5413: Archief van de Gemeentelijke Urinoircommissie en de Commissie Straatmeubilair

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5413

Periode:

1940 - 1988

Inleiding

Doel van de commissie:

De urinoircommissie was een commissie binnen de gemeente Amsterdam welke de verantwoordelijkheid droeg voor de facilitering van openbare toiletaccommodatie op straat. De taken van de urinoircommissie waren tweeledig. Ten eerste diende de commissie het College voor Burgemeester en Wethouders met advies omtrent het beleid inzake plaatsing, beheer of opheffing van de openbare toiletgelegenheden.

Daarnaast was de urinoircommissie verantwoordelijk voor de uitvoering van plaatsing of verwijdering van de openbare toiletvoorzieningen. In dit kader behandelde de commissie ook de klachten- of verzoekbrieven van particuliere burgers en organisaties rondom dit onderwerp.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid:

De bestuurlijke verantwoordelijkheid was verdeeld over verschillende gemeentelijke diensten. De urinoircommissie was samengesteld uit een aantal afgevaardigden van deze diensten. Het voorzitterschap berustte bij de (adjunct-) directeur van de Stadsreiniging. Het secretariaat werd gevoerd door de Dienst Publieke werken (vanaf 1980 Dienst Openbare Werken). Daarnaast namen er vertegenwoordigers van de Dienst Ruimtelijke Ordening en Politie in de commissie plaats. Als gevolg van de betrokkenheid van de verschillende diensten was het niet altijd duidelijk waar de verantwoordelijkheid lag voor de besluitvorming, uitvoering en bekostiging hiervan. De uiteindelijke rapportages of de adviezen aan het College van Burgemeester en Wethouders verliepen meestal via de directeur van de Dienst Stadsreiniging of de directeur van de Dienst Publieke Werken. De directeur van de Dienst der Stadsreiniging spreekt dan ook over de ‘semi-officiële’ urinoircommissie.

Geschiedenis:

Al sinds 1928 kende Amsterdam een urinoircommissie. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werden de vergaderingen voortgezet onder de zogenaamde ‘Commissie van Overleg inzake het urinoirvraagstuk in Amsterdam’. In 1941 werd er weer een nieuwe urinoircommissie opgericht.

Gedurende de gehele looptijd van de urinoircommissie is de verhouding tussen het aantal openbare toiletaccommodaties voor mannen en de toiletaccommodaties voor vrouwen een heikel punt geweest. Hoewel de commissie zich bewust was van het feit dat er voor vrouwen veel minder openbare toiletvoorzieningen waren dan voor mannen, heeft de commissie steeds een afweging gemaakt tussen de voor- en nadelen hiervan. Bovendien was de commissie aanvankelijk van mening dat de openbare toiletvoorziening in eerste instantie was bedoeld ‘voor de man die zijn werk op straat heeft’. Openbare toiletvoorzieningen, met name die voor vrouwen, brachten zeer hoge kosten met zich mee. Tegelijkertijd vormde de ontucht die bedreven zou worden in deze openbare toiletgelegenheden een groot struikelblok. Op basis van een rapport uit 1964 is het college van Burgemeester en Wethouders akkoord gegaan met een saneringsplan van de openbare toiletvoorzieningen.

De ontucht is gedurende de hele geschiedenis van de urinoircommissie een groot punt van aandacht geweest. De urinoirs, met name de tweepersoons-urinoirs, fungeerden vaak als plaatsen voor homoseksuele mannen om elkaar te ontmoeten en seksuele handelingen te verrichten. De urinoircommissie heeft veel klachten ontvangen van omwonenden die zich stoorden aan deze homo-ontmoetingsplaatsen en activiteiten. De sanering van de urinoirs is dan ook onder andere vanuit de homobeweging aanleiding geweest tot protest. Het Stadsarchief heeft hier diverse neerslag van in de vorm van krantenartikelen en andere documentatie (zie hiervoor ‘klein materiaal’ toegang 15009 (R1514.10) Bestanddeel 11949).

Toch zijn er ook veel klachten gekomen wegens het ontbreken van openbare toiletaccommodatie. Vooral het ‘wildplassen’ door mannen in stegen en portieken was aanleiding tot het plaatsen van urinoirs of andere maatregelen om dit tegen te gaan. Daarnaast bleef nog altijd de behoefte bestaan aan openbare toiletaccommodatie voor vrouwen. Mede om deze reden heeft de urinoirencommissie in 1984 een rapport gepubliceerd waarin het gebruik van de ‘Sanisette’ wordt aanbevolen. Dit was een afsluitbaar en zelfreinigend openbaar toilet, zowel toegankelijk voor mannen als vrouwen. De onderhandelingen met de leverancier hiervan zijn tot in een ver gevorderd stadium gekomen, maar in 1985 is door geldgebrek het plan met de ‘Sanisette’ uiteindelijk toch niet doorgegaan. Op het zelfde moment werd besloten dat de urinoircommissie geen officiële status kreeg, maar werd opgenomen in de reeds bestaande Commissie Straatmeubilair.

Verantwoording van de inventarisatie:

Van enkele vergadernotulen van de commissie is sprake van enige overlap. Er is gekozen om deze overlap in stand te houden aangezien er van sommige notulen meerdere versies bestaan en tevens bijlagen bij de notulen zijn aangetroffen. Daarnaast is er geprobeerd het archief zoveel mogelijk per project te ordenen. Het gaat hierbij vooral om het voeren van overleg, de advisering aan Wethouders en de Burgemeester en de plaatsing of verwijdering van toiletaccommodaties. Wat betreft de plaatsing of verwijdering van de toiletaccommodaties is er een onderscheid gemaakt in de projecten welke zijn geschied op initiatie van de urinoircommissie zelf en de projecten naar aanleiding van klachten van particulieren. Een aparte rubriek betreft de ontwikkeling van nieuwe urinoirs.

Archiefvormer

Urinoircommissie en de Commissie Straatmeubilair
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.