30565: Archief van de KNSM

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30565

Periode:

1856 - 1981

Inleiding

1.1. Oprichting

In 1856 wordt de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (K.N.S.M.) opgericht door C.A. van Hemert, M.H. Insinger en C.W. Ramann. De drie oprichters vormen gezamenlijk de directie van de rederij. Leden van de Raad van Commissarissen komen veelal uit kringen van banken en handelsondernemingen en spelen regelmatig een rol bij de oprichting of voortzetting van rederijen met een beperkter geografisch werkterrein, zoals de Stoomvaart Maatschappij Nederland (S.M.N., 1870) en de Koninklijke Hollandsche Lloyd (K.H.L., 1908) , de voortzetting van de Zuid Amerika Lijn (Z.A.L.,1899-1908).

1.2. Schepen, bestemmingen en vloot

Het eerste schip dat de jonge rederij koopt, komt uit Leith en ontvangt de naam Ondine. De vloot bestaat in 1860 uit negen schepen, die de havens Bordeaux, Hull, Marseille, Sint Petersburg en Stockholm als bestemming hebben. Vijf jaar later wordt de vloot flink uitgebreid als in 1865 de Rotterdamsche Stoomboot Reederij ‘De Maas’ wordt aangekocht. Bijkomend voordeel: ‘De Maas’ is een belangrijke concurrent op de vaart naar Marseille. In 1872 vraagt en krijgt de directie vergunning om met stoomboten te mogen varen de ‘Keulse Vaart’, de vaarroute die Amsterdam verbindt met Gorinchem via onder andere de Weespertrekvaart, de Gaasp en de Vecht. Een jaar later heeft de K.N.S.M. drie binnenvaartschepen in de vaart. Vanaf 1885 heeft de K.N.S.M. een gezamenlijke lijn met de Amsterdamsche Beurtvaart Maatschappij, de Amstel Rijn Main Stoomboot Maatschappij en de Centrale Aktiengesellschaft für Tauerei und Schleppschiffahrt op een aantal Duitse steden gelegen aan de Rijn en Main.

De K.N.S.M. is vooral een vrachtvaartrederij met zijn werkterrein in het Middellandse Zeegebied, de Oostzee en de Baltische Zee. In het Baltische Zeegebied vaart de K.N.S.M. op Moskou en Sint-Petersburg. Als de Finse golf in de wintermaanden niet bevaren kan worden vanwege het ijs, vaart de K.N.S.M. op de Letse haven Reval (Tallinn). De rederij bezit vooral middelgrote vrachtschepen met een beperkte passagierscapaciteit. Vanwege de kenmerkend witte banden op de zwarte schoorsteen wordt de rederij in de volksmond ook wel de roggebroodmaatschappij genoemd.

De rederij oriënteert zich voortdurend op nieuwe bestemmingen. In 1872 maken de stoomschepen Jason, Pollux en Vesuvius voor eigen rekening reizen naar New York, waar men vooral katoen hoopt te laden. Een jaar later wordt het K.N.S.M.-stoomschip Castor gecharterd door de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij, beter bekend als de Holland-Amerika Lijn. Datzelfde jaar plaatst de K.N.S.M. een bestelling voor twee passagiersschepen, de stoomschepen Stad Amsterdam en Stad Haarlem. Beide schepen zijn voorbestemd om te worden ingezet voor het vervoer van landverhuizers. Een economische crisis in de VS zorgt er echter voor dat het emigrantenvervoer sterk terug loopt. Rond 1885 besluit de rederij geen reizen naar Noord-Amerika meer te maken.

1.3. Kantoren, deelnemingen en etablissementen

Aanvankelijk houdt de K.N.S.M. kantoor op het adres Prins Hendrikkade 161. De loodsen en werkplaatsen zijn te vinden op het Oosterdok en de Nieuwe Vaart. De aanleg van spoorwegen leiden er toe dat de rederij in 1903 verhuist naar het IJ-eiland. Aan de Surinamekade en de Levantkade worden grote loodsen en werkplaatsen gebouwd en nabij de Verbindingsdam komen steigers die vooral bestemd zijn voor de binnenvaartschepen van de zelfstandige rederij Nieuwe Rijnvaart Maatschappij (N.R.M.), in datzelfde jaar opgericht voor de rijnvaart.

In 1905 neemt de K.N.S.M. een belang in de Koninklijke Hollandsche Lloyd (K.H.L.), een maatschappij die is voortgekomen uit de Zuid-Amerika Lijn die in 1905 geliquideerd moet worden. De beide maatschappijen wisselen commissariaten uit, waardoor K.N.S.M.-directeur E. Heldring commissaris van de K.H.L. wordt. In 1912 neemt de rederij de Koninklijke West-Indische Maildienst (K.W.I.M.) over. In 1916 betrekt de rederij samen met vijf andere rederijen het Scheepvaarthuis, op het adres Prins Hendrikkade 108-114. Het Scheepvaarthuis is een afzonderlijke naamloze vennootschap.

1.4. De rederij in de jaren twintig en dertig

Rond 1920 ontstaat een conflict met de K.H.L. Heldring vindt dat de Lloyd te veel vaarroutes wil exploiteren die vallen binnen het vaargebied van andere rederijen en ook teveel geld uitgeeft aan onroerend goed en aan schepen. J. Wilmink, de directeur van de K.H.L. vat dit zeer persoonlijk op en Heldring ziet zich genoodzaakt om zich terug te trekken als commissaris. Wel speelt de K.N.S.M. een belangrijke rol in de oprichting van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij (V.N.S.). De V.N.S. chartert voornamelijk schepen van de deelnemende rederijen en richt zich op lijnen die niet concurreren met bestaand lijnverkeer, zoals tussen Holland en West-Afrika. In 1921 richten de K.N.S.M. en de Koninklijke West-Indische Maildienst gezamenlijk de West-Indische Scheepvaartmaatschappij (W.I.S.M.) op. Vanaf 1927 wordt de naam Koninklijke West-Indische Maildienst niet meer gevoerd. In 1934 viert de rederij het 50-jarig bestaan van de lijn met Suriname, in aanwezigheid van de oud-leerlingen van de openbare handelsschool die destijds het vertrek van het eerste schip hebben bijgewoond.

Intussen slaat in de scheepvaart de crisis toe. De rederij ziet zich genoodzaakt een aantal schepen op te leggen en ontvangt in ruil daarvoor financiële steun van de Maatschappij ter Behartiging van Nationale Scheepvaartbelangen (Benas). Eind 1935 wordt duidelijk dat de Koninklijke Hollandsche Lloyd eveneens in zwaar weer verkeert. De in liquidatie verkerende rederij wordt overgenomen door de Rotterdamse rederij Wm.H. Müller met een minderheidsdeelneming van de K.N.S.M. onder de naam N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd. De ‘nieuwe’ rederij komt onder directie van de Rotterdamse rederij Wm.H. Müller te staan, de K.N.S.M. neemt de scheepvaartaken voor zijn rekening. De rederij bezit rond 1939 ongeveer 79 schepen en chartert (huurt) ongeveer 30 schepen.

1.5 Oorlog en bezetting

Vanaf 1939 laat de dreigende internationale situatie zich gelden. Op 18 november 1939 loopt het stoomschip Simon Bolivar op een mijn.

Als op 10 mei 1940 de Duitse inval plaatsvindt, bevindt een groot deel van de vloot zich in de internationale wateren. Schepen die nog in de Amsterdamse haven liggen, worden in de loop van de bezetting door de Duitsers gevorderd. Onmiddellijk na de Duitse inval seint de regering het bevel aan alle Nederlandse schepen die zich op zee bevinden om naar geallieerde havens te varen en daar op verdere instructies te wachten. Het laatste schip dat de sluizen van IJmuiden verlaat is het S.S. Bodegraven met kunsthandelaar Jacques Goudstikker aan boord.

De vloot wordt onder beheer geplaatst van de Nederlandse Scheepvaart- en Handelscommissie (N.S.H.C.), die bestaat uit vertegenwoordigers van het in Londen zetelende Ministerie van Handel, Nijverheid en Landbouw en van topfunctionarissen van de verschillende rederijen die zich niet in bezet gebied bevinden. K.N.S.M.-directeur D. Hudig maakt deel uit van de commissie.

In New York bestaat een vergelijkbare commissie: de Nederlandse Scheepvaart Commissie, die later wordt omgezet in de New Yorkse sectie van de Nederlandse Scheepvaart- en Handelscommissie. K.N.S.M.-directeur S.M.D. Valstar heeft zitting in deze commissie, maar blijft daarnaast ook optreden namens de K.N.S.M., die zijn statutaire zetel heeft verplaatst van Amsterdam naar Willemstad. De Duitse bezetter erkent de zetelverplaatsing niet en plaatst de rederij met alle dochterbedrijven onder beheer van ‘dwangbestuurder’ H. Scharrer. Een deel van de gezamenlijke Nederlandse koopvaardijvloot wordt beheerd door de N.S.H.C., een deel van de vloot wordt verhuurd aan het British Ministry of War Transport; de resterende schepen worden via een systeem van toewijzing toebedeeld aan de verschillende rederijen. Vanuit de haven van New York exploiteert de K.N.S.M. als rederij schepen die de lijn New York-Paramaribo bevaren voor de aanvoer van bauxiet naar Suriname.

De oorlog creëert enorme risico’s voor de schepen. Al direct op 11 mei 1940 loopt het S.S. Van Rensselaer bij IJmuiden op een mijn en zinkt. In totaal zal de rederij tijdens de oorlog een derde van zijn schepen verliezen. Rond april 1946 wordt het beheer van de Nederlandse koopvaardijvloot weer overgedragen aan de afzonderlijke rederijen. Alle rederijen voeren een omvangrijke vlootreconstructie uit om de verloren gegane schepen te vervangen door overtollige Engelse of Amerikaanse schepen of door nieuwbouw van schepen. Pas in 1961 zijn alle kosten die verband houden met oorlog en bezetting met de Nederlandse regering verrekend.

1.5 Nieuwe activiteiten

In 1950 en 1951 voert de K.N.S.M. uitvoerige besprekingen met de jonge Colombiaanse rederij Flota Mercante Grancolombiana. Dit resulteert in de oprichting van een joint venture onder gezamenlijk beheer voor de exploitatie van lijnen met verschillende Zuid- en Middenamerikaanse bestemmingen. De samenwerking wordt in de loop van de tijd uitgebreid met andere rederijen uit onder andere Duitsland, Frankrijk en Scandinavië. Het lijnverkeer op Noord-Amerika wordt in het algemeen overgelaten aan de Holland-Amerika Lijn.

Net als voor de oorlog wordt de rijnvaart bedreven door de Nieuwe Rijnvaart Maatschappij. Ter aanvulling van de lijnvaart wordt na de oorlog de Nieuwe Kustvaart Maatschappij opgericht. Hoewel de rederij over het algemeen vrachtschepen met beperkte passagiersaccomodatie bezit, is de passagiersvaart belangrijk genoeg voor de rederij om de rond 1900 gebouwde loods 6 te verbouwen tot een luxueuze vertrek- en aankomsthal met zicht op het buiten-IJ en het vlakbij gelegen Kompaseiland en met een ruim bagagedepot. Loods 6 is nog steeds in authentieke staat.

In 1956 viert de rederij het eeuwfeest. Op verschillende locaties vinden recepties en diners plaats. Het personeel schenkt de jarige rederij een fontein met de beeldengroep ‘Amphitrite en Triton.

1.6 Neergang en fusie

Rond 1960 begint de intercontinentale luchtvaart zowel op het gebied van de passagiers- als de vrachtvaart een serieuze concurrent te worden van de zeescheepvaart. Stukje bij beetje wordt de vloot kleiner. In 1967 beginnen vier concurrerende rederijen besprekingen die in 1970 zullen leiden tot een volledige fusie tot één concern: Nederlandse Scheepvaart Unie. Omdat rederij Wm.H. Müller als zelfstandige rederij verdwijnt, neemt de K.N.S.M. de gehele N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd over, samen met dat deel van de Müller-vloot waarover de ‘Lloyd’ vanaf 1957 de directie voert.

De K.N.S.M. wil zelfstandig blijven en doet dit door het deelnemen in internationale samenwerkingsverbanden als rederij Tor Line (veerdienst met Scandinavië) en rederij AB Götha. Nieuwe gestandaardiseerde transportmiddelen als het pallet en de container maken een integratie van zeetransport en wegtransport mogelijk, waardoor in 1973 een divisie wegtransport kan ontstaan. Het ontstaan van de offshore-industrie zorgt voor een divisie speciaal transport. De rederij wordt in dat jaar een holdingmaatschappij met een aantal zelfstandige dochterondernemingen en een aantal deelnemingen.

Rond 1979 verlaat de K.N.S.M. als laatste grote rederij de etablissementen in het Oostelijk Havengebied en vestigt het bedrijf zich in het Westelijk Havengebied nabij de Amerikahaven. Ondanks grote investeringen in schepen kan de rederij het niet bolwerken. Het streven naar diversificatie werpt geen vruchten af en eind 1980 leiden fusiebesprekingen met de Koninklijke Nedlloyd Groep tot een overname. Dochtermaatschappij KNSM Lijnen BV blijft bestaan, maar het grootste deel van de rederijactiviteiten worden verplaatst van Amsterdam naar Rotterdam.

2 Koninklijke West-Indische Maildienst

De Koninklijke West-Indische Maildienst wordt in 1882 opgericht. In 1884 vertrekt het eerste schip vanaf de De Ruijterkade naar Suriname, uitgezwaaid door leerlingen van de Openbare Handelsschool. Vanaf 1888 worden ook lijnen via de haven van New York gevaren.

Het kantoor en het etablissement van de rederij zijn beide gevestigd aan de De Ruijterkade.

In 1912 wordt de Koninklijke West-Indische Maildienst overgenomen door de K.N.S.M. De rederij blijft zelfstandig en vaart samen met de K.N.S.M. de lijnen naar West-Indië, New York en Suriname. In 1927 wordt het gehele K.W.I.M.-bedrijf geïntegreerd in de K.N.S.M. en verdwijnt de naam.

3 Koninklijke Hollandsche Lloyd

In 1899 wordt de Zuid-Amerika Lijn (Z.A.L.) opgericht. De jonge maatschappij ondervindt zware tegenwind en vanaf 1904 gaat het bergafwaarts met de Z.A.L. Verschillende Duitse rederijen zijn geïnteresseerd in een overname van de rederij maar op initiatief van de Nederlandsche Handelmaatschappij en de K.N.S.M. wordt in 1908 een financieel sterker bedrijf opgericht onder de naam Koninklijke Hollandsche Lloyd. De rederij investeert veel geld in de vloot. In 1909 wordt het eerste mailschip van de rederij in de vaart genomen. De namen van deze mailschepen eindigen allemaal op een ‘a’, zoals bijvoorbeeld het ‘S.S. Hollandia’ De namen van de verschillende vrachtschepen van de rederij eindigen allemaal op ‘land’, zoals in S.S. Rijnland. K.N.S.M.-directeur E. Heldring wordt commissaris van de K.H.L. maar treedt in 1920 af na een meningsverschil met directeur Wilmink over de vaargebieden van de K.H.L. en over de hoge uitgaven van de rederij aan onroerend goed en schepen.

De etablissementen van de Lloyd zijn vanaf het begin gevestigd op een ruim terrein aan de Oostelijke Handelskade, niet ver van de Verbindingsdam. Op deze plaats laat de rederij een prestigieus hotel bouwen dat de naam Lloyd Hotel krijgt. De rederij betrekt in 1920 een groot kantoor op de hoek van de Martelaarsgracht en de Prins Hendrikkade maar moet dit kantoorgebouw al in 1922 weer afstoten, waarna een aanmerkelijk kleiner kantoorgebouw aan de Oostelijke Handelskade wordt betrokken.

De rederij komt aan het begin van de jaren dertig opnieuw in moeilijkheden. Eind 1935 wordt een surseance van betaling uitgesproken. In 1936 wordt het Lloyd Hotel aan de gemeente Amsterdam verkocht. De gehele vloot wordt verkocht. Een deel van de vloot wordt verkocht aan een nieuwe N.V., de N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd.

4. N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd

De N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd wordt opgericht door de Rotterdamse rederij Wm.H. Müller en door de K.N.S.M., met steun van de Maatschappij ter Behartiging van Nationale Scheepvaartbelangen (Benas). Het aantal lijnen van de nieuwe rederij wordt verkleind en een deel van het etablissement wordt met toestemming van de gemeente verhuurd aan de douane. De rederij komt redelijk ongeschonden door de bezettingstijd, al is er een vertrouwensman aanwezig die namens kapitein Christiansen, commissaris voor de zee- en binnenvaart toezicht houdt op de rederij. Begin 1944 wordt een begin gemaakt met de liquidatie van de rederij, maar deze is nooit voltooid zodat de rederij ook niet meer opnieuw opgericht hoefde te worden. Een groot deel van de vloot gaat overigens tijdens de oorlog verloren.

Vanaf 1954 wordt een grootscheeps bouwprogramma opgestart en worden alle stoomschepen geleidelijk vervangen door motorschepen met een groter tonnage. In 1955 richt de rederij samen met rederij Müller een aparte scheepvaartmaatschappij op die de bouw van de motorschepen Montferland, Vreeland, Waterland en Zeeland voor zijn rekening neemt. Via deze constructie slaagt de rederij er in om extra kapitaal van institutionele beleggers aan te trekken.

Vanaf 1957 treedt de rederij op als directie voor dat deel van de vloot van Wm.H. Müller dat Amsterdam als thuisbasis heeft. In 1970 komt het gehele kapitaal en de gehele vloot in handen van de K.N.S.M., inclusief de Müller-schepen die Amsterdam als thuisbasis hebben. Tussen 1971 en 1972 worden de stuwadoorsbedrijven van de Lloyd en van de K.N.S.M. geïntegreerd. Gaandeweg wordt de bedrijfsvoering van de rederij onderdeel van het K.N.S.M.-bedrijf. In 1981 wordt de K.N.S.M. overgenomen door rederij Nedlloyd. Na deze overname verdwijnt de naam Koninklijke Hollandsche Lloyd.

5. Verantwoording van de bewerking

In 2011 heeft rederij Maersk het Stadsarchief Amsterdam het bedrijfsarchief van de rederij Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (K.N.S.M.) geschonken. Bij de overdracht zijn ook stukken overgedragen van de rederijen Koninklijke West-Indische Mail, Koninklijke Hollandsche Lloyd en N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, die alle tot de K.N.S.M. hebben behoord. Ook zijn stukken overgedragen van rederijen die niet tot de K.N.S.M. hebben behoord, maar tot de rechtsopvolger Nederlandse Scheepvaart Unie, vanaf 1977 Koninklijke Nedlloyd. Het betreft hier de rederijen Stoomvaart Maatschappij Nederland, Java-China-Japan Lijn, Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijn en Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Als laatste zijn archivalia aangetroffen van vennootschappen waarvan de K.N.S.M. samen met andere rederijen mede-deelnemer was Het betreft hier archivalia van N.V. Kantoorgebouw het Scheepvaarthuis en N.V. Verenigde Nederlandse Scheepvaartmaatschappij. De omvang bedraagt in totaal 76 meter.

Deze schenking is voorafgegaan door een schenking van vereniging de Kroonvaarders van een omvangrijke collectie scheepsdagboeken van schepen van de K.N.S.M. en van dochtermaatschappij Nieuwe Kustvaart Maatschappij. De omvang van dit archiefdeel bedroeg 15 meter. In 2012 is door het Maritiem Museum een aanvulling overgebracht. De jaarverslagen en scheepspapieren die in deze aanvulling zijn aangetroffen, zijn opgenomen in de inventaris. De omvang hiervan bedraagt 1 meter. Tijdens de bewerking zijn tenslotte drie kleine aanvullingen aan het archief toegevoegd. Het betreft hier archivalia van particulieren die op enig moment in dienst van de K.N.S.M. zijn geweest. De omvang van deze aanvullingen bedraagt totaal ongeveer 45 centimeter. Na bewerking bedraagt de omvang van het archief 61 meter.

Bij de bewerking is het archief ontdaan van alle dubbelen en vernietigbare personeelsbescheiden. De omvang van het vernietigbare materiaal bedraagt 20 meter. De personeelsdossiers van de opvarenden die zijn aangetroffen bij de N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd zijn bewaard, personeelsdossiers van kantoor- en walpersoneel worden niet bewaard,

De K.N.S.M. heeft in de loop van haar bestaan dochtermaatschappijen opgericht voor afzonderlijke werkgebieden, zoals de Rijnvaart (Nieuwe Rijnvaart Maatschappij), de vaart in het Caraïbisch gebied (West-Indische Scheepvaart Maatschappij) en de wilde vaart, ook wel de trampvaart genoemd (Nieuwe Kustvaart Maatschappij). Archivalia van deze afzonderlijke dochtermaatschappijen zijn beschreven in de rubriek gedeponeerde archieven. In deze rubriek zijn ook archivalia opgenomen betreffende de besturing van pensioen- en voorzieningsfondsen voor en sportverenigingen ten behoeve van personeelsleden. Een derde categorie archivalia die in deze categorie zijn opgenomen, vormen de archivalia van commissies die zijn ingesteld voor bijzondere omstandigheden. Ten tijde van de eerste wereldoorlog heeft de rederij een niet onbelangrijke rol gespeeld in de oprichting van een commissie voor werkverschaffing aan Amsterdamse zeelieden, haven- en veemarbeiders. Gedurende de tweede wereldoorlog wordt het beheer van dat gedeelte van de Nederlandse koopvaardijvloot dat bij het uitbreken van de oorlog buiten de territoriale wateren verblijft, uitgeoefend door de Nederlandse Scheepvaart- en Handelscommissie. K.N.S.M.-directeuren D. Hudig (standplaats Londen) en S.M.D. Valstar (standplaats New York) spelen een belangrijke rol in deze commissie.

De Nederlandse reders stellen na de oorlog een gezamenlijke commissie in die overeenstemming met de Nederlandse regering moet bereiken over de verdeling van de kosten die samenhangen met het beheer van de gehele Nederlandse koopvaardijvloot tijdens de oorlog. K.N.S.M.-directeur J.P. Kruseman maakt deel uit van deze commissie.

Ook de Koninklijke West-Indische Maildienst heeft een aantal dochtermaatschappijen opgericht voor de exploitatie van vier schepen in Suriname de stoomschepen Coppename, Marowijne, Saramacca en Suriname. Deze zijn in de rubriek gedeponeerd archief onder het archief van de K.W.I.M. geplaatst. De N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd heeft voor de financiering van de bouw van de vier motorschepen Montferland, Vreeland, Waterland en Zaanland een aparte scheepvaartmaatschappij opgericht. Archivalia zijn onder het archief van de N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd in de rubriek gedeponeerd archief geplaatst, samen met archivalia van Müller Transport, waarvan de rederij tussen 1957 en 1970 de directie voert en met archivalia van de Sport- en Ontspanningsvereniging der N.V. tot voortzetting van de Koninklijke Hollandsche Lloyd.

In het archief zijn ook de persoonskaarten van de opvarenden opgenomen. Deze persoonskaarten vormen een waardevolle bron voor genealogisch onderzoek. De omvang van de persoonskaarten van de rederijen die zijn opgenomen in deze inventaris bedraagt 60 meter. Het merendeel van de stukken heeft betrekking op de bestaansperiode van het bedrijf, dus de periode 1856-1981. Het oudste stuk is gedateerd 1624; het gaat hier om een retro-acte behorende bij de aankoop van Binnenkant 5, dat is gesloopt voor de bouw van het Scheepvaarthuis.

Archivalia van de rederijen die niet tot de K.N.S.M. maar tot de de rechtsopvolger Nederlandse Scheepvaart Unie, vanaf 1977 Koninklijke Nedlloyd zijn afzonderlijk beschreven en niet opgenomen in deze inventaris. Deze archivalia worden overgebracht naar het Nationaal Archief.

In toegangsnummer 818 zijn archivalia van de afdeling publiciteit van de K.N.S.M. opgenomen. Deze archivalia waren al eerder overgedragen en maken geen deel uit vam deze inventaris.

6. Openbaarheid

Het archief is openbaar met uitzondering van persoonskaarten van bemanningsleden.

Een aantal nummers is in het kader van de Wet Bescherming Persoonsgegevens beperkt toegankelijk. Deze nummers bevatten gegevens met bijzondere persoonskenmerken. Het gaat hierbij om de volgende nummers (met tussen haakjes het jaar waarin ze openbaar zullen worden): 324 (2028), 325 (2030), 326 (2032), 327 (2034), 328 (2036), 329 (2038), 330 (2040), 1036-1364 (2063), 1371-1514 (2063), 2596-2597 (2035), 2598-2599 (2036), 2600-2601(2037), 2602-2603 (2038), 2604-2605 (2039), 2606-2607 (2040), 2608-2609 (2041), 2610-2611 (2042), 2612-2614 (2043), 2615-2616 (2044), 2617-2618 (2045), 2619-2620 (2046), 2621-2622 (2047), 2623-2625 (2048), 2626-2627 (2049), 2628-2629 (2050), 2630-2631 (2051), 2632-2633 (2053), 2634-2635 (2054), 2636-2637 (2055), 2638-2639 (2056), 2640-2642 (2057), 2643-2644 (2058), 2664 (2048), 2816-2861 (2021), 3252 (2039), 3253 (2046), 3254 (2029), 3255-3256 (2033), 3257 (2029), 3258 (2039), 3259 (2046), 3260 (2033), 3261 (2039), 3262 (2046), 3263 (2029), 3264 (2033), 3265 (2039), 3266 (2046), 3267 (2033), 3268 (2039), 3269 (2029), 3270 (2033), 3271 (2046), 3272 (2039), 3273-3274 (2033), 3275 (2039), 3276 (2046), 3277 (2033), 3278 (2029), 3279 (2042), 3280 (2033), 3281 (2039), 3282 (2046), 3283 (2042), 3284 (2029), 3285 (2046), 3286 (2036), 3287 (2039), 3288 (2033), 3289 (2042), 3290 2033), 3291 (2039), 3292 (2046), 3293 (2036), 3294 (2042), 3295 (2046), 3296 (2039), 3297 (2029), 3298 (2033), 3299 (2036), 3300 (2042), 3301 (2039), 3302 (2046), 3303 (2033), 3304 (2036), 3305 (2042), 3306 (2039), 3307 (2034), 3308 (2046), 3309 (2039), 3310 (2036), 3311 (2042), 3312 (2043), 3313 (2039), 3314 (2046), 3315 (2033), 3316 (2042), 3317 (2036), 3318 (2029), 3319 (2033), 3320 (2039), 3321 (2042), 3322 (2033), 3323 (2036), 3324 (2046), 3325 (2039), 3326 (2033), 3327 (2042), 3328 (2046), 3329 (2036), 3330 (2033), 3331 (2039), 3332 (2032), 3333 (2042), 3334 (2039), 3335 (2046), 3336 (2033), 3337 (2042), 3338 (2039), 3339 (2036), 3340 (2039), 3341 (2046), 3342 (2029), 3343 (2033), 3344 (2036), 3345 (2042), 3346 (2039), 3347 (2046), 3348 (2033), 3349-3350 (2036), 3351 (2039), 3352 (2046), 3353 (2029), 3354 (2039), 3355 (2033), 3356 (2042), 3357 (2036), 3358 (2046), 3359 (2033), 3360 (2029), 3361 (2039), 3362 (2042), 3363-3364 (2036), 3365 (2042), 3366 (2033), 3367 (2039), 3368 (2036), 3369 (2046), 3370 (2029), 3371 (2036), 3372 (2042), 3373 (2046) EN 3411-3430 (2056)

U kunt via de inlichtingenbalie van het Stadsarchief een verzoek tot toestemming tot het inzien van niet-openbare archiefbescheiden doen.

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • KNSM
    • Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (K.N.S.M.) : 1
    • Koninklijke West-Indische Maildienst : 2
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.