30065: Archief van de Bernard van Leer Foundation

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

30065

Periode:

1941 - 2002

Inleiding

Oprichting en eerste jaren

De Bernard van Leer Stiftung werd op 10 november 1949 door de vatenfabrikant Bernard van Leer (1883-1958) opgericht met als doelstelling: 'de bevordering van cultuur, zedelijkheid en volksgezondheid, in het bijzonder door ondersteuning van het streven naar vrede en het verzachten van de gevolgen van oorlog; bevordering van wetenschap en kunsten; van milieubescherming, natuurbescherming en dierenbescherming, alsmede steun aan instanties voor opvoeding en onderwijs'. (1) Bernard van Leer legde in zijn testament vast dat de Bernard van Leer Stiftung zijn universele erfgenaam zou worden en daarmee dus de enige aandeelhouder van alle bezittingen van het gehele Van Leer-concern. (2) De Bernard van Leer Stiftung werd bestuurd door een Stiftungsrat. In eerste instantie maakten slechts enkele mensen deel uit van de Stiftungsrat. Oprichter Bernard van Leer was voorzitter en had volledige tekenbevoegdheid. J. Bouw, H.E. Hendrix en M.S. Meijer, leden van het zogeheten managementteam van de onderneming, waren eveneens lid van de Stiftungsrat. De Stiftungsrat werd bijgestaan door een secretaris-generaal. De advocaat M.J.C. Vrij, huisjurist van de onderneming en evenals de leden van de Stiftungsrat al jaren een vertrouweling van Bernard van Leer, was de eerste secretaris-generaal. Naast de Stiftungsrat bestond ook de Beistandsrat, voorgezeten door de Zwitserse advocaat Paul Gmür, die Bernard van Leer juridisch bijstond bij het conceptualiseren van zijn nalatenschap. De Stiftung hield kantoor te Luzern, met de Zwitserse jurist Kurt Sidler als directeur.

In 1956 verkreeg de Bernard van Leer Stiftung in Zwitserland belastingvrijstelling. Een jaar later benoemde werden de omtrekken van zijn nalatenschap ontvouwd. Bernard van Leer benoemde de naar hem genoemde stichting tot zijn enige erfgenaam. Zijn zoon Oscar van Leer en zijn rechterhand J. Bouw werden benoemd tot executeurs-testamentair. Alle erfgenamen, echtgenote Polly van Leer en zoons Oscar en Wim van Leer voorop, hadden beloofd zijn laatste wil te eerbiedigen en geen aanspraak te maken op de omvangrijke erfenis. Wel ontvingen alle erfgenamen grote of kleine legaten. Daarnaast werd echtgenote Polly, die zich in 1949 definitief in Israel vestigde, financieel in staat gesteld om haar ideeën uit te dragen door middel van de door haar opgerichte Reubeni Foundation, later voortgezet als the Foundation for the Advancement of Human Culture. Deze Foundation opende in 1956 een gebouw dat dienst deed als spiritueel centrum en als kantoor van de Israëlische Nationale Academie van Wetenschappen. (3)

Op zoek naar een hoofddoelstelling

Bernard van Leer overleed in januari 1958. De Bernard van Leer Stiftung werd na zijn dood de enige aandeelhouder van het totale internationale concern. J. Bouw werd voorzitter en Oscar van leer vice-voorzitter van de Stiftungsrat. De Zwitserse jurist Alois Troller volgde in 1960 Kurt Sidler op als directeur van het kantoor in Luzern. Na de dood van Bouw in 1964 werd Oscar van Leer voorzitter.

In 1962 stelde A.A.M. Struycken, die optrad als adviseur van de Stichting, een viertal criteria voor waaraan projecten die door de Stiftung werden gefinancierd moesten voldoen. De projecten moesten een vernieuwend element bevatten, ze moesten navolging stimuleren om de reikwijdte te vergroten, activiteiten moesten toepasbaar zijn in verschillende landen, waaronder in het bijzonder landen van de Derde Wereld en tenslotte moesten de projecten 'spectaculair' zijn en in brede kring erkend om hun waarde. Al snel werd het de leden van de Stiftungsrat duidelijk dat de Stiftung behoefte had aan een hoofddoelstelling. In eerste instantie leek die gevonden te worden in de ondersteuning van sociale projecten voor (ontsporende) jongeren in de tienerleeftijd. Na enkele jaren kwam een geheel ander aandachtspunt op de voorgrond: onderwijs in de voorschoolse leeftijd als middel om sociale ongelijkheid te verminderen. De Stiftung was in het bijzonder geïnteresseerd in vormen van compensatieonderwijs om de positie van achtergestelde groepen kinderen te verbeteren.

In het kielzog van deze ambitieuze doelstelling werd de professionalisering van de stichting aangepakt. In 1965 werd in Den Haag een 'uitvoerend bureau' opgericht dat onder leiding van de Amerikaan Henry Salzman kwam te staan. Dit bureau ontwikkelde in korte tijd procedures voor het beoordelen van de aanvragen, de toe te kennen bedragen, de manier waarop de gelden betaald werden en voor de manier waarop de ontvangers hun activiteiten moesten verantwoorden. Henry Salzman werd in 1968 opgevolgd door W.H. Welling, die onder meer bij Unesco had gewerkt.

Stiftung, Foundation en Groep Stichting

Vanaf het begin was de Bernard van Leer Stiftung gevestigd in Luzern, Zwitserland. In 1971 werd naast de Bernard van Leer Stiftung de Stichting Bernard van Leer Foundation opgericht. Deze stichting was gevestigd in Amstelveen, hield kantoor in Den Haag en nam in de loop van 1971 alle internationale verplichtingen van de Bernard van Leer Stiftung over. De Bernard van Leer Foundation was een vermogensfonds met de middelen om projecten substantieel te steunen, al stelde de Foundation zelf als voorwaarde dat er een medefinancier werd gezocht.

Naast de Bernard van Leer Foundation werd ook de Van Leer Groep Stichting opgericht, waarin het aandelenkapitaal van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer, zoals de onderneming sinds 1969 heette, was ondergebracht. De Van Leer Groep Stichting moest de belangen van de twee-eenheid bedrijf-stichting als geheel in de gaten houden.

Om verwarring over de besturen te voorkomen, werd het bestuur van de Bernard van Leer Stichting de Board of Trustees (beheersraad) genoemd, terwijl het bestuur van de Van Leer Groep Stichting het Foundation Council (Stichtingsraad) werd genoemd. Wel bestonden de beide organen uit dezelfde mensen, en werden een aantal leden van de Board of Trustees later commissaris van de Koninklijke Emballage Industrie Van Leer. In 1979 werd de Van Leer Groep Stichting omgevormd tot Stichting Van Leer Group Foundation en werden enkele nieuwe benamingen ingevoerd voor de bestuursorganen. Met ingang van 1980 had de 'Council of Nine' officieel drie functies. De leden vormden nu de Board of Trustees (beheersraad) van de Bernard van Leer Foundation, de Supervisory Board (Raad van Commissarissen van de Koninklijke Emballage-Industrie Van Leer en de Governing Council van de Stichting Van Leer Group Foundation.

De jaren zeventig

In de jaren zeventig van de twintigste eeuw ontplooide de Bernard van Leer Foundation een koortsachtige activiteit. De stichting ontving enkele honderden subsidieaanvragen per jaar, die lang niet allemaal konden worden gefinancierd. Het bureau van de Foundation, onder leiding van W.H. Welling, verrichtten veel voorbereidend onderzoek en presenteerden voorstellen voor subsidiabele projecten en een lijstje met afgewezen aanvragen.

De Foundation probeerde in deze jaren een 'netwerk' van projecten te ontwikkelen waarbinnen de ervaringen en ideeën uit de verschillende projecten konden worden uitgewisseld. In de praktijk bleef het beperkt tot de publicatie van de BVLF Newsletter en tot de organisatie van tweejaarlijkse seminars. (4) Voor de seminars, waar telkens één thema centraal stond, werden telkens enkele tientallen projectmedewerkers en deskundigen uitgenodigd, met name uit het werelddeel waar de betreffende bijeenkomst plaatsvond. Ondanks al deze inspanningen lukte het niet om een werkelijk hecht netwerk te formeren.

Begin jaren zeventig lag de nadruk vooral op compensatieonderwijs. Gaandeweg ontstond er meer aandacht voor de rol van de ouders en van het gezin. Een andere tendens was dat de projecten van de Bernard van Leer Foundation in toenemende mate werkten met lesmateriaal en speelgoed dat in samenspraak met ouders en kinderen werd ontwikkeld. Vaak ook liet men de ouders de gebruikte leermiddelen zelf vervaardigen. In de loop der jaren bleek verder dat het in sommige projecten zo goed als onontkoombaar om ook structurele aandacht te besteden aan voeding en gezondheid. Het kwam zelfs voor dat de hoofddoelstelling van een specifiek project was: het opleiden en trainen van geschikte personen tot peuter- en kleuterleidsters.

Gedurende de hele jaren zeventig bleef een sterke band bestaan met de Van Leer Jerusalem Foundation, na de dood van Polly van Leer de rechtsopvolger van the Foundation for the Advancement of Human Culture. Dit kwam mede tot uiting in de financiering van de Jerusalem Foundation. De jaarlijkse bijdrage van de Bernard van Leer Foundation aan de Van Leer Jerusalem Foundation bedroeg in de jaren zeventig een negende gedeelte van het totale bedrag aan dividenden dat de Bernard van Leer Foundation ontving van de Van Leer Groep Stichting. Het Israel Film Archive, dat in 1973 door Oscar's in Israel wonende broer Wim van Leer en diens echtgenote Lia van Leer was opgericht, ontving regelmatig financiële steun van de Bernard van Leer Foundation. (5)

De Bernard van Leer Foundation zag zichzelf als een apolitieke organisatie. Ze kon zich echter niet altijd onttrekken aan politieke beslissingen die werden genomen. De Van Leer-vestiging in Nigeria dreigde genationaliseerd te worden. Het concern betoogde dat alle bedrijfswinsten, in de vorm van onderwijsprojecten voor de jeugd, terugvloeiden naar de landen waar het concern actief was. Nationalisatie was dus eigenlijk overbodig. Bij wijze van tegemoetkoming wilde het concern wel garanderen dat specifiek-Nigeriaanse winsten ook aan specifiek-Nigeriaanse projecten werden besteed. Met dit doel werd de Van Leer Nigerian Education Trust opgericht. De Trust had een locaal bestuur. In de statuten werd een bepaling opgenomen dat de Board of Trustees in Den Haag geconsulteerd moest worden over mogelijke projecten.

De jaren tachtig

Oscar van Leer ging in 1979 officieel met pensioen. Hij kondigde aan zijn bestuurslidmaatschap pas neer te leggen op zijn 72e verjaardag in 1986. (6) Aan het begin van het decennium was al duidelijk dat er meer personele wisselingen zouden plaatsvinden. Het was tijd voor een herbezinning over de taak en werkwijze van de Bernard van Leer Foundation. Deze herbezinning leidde in 1981 tot het beleidsplan 'The programme for the eighties, the outcome of a dialogue'. In dit beleidsplan was vastgelegd dat de Foundation zich richtte op onderwijs aan kansarme kinderen van nul tot zeven jaar. Ze wilde die kinderen helpen hun aangeboren vermogens te verwezenlijken, in weerwil van sociale en culturele belemmeringen. Het nieuwe programma stelde tevens de meer 'holistische' uitgangspunten vast zoals die in de praktijk van het werk waren gegroeid. Veel nadruk lag op de concentrische cirkels waarbinnen het kind opgroeit: het gezin, de familie, de buurt, de bredere samenleving. Het programma erkende uitdrukkelijk dat schoolonderwijs alleen niet voldoende was om de problemen van kansarme kinderen op te lossen. Van belang waren ook de ouders (eventueel getraind als paraprofessionals), de verdere familieleden en de totale omgeving. De aanpak van de stichting moest 'integraal' zijn, dat wil zeggen gericht op 'het hele kind' en met gebruikmaking van diverse middelen. Ook benadrukte het programma twee van oudsher geformuleerde doelstellingen: het streven om projecten een bredere bekendheid, navolging en toepasbaarheid te geven (dissemination) en het streven naar een gelijkwaardige verdeling van de financiering tussen de Bernard van Leer Foundation en de plaatselijke organisaties waar de stichting mee samenwerkt (counterpart funding). Rond 1985 vormden de 'zuiver onderwijskundige' projecten nog maar een derde van het totaal, waaraan slechts een kwart van het budget werd besteed. Sommige projecten hadden nauwelijks meer met de school in traditionele zin te maken. In de woorden van Gert-Jan Johannes: Early Childhood Education werd meer en meer Early Childhood Care and Education.

Met het Programme for the Eighties eindigde de discussies over doelstellingen en methoden niet. Wel ontwikkelden de stafleden een zekere zelfstandigheid ten opzichte van het bestuur en had Oscar van Leer niet langer automatisch het laatste woord.

In 1983 richtte Oscar van Leer het Van Leer Family Fund op. Het Family Fund bouwde nadrukkelijk voort op de filantropische traditie zoals die Bernard van Leer voor ogen stond. Het Van Leer Family Fund kreeg van de Van Leer Group Foundation een eigen vermogen mee. De donaties van het Family Fund vielen buiten het budget van de Bernard van Leer Foundation. Het Van Leer Family fund werd opgeheven na de dood van Oscar van Leer in 1996. Ook op andere terreinen werd de Foundation gestroomlijnd. Het Jerusalem Film Institute kreeg in 1983 voldoende middelen mee om als geheel zelfstandige organisatie verder te gaan. Het Van Leer Jerusalem Institute werd een zelfstandige stichting die rechtstreeks gefinancierd werd door de Van Leer Group Foundation.

Zowel concern als foundation werden in de jaren tachtig bekritiseerd om hun banden met Zuid-Afrika. In 1986 werd de South African Educational Development Foundation opgericht om steun te verlenen aan projecten op het gebied van onderwijs aan gekleurde mensen in Zuid-Afrika. De SAEDF had een eigen budget, daarnaast financierde de Bernard van Leer Foundation ook projecten in Zuid-Afrika.

In 1988 nam W.H. Welling afscheid als directeur van de Bernard van Leer Foundation. Ter gelegenheid van zijn pensionering werd een lijvig liber amicorum uitgebracht. In het boek 'Toward a Brighter Future: a collection of essays and reflections on the work of the Bernard van Leer Foundation contributed to mark the retirement of its Executive Director Dr. Willem H. Welling' besteedden tal van betrokkenen aandacht aan het werkterrein en de resultaten van de Bernard van Leer Foundation in de afgelopen jaren. Welling werd in 1989 opgevolgd door Rien van Gendt. Na diens overstap naar de Van Leer Group Foundation in 1992 werd Van Gendt opgevolgd door Peter Laugharn. Peter Laugharn verliet de Bernard van Leer Foundation in 2008 en werd in 2009 opgevolgd door Lisa Jordan.

Noten

(1) Deze inleiding is in belangrijke mate gebaseerd op De communicerende vaten van Oscar van Leer: ondernemerschap en filantropie in de Van Leer-entiteit, 1958-1986, G.J. Johannes, Amsterdam: 2009. Verder op de schets van de geschiedenis van de Bernard van Leer Stiftung te Luzern, Paul Gmür, 1996 en op De Vatenman: Bernard van Leer (1883-1958), Pauline Micheels, Amsterdam: 2002

(2) Zie voor het archief van de Koninklijke Emballage-Industrie Van Leer N.V. en rechtsvoorgangers: toegangsnummer 1621. Zie voor Bernard van Leer's erfenis: inv.nrs 1645 en 1650

(3) Zie voor de oprichting van de Van Leer Foundation for the Advancement of Human Culture: toegangsnummer 1621, inv.nr. 1655

(4) De communicerende vaten van Oscar van Leer: ondernemerschap en filantropie in de Van Leer-entiteit, 1958-1986, G.J. Johannes, p. 135.

(5) Zie voor Wim van Leer: inv.nr. 1797

(6) Oscar van Leer overleed in 1996

2 Verantwoording van de bewerking

Het archief van de Bernard van Leer Foundation werd in 2005 door de stichting in bewaring gegeven aan het Stadsarchief Amsterdam. Het archief bevat stukken vanaf de oprichting van de Bernard van Leer Stiftung in 1949 tot het jaar 1989. Omdat de projecten langdurige financiële verplichtingen met zich meebrengen lopen dossiers vaak langer door dan de gekozen einddatum 1989. Ook om andere redenen bevinden zich jongere archivalia in het archief. De Bernard van Leer Foundation is zodanig verbonden aan de persoon van Oscar van Leer, dat stukken verband houdend met diens dood zijn opgenomen in het archief.In 2008 werd begonnen met de bewerking van het archief. Het archief is ontdaan van dubbelen, tenzij er op of in een stuk aantekeningen werden gemaakt of wanneer op één stuk notities zijn gemaakt betreffende twee verschillende projecten.

Bij de bewerking zijn de stukken geplaatst naar de archiefvormer, stukken van voor 1965 zijn geplaatst onder rubriek 3, archief van de Bernard van Leer Stiftung. In een enkel geval kon de streep niet zo duidelijk getrokken worden, dan is inhoudelijk gekeken waar het betreffende stuk of dossier het best tot zijn recht komt. Een voorbeeld hiervan is een overzicht van de historische ontwikkeling van de Zwitserse Bernard van Leer Stiftung, in 1996 geschreven door Paul Gmür, die is geplaatst onder de Bernard van Leer Stiftung. In rubriek 4 zijn de stukken van de South African Educational Development Fund, de Van Leer Nigerian Education Trust, het Israel Film Archive, de Van Leer Jerusalem Foundation, de Van Leer Group Foundation, de Van Leer Foundation for the Advancement of Human Culture en de National Association of projects associated to the Bernard van Leer Foundation geplaatst. Alle overige archivalia zijn geplaatst onder het archief van de Bernard van Leer Foundation.

Het grootste gedeelte van het archief bestaat uit projectdossiers. De projectdossiers zijn alle geordend naar het land waarop ze betrekking hebben. De projectdossiers zijn ontdaan van betalingsopdrachten en andere financiële stukken met een routinematig karakter. Wanneer een project meerdere fasen heeft doorlopen, zijn de afzonderlijke dossiers beschreven als 'fase 1', 'fase 2' enzovoorts. In enkele gevallen bleek de fasering niet eenduidig en werd de term 'verspreidingsfase' ('dissemination') of 'systematisering en consolidatie van het model' gebruikt.

Projectdocumentatie is geordend naar het project waar ze betrekking op heeft, waarbij boeken, brochures, video's, dia's, audiocassettes en soms foto's binnen een verzamelbeschrijving apart zijn beschreven. Publicaties die betrekking hebben op projecten in landen zijn opgenomen in de betreffende landenrubriek. Publicaties met een algemenere strekking zijn opgenomen in de rubriek publicaties en producties. Publicaties uitgebracht met een PR-doelstelling zijn opgenomen in de rubriek Public Relations.

De omvang van het archief bedroeg voor aanvang van de bewerking ongeveer 75 meter. Na

bewerking bedraagt de omvang van het archief ongeveer 57 meter.

Archiefvormer

Leer, Bernard van, Foundation
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.