689: Archief van A. Oznowicz

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

689

Periode:

1845 - 1974

Inleiding

Architect Abraham Oznowicz (1892-1976) was timmerman, opzichter en tekenaar. Hij volgde een avondopleiding tot architect en begon zijn loopbaan als hoofdopzichter bij de architecten Jan de Meijer (Landbouwkolonie Appelscha, 1917-1918) en A. Moen (ateliergebouw firma Gebrs. Gerzon, Singel/Spuistraat, 1922). Bij architect Jac.S. Baars (Synagoge Oost, 1927-1928) werd Oznowicz chef de bureau. Na 1945 inventariseerde Oznowicz het onroerend bezit van de Joodse gemeenten in Nederland en raakte hij betrokken bij herstel-, nieuwbouw- en verbouwingswerkzaamheden aan synagogen in en buiten Amsterdam. Voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam realiseerde hij enkele belangrijke projecten waarvan de ingrijpende verbouwing van een verouderd schoolgebouw aan de Van Ostadestraat tot de Joodse lagere school Rosj Pina de belangrijkste was.

Voor de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) en de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS), de orthodox Joodse gemeente van Amsterdam, realiseerde hij diverse synagogen. In opdracht van de NIHS herstelde Oznowicz in 1950 de synagoge Jacob Obrechtplein. Voor de LJG verbouwde hij in 1954 een gedeelte van het Foresterhuis, Sarphatistraat 8-10, tot synagoge. In 1956-1957 werd voor dezelfde opdrachtgever een synagogeruimte ingericht in het woonhuis De Lairessestraat 145. Oznowicz ontwierp voorts een tijdelijke synagoge aan Marquette te Amsterdam in 1965. Aan de Gerrit van der Veenstraat werd in 1967 naar zijn ontwerp voor de Kehilas Ja'akow een huissynagoge ingericht. De bouw van een nieuwe synagoge voor de NIHS in Buitenveldert had de kroon op zijn werk moeten worden, maar vond uiteindelijk geen doorgang doordat een bestaand kerkgebouw in de Van der Boechorststraat kon worden aangekocht en ingericht voor gebruik als gebedsruimte. Naast zelfstandige ontwerpopdrachten vormde het bouwkundig beheer van het onroerend goed van diverse Joodse instellingen en particulieren een belangrijke onderdeel van zijn werkzaamheden. Buiten Amsterdam leidde hij het herstel van de synagoge aan de Koornstraat te Oss (1946) en de verbouwing van de synagoge Mariastraat 3 te Apeldoorn (1947), beide inmiddels gesloopt, en de restauraties van de synagogen te Amersfoort (1948-1949), Aalten (1949-1950), Hilversum (1951-1952) en Roermond (1954).

Het archief bevat bouwtekeningen, bestekken, correspondentie, bouwkundige rapporten en taxaties van de bouw- en verbouwprojecten verricht door Oznowicz, vanaf de eerste na-oorlogse jaren tot het begin van de jaren zeventig. Een aparte categorie binnen het archief vormen de genoemde rapportages met inventarisaties van oorlogsschade aan roerende- en onroerende goederen van de oorspronkelijk 152 Joodse gemeenten in Nederland, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Wederopbouw, die een indringend beeld schetsen van de teloorgang van de vooroorlogse Joodse gemeenschap in ons land.

Oznowicz was getrouwd met Frouke Naatje Kan (1907-1982). Zij kregen samen twee kinderen, Rebecca (1932-1984) en Israël (1935-1995). Over het privé gedeelte van dit archief hangt de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Het bevat veel persoonlijke correspondentie over oorlogsschadeclaims van familieleden en vrienden die in de concentratiekampen gestorven zijn. In deze bureaucratische afwikkelingen komt het leed des te schrijnender naar boven. Jarenlang heeft Oznowicz een oorlogswees in huis gehad. Deze jongen en zijn zusje konden van de Joodse crèche worden gered. Ook bevindt zich in dit archief het dossier van zijn zoon Israël die jaren werd verpleegd in het psychiatrisch ziekenhuis in Santpoort, na een verblijf in een inrichting in Wolfheze.

Literatuur: Edward van Voolen en Paul Meijer, Synagogen van Nederland, Zutphen 2006, 171

Archiefvormer

Osnowicz, A.
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.