële bescheiden zonder historische waarde zoals kwitanties, nota's, bank- en giroafschriften, loonstaten, evenals dubbelen, blanco's en (ter kennisgeving) ingekomen stukken zonder historische waarde. Stukken van 1850 of eerder zijn op grond van de archiefwet 1995 bewaard en in de inventaris opgenomen. Waar mogelijk zonder de stukken te beschadigen, zijn de liassen verwijderd. Stukken uit de periode van de Tweede Wereldoorlog (1940 - 1945) zijn bewaard met uitzondering van rekeningen en kwitanties. Na schoning resteert 55 strekkende meter. Driedimensionale objecten zijn verwijderd uit het archief en geretourneerd aan het Vaderlandsch Fonds.

De archiefbescheiden zijn voor een groot deel voorzien van een archiefcodering, die gebruikt is door de archiefvormer. Waar mogelijk is deze codering opgenomen in de concordans die aan deze inventaris is toegevoegd. De bijbehorende catalogus is op te vragen met inventarisnummer 668.

Niet alle archiefbescheiden die op de plaatsingslijst staan, zijn overgebracht naar het Gemeentearchief Amsterdam. Sommige stukken zijn overgebracht of in bewaring gegeven aan het Scheepvaartmuseum (zie hiervoor ook 'Ter navolging: maritieme kunst en curiosa uit de Kweekschool voor de Zeevaart', door R.B. Prud'homme van Reine, Amsterdam 1992 ). Andere stukken heeft het Vaderlandsch Fonds zelf behouden. Bovendien is een gedeelte van de stukken die betrekking hebben op de gebouwen en terreinen van het Vaderlandsch Fonds waarschijnlijk bij de aanvulling van 2000 overgebracht naar het Gemeentearchief. Dit is echter niet meer na te gaan. Aan deze inventaris is een bijlage toegevoegd met nummers uit de plaatsingslijst die ontbreken in deze inventaris. Indien bekend, is de huidige verblijfplaats van het betreffende stuk vermeld.

Tot en met 1795 brengt het College van Commissarissen te Amsterdam de ingekomen brieven onder in verschillende series: een serie van het Haarlemse College van Commissarissen; een serie brieven van Commissarissen Correspondent; ingekomen brieven van kwekelingen; van de Heeren Fiscaal van de verschillende admiraliteiten, etc. Na 1795 worden deze series gevoegd bij de serie ingekomen brieven (zie inventarisnummers 71-207). De brieven van Commissarissen Correspondent worden vanaf circa. 1930 gevoegd bij de inschrijvingsbrieven van de kwekelingen (inventarisnummers 1034-1067).

De ingekomen brieven worden aanvankelijk geordend op datum van beantwoorden, omdat er een groot tijdsverschil bestond tussen de datum van schrijven, de datum van ontvangst, en vervolgens van behandeling ter vergadering. Vanaf circa. 1830 vindt ordening plaats op datum briefhoofd. Tijdens de Franse overheersing (1811-1814) is de Kweekschool opgeheven. Vanaf 1952 wordt geëxperimenteerd met een systeem van alfabetische ordening, maar met ingang van 1956 gaat men over tot een chronologische indeling, waarbij de ingekomen en kopieën van uitgaande stukken bij elkaar geplaatst worden.

Aanvullingen en wijzigingen

In 2007 is het archief van de Vereniging voor Ouk-Kweekelingen van de Kweekschool voor de Zeevaart geinventariseerd (archiefblok 20194). Een aantal stukken uit dit archief behoorden tot het archief van het Vaderlandsch Fonds en zijn daaraan toegevoegd. Soms konden de stukken worden ingevoegd in bestaande inventarisnummers en wanneer dat niet mogelijk was zijn nieuwe nummers toegekend. Het betreft de volgende nummers:

656A, 792A, 1203A-B, 1206A, 1209A, 1210A, 1254A-D, 1276A-B.

In 2012 is inventarisnummer 636 gesplitst. De oorspronkelijke beschrijving luidde: "Stukken betreffende J.A. Zoutman en zijn familie, verzameld of ten geschenke gekregen vanwege de rol van Zoutman in de slag bij de Doggersbank. N.B. Bevat akten met zegels. 1642 - 1814, 1 omslag".

Het inventarisnummer is gesplitst om de stukken beter materieel te kunnen verzorgen. Ze zijn thans opgenomen in de inventaris onder de nummers: 636 en 636A tot en met 636O.

Openbaarheids- en raadpleegbaarheidsbeperkingen

Inventarisnummers 635 en 636 zijn slechts raadpleegbaar na overleg met de bevoegde inlichtingenambtenaar van het Gemeentearchief Amsterdam.

Op de volgende inventarisnummers is een openbaarheidsbeperking van kracht van 75 jaar in verband met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van nog in leven zijnde personen:

946-952, 954-987, 999-1006, 1034-1067, 1073, 1078-1081, 1090-1119, 1144, 1147-1154, 1156, 1180-1183, 1224-1234, 1240, 1247, 1249-1251.

Op de volgende inventarisnummers die betrekking hebben op vergader- of financiële stukken, is een openbaarheidsbeperking van kracht van 20 jaar in verband met een mogelijke onevenredige benadeling van het Vaderlandsch Fonds:

471-472, 613, 1253-1254.

Noten:

(1) J.C.M. Warnsinck: 'De Kweekschool voor de Zeevaart en de stuurmanskunst', p. 22.

(2) G.M.W. Acda et al.: 'Tot een rechtschapen en kloek zeeman toe te rusten', p. 43.

(3) Idem, p. 34.

Geraadpleegde literatuur

J.C.M. Warnsinck, 'De Kweekschool voor de Zeevaart en de stuurmanskunst', Haarlem, 1935.

G.M.W. Acda et al.; red. Ph.M. Bosscher, 'Tot een rechtschapen en kloek zeeman toe te rusten 1785-1985: tweehonderd jaar Kweekschool voor de Zeevaart en Hogere Zeevaartschool Amsterdam', Zutphen, 1985.

R.B. Prud'homme van Reine, 'Ter navolging: maritieme kunst en curiosa uit de Kweekschool voor de Zeevaart', Amsterdam, 1992.

Bijlage: Vervallen en/of niet aangetroffen nummers uit de plaatsingslijst

Nummer: 148

Register van gratificatiebetalingen wegens het Weduwen- en wezenfonds 1832-1894.

Nummer: 385

Kasboek. Reg. Courant Nederlandsche Bank 1820-1843. Kasboek Reg. Courant Nederlandsche Bank 1887-1930. 1820 ¿ 1843, 1887 ¿ 1930 [Voor vernietiging vatbaar].

Nummer: 391

Journaalboek Kweekschoolfonds 1829-1832.

[Zie inventarisnummer 394, vanaf folio 146 voortgezet als journaal per september 1829].

Nummer: 518

Nominale staat der kwekelingen 01-10-1828. [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. volgnummer 5083].

Nummer: 519

Nominale staat der kwekelingen 01-12-1830. [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. volgnummer 5083].

Nummer: 587

Eindexamen 1952-1955 [vervallen; samengevoegd met 586; zie inv.nr. 1234].

Nummer: 588

Eindexamen 1956-1957 [vervallen; samengevoegd met 586; zie inv.nr. 1234].

Nummer: 591

Eindexamen 1957-1958 [vervallen; samengevoegd met 586; zie inv.nr. 1234].

Nummer: 685

Uit verband ontslagen kwekelingen 1942/1947 A-L [vervallen: enkel een lege verpakking aangetroffen].

Nummer: 686

Uit verband ontslagen kwekellingen 1942/1947 M-Z [Vervallen: enkel een lege verpakking aangetroffen].

Nummer: 718

Tekeningen, enz. betreffende de verbouwing aan de Foeliedwarsstraat in de periode 1913-1914 en een verbouwing bijkeuken en provisiekelder Schippersgracht 8-9 in 1947 1913-1914, 1947 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 722

Stukken betreffende de verbouwing van de hal en het trappenhuis van de Kweekschool en het plaatsen van een nieuwe betonvloer in de kelder 1937 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 723

Stukken betreffende de verbouwing van trappenhuis en hal van de Kweekschool voor de Zeevaart 1937 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 731

'Grondbeginselen der Zee-Tacticq' door Ridder J.H. van Kinsbergen, 1782 [Scheepvaartmuseum].

Nummer: 732

Door Ridder J.H. van Kinsbergen eigenhandig vervaardigde tekeningen betreffende de tuigage, met opdracht 5 augustus 1815 [Scheepvaartmuseum].

Nummer: 739

Diverse stukken [betreffende het bestuur van het Vaderlandsch Fonds?].

Nummer: 744

Fotoalbum met portretten van Commissarissen.

Nummer: 745

Fotoalbum met portretten van Commissarissen.

Nummer: 746

Originele catalogus van de kostbaarheden van het Vaderlandsch fonds ter aanmoediging van 's lands zeedienst.

Nummer: 747

Nederlandsche Wetboeken, uitgave 1857. [Voor vernietiging vatbaar].

Nummer: 750

Gegevens en foto's door Warnsinck gebruikt bij het samenstellen van het gedenkboek.

Nummer: 751

Aanvullende lijst op het gedenkboek van de namen van Commissarissen en opgave Commissarissen-Correspondent.

Nummer: 836

Pakket tekeningen door Jo Spier [ter gelegenheid van ...].

Nummer: 842a

Foto's, menu's en programma's [van 175-jarig jubileum van het Vaderlandsch Fonds?].

Nummer: 842b

Foto's van het bezoek van H.M. Koningin Wilhelmina op 27 september 1935. 1935. [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 842c

Doos met bescheiden betreffende de viering van het 150-jarig bestaan van het Vaderlandsch Fonds op 1 december 1931 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 311].

Nummer: 842f

Stukken betreffende het 175-jarig jubileum van het Vaderlandsch Fonds op 1 december 1956. Nummer: 928

Ingekomen brieven van luitenant admiraal Zegers Veeckens 1817-1819.

Nummer: 953

Vaderlandsch Fonds: ingekomen brieven, chronologisch geordend 1849 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 115].

Nummer: 954

Vaderlandsch Fonds: ingekomen brieven, chronologisch geordend 1850 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 115].

Nummer: 955

Vaderlandsch Fonds: Ingekomen brieven, chronologisch geordend 1851 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 115].

Nummer: 1042

Correspondentie Vaderlandsch Fonds: ingekomen stukken 09-1937-08-1938.

Nummer: 1113

Kopieboek, register van afschriften van uitgaande brieven van Commissarissen van het Vaderlandsch Fonds 1953-1954.

Nummer: 1115

Oudste tekeningen van het gebouw van de Kweekschool. Postkantoor. Schippersgracht 2. Woning administrateur. Verbouwing botenhuis. Kade-verandering. Ontwerp wapen van de Kweekschool [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 1116

Tekeningen van de verbouwing in 1885 door de heren Springer [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 1117

Rioleringsplan. Grote verbouwing 1914 (8 tekeningen). Electrisch licht -installatie (5 tekeningen). Centrale verwarming (3 tekeningen). Diverse situatie-tekeningen omstreeks 1909 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 1118

Plan woningen tweede verdieping (1927). Tekeningen verwarmings-installatie (1927). Kasten tekening (1929). Verbouwing Kweekschool.(1913). Wijziging zijpoort (1936). Bestek no.718 verbouwing 1937 met 10 detail-tekeningen (trappenhuis, hal, bestuurskamer). Verbouwing recreatiezaal. (1935). Verbouwing eetzaal. (1934). Verbouwing Foeliedwarsstraat (1916). Plan verbouwing keuken en vestibule bij gymnastiekzaal. (1917). Plan verbouwing Foeliedwarsstraat (1916). Aanleg tweede tennisbaan (1930). Verbouwing ziekenzaal en leraarskamer met 4 tekeningen. (1939) [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 1119

Bouwtekeningen perceel Schippersgracht 8/9 [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd].

Nummer: 1120

Cliché op steen van een driemast volschip [Scheepvaartmuseum?].

Nummer: 1128

Brief in lijst aan mej. Van der Zaan van J.P. Bradius d.d. 13 mei 1669 [Scheepvaartmuseum].

Nummer: 1129

'De Algemeene Scheepsdienst zowel op een Fregat als op een Schip van Linie' door J.H. van Kinsbergen, boek 1781 [Scheepvaartmuseum].

Nummer: 1130

'Nieuwe en Nauwkeurige bijzonderheden aangaande het gevecht op Doggersbank 5 Augustus 1781', door [...], met kaart en platen.

Nummer: 1131

'De dienst aan 't Vaderland" door J.W. Kumpel, boek met opdracht van de schrijver aan vice-admiraal J.H. Zoutman 1781.

Nummer: 1132

'Lauwerbladen voor de Zonen der Vrijheid' deel I, boek door de uitgevers A. Blussé & Zn geschonken aan vice-admiraal J.A. Zoutman, met een concept van diens antwoord 1782.

Nummer: 1133

'Lauwerbladen voor de Zonen der Vrijheid' deel II, getekend door Pieter Blussé. 1782.

Nummer: 1134

Niet beëindigd dictaat Scheepsbouw door oud-commandant G. Doncker 1878.

Nummer: 1135

Album met handtekeningen van de schenkers van het tegel-tableau aangeboden aan mr. H.S. van Lennep bij zijn 50-jarig jubileum als Commissaris van de Kweekschool [Vaderlandsch fonds]. 1907. Nummer: 1136

Album met oorkonde en namen van de reünisten bij de aanbieding van een geschenk in geld groot f 6.500.- als bijdrage in de kosten van de vergroting en inrichting van de recreatiezaal, d.d. 28 februari 1914 [Vaderlandsch Fonds].

Nummer: 1141

Diverse stukken; mankeert Wapen van de l'Hommel [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 515].

Nummer: 1143

Concept-catalogus preciosa [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nrs. 652-654].

Nummer: 1144

Album met de namen van oud kwekelingen die hebben bijgedragen aan het cadeau bij de herdenking van het 150-jarig bestaan van de Kweekschool (bijdrage in de kosten voor herbouw van het oefenschip) 1935.

Nummer: 1147

Gedicht van Comm. Lublil bij gelegenheid van de herdenking van de Slag bij Doggersbank, na het herstel der Kweekschool, op 6 Augustus 1814. [waarschijnlijk - zonder nummer - bij de aanvulling 2000 gevoegd; zie inv.nr. 309].

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Kweekschool voor de Zeevaart; Vereniging van Oud-Kwekelingen Vereniging van leerlingen van de Kweeschool (voor de zeevaart) : 3
    • Schoolvereniging van de Kweekschool voor de Zeevaart Mare Liberum : 4
    • Stichting Internaat Kweekschool voor de Zeevaart : 2
    • Vaderlandsch fonds ter aanmoediging van 's lands zeedienst (Kweekschool voor de zeevaart) Kweekschool voor de Zeevaart
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.