796: Archief van de Algemene Maatschappij voor Jongeren Amsterdam en voorganger

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

796

Periode:

1911 - 1994

Inleiding

AJMV

Op 17 november 1909 werd de Amsterdamse Jongemannenvereniging (AJMV) opgericht. In het eerste nummer van het verenigingsblad De Jonge Man staan de doelstellingen opgesomd. "Zij beoogt het geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk welzijn van de jonge mannen in Amsterdam onder alle klassen des volks... Zij stelt een krachtige zedelijke organisatie tegenover de machtige verleiding, waar zoo menig jong man in een groote stad bloot staat... Het eerste doelwit van haar streven is dus thans de verkrijging van een gebouw." De eerste voorzitter van de Commissarissen was J.H. Gunning Wzn.. Ds. Chr. Hunningher trad op als secretaris. Het kantoor was in 1911 gevestigd aan de Herengracht 255. In vele andere steden in het buitenland waren reeds soortgelijke organisaties opgericht. De Y.M.C.A., Young Men's Christian Association bestond reeds in 1855. In De Jonge Man werden beschrijvingen van de organisaties, hun doelstellingen, gebouwen en activiteiten afgewisseld met foto's. Al in de zomer van 1911 kon de vereniging de Amsterdamse jongemannen gedurende enige dagen een ontspanningsoord aanbieden in Doorn. F. Labouchere stelde een villa temidden van de bossen beschikbaar als zomerverblijf.

AMVJ

Op 18 november 1918 werd in gebouw Industria de oprichtingsvergadering gehouden van de Amsterdamse Maatschappij Voor Jongemannen door de AJMV en door de Christelijke Jongemannenvereniging Excelsior. Een oorkonde van de oprichtingsbijeenkomt hangt in het jaar 1994 nog in de bar van het Buitensportcentrum in Amstelveen. Een van de grootste idealen van beide verenigingen was de stichting van een Centraal Gebouw met hospitium. Ten behoeve van de realisatie van het gemeenschappelijke ideaal werden de twee bestaande verenigingen opgeheven en een nieuwe organisatie opgericht. Op 7 februari 1919 kreeg de vereniging de koninklijke goedkeuring. Volgens de statuten was het doel van de vereniging "de harmonische, dit is geestelijke, verstandelijke, lichamelijke en maatschappelijke ontwikkeling van jongemannen om aldus mede te werken aan de culturele ontwikkeling van het Nederlandsche volk". De betekenis van de AMVJ werd door enkele "mannen van gezag" in een persoonlijke brief beschreven en in handschrift opgenomen in het eerste nummer van het clubblad De Stuwing. De directie was in handen van N. Padt, A.G. Dake en W. van Vliet.

Het kantoor was gevestigd aan de Nieuwe Herengracht 6-18 en het eerste AMVJ-huis met clubkamers aan de Wanningstraat 1-12. Voor de zondagochtendbijeenkomsten, de jeugddiensten, werd sedert 1921 gebruik gemaakt van de Aula van het Amsterdams Lyceum. Verder werden zeer uiteenlopende activiteiten voor jongemannen ontplooid in kringen, clubs en vergaderingen. De vereniging organiseerde de eerste zomerkampen voor ontspanning en recreatie op centrum de Paalberg bij Ermelo in 1920. Op een sportterrein aan de Schinkel bij het Stadion kreeg de vereniging sportvelden en werd in 1923 een clubgebouw geopend met kleedkamers, een clubzaal, een botenhuis, jachthaven en tennisvelden. Voor het jongenswerk werd in de Quellijnstraat 47-49 een huis geopend. Een groot centraal verenigingsgebouw moest het middelpunt worden van de activiteiten van de AMVJ met behulp van deskundige leiders. Bekende voorbeelden voor de AMVJ zijn de organisaties van de Young Men's Christian Association in vele landen in Europa en Amerika. In het voorjaar van 1928 werd het Centraal Gebouw van de hand van architect Foeke Kuipers in Amsterdam geopend. In het verenigingsgebouw was woonruimte voor 100 leden. Bovendien was er een grote zaal met orgel, een zwembad en kleinere ruimten voor stortbad, indoorsporten, studiezaal, bibliotheek, discussie-groepen, biljarten en vele andere vormen van ontspanning. Naast de eigen inkomsten van f 775.000,- stond de gemeente Amsterdam garant voor de aanvullende geldlening van f 900.000,- van het ABP. De gemeente eiste wel controle op de exploitatie van het gebouw en het bestuur van de organisatie. Het bestuur bestond uit commissarissen, afzonderlijke curatoren voor geestelijke, verstandelijke, lichamelijke en maatschappelijke ontwikkeling, directie en secretarissen.

De AMVJ introduceerde voor jongeren in Amsterdam in de jaren 20 en 30 en daarna voortdurend nieuwe vormen van sociaal-culturele en sportactiviteiten. Voor een deel werden deze activiteiten langzamerhand ondergebracht bij min of meer zelfstandige afdelingsbesturen. Dit gebeurde onder meer bij de sportclubs met een uitgebreid ledenbestand en met zekere mate van continuiteit in de activiteiten. Tot nu toe is geen systematisch overzicht gevonden van welke clubs in welke jaren bestaan hebben en onder welke besturen. Het samenstellen van een dergelijk overzicht op basis van de mededelingenbladen en archiefstukken is een nuttige, maar tijdrovende bezigheid waarvoor in het kader van de inventarisatie geen ruimte was.

Tot een van de oudste afdelingen van het AMVJ-werk behoorde de padvindersafdeling aan het Schapenburgerpad: 60 jaar in 1972. De voetbal-, honkbal- en hockey-club bestonden in 1922 onder de naam "Concordia". In 1930 was de introductie van het wedstrijd-basketball in Amsterdam en daarmee in Nederland. Andere zaal- en buitensporten in AMVJ-verband zijn: indoortraining, schermen, tafeltennissen (1927), volleybal, zwemmen, roeien, atletiek, en tennissen. Bovendien waren er clubs voor biljarten, muziek, hoorspelen, toneel, bridge, dansen, fotografie etc. Bijzonder waren ook de voorstellingen in de grote zaal van films buiten het bioscoopcircuit.

Oorlog

Al in juni 1940 werd het gebouw van de AMVJ door het Duitse Luftgaukommando in gebruik genomen. Het Centraal Gebouw van de AMVJ werd in juni 1941 in gebruik genomen door de Duitse Feldluftzeuggruppe. In het najaar van 1941 werden nog steeds zondagbijeenkomsten georganiseerd in het Amsterdamsch Lyceum en in het Centraal Gebouw. In oktober 1941 kreeg de redactie bericht namens de Rijkscommissaris dat geen papier voor De Stuwing mocht worden verwerkt. De directie was sinds 19 september 1942 van haar functie ontheven en vond het beheer plaats door een door de Duitsters aangestelde Commissaris voor niet-commerciële verenigingen. Na de Duitsers gebruikten de Canadezen het hotel en daarna werd het woonhuis ziekenhuisdependence. In het bewaard gebleven archief zijn nauwelijks gegevens opgenomen over het lot van de bestuurders, staf en leden van de verenigingen en over het wel of niet voortbestaan van het bestuur en van de activiteiten tijdens de Duitse bezetting en over de relatie tot de bezetters. Systematisch onderzoek werd nog niet uitgevoerd naar de ontwikkelingen voor, tijdens en na de oorlog. Het ledenaantal lag aan het einde van de oorlog rond de 100 en groeide explosief tot over de 2200 in 1948.

Nationale Organisatie

In 1946 ontstond er naast de oorspronkelijk Amsterdamse vereniging een Nationale Organisatie met autonome afdelingen in andere gemeenten, zoals in Rotterdam, Geleen, Roosendaal, Blaricum, Laren. Het secretariaat was aanvankelijk in het Centraal Gebouw van de afdeling Amsterdam gevestigd, in 1965 werd het naar Mauritsweg 2 in Rotterdam verplaatst en in 1969 naar Eindhoven. De administratie van de Nationale Organisatie was gescheiden van die van Amsterdam.

Over de wijziging van de naam van Amsterdamse Maatschappij voor Jongemannen in de Algemene Vereniging voor Jongeren afdeling Amsterdam is weinig bekend. In 1947 waarborgde de gemeente nog een lening door de Amsterdamse Vereniging voor Jonge mannen met een verwijzing naar de statuten van 1928 en eiste jaarlijks een exploitatieverslag.

Een afsplitsing van de Nationale Organisatie is in 1954 ondergebracht in de Stichting Hulpfonds AMVJ. Het secretariaat werd gevoerd door de penningmeester van de Nationale Organisatie. Vondelstraat 14 was eigendom van het Hulpfonds tot 1962 en werd tot 1956 verhuurd.

Centraal gebouw

Ter verbetering van het beheer van de organisatie van de AMVJ werd eerst een scheiding aangebracht tussen de activiteiten van de vereniging en die van de horecaexploitatie in het gebouw. In 1951 werd Tuinema de eerste directeur die uitsluitend belast was met de hotel-, restaurant- en zalenexploitatie. Sedert het het boekjaar 1954/55 bestonden gescheiden boekhoudingen en jaarrekeningen voor het verenigingswerk van de AMVJ en voor het Centrale Gebouw van de AMVJ. In 1971 ging de scheiding nog een stap verder en werd besloten de horecaexploitatie in een afzonderlijk bedrijf onder te brengen en zodoende los te koppelen van de activiteiten van de vereniging. Het was gebleken dat het niet langer mogelijk was onder één dak en binnen één organisatie activiteiten voor de jeugd te ontplooien en een commercieel horecabedrijf te exploiteren, zoals restaurant, hotel, zalenverhuur.

Enkele bestuursleden kregen de volmacht om een nieuw bedrijf op te starten onder de naam Centraal Hotel BV. In verband met mogelijke fiscale claims in het kader van de wet vennootschapsbelasting werd na overleg met het Ministerie van Financiën en externe financiële adviseurs besloten de vermogenswaarde van het gebouw niet in het bedrijf in te brengen. De nieuwe vennootschap werd huurder van het gebouw van de vereniging. De vereniging werd de enige aandeelhouder van de vennootschap. De inkomsten uit het bedrijf kwamen voor een deel ten goede van de activiteiten van de vereniging. Om tot een verbetering van de resultaten van het horecabedrijf te komen, werden diverse plannen ontwikkeld tot wijziging van de inrichting van het gebouw. In december werd het zwembad in het gebouw gesloten na meer dan 50 jaar. Het personeel werd overgenomen door de gemeente Amsterdam. Het pand Vondelstraat 29 werd in 1973 door de gemeente gekocht van de AMVJ. Sportcentrum

Als uitvloeisel van de projekt-plannen voor het centraal gebouw werd besloten tot verlating van het gebouw door de vereniging. Verschillende plannen zijn er geweest om tot een nieuwe accomodatie te komen voor de sporten en andere activiteiten voor de vereniging. Uitgebreid overleg was er met de gemeente Amsterdam en Amstelveen over de realisatie van een al dan niet gezamelijke vestiging van een vrijetijdcentrum binnen hun gemeentegrenzen. De planvorming leidde uiteindelijk na een afwijzende reactie van Amsterdam tot de bouw van een nieuw buitensportcentrum op het Loopveld vlak bij de Amstel in de gemeente Amstelveen. Het sportterrein van de AMVJ bestond oorspronkelijk uit 3 hockey-, 4 voetbal-, en 4 tennisvelden, Het gebouw met kleed- en verenigingsruimten werd in 1973 ontworpen door architect Jelles.

FAMOS

In de loop van de tijd ontstonden er binnen de vereniging vele afzonderlijke clubs zonder dat deze onderdelen of afdelingen geheel zelfstandig werden. Het is voor de periode tot 1940 niet direct na te gaan welke onderdelen er waren en hoe onafhankelijk deze clubs waren ten opzichte van de vereniging. Wel is duidelijk dat in 1926 door een aantal leerlingen van verschillende middelbare scholen onder leiding van de AMVJ FAMOS opgericht werd: Federatie van Amsterdamse Scholen voor Ontspanning en Sport. Op 30 maart 1965 is daarvoor een nieuwe organisatie opgericht, de Stichting Middelbare Scholierenwerk der AMVJ, FAMOS. De werkzaamheden van de stichting werden verricht in het gebouw De Woeste Hoek aan de Vondelstraat 29, eigendom van de Vereniging AMVJ. Subsidies werden toegekend voor de Jongerensociëteit Café Culturel door het Ministerie van CRM en door de gemeente Amsterdam. Voor de inrichting van het jeugdcafé werd onder meer een gift ontvangen van de Bernard van Leer Foundation te Luzern. De oprichting in 1965 van een afzonderlijke stichting voor de activiteiten van FAMOS hield geen feitelijke afsplitsing in van de AMVJ. "De oprichting als zelfstandig rechtspersoon is louter om redenen van organisatorische en financiële aard, en partijen het eens zijn over de noodzakelijkheid, dat de samenwerking tussen AMVJ en FAMOS zo hecht mogelijk blijft, waarbij de AMVJ de mate van feitelijke onafhankelijkheid van FAMOS blijft bepalen en controleren." Het was voor de AMVJ niet langer mogelijk FAMOS in gelijke mate te steunen met een bedrag van enkele tienduizenden guldens, zoals eerder in 1971. Daarom was de AMVJ voor algehele verzelfstandiging van de FAMOS. Formeel achtte de AMVJ het beter zich uit het Famos-bestuur terug te trekken." YVORC

Sedert 1 juli 1967 werd het beheer en de administratie over kampcentrum De Paalberg te Ermelo door de AMVJ te Amsterdam en de vereniging Christelijk Jongeren Verbond ondergebracht in een zelfstandige Stichting YMCA-Vormings en Recreatie-Centra, Y.V.O.R.C. Beide samenstellende onderdelen brachten een leenschuld in van 50 mille. Volgens het contract deed YVORC jaarlijks een donatie van 6% van haar schulden voor het jeugdwerk van de AMVJ en CJV. De accomodaties van de Paalberg werden in oktober 1972 afgebroken. Op het terrein van 25 ha waren toen alleen nog accomodaties van derden. Het algemeen secretariaat van de YVORC is in 1976 door medewerkers van de AMVJ in Amsterdam afgestoten en overgedragen aan het CJV.

Pensioenfonds

De pensioenvoorziening van de medewerkers van de AMVJ werd in 1967 ondergebracht in een zelfstandige organisatie, de Stichting Pensioenfonds. Reeds enkele jaren volgde het voorstel tot opheffing van het fonds wegens geringe belangstelling met 20 deelnemers. Vanaf 1 januari 1974 was de AMVJ voor de pensioenrechten van het personeel verplicht aangesloten bij de PGGM. Voor het personeel van het hotel kwam een eigen pensioenregeling.

Reorganisatie

In 1970 vond een algehele reorganisatie plaats van de vereniging AMVJ-Amsterdam met als gevolg de oprichting van afzonderlijke stichtingen als enige leden van de Vereniging AMVJ. De Stichting Kernbestuur was verantwoordelijk voor de coördinatie en stimulering van de dagelijkse werkzaamheden van de vereniging AMVJ-Amsterdam. De Stichting Oud-AMVJ werd opgericht voor het continueren en uitbreiden van het AMVJ-werk. Het derde onderdeel van de vereniging was de Stichting AMVJ, Nationale Organisatie in Amsterdam. "De stichting gaat er van uit dat de mens als enige en ondeelbare eenheid 'mens in relatie' is en wil zich ten dienste stellen van jongeren en ouderen om met hen kreatief en rekreatief bezig te zijn, opdat een ieder in vrijheid kan deelnemen aan en werken in de maatschappij in al zijn aspekten. (..) De stichting zelf ontleent dit doel aan het Evangelie." De stichting is aangegaan tot 1 oktober 1998.

In een buitengewone ledenvergadering van 7 oktober 1980 werd besloten het vermogen van de vereniging AMVJ Amsterdam te verdelen als gevolg van een juridische herstructurering. In plaats van de Vereniging werden op 13 november 1981 een vijftal nauw met elkaar verbonden stichingen opgericht met zelfstandige besturen, te weten: A.M.V.J. Sport, Federatieve Vereniging van AMVJ-sportclubs, Stichting AMVJ-Buitensportcentrum met het centrum in Amstelveen, Stichting AMVJ-Vermogensbeheer, Stichting Sociaal Culturele Aktiviteiten in AMVJ-verband, Stichting AMVJ Voorzieningenfonds AMVJ.

Ledenbestand

Over de ontwikkeling van het aantal leden van de AMVJ als geheel en van de afdelingen bestaat geen overzicht. Aantallen leden zijn ook niet opgenomen in de financiële jaarverslagen. Verspreid in het bestand en de publicaties komen wel aantallen van leden voor waarbij niet altijd duidelijk is wat wel en niet geteld is. Zo telde bijvoorbeeld de afdeling Lichamelijke Opvoeding in 1931 780 betalende leden. FAMOS telde na de eerste 5 jaren 642 leden met dubbeltellingen voor leden van zomer- en wintersport. Per 1-1-1949 waren er 1013 leden, per 1-1-1950 1184 leden en per 30 september 1950 bedroeg het totaal 2079 leden: 39 van 8-12 jaar, 410 13-16, 893 17-23, 537 24 en ouder en 200 oudleden. In 1966 telden de sociëteit en culturele clubs 400 leden en de sportclubs 800 senioren en 250 junioren. De aantallen leden voor de clubs op het buitensportcentrum zijn voor voetbal 400, hockey 100, tennis 400 en tafeltennis 75. In 1972 zijn er bij het 60-jarig jublieum nog maar 30 leden bij de padvinders. YMCA

Het lidmaatschap van de vereniging AMVJ van de in Geneve gevestigde internationale jeugdorganisatie YMCA is vele jaren onderwerp van artikel en gesprek geweest bij de leiding van de AMVJ. De CJV is een andere Nederland vertegenwoordigende organisatie binnen de YMCA die duidelijk herkenbaar als evangelisch naar buiten treedt. De AMVJ gebruikte het evangelie impliciet als inspiratiebron. In 1918 stond in de statuten bij de doelstelling niets over het evangelie of de YMCA. Wel moesten directeuren verklaren Jezus Christus naar de Schrift etc. te belijden. In 1952 werd aansluiting bij de YMCA in de statuten van de vereniging opgenomen. In 1964 stond de AMVJ naar buiten toe echter bekend als een van de niet aan levensbeschouwing of staatkundige beginselen gebonden jeugdorganisatie. In 1970 vermeldden de statuten wel expliciet dat de vereniging het doel ontleend aan het evangelie. In het kader van de herbezinning in 1975 van de leiding van de AMVJ over de grondslag van de vereniging kwam ook de relatie tot de YMCA ter sprake en zag de AMVJ voorlopig geen reden om uit de YMCA te stappen. Wel besloot de AMVJ de tot 1972 tot 10 mille opgelopen achterstallige contributie-bijdrage aan de YMCA te voldoen.

Het archief

Archiefoverdracht en openbaarheid.

Het archief is in twee delen in bewaring gegeven bij het Gemeentearchief. Het eerste deel van 11 meter is in 1980 in het depot opgenomen onder PA 796. Bij het begin van de inventarisatie in 1994 was dit bestand reeds ontdaan van de oude verpakking en in nieuwe omslagen en archiefdozen verpakt en voorzien van zeer summiere opschriften op de omslagen. Wellicht is dit deel rechtstreeks overgebracht van het Leidsebosje naar de Amsteldijk. Het tweede deel van 9 meter is in mei 1994 in de oude verpakking overgebracht van een zolder van het Buitensportcentrum het Loopveld te Amstelveen. In 1988 waren bovengenoemde bestanden door C.J.M. Govers van de AMVJ op een lijst van 5 bladzijden beschreven.

Bij de inbewaringgeving van het archief in 1980 is overeengekomen dat alle stukken ouder dan 30 jaar openbaar zijn en beschikbaar zijn voor raadpleging. Stukken jonger dan 30 jaar mogen alleen geraadpleegd worden na schriftelijke toestemming van het bestuur van de AMVJ. Een heel groot deel van het archief is jonger dan 30 jaar en is dus pas op termijn openbaar.

Archiefinventarisatie

Het archief van de AMVJ was bij overbrenging geen gestructureerde eenheid, maar bestond uit een samenvoeging van op verschillende plaatsen door verschillende functionarissen gevormde bestanden. Niet van alle archiefvormers zijn bestanden bewaard gebleven en overgebracht. Van de bedrijfsboekhouding van het Centraal Hotel bv werd bijvoorbeeld bij de overdracht van het archief niets aangetroffen en evenmin van de administraties van de afdelingen buiten Amsterdam van de Nationale Organisatie. Hoofdarchiefvormers waren de diverse secretarissen van het hoofdbestuur, van commissies, en incidenteel van afdelingen, van club(je)s en van stafleden in en buiten het hoofdgebouw en van diverse bestuursleden op hun huisadressen. Ieder ordende zijn of haar bestand naar eigen inzicht. Bij de archiefvorming werd nauwelijks een scheiding gemaakt werd tussen de zelfstandig archiefvormende organisatie-onderdelen. Behalve de jaarrekeningen zijn de archiefbestanden betreffende de stichtingen en AMVJ-afdelingen niet gescheiden. De series notulen en correspondentie bestaan hoofdzakelijk uit de van de betrokkenen (bestuurs- en stafleden) afkomstige archiefbestanden. De bestanddelen zijn zoveel mogelijk beschreven in de staat en vorm waarin ze aangetroffen zijn. Een algehele wijziging van de oude orde was niet mogelijk binnen de beschikbare tijd. In het archief van de Amsterdamse afdeling én van de Nationale Organisatie zitten voornamelijk stukken uit de periode van 1950 tot 1993. Het bestand van voor de oorlog is grotendeels vernietigd. Bij de inventarisatie zijn ook de vernietigbare delen beschreven en op een lijst geplaatst voor goedkeuring door de AMVJ. Van de 508 beschrijvingen blijven er 283 bewaard. Van het overgedragen bestand is een groot deel op termijn vernietigbaar omdat het tot de categorie behoort van voor vernietiging vatbare stukken. Het gaat hier om facturen, bankafschriften, duplicaten, ter kennisneming ontvangen folders en financiële overzichten met in te bewaren jaaroverzichten verwerkte specificaties van dagelijks en maandelijks ontvangen en betaalde bedragen. Na schoning meet het bestand 7,5 strekkende meter.

De permanent te bewaren series (notulen, jaarstukken en clubblaadjes) van na de oorlog zijn echter niet compleet in het archief opgenomen en verdienen zo mogelijk aanvulling. Zoals gezegd ontbreekt er een systematisch ingerichte administratie van leden en deelnemers aan activiteiten en clubs en is niet duidelijk of deze bestaan heeft. Gegevens hierover zitten her en der verspreid over de dossiers. In de bibliotheek in de rubriek jeugdwerk en in de depots van het Gemeentearchief bevinden zich nog publicaties en archivalia van gemeentelijke instanties betreffende de AMVJ. De Atlas beschikt over interieurfoto's. Gebruiksmogelijkheden

Het archief van de AMVJ bevat waardevol bronnenmateriaal over de ontwikkeling van een van de oudere organisaties op het gebied van het jongerenwerk in Amsterdam. Over de periode tot 1941 zijn eigenlijk alleen nog gepubliceerde mededelingen voorhanden met beschrijvingen over het jongerenwerk in binnen- en buitenland en met aankondigingen van programma's voor jongens in Amsterdam. Verslagen van het feitelijk verloop van programma's en van commentaren op en evaluaties van programma's over meer jaren komen nauwelijks voor. Na 1945 bevatten de publicaties eveneens voornamelijk aankondigingen van programma's. De bewaard gebleven archivalia geven dan bovendien inzicht in achtergronden bij het nemen van initiatieven en bij het voortdurend streven van bestuur en staf van jeugdwerkers naar blijvende vernieuwingen in het aanbod van activiteiten voor jongeren. Wie in de programma's bladert krijgt een goede indruk van de niet aflatende pogingen van de staf van de AMVJ, met jaarlijkse schommelingen, om de Amsterdamse jeugd in contact te brengen met de nieuwste tendensen en stromingen in maatschappelijke en culturele ontwikkelingen in Nederland. Onder de uitgenodigde sprekers komen vele namen voor van later nationaal bekende persoonlijkheden op het gebied van

kunsten, wetenschap en politiek. Het bewaard gebleven en toegankelijke archief van de AMVJ stelt de onderzoeker in staat verklaringen te zoeken voor het verloop van de ontwikkeling van een deel van het jongerenwerk in Amsterdam. Het archief kan ook nu nog mede een bron van inspiratie worden voor het opzetten van nieuwe vormen van jeugdwerk door de nog bestaande AMVJ-stichtingen.

N.B. In het archief van de AMVJ is een bijzonder register aangetroffen waarvan nog geen direct verband met de AMVJ vastgesteld kon worden. Het bevat ca 6000 eigenhandig ingeschreven namen van geallieerde soldaten uit vele landen. Deze werden onder het opschrift Canadian Leave Centre Ghent ingeschreven van 11 november 1944 tot 12 mei 1945. De namen kunnen afkomstig zijn van soldaten als bezoekers van een van de opvangcentra achter de frontlinies van YMCA of AMVJ. De gegevens in dit boek kunnen nog van belang zijn voor de opsporing van vermelde soldaten.

Archiefvormer

Algemene maatschappij voor jongeren; afdeling Amsterdam
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.