5039: Archief van de Thesaurieren Ordinaris

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

5039

Periode:

1490 - 1857

Inleiding

Het Amsterdamse stadsbestuur werd tot het begin van de negentiende eeuw geleid door de vier burgemeesters. Zij gingen al vroeg een deel van hun taken delegeren. In het tweede kwart van de vijftiende eeuw droegen zij de zorg voor de stedelijke financiën en eigendommen en de uitvoering van de openbare werken over aan twee, later vier, aan hen ondergeschikte ambtenaren, de rentmeesters of thesaurieren. Na de instelling van de Thesaurieren Extraordinaris in 1584 heetten zij Thesaurieren Ordinaris. Bij de oprichting van het Stadsfabriekambt in de tweede helft van de zestiende eeuw werd de uitvoering van de openbare werken aan de Thesaurieren ontnomen, maar behielden zij wel het toezicht daarop. De Thesaurieren Ordinaris kun je dus zien als een combinatie van een wethouder financiën en een wethouder openbare werken.

Het archief van de Thesaurieren Ordinaris (toegangsnr. 5039) beslaat ca. 47 m1 planklengte. Er is 33 m1 aan registerseries, die vanaf de late zestiende eeuw vrijwel compleet overgeleverd zijn. In grote lijnen zijn er drie groepen hierin te onderscheiden:

  1. resoluties en notulen: de besluiten van de Thesaurieren over de financiën en de openbare werken van de stad, met hun argumenten daarvoor.
  2. boekhouding (grootboeken, kasboeken en andere registers): de registratie van alle financiële transacties van de stad. Letterlijk alles wat het stadsbestuur deed of liet doen is hier te vinden.
  3. beheer van de eigendommen van de stad: allerlei series registers over de koop, verkoop en verhuur door het stadsbestuur van erven en ander onroerend goed binnen de stad. Het stadsbestuur was vooral actief op de onroerend goedmarkt wanneer er een nieuwe stadsvergroting gepland werd. Alle onroerend goedtransacties die de stad Amsterdam vanaf 1585 daarvoor ondernam, werden in deze registers vastgelegd. Een dergelijke registratie van de stedebouwkundige ontwikkeling van een metropool als Amsterdam in de Gouden Eeuw is uniek. Hierop sluiten de kaartboeken naadloos aan. In deze boeken werden de stadsbezittingen rijk geïllustreerd in kaart gebracht.
Daarnaast zijn er de losse dossiers en bijlagen (14 m1). Deze bevatten grote lacunes, veroorzaakt door de grootscheepse vernietiging van de losse stukken in de Franse Tijd. In de bewaard gebleven dossiers vindt men documenten over allerlei onderwerpen als de bouw van het nieuwe stadhuis in 1650 (het latere Paleis op de Dam), staatsbezoeken aan Amsterdam en - opnieuw - de stadsuitbreidingen vanaf de late zestiende eeuw.

Wat tegenwoordig "Archief van de Thesaurieren Ordinaris" heet is in feite maar een deel van het totale archief dat de thesaurieren tot 1811 onder zich hadden. Allerlei onderdelen van hun archief zijn in de negentiende en twintigste eeuw afgedwaald naar andere archieven en collecties. De volgende archieven maakten oorspronkelijk deel uit van het archief van de thesaurieren:

  1. Stadsrekeningen (toegangsnummer 5014), 1531-1805, 5 m1
  2. Archief van het Stadsfabriekambt (toegangsnummer 5040), 1532-1811, 13 m1
  3. Archief van de Commissarissen van de Rekenkamer of College van de Rekenmeesters (toegangsnummer 5041), 1667-1808, 5 m1
  4. Archief van de Consignatiekas (toegangsnummer 5042), 1636-1818, 27 m1
  5. Charters van ambachtsheerlijkheden, kusting- en rentebrieven en grondpapieren (toegangsnummer 5056), 1394-1810, 14 m1
  6. Archief van de Burgemeesters; stukken betreffende verscheidene onderwerpen (toegangsnummer 5028): dit bevat diverse rekeningen en kohieren van instellingen die aan de Thesaurieren rekenplichtig waren (inv.nrs. 663-666, 674-678, 695-713, 717-720).
Twee zaken lopen als een rode draad door het archief van de Thesaurieren Ordinaris: geld en de uitzonderlijke rol van Amsterdam in de Gouden Eeuw. Alles kost geld. Daardoor vind je elke activiteit van de stad terug in dit archief. En in de Gouden Eeuw was Amsterdam meer dan alleen maar een stad. Het was het politieke, economische en financiële centrum van de Republiek. Het archief vertelt daarom ook de geschiedenis van het gewest Holland en de Republiek.

Dit maakt het archief tot een monument voor de economische en maatschappelijke identiteit van Nederland. Op het gebied van de economische geschiedenis bijvoorbeeld door de boekhouding van de accijnzen op allerlei producten. Die is daarmee een graadmeter voor de welvaart en de economische conjunctuur van Nederland in de zeventiende en achttiende eeuw. Ook voor de sociale geschiedenis is het archief van groot belang. Om één voorbeeld te geven: het antwoord van het stadsbestuur op de komst van nieuwe bevolkingsgroepen en religies in de stad - integratie en inburgering was ook toen een actueel thema - is te reconstrueren uit de archieven van de thesaurieren. Het archief is rond 1890 globaal geïnventariseerd. Deze inventaris was niet meer dan een magazijnlijst: een korte opsomming van de stukken in de volgorde van berging. De samenhang tussen de verschillende onderdelen bleef verborgen. De herinventarisatie en herordening van het archief in 2007 heeft deze verbanden opeens zichtbaar gemaakt. Daardoor is het archief nu rijp voor hernieuwde raadpleging en leent het zich nu nog meer dan tevoren voor onderzoek naar de geschiedenis van de stad. Van de aanleg van de Grachtengordel tot de organisatie van de stadsreiniging; van de bouw van het nieuwe Stadhuis en latere Paleis op de Dam tot de sloop van een huisje in de Nes; van het banket voor de koningin van Frankrijk tot het ontslag van een corrupte klerk op de Secretarie: het is te vinden in dit unieke archief.

De meeste registers hebben zelf al een index op persoonsnaam, straatnaam of onderwerp. Soms zijn deze toegangen gelijktijdig met de registers ontstaan, soms zijn deze later gemaakt. Dit vergroot de toegankelijkheid van het archief, zeker na digitalisering van deze indices zelf.

Literatuur:

H.A. Diederiks en B. Verwaayen, Gemeentelijke overheid van Amsterdam omstreeks 1800, secretarie - thesaurie - fabrieksambt (Amsterdam 1982)

H.A. Diederiks, 'De zestiende-eeuwse financiële administratie van Amsterdam in opspraak' in: Maandblad van het genootschap Amstelodamum 57 (1970), p. 139-144

L. van Nierop, 'Verscheuren: een bijdrage tot de geschiedenis van het Amsterdamsche archief' in: Jaarboek van het genootschap Amstelodamum 22 (1925), p. 13-21

W.F.H. Oldewelt, 'De geschiedenis der bewaring en ordening van het archief der gemeente Amsterdam' in: Jaarboek van het genootschap Amstelodamum 35 (1938) p. 1-13

E. Slot, Vijf gulden eeuwen: momenten uit 500 jaar gemeentefinanciën (Amsterdam 1990)

Archiefvormer

Thesaurieren Ordinaris
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.