30190: Archief van het Amsterdamse Bos

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30190

Periode:

1934 - 1997

Inleiding

Omvang en ligging

Het Amsterdamse Bos ligt op het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Amstelveen, en Aalsmeer en is ongeveer 935 hectare groot. Hiervan bestaat 420 ha uit bos, 215 ha uit grasland, 165 ha uit water, 70 ha uit oeverlanden en de overige 65 ha zijn wegen, sportvelden, etcetera. Het gehele bos wordt beheerd door de Gemeente Amsterdam.

Geschiedenis van het Amsterdamse Bos

De geschiedenis van het Amsterdamse Bos begon bij de bioloog Jac. P. Thijsse. Deze maakte zich rond de eeuwwisseling zorgen over het gebrek aan groen in en om Amsterdam. In 1908 schreef Thijsse over het polderland bezuiden de Nieuwe Meer als plaats voor aanleg van een bos. Op 28 november 1928 besloot de gemeenteraad van Amsterdam tot de aanleg van dit bos. Een commissie van vooraanstaande deskundigen op allerlei gebied werd benoemd, om de terreingesteldheid te onderzoeken en de eisen te formuleren welke aan het Bosplan gesteld moesten worden (de Bosplancommissie). Dit moest resulteren in een plan van aanpak. In 1929 nemen Thijsse en andere prominente KNNV'ers (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Veldbiologie) zoals Van Laren en Stomps, naast architect-stedenbouwkundige C. van Eesteren en de stedenbouwkundige J. Mulder, plaats in de commissie voor het Bosplan. Hiervoor worden diverse landschapsparken in Europa bezocht. In mei 1931 verscheen het uitgebreid gedocumenteerde rapport van deze commissie dat als grondslag voor het verdere werk heeft gediend. KNNV'ers zoals Thijsse, Van Laren en Stomps worden ook lid van de kleine Bosplancommissie. Deze commissie geeft vanaf 1934 adviezen aan de ontwerpers en doen aanbevelingen en voorstellen voor het te gebruiken beplantingsassortiment. Tijdens de aanleg van het bos bleef de commissie bijeenkomen, vermoedelijk tot de voltooiing van de aanleg in 1970.

De architect-stedenbouwkundige C. van Eesteren en de stedenbouwkundige J. Mulder ontwierpen het bos. Het "Boschplan" maakt onderdeel uit van het Algemeen Uitbreidingsplan waarin uitbreidingen van de stad Amsterdam planmatig werden voorbereid. Dit gebeurde door de afdeling Stedelijke Ontwikkeling van de Dienst Publieke Werken. Er werd een scheggenstructuur geïntroduceerd: de stad kreeg vingervormige lobben met bebouwing die naar buiten wezen, en daartussen was ruimte voor veel groen. De grootste groene scheg werd het Amsterdamse Bos.

Toen men in 1934 zo ver was om met de aanleg te beginnen waren de crisisjaren in Nederland aangebroken. Veel mensen waren werkloos en deze moesten om een uitkering te krijgen "werken". De aanleg van het Amsterdamse Bos bood werk voor veel mensen dus werd het aangewezen als werkverschaffingsproject. Na de crisisjaren hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangenen gewerkt in het Amsterdamse Bos. Na de oorlog is de aanleg voltooid door gemeentewerkers van de gemeente Amsterdam. Hierbij is voor een deel gebruik gemaakt van personeel dat deels aangetrokken werden via rijksregelingen zoals de Rijksdienst voor de Uitvoering van Werken (D.U.W.) of via gemeentelijke regelingen zoals de Gemeentelijke Sociale Werkvoorzieningsregeling (G.S.W.). De inzet van medewerkers via deze regelingen werd in 1964 beëindigd. In 1970 werd het bosplan voltooid.

Hierna trad een periode van stabilisatie in, waarbij op onderdelen verbeteringen werden doorgevoerd. In de jaren zeventig en tachtig is het Amsterdamse Bos nauw betrokken bij de sanering van de Amstelveense- en Kleine Poel.

Begin jaren negentig werd het Amsterdamse Bos gedwongen een deel van het bos ter beschikking te stellen voor tennisvelden. Deze velden kwamen op de voormalige Vietnamweide. Tennisvelden die voorheen in Buitenveldert waren gelegen, maar plaats hadden moeten maken voor nieuwbouw van het (internationale) hoofdkantoor van de ABN-AMRO Bank. Een ander gevolg van de spanning tussen natuur en economie was de aanleg van het Schinkelbos. Dit is voor een deel gefinancierd met "Schipholgelden", compensatiegelden voor overlast door vliegverkeer, ter beschikking gesteld door luchthaven Schiphol. Het Schinkelbos maakt onderdeel uit van de Groene AS. De Groene AS is een natuur- en recreatieroute die loopt van Amstelland naar Spaarnwoude, dat op zijn beurt weer onderdeel vormt van de ecologische hoofdstructuur.

Functies van het Amsterdamse Bos

Het Amsterdamse Bos heeft een viertal functies namelijk: Groene buffer tussen bebouwing en luchthaven Schiphol, Landschappelijk monument, Recreatie en sportbeoefening en Natuurgebied.

Recreatie en sportbeoefening:

Sinds 1959 is er een camping in het Amsterdamse Bos (Camping "Het Amsterdamse Bos") die voornamelijk wordt gebruikt door buitenlandse toeristen die Amsterdam willen bezoeken en een goedkope overnachting zoeken. De sportvelden: De landelijk bekende hockeyverenigingen Pinoké en Amsterdam (Amsterdamse Hockey en Bandy Club) hebben hier hun sportaccommodatie. Sinds 1937 beschikt het Amsterdamse Bos over een roeibaan, die inmiddels al twee keer is aangepast aan de eisen van de tijd. Hierop werden/worden (inter)nationale wedstrijden gehouden. Naast topsportfaciliteiten beschikt het bos over cricketvelden, een tenniscomplex en een manege, alsmede mogelijkheden voor individuele sport, zoals (hard)lopen, fietsen en zwemmen.

Andere recreatiemogelijkheden zijn het openluchttheater, de museumtram die langs het bos loopt, de geitenboerderij Ridammerhoeve en de mogelijkheden tot het maken van een rondvaart door het bos. Daarnaast zijn er verschillende plekken waar gedronken en gegeten kan worden, onder andere in (pannenkoeken)boerderij Meerzicht, een boerderij die dateert uit de periode dat het bos nog polder was.

Landschappelijk monument:

Het landschap van het Amsterdamse Bos is door mensen vormgegeven, maar door de natuur ingevuld. Het ontwerp is gebaseerd op de Engelse landschapstijl. Romantische waterpartijen, kronkelende paden, hoogte- en dieptewerking, fraaie bosranden zijn daar kenmerken van. De concentratie van de recreatieve trekpleisters is daarentegen afgekeken van de Duitse volksparken. Eigenlijk kom je in het Bos hele verschillende typen landschappen tegen. Niet alleen bos en grote open (recreatie-)vlaktes, maar ook waardevolle oeverlanden, moerasgebieden, rietlanden, intieme slootjes en grote wateroppervlakten vormen een deel van het landschap in het Amsterdamse Bos. In het Amsterdamse Bos bevindt zich, op loopafstand van de geitenboerderij, een pittoresk plekje: de heemtuin "het Vogeleiland". Op kleine schaal zijn hier diverse landschappen nagebootst. De belangrijkste planten van het bos zijn in de heemtuin op een klein oppervlak bij elkaar te vinden.

Natuurgebied:

Het Amsterdamse Bos is een belangrijk natuurgebied voor de regio Amsterdam. Naarmate het bos ouder wordt, neemt de natuurwaarde toe. Het is een prima leefgebied voor veel dieren zoals konijnen, ringslangen, eekhoorns, vleermuizen, wezels en padden. Bovendien is het Amsterdamse Bos een broedplaats voor een groot aantal vogels, waaronder, haviken, buizerds, bosuilen, boomklevers en spechten. Voor deze soorten is het Amsterdamse Bos een kweekvijver voor de regio. Vanuit een groeiende populatie zwermen diersoorten uit naar omliggende gebieden. Vanaf de aanleg van het bos is nauwkeurig in kaart gebracht welke flora en fauna in het bos aanwezig waren.

In het bos ten zuiden van Rijksweg A9 ligt de Amstelveense- en Kleine Poel. De oeverlanden van het poelgebied zijn een restant van een veenmoerasgebied. De bijzondere moerasflora (waaronder orchideeën en de vleesetende zonnedauw) is te zien vanaf het wandelpad dat door het gebied rond de plassen is aangelegd. In het noorden liggen de oeverlanden van de Nieuwe Meer. Die zijn vooral bekend als vogelgebied. Hier broeden de bruine kiekendief, ransuil, waterral en rietzanger, terwijl de baardmees, de blauwborst en de buidelmees regelmatig gezien worden.

Groene Buffer:

Het Amsterdamse Bos is onderdeel van de Groene As dat een groene buffer vormt tussen Schiphol en bebouwing (zie ook onderdeel geschiedenis).

Organisatorische inbedding van het Bos

Het Amsterdamse Bos werd tot 1980 beheerd door de Dienst Publieke Werken. Van 1980 tot 1990 door de Dienst Openbare Werken. Van 1990 tot 1996 door de Dienst Stedelijk Beheer en sinds 1997 door de Dienst Amsterdam Beheer, vanaf 2005 Dienst Advies en Beheer genaamd.

Tot 1990 was het Amsterdamse Bos voornamelijk een beheersorganisatie die zorgde voor het groen, terwijl de afdeling Grondbedrijf de sport en overige recreatie in het bos faciliteerde. Na 1990 werden deze taken in één organisatie ondergebracht die bovendien andere deskundigheid vroeg. Parallel aan de totstandkoming van het beleidsplan werd de organisatie van het Amsterdamse Bos fors gewijzigd.

Binnen de Dienst Publieke Werken waren er verschillende afdelingen verantwoordelijk voor het Amsterdamse Bos/Bosplan. Het Bosplan werd ontworpen door de afdeling Stadsontwikkeling (SO). Hierin werd zij bijgestaan door de al eerder genoemde Bosplancommissie. Met de feitelijke aanleg werd de Nederlandse Heidemaatschappij (de Heidemij) belast. Deze had de zorg over de vele werklozen die door het Arbeidsbureau werden aangewezen om in het Bosplan te gaan werken. De Heidemij was tevens het administratiekantoor, dat zorgde voor de feitelijke uitbetaling van de lonen. De controle hierop gebeurde door Haven- en Waterwerken, de afdeling van Publieke Werken die belast was met de directievoering. Zij diende tevens de declaraties in bij het Rijk en bewaakte de kredieten. Er was daarnaast nog een tweede controle door de Rijksdienst Uitvoering Werken (D.U.W.) die er met name op toezag dat de Heidemij conform de vooraf vastgestelde loonschalen uitbetaalde en geen hogere bedragen uitkeerde. Het inmeten en intekenen van de nieuwe bosgebieden, inclusief de afwatering, bruggen en dergelijke was de taak van Landmeten en Kartografie, eveneens een afdeling van de Dienst Publieke Werken.

Het beheer van het bos was de verantwoordelijkheid van de afdeling Grondbedrijf en de afdeling Beplantingen. De afdeling Grondbedrijf was belast met het faciliteren van de sport- en de recreatieve functies van het bos. Zij verhuurde de in het bos aanwezige sportaccommodaties (onder andere de Bosbaan) aan de diverse verenigingen, maar beheerde ook de camping. De verantwoording voor het beheer van de sportaccommodaties werd in 1980 overgedragen aan de Dienst voor de Sport. De afdeling Beplantingen, na 1980 de hoofdafdeling Groen van de Dienst Openbare Werken was verantwoordelijk voor het natuurgebied, het beheer van het landschappelijk monument en het bewaken van de groene buffer tussen bebouwing en de luchthaven Schiphol. Hierin werd zij bijgestaan door vrijwilligers van de IVN (Instituut voor Natuurbescherming en Educatie) die op woensdagmiddagen en in het weekend bezoekers informeerden over de natuurhistorische verzamelingen in het Bosmuseum. Inventarisatie van de aanwezige flora en fauna gebeurde door vrijwilligers van de KNNV. De Amsterdamse afdeling van de vereniging heeft een belangrijke rol gespeeld bij de voorbereiding van de sanering van de Amstelveense- en Kleine Poel. Medio jaren tachtig is deze rol overgenomen door professionele biologen van de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. In 1990 gingen alle taken over naar de sector Infrastructuur, Sport en Recreatie van de Dienst Stedelijk Beheer, waarbij de verantwoordelijkheden verdeeld waren over de dienst, de sector en de beheersorganisatie. Ofschoon dit formeel niet verschilde ten opzichte van de voorafgaande periode waarin een dergelijk onderscheid was tussen beheersorganisatie, hoofdafdeling en dienst, was de rol die de beheersorganisatie speelde bij de beleidsvoorbereiding veel groter. Het beleidsplan waarin een toekomstvisie op het bos werd geformuleerd werd voorbereid door de beheersorganisatie. Zij organiseerde de inspraak en had een sterke stem bij de besluitvorming. Zowel de voorbereiding als de uitvoering van het plan vroeg een gewijzigde deskundigheid. Parallel aan de totstandkoming van het beleidsplan werd de beheersorganisatie Amsterdamse Bos ingrijpend gereorganiseerd.

Vanaf 1997 werd de beheersorganisatie Amsterdamse Bos, een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (R.V.E.) binnen de Dienst Amsterdam Beheer, met een zelfstandige productbegroting en rekening. De rol van de directie van de Dienst Amsterdam Beheer beperkte zich hoofdzakelijk tot overleg met de verantwoordelijke wethouder, alsmede het faciliteren van personeelszaken en financiën.

Archief

Dit archief betreft archiefbescheiden die gevormd zijn door de beheersorganisatie in het Amsterdamse Bos t/m 1997, aangevuld met archiefbescheiden betreffende het bos gevormd door de sector Infrastructuur, Sport en Recreatie van de Dienst Stedelijk Beheer in de periode 1990 t/m 1996.

Dit archief valt inhoudelijk uiteen in twee periodes, namelijk dossiers vóór en dossiers na 1990. De dossiers die zijn gevormd vóór 1990 zijn voornamelijk uitvoeringsdossiers, gevormd door de beheersorganisatie in het Amsterdamse Bos. Het merendeel van deze dossiers begint in de jaren vijftig. Het zijn onderwerp- en objectdossiers, waarin alle inkomende stukken zijn opgenomen. In 1990 is het archief dat op dat moment in het kantoor van het bos aanwezig was, zeer fors geschoond. Hiervan zijn geen vernietigingslijsten opgemaakt of bewaard. Voor informatie over het beleid in deze periode inzake het Amsterdamse Bos wordt verwezen naar andere archieven.

Sinds 1990 is het archief vollediger en bevat het naast uitvoeringsdossiers ook beleidsdocumenten. Dit is mede het gevolg van de veranderde organisatie waaraan in de vorige paragraaf aandacht is besteed. De dossiers uit deze periode bestaan uit uitvoeringsdossiers, aangevuld met beleidsdocumenten gevormd door het hoofd van het bos. Het deel dat afkomstig is van de sector Infrastructuur, Sport en Recreatie biedt vooral een aanvulling op de dossiers die zijn gevormd door het hoofd van het bos. Deels is er sprake van overlap. Waar dit het geval is, is de archiefvormer expliciet in de omschrijving vermeld, zodat het gezichtspunt duidelijk is.

De dossiers in het archief waren niet volgens een eenduidige rubriekenstructuur geordend. Er is bij de bewerking van het archief voor gekozen om zelf een logische rubriekenindeling te hanteren.

Het overgebrachte archief bestaat voor een zeer groot deel uit correspondentie, met enkele kaarten, tekeningen en rapporten. De omvang betreft 6 strekkende meter. Bij de beheersorganisatie berust ook een beeld- en geluidsarchief. Dit is niet overgebracht.

Verwijzing naar overige archieven

Het archief van de afdeling Publieke Werken van de Secretarie dat de periode 1851 - 1945 omvat. Dit archief is gevormd vanuit het gezichtspunt van het bestuur. Bevat zeer veel correspondentie, met (analoge) toegangen, zowel een namenregister als een toegang op onderwerp. Bevat tevens een volledige serie bestekken en tekeningen. Van iedere zaak waarbij de dienst betrokken was, is correspondentie aanwezig bij de Secretarie. Gelet op de toegankelijkheid en de volledigheid van dit archief is het een belangrijke bron voor onderzoek. Dit archief omvat de gehele periode van het Algemeen Uitbreidingsplan, waaronder het "Boschplan", alsmede de periode waarin een aanvang werd gemaakt met de aanleg van het bos in het kader van de werkverschaffing. Toegangsnummer 5180.

Het archief van de afdeling Publieke Werken van de Secretarie over de periode 1945 - 1970 is hierop een aanvulling en vergelijkbaar met het vorige archief. Toegangsnummer 5180A.

Het archief van de Gemeente Arbeidsbeurs geeft informatie over de aanleg van het bos als werkverschaffingsproject. Toegangsnummer 5236.

Het Centraal Tekeningen Archief (CTA). Dit archief is cruciaal voor alle technische informatie. Dit archief bevat op microfiche alle technische tekeningen die door de afdeling Beplantingen en Grondzaken zijn gemaakt. Daarnaast zijn op rolfilm alle bestekken en berekeningen opgenomen. Toegangsnummers 10057 en 30113.

Het archief van de Dienst Publieke Werken. Dit archief is deels geïnventariseerd. Er is een nog niet extern beschikbare inventaris van het deel over de jaren 1921-1956. Het hoofdstuk Amsterdamse Bos biedt aanvullende informatie ten opzichte van dit archief. Het is zeer uitgebreid en informatief en bevat stukken tot 1969. Toegangsnummer 5213.

De archieven van de Dienst Openbare Werken (toegangsnummer 5458) en de Dienst Stedelijk Beheer (toegangsnummer 5444) bieden geen informatie over het Amsterdamse Bos, tenzij besproken in de managementteam. Er zijn geen aparte dossiers over het Amsterdamse Bos in deze archieven.

Boscommissie: De verslagen van de Boscommissie zijn verspreid over verschillende archieven. Het rapport van de eerste Boscommissie, met reacties, is terug te vinden in de bibliotheek van het Stadsarchief (toegangsnummer 150030, registratienummer 0/51 F 85). De neerslag van de overige vergaderingen zijn deels terug te vinden in het archief van de Dienst Publieke Werken (toegangsnummer 5213) en deels in dit archief.

Beeldmateriaal: Er is een aantal films over het Amsterdamse Bos in het Stadsarchief: films van de Nederlandse Roeibond, registratienummer 9.10 AV, met beelden van de Bosbaan (o.a. de opening door koningin Wilhelmina), daarnaast uit de filmcollectie van de Dienst Publieke Werken: toegangsnummer 5344.AV, registratienummer 110000190 "Amsterdamse Bos uit 1967" en registratienummer 110000193 "Amsterdamse Bos na 20 jaar" uit 1957. Daarnaast zijn er diverse collecties met fotomateriaal. Een selectie hieruit is opgenomen in de Beeldbank. Per januari 2007 waren meer dan 568 foto's opgenomen over het Amsterdamse Bos.

Literatuur

Balk.Th. (1979), Een kruiwagen vol bomen.Verleden en heden van het Amsterdamse Bos.

Boscommissie en reacties op haar rapport, 1929-1932. Toegangsnummer 150030, registratienummer 0/51 F 85.

Bibliotheek Stadsarchief: Tijdschrift Werk in Uitvoering, Beperking van de werkloosheid, over enkele getroffen regelingen, waarbij de Dienst Publieke Werken is betrokken, november 1952

"Het Amsterdamse Bos", artikel door H.K. Heuvelman, gepubliceerd In Werk in Uitvoering, juni 1984, p.237 - 240.

Archiefvormer

Het Amsterdamse Bos
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.