30600: Archief van Herman van den Eerenbeemt

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30600

Periode:

1769 - 2011

Inleiding

Herman August Leo van den Eerenbeemt werd op 27 juli 1890 geboren te 's-Hertogenbosch als zoon van Frans van den Eerenbeemt en Gertrude de Hosson. In 1910 rondde hij het gymnasium te 's-Hertogenbosch af waarna hij chemie en biologie ging studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In 1915 legde hij het het examen apothekersassistent af. Zijn interesse ging echter uit naar toneel en literatuur. In 1916 werd zijn heldenspel 'Judith' uitgegeven en tweemaal opgevoerd in de Stadsschouwburg te Amsterdam ter gelegenheid van het vierde lustrum van de Roomsch Katholieke Studenten Vereniging Sanctus Thomas Aquinas, waarvan Van den Eerenbeemt lid en voorzitter was. Andere toneelstukken volgden, waarvan Samsom (1918) en Malmström (1923) werden opgevoerd en uitgegeven. In 1919 trouwde Van den Eerenbeemt met Wilhelmina Attema met wie hij een zoon kreeg, Frans (1923-2008). In 1919 werd Van den Eerenbeemt mededirecteur van drukkerij Erven H. van Munster & Zoon (later Van Munster's Drukkerijen N.V.). In 1926/27 werd een aparte uitgeverij opgericht. Een van de eerste projecten van de afzonderlijke uitgeverij betrof de uitgave van de dagboeken van Frederik van Eeden, die uiteindelijk werden gepubliceerd tussen 1931 en 1946. Naast literatuur had ook kunst Van den Eerenbeemt's bijzondere belangstelling. Vanaf 1921 gaf Van Munster het katholieke weekblad "Opgang" uit, dat artikelen bracht over kunst, literatuur, architectuur en muziek. Het tijdschrift stond onder hoofdredactie van Van den Eerenbeemt zelf, die jonge (katholieke) kunstenaars aantrok als illustrator. Zijn belangrijkste beschermeling was de Belgische kunstenaar Albert Servaes (1883-1966), van wie hij in 1922 zijn in katholieke kringen alom verguisde getekende en geschilderde kruisweg (vervaardigd in 1919) kocht. De geschilderde kruisweg verkocht hij in 1933 aan het Aartbisschoppelijk Museum te Utrecht, waarmee hij de basis legde voor de collectie nieuwe religieuze kunst van het museum (het latere Catharijneconvent). In de daaropvolgende jaren kocht en verkocht Van den Eerenbeemt meerdere kunstwerken van Servaes, publiceerde hij diens werk in "Opgang" en droeg hij er zorg voor dat werk van Servaes werd tentoongesteld. De getekende kruisweg werd in 1951 door zijn weduwe verkocht aan de abdij van Koningshoeven bij Berkel-Enschot.

Van den Eerenbeemt's energie was tomeloos. Vanaf zijn studietijd richtte hij verschillende stichtingen, verenigingen en tijdschriften op. Voorbeelden zijn, naast het weekblad "Opgang", de "Vereeniging tot Stichting en instandhouding van het Centraal Kunstgebouw O.P.G.A.N.G. (Opgericht ter Passende Gedachtenis aan Neerlands Grootheid) en de N.V. Boek- en Kunsthandel "Opgang". Hij had zitting in talloze besturen, commissies en comité's, als de katholieke kunstkring "De Violier", het Bestuur voor een tweejaarlijkse tentoonstelling van hedendaagse religieuze kunst in het Stedelijk Museum te Amsterdam "Pro Arte Christiana", de Commissie voor het Nederlandsch Muziekfeest 1935, georganiseerd ter gelegenheid het 40-jarig jubileum van Willem Mengelberg als dirigent van het Concertgebouw, de vereniging "Concertgebouwvrienden", en de Commissie van Voorbereiding van het Amsterdamsch Eucharistisch Congres ter herdenking van zes eeuwen Mirakelsacrament (1345-1945).

H was regeringscommissaris van het Nederlandse Paviljoen op de wereldtentoonstelling 1937 te Parijs en de eerste voorzitter van de in 1947/48 opgerichte Raad voor de Kunst (voorloper van de Raad voor Cultuur). Daarnaast hield hij voordrachten over onder andere het oude Egypte. In 1947 tenslotte richtte hij de Stichting Internationaal Cultureel Centrum (I.C.C.) op, dat werd gehuisvest in het Vondelparkpaviljoen. Met het I.C.C. beoogde Van den Eerenbeemt om de leidinggevende figuren uit de wereld van handel, verkeer en industrie, staatkunde, onderwijs, kunsten en wetenschappen de mogelijkheid te geven elkaar 'in een rustig en stemmig milieu te kunnen ontmoeten, waar zij door uitwisseling van gedachten hun eigen leven universeler en dus rijker en dieper zouden kunnen maken.' Uit de in het archief bewaarde introducties van nieuwe leden over de periode 1947-1951 kan een mooi beeld worden verkregen van het publiek van het I.C.C. Bij zijn dood in 1951 werd Van den Eerenbeemt geroemd om zijn beschermheerschap van (jonge) kunstenaars, bevorderaar van de vernieuwing van de christelijke kunst en om zijn ongebreidelde organisatiedrang.

Het archief van Herman van den Eerenbeemt vormt de neerslag van zijn belangstelling voor (christelijke) kunst en literatuur, zijn katholieke achtergrond, zijn enorme vitaliteit en zijn rol en contacten in cultureel, politiek en katholiek Nederland. Het bevat enkele bijzondere stukken, als bijvoorbeeld de correspondentie met zijn immer in geldnood verkerende beschermeling Albert Servaes, waarvan helaas alleen de brieven van Servaes aan Van den Eerenbeemt bewaard zijn gebleven. Daarnaast bevat het archief een prachtig Liber Amicorum ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van Van den Eerenbeemt, en enkele films van rond 1930 onder andere met opnamen van Frederik van Eeden op "Walden" bij zijn 70ste verjaardag. In 2010 werd het archief aan het Stadsarchief geschonken door de erfgenamen van zijn zoon Frans van den Eerenbeemt.

Archiefvormer

Eerenbeemt, H.A.L. van den (Herman August Leo, 1890-1951)
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.