247: Archief van de Noorder IJpolder

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

247

Periode:

1879 - 1965

Inleiding

Ontstaan en geschiedenis

De Noorder-IJpolder is ontstaan als een onderdeel van de inpoldering van het IJ, in verband met de aanleg van het Noordzeekanaal door de Amsterdamse Kanaalmaatschappij in 1865 - 1872. Nevens dit kanaal werden tien zijkanalen A t/m K gegraven naar zekere punten van de IJ-oevers voor scheepvaart en uitwatering. Langs het Noordzeekanaal en die kanalen werden kaden gevormd, hoog + 1m NAP. De oppervlakten tussen die kaden en de bestaande IJ-dijken werden leeggemalen en tot polder ingericht. De gronden werden tussen 1873 - 1879 door de Amsterdamse Kanaalmaatschappij in openbare veiling verkocht. 1)

Een van drooggemalen polders in de Noorder-IJpolder of Polder VIII, die begrensd wordt ten Z.W. door het Noordzeekanaal; ten N.V. door Zijkanaal h, ten N.O. door de Oostzanderdijk en Zijkanaal I, ten Z.O. eveneens door Zijkanaal I.

Op 22 mei 1880 houdt het polderbestuur zijn eerste vergadering op het stadhuis te Amsterdam, waar de veilcondities,die de Amsterdamse Kanaalmaatschappij gesteld had bij de verkoop van de gronden in de polder, besproken worden. 2)

Ruim een half jaar later, op 30 november 1880, verschenen voor de notaris W.A.J. Elzevier Dom de volgende partijen: aan de ene zijde de vertegenwoordigers van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij en aan de andere kant de voorzitter en de secretaris-penningmeester van de Noorder-IJpolder en de burgemeester en de gemeentesecretarisvan Amsterdam om de acte van overdracht te tekenen, waarbij de gronden van de Noorder-IJpolder eigendom van de gemeente Amsterdam werden voor ruim fl. 162.000,=.

Van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij kreeg de polder in eigendom het watergemaal, de steenkolenloods en de machinistenwoning, die door de Maatschappij waren gebouwd. Volgens de veilcondities moest het polderbestuur voor het onderhoud van de dijken, rijwegen, bermen en tochten zorgen. De eerste twee werden door de polder in eigendom overgenomen, voor zover de dijken waterkerend waren en de rijwegen voor het verkeer noodzakelijk waren. Aanvankelijk wilde de gemeente Amsterdam de dijk langs Zijkanaal H kopen en onderhouden, maar de Gemeenteraad wilde het niet goedkeuren, omdat deze van mening was, dat de polder zelf de waterkerende werken moest onderhouden conform de veilingcondities. 3)

Nu waren er echter enige bermen en tochten, die de gronden van Amsterdam in de polder van de IJ-dijken scheidden, geen eigendom van de gemeente geworden.

B. en W. droegen aan de Gemeenteraad voor die stukken grond ook te kopen. De Raad was echter niet spoedig ovetuigd van het belang van die aankoop, zodat de definitieve aankoop van de gronden door Amsterdam van de Amsterdamse Kanaalmaatschappij enige maanden vertraagd werd. Tenslotte heeft de Raad de voordracht van B. en W. wel goedgekeurd, omdat de waarde van de grond in de Noorder-IJpolder door de uitbreiding van Amsterdam-Noord en door zijn onmiddelijke ligging aan het IJ, welke van belang kon zijn voor het aantrekken van industrie, zou stijgen en de aankoop hiervan zeker baten zou kunnen afwerpen. 4)

In 1881 heeft de gemeente Amsterdam zijn gronden aan landbouwers verhuurd, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het onderhoud van die gronden bleef aan de gemeente. 5)

Tot 1918 werd het gemaal, dat het water in de polder op peil moest houden, door stoom gedreven. In de eerste wereldoorlog werd echter het tekort aan brandstoffen zo nijpend, dat de polder niet de hoeveelheden brandstoffen kreeg die besteld waren. De gemeente Amsterdam bood nu aan stroom te leveren aan het gemaal, dat dus geëlectrificeerd werd. 6)

De polder heeft zijn landelijk karakter behouden tot zich daar grote industrieën gingen vestigen. In 1921 ging de Nederlandse Dokmaatschappij er dijkwerken uitvoeren en naderhand op de terreinen in het Zuiden van de Noorder-IJpolder zijn scheepswerf te vestigen.

Zo ontstond de noodzakelijkheid voor de aldaar werkende arbeiders woningen te bouwen. Maar in de tijd na de eerste wereldoorlog was er in Amsterdam een grote woningnood en achterstand in de woningbouw. Om in de behoefte te voorzien droegen B. en W. aan de Gemeenteraad voor 1000 noodwoningen te bouwen in de Noorder-IJpolder voor 4 miljoen gulden met steun van het Rijk. Het lag in de bedoeling ze na 10 à 15 jaar weer op te ruimen. Ze hebben er veertig jaar gestaan, tot ze bij de doorbraak van de dijk langs Zijkanaal H in 1960 zo verwoest werden, dat ze moesten worden afgebroken. Ze zijn tenslotte de kern geworden van het tuindorp Oostzaan, omdat na de vestiging van de Nederlandse Scheepsbouwmaatschappij na 1918 en de Nederlandse Dokmaatschappij in 1921 zoveel mensen zich daar gingen vestigien, dat hier na 1922 ook permanente woningen werden gebouwd.

Wanneer zo'n bedrijf als de Nederlandse Dokmaatschappij of de gemeente Amsterdam in de Noorder-IJpolder terreinen wilde ophogen voor de vestiging van een scheepswerf of een fabriek of voor stratenaanleg of woningbouw, moest de opzichter van de Noorder-IJpolder telkens op de uitvoering er van toezicht houden. 7) In de nacht van 29 en 30 December 1925 was de dijk langs Zijkanaal II bijna doorgebroken tengevolge van een zware zuidwesterstorm, die vrij spel had gehad over het Noordzeekanaal. De Coenhaven was nl. kort te voren juist recht tegenover die dijk aangelegd, zodat de aangrenzende wateroppervlakte op die plaats aanmerkelijk breder was geworden en de golfslag bij zuidwesterwind veel sterker werd.

Er is veel te doen geweest, speciaal over de vraag wie aansprakelijk was voor de schade hierbij aan de polderdijk aangebracht. Een advocaat, door het polderbestuur in de arm genomen, stelde dat Amsterdam bij de aanleg van de Coenhaven geen rekening had gehouden met die mogelijkheid en dat de gemeente aansprakelijk kon worden gesteld voor de schade, hierdoor aan derden onder bepaalde omstandigheden aangedaan. Op grond van die overwegingen, die ook door de stadsadvocaat werden gedeeld, besloot Amsterdam fl. 10.000,= schadevergoeding uit de keren om de dijk ter plaatse te herstellen. 8) De verbetering van die dijk bleek na twee jaar nog niet afdoende te zijn; in 1928 lekte ze in de directe omgeving van het gemaal. 9)

Toen het Noordzeekanaal in 1931 werd verbreed, werd een deel van de dijk langs Zijkanaal H verlegd. 10)

In 1940 brak de tweede wereldoorlog uit en de Duitsers trokken ons land binnen. Hiervan ondervond ook de Noorder-IJpolder de gevolgen. Het Dagelijks Bestuur van de Noorder-IJpolder ontving in October 1940 een aanschrijving van het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland, dat alle ambtseden niet meer "jegens de Koningin" afgelegd mochten worden, maar slechts op het in het bezette Nederlandse gebied geldende recht. De belofte moest worden afgelegd, dat de ambtenaar zich zou onthouden van elke handeling gericht tegen het Duitse rijk of de Duitse weermacht. 11) Verder moesten alle ambtenaren in dienst van de polder, dus hier de secretaris-penningmeester, de opzichter, de werkman en de machinist van het poldergemaal, een verklaring ondertekenen, dat ze geen Jood waren en dat ze, indien hun verklaring onjuist mocht zijn, zich aan ontslag blootstelden. 12) In 1944 hebben de Duitse bezettingsautoriteiten het voornemen gehad de dijk bij het gemaal van de Noorder-IJpolder te ondermijnen en te laten springen, wanneer de Verteidigungsstab in Utrecht het nodig oordeelde. Het polder-bestuur kwam echter dit plan door een brief, die het Quartieramt namens bovengenoemde instantie aan B. en W. van Amsterdam had gericht. 13) Eerst had de bezetter overwogen de polder geleidelijk aan onder water te zetten, maar omdat anders de oogst op de bouwlanden hierbij schade zou oplopen, had de bezetter besloten tot onmiddelijke inundatie zodra dit uit militair oogpunt noodzakelijk zou worden geacht.

Om dit gevaar voor het tuindorp Oostzaan, dat toen 14.000 inwoners telde, tenminste te kunnen afwenden, ging een van de bestuursleden naar Utrecht om te proberen de Verteidigungsstab ervan te weerhouden de springstof in de gaten, welke voor dat doel in de dijk werden gemaakt, aan te brengen. Gelukkig had deze actie het beoogde succes. Om volledige zekerheid te krijgen in geval van nood heeft de dienst Publieke Werken van de gemeente Amsterdam toen een 600 meter lange nooddijk ten Noordwesten van Tuindorp Oostzaan aangelegd.

Direct na het begin van de werkzaamheden kreeg de aanneemster, de Nederlandse Ballastmaatschappij, tegenslag: de zandzuiger, die zand naar de dijk perste, werd in September 1944 door de Duitsers vernield. Zo goed en zo kwaad als het ging werd het werk met behulp van draglines en met de hand door arbeiders van de Nederlandse Dokmaatschappij afgemaakt. Bij de kwetsbare punten werden zolderschuiten, geladen met grond, gemeerd om in geval van nood onmiddelijk klaar te staan.

Wanneer eens de electriciteit in het gemaal zou uitvallen, zou een tractor, gevoed met olie, die door de provincie geleverd zou worden, deze taak overnemen.

Toen echter in April 1945 de noodbemaling in werking moest worden gesteld, was geen olie beschikbaar. Maar vlak voor de bevrijding waren in Amsterdam hulpnetjes gemaakt, die de meest vitale overheidsbedrijven als de telefoon en de poldergemalen aan de gang konden houden. De polder, die intussen drassig was geworden door voortdurende regenbuien in April, kon toen in drie dagen worden drooggemalen. 14) Na de oorlog waren door de grote prijsstijgingen de kosten van onderhoud van de dijken en de wegen zo gestegen, dat ze boven het budget van de polder gingen. Daarom wordt deze taak langzamerhand door de gemeente Amsterdam overgenomen, terwijl door de uitbreiding van Tuindorp Oostzaan en de vestiging van industrieën in de omgeving ervan een groot deel van de Noorder-IJpolder volgebouwd raakt.

Na de ramp in Zeeland in 1953 werd de mogelijkheid onder het oog gezien de dijken te verhogen, omdat ze niet op de vastgestelde hoogte waren, maar de kosten ervan bleken te hoog te zijn.15)

Nog vers in het geheugen ligt de overstromingsramp, waardoor de polder op 15 januari 1960 werd getroffen.

Terwijl de bewoners van Tuindorp Oostzaan op de vroege winter-ochtend van 14 januari 1960 nog in alle rust lagen, brak de dijk langs Zijkanaal H plotseling door, waardoor het water uit het Noordzeekanaal door een gat van 5 meter diep en 70 meter breed in de polder en naar het tuindorp stroomde. Over een oppervlakte van 400 ha stond het water 2 meter hoog.

Hierdoor werden 2700 woningen in het westelijk gedeelte van Tuindorp Oostzaan ernstig beschadigd en hun 8000 bewoners worden dakloos. Zij werden gedeeeltelijk elders in Amsterdam en op het schip, de "Zuiderkruis", dat door het Gemeentebestuur werd gecharterd, ondergebracht.

De schade bedroef 13 miljoen gulden naar een berekening van het Nationaal Rampenfonds, dat eerst 40% later de resterende 60% van de geleden schade aan alle gedupeerden heeft uitgekeerd.

Pas op 20 januari was de polder droog, omdat het droogmaken met drijvende zuigers en pompen, die men onmiddelijk naar de plek des onheils had gedirigeerd, werd vertraagd door de geringe diepte van het zijkanaal H. De Dienst Publieke Werken heeft toen een 1 km. lange nooddijk dwars over het Westelijk gedeelte van de polder aangelegd en het droogmaken van het Tuindorp te bespoedigen. De bewoners zijn pas op 29 januari naar hun woningen teruggekeerd omdat de gemeentediensten eerst de wegen, gasleidingen en waterleidingen enz. moesten vernieuwen.

Terwijl de schade werd hersteld, werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de dijkdoorbraak. Na drie maanden heeft de directeur van het Waterloopkundig Laboratoruim te Delft, Prof. Ir. Jac.P. Thijsse, die het onderzoek leidde, de vermoedelijke oorzaak van de ramp bekend gemaakt, namelijk het breken van een waterleidingsbuis in de dijk en de drukgolven van de voorbijvarende zeeschepen in het Noord-zeekanaal.

Het Gemeentebestuur heeft daarna de waterleidingsbuis uit de dijk doen verwijderen.16) Samenstelling en bevoegdheden van het bestuur

Het bestuur van de Noorder-IJpolder is geregeld bij bijzonder reglement, vastgesteld bij besluit van de Provinciele Staten van 17 december 1879 (Prov.blad No. 68) 17) en verder volgens de regelen, vastgesteld in het Algemeen Reglement van het bestuur voor de Waterschappen in Noord-Holland. 18)

De eerste vergadering van het College van het Dagelijks Bestuur vond plaats op 22 mei 1880 op het Stadhuis te Amsterdam. Voorzitter was de Heer A.J.C.J.S.Bergsma, wethouder van de Publieke Werken. 19)

Namen van de voorzitters 1880 - ....

1880 - 1884 A.J.C.J.S. Bergsma

1884 - 1887 Dr. E.E. Heijnsius

1887 - 1904 Mr. H.S. van Lennep

1904 - 1915 L. Serrurier

1915 - 1919 W.H. Vliegen

1919 - 1921 Dr. W. de Vlugt

1921 - 1929 J. ter Haar Jr.

1929 - 1934 E.J. Abrahams

1934 - 1935 W. Boissevain

1935 - 1939 S.R. de Wiranda

1939 - 1941 W. Boissevain

1941 - 1943 Ir. C.J. Neiszen

1943 - 1946 J. Walch

1946 J. Bommer

1946 - 1949 L. Seegers

1949 - 1954 Mr. J.J. van der Velde

1954 - .... Mr. H. van 't Hull

Het bestuur bestaat uit het reeds genoemde College van het Dagelijkse Bestuur en een vergadering van stemgerechtigde ingelanden. Het Dagelijks Bestuur is samengesteld uit een voorzitter en 2 leden. De functies van secretaris en penningmeester worden door één persoon waargenomen. De bestuursleden worden gekozen voor de tijd van drie jaar elk jaar treedt een van hen af. 20)

Volgens het bijzonder reglement moest elk bestuurslid oorspronkelijk een grondbezit van 3 hectare hebben, maar bij de wijziging van dit reglement in 1932 werd dit op een hectare bepaald. Bij de verkiezing van het bestuur geldt het meervouding stemrecht; de eigenaar die 1 - 10 hectaren grond bezit, kan één stem uitbrengen; wie 10 - 20 hectare in bezit heeft, brengt 2 stemmen uit; bij 30 - 40 hectare vier stemmen; bij 40 - 50 hectare 5 stemmen; bij meer dan 50 hs. 6 stemmen. 21)

De bevoegdheden van het College van Dagelijks Bestuur zijn o.a. het ontwerpen van de keur of de verordening op het inwendig beheer. Hierin worden o.a. geregeld de afmetingen en diepte van de sloten, waterleidingen, de aanleg van voetpaden, opslag van goederen in de polder. welke niet zonder toestemming van het Dagelijks Bestuur mag geschieden. Het verricht tevens alle verkopingen, verhuringen, verpachtingen. Het kan de huurders of pachters tot betaling van de huur of pacht dwingen bij nalatigheid. Het benoemd de beambten, stelt de instructies voor hen vast en ontslaat hen.

Met het oog op de verkiezing van de bestuursleden wordt elk jaar door het bestuur een lijst stemgerechtigden ingelanden vastgesteld, die 14 dagen ter visie wordt gelegd. Dit geschiedt 4 maanden voor de gewone tijd van aftreding van een bestuurslid. Volgens het Algemeen Reglement van Waterschappen in Noord-Holland vond de bestuurswisseling plaats in de maand mei, maar in 1932 werd dit gewijzigd bij de herziening van het Waterschapsreglement. De reden van die verandering was de bepaling, dat de herziening van de lijst of de legger vóór de maand mei moest geschieden en het was onmogelijk gebleken ook nog in die maand candidaten voor het bestuur voor te dragen. Daarom werd de bestuursverkiezing voortaan in oktober vastgesteld. 22)

De srecretaris-penningmeester is een ambtenaar van de Gemeentesecretarie of Publieke Werken, die bezoldigd is en die benoemd wordt.

Secretarissen van de Noorder-IJpolder 1880 - ......

1880 - 1884 Mr. D.S. Jolle

1884 - 1907 J.G. ter heide

1907 - 1936 C.Th.H. Vermeer

1936 - ..... J. Rog

De secretaris-pennigmeester schrijft alle ingekomen en minuten van uitgegane stukken en de ontvangsten en uitgaven van de polder naar dagorde in. Hij tekent alle uitgaven op mandaten, die door de voorzitter, een mede-bestuurlid en de crediteur, die het bedrag ontvangt, mede-ondertekend worden. 25) Elk jaar maakt hij de rekening op en ontwerpt hij de begroting voor het volgende jaar. Bij de herziening van het Algemeen Reglement van Bestuur voor Waterschappen in 1932 werd aan de secretaris-penningmeester en de opzichter van de polder een raadgevende stem toegekend. Aanvankelijk hadden beiden geen stemrecht en de opzichter had geen zitting in de bestuursvergaderingen. 26)

De inkomsten van de polder, benodigd om alle onderhoudswerken en andere uitgaven te bekostigen, worden over elk eigendom hoofdelijk omgeslagen. Elk jaar wordt het kohier van omslag door de vergadering van stemgerechtigde ingelanden vastgesteld op voorstel van het Dagelijks Bestuur. De eigendommen is de polder, die aangeslagen zijn, worden vastgesteld in de legger, waarin zijn opgenomen:

  1. alle percelen in de older naar hun kadastrale indeling met de namen van de eigenaars en de erfpachters;
  2. de percelen, die geheel of gedeelteijk niet belast zijn;
  3. de klassificatie der percelen.
Deze legger wordt ter inzage van de ingelanden gelegd en 3 maanden later vastgesteld. In het kohier van omslag staat hoeveel de eigenaar van een preceel verschuldigd is en ook wanneer er betaald moet worden. 27)

Stemgerechtigde ingelanden zijn personen, die meer dan een hectare in eigendom, vruchtgebruik of pacht hebben. 28)

In 1904 werd het Algemeen Reglement in die zin herzien, dat behalve particuliere personen, ook vertegenwoordigers van besturen of stichtigen, die grond in eigendom in de polder hebben, zitting kunnen nemen in de vergaderingen van stemgerechtigde ingelanden. 29)

Het eerste bestuur, dat zich in de vergadering (van stemgerechtigde ingelanden) liet vertegenwoordigen, was het Fonds voor de Predikbeurt van de Doopsgezinde Gemeente te Haarlem. 30)

In 1918 en 1923 lieten de Nederlandse Dokmaatschappij en de Nederlandse Scheepsbouwmaatschappij, die zich in de Noorder-IJpolder gingen vestigen, zich vertegenwoordigen in de vergadering van stemgerechtigde ingelanden. 31)

In 1936 werd de vergadering opnieuw uitgebreid met twee leden, n.l. met vertegenwoordigers van de "Algemene Woningbouwvereniging" en de "Woningbouwvereniging het Oosten". Behalve de bovengenoemde leden hebben zitting in die vergadering de gemeente Amsterdam, de Staat der Nederlanden en enige particulieren. 32)

De eerste vergadering van stemgerechtigde ingelanden vond plaats op 30 augustus 1880 op het Stadhuis te Amsterdam. Volgens het Byzonder Reglement van de Noorder-IJpolder moeten ze minstens 1 x per jaar bijeen komen. De onderwerpen, die op zo'n vergadering ter sprake komen zijn: de begroting, de rekening, de vaststelling van de voorwaarden omtrent de verhuring van eigendommen van de polder, besluiten tot het aankopen, verkopen en belenen van onroerende goederen; schuldbrieven; voorstellen tot het aangaan van geldleningen en de bepalingen van de voorwaarden hiervan. De vergadering kan ook het bestuur machtigen tot het onderhands aanbesteden en het uitvoeren van werken in eigen beheer, verder tot onderhands verkoping, verpachting etc. 33)

Het onderzoek van de begroting vindt plaats door een commissie uit de vergadering van stemgerechtigde ingelanden. Maar in 1907 moest het bestuur aan Gedeputeerde Staten vragen in afwijking van die regel een commissie te benoemen, die niet geheel uit stemgerechtigde ingelanden zou bestaan, omdat er buiten het bestuur maar twee stemgerechtigde ingelanden waren. 34)

Twee jaar later zien ze in de notulen van de stemgerechtigde ingelanden, dat twee gebruikers van grond, die minder dan een hectare bezitten, en een stemgerechtigd ingeland in de commissie zitting hebben. 35)

Ook stelt de vergadering van stemgerechtigde ingelanden de keur af de verordening op het inwending beheer op voorstel van het Dagelijks Bestuur vast. 36) De keur was elke tien jaar herzien en sinds 1879 bijna ongewijzigd gebleven in wat betreft de verdeling van de onderwerpen in hoofdstukken.

In alle keuren voor 1946 waren voorschriften, die in één hoofdstuk thuis horen, ondergebracht in verschillende hoofdstukken, wat het raadplegen moeilijk maakte.

B.V. de voorschriften betreffende de schouw waren te vinden in het hoofdstuk "Waterleidingen" en de rest in het hoofstukken "Schouw", terwijl de verbodsbepalingen over twee afdelingen verdeeld waren, n.l. onder "Waterleidingen"en "Dijken, Wegen, enz.".

In het onderwerp van 1946 werd "alles op zijn plaats gezet" en de voorschriften, die een zelfde onderdeel regelen, werden nu in een artikel ondergebracht. Verder zijn er begripsverklaringen over b.v. sloten, dijken en vee aan het begin van de keur geplaatst. 37)

In 1953 werd een reglement van orde voor de vergadering en van het College van Dagelijks Bestuur en van stemgerechtigde ingelanden vastgesteld. 38) Bewaring en ordening van het archief

Volgens artikel 88 van het Algemeen Reglement Heeft de secretaris-penningmeester het archief van de Noorder-IJpolder onder zijn beheer. Hij stelt de indicateur samen; sinds 1880 zijn ze geregeld bij gehouden.

Toen in 1918 de Archiefwet in werking trad, zonden Gedeputeerde Staten van Noord-Holland aan de secretarissen van de waterschappen een circulaire, waarin van dit feit mededeling werd gedaan en dat de waterschappen op hun kosten zorg moesten dragen voor het archief. 39)

Aanvankelijk werd het archief bewaard in kamer 77 van het Stadhuis te Amsterdam, maar in 1934 werd het gedeelte over de periode 1880 - 1920 overgebracht naar het gemeentearchief te Amsterdam. 40)

Het gedeelte, dat over de jaren 1921 - 1944 liep, werd op de zolder van het huis van de secretaris-penningmeester in Amsterdam-Oost bewaard.

In 1944 werden echter de belangrijkste stukken uit dit archief naar het Stadhuis, waar de secretaris-penningmeester werkte, overgebracht. De inspecteur was namelijk tot de conclusie gekomen, dat de archiefstukken in de woning van de heer Rog niet veilig genoeg waren bewaard in verband met een eventueel inundatie-gevaar; het huis stond n.l. op - 3.80 M NAP. 41)

In 1960 werd het gedeelte van het polderarchief, dat over de periode 1921 - 1958 loopt, aan het Gemeente-archief overgedragen.

De lengte van dit archief is drie meter.

Enkele nummers zijn gereserveerd, omdat daaronder de nog te vormen delen en bundels moeten komen. Uiterlijk in 1965 zal de polder worden opgeheven en daarom is bij het reserveren van nummers gerekend op een periode van nog vijf jaar.

  1. A.A. Beekman, Nederland als polderland, blz. 222 - 225; G.de Vries Azn. De Zeeweringen en waterschappen van Noordholland, blz. 150.
  2. Notulen dagelijks bestuur 1880 - 1901. blz. 1 (inv.nr.4)
  3. Notulen dagelijks bestuur 1880 - 1901, blz.19 (inv.nr.4)
  4. Notulenboek van de besloten vergaderingen van de Gemeenteraad 1879 - '82, blz. 185 - 7 september 1880; Notulenboek van de besloten vergaderingen van de Gemeenteraad 1879 - '82, blz. 196 - 27 october 1880.
  5. Gemeenteblad 1881, 2e afd., blz. 101, 30 maart 1881.
  6. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1918, nr. 81 en 82. (inv.nr. 47);
Notulen stemgerechtigde ingelanden, 8 augustus 1918. (inv.nr. 2).

  1. Notulen dagelijks bestuur 1901 - 1933, blz. 158, blz. 169, blz.187. (inv.nr.5)
Notulen stemgerechtigde ingelanden, 1913 - 1946, blz. 22 (inv.nr.2).

Gemeenteblad, 1e afd., blz.1053, - 13 juni 1919;

Gemeenteblad, 1e afd., blz.1032 en 3712;

Gemeenteblad, 2e afd., blz.929 en 2072;

Besluit van de Gemeenteraad, nr, 133 - 9 december 1920;

A.C. Gebhard en A. van der Vet, Het ABC van Amsterdam, blz.430-431.

  1. Notulen dagelijks bestuur 1901 - 1933, blz. 190 - 192; (inv.nr.5).
Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1926/nr.37; (inv.nr.55).

Dossier P.W. 1926, nr. 513/doss. 80 H - 29 januari; 20 februari; 4 maart; 12 maart, 18 juni;

Boek der besluiten van B. en W. , nr.332 - 18 juni 1926.

  1. Notulen Dagelijks Bestuur 1901 - 1933, blz. 200 (inv.nr.5);
  2. Notulen stemgerechtigde ingelanden, 1913 - 1946; (inv.nr.2).
  3. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1940, nr.112 (inv.nr.69).
  4. Ingekomen be minuten van uitgaande stukken 1940, nr,109;(inv.nr.60);
  5. Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeerster van Amsterdam, 14 juli 1944;
14.71/35 P.W. 1944; brief 25 juli 1949'; 5341/226 H 13 september 1944; Notulen Dagelijse Bestuur 18 september 1944, 22 maart 1945; 24 september 1945; (inv.nr.6). Jaarverslag Gemeente Amsterdam 1945, blz.101; Jaarverslag G.M.B., blz. 4 - 5.

  1. Notulen Dagelijks Bestuur, 5 maart 1953; (inv.nr. 6)
  2. Algemeen Handelsblad 14 januari 1960, Algemeen Handelsblad 27 april 1960.
  3. Provinciaal Blad 1879, no.68; wijzigingen in Prov. Blad 1906 nr. 112 en 1932, nr. 295.
  4. Provinciaal Blad 1854, nr. 80.
  5. Notulen Dagelijks Bestuur 1880, blz. 1 (inv.nr.4)
  6. Bijzonder Reglement 1879, art. 2 en 4.
  7. Bijzonder Reglement 1879, art. 6.
  8. Algemeen Reglement, art. 62.
  9. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1931. (inv.nr.60)
  10. Algemeen Reglement, art. 62.
  11. Algemeen Reglement, art. 89, 90, 112.
  12. Algemeen Reglement, art. 5, lid 4.
  13. Algemeen Reglement, art. 106
  14. Bijzonder Reglement 1879, art. 6.
  15. Algemeen Reglement, art. 6, in Prov.Blad 1904, nr 8.
  16. Ingekomen minuten van uitgaande stukken 1904, nr. 3 (inv.nr.33).
  17. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1918, nos. 8 en 24 (inv.nr.47); Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1923, nos.11 en 30 (inv.nr.52).
  18. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1936, nos. 27 en 79; (inv.nr. 65);
  19. Algemeen Reglement, art. 57, 59 en 61.
  20. Ingekomen en minuten van uitgaande stuken 1907, nos. 32 en 34; (inv.nr. 37).
  21. Notulen stemgerechtigde ingelanden 1880 - 1912, blz.96 - 97, (inv.nr.2).
  22. Algemeen Reglement, art 57.
  23. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1946, nos. 1 en 2, (inv.nr.75).
  24. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken no. 10, 1933 (inv.nr.62).
Notulen stemgerechtigde ingelanden 1913 - 1946, blz. 46.(inv.nr.2).

  1. Provinciaal Blad 1922, nr. 26.
  2. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1934, no. 26 (inv.nr.63).
  3. Ingekomen en minuten van uitgaande stukken 1944, nos. 22 en 24, (inv.nr.73).

Archiefvormer

Noorder IJpolder
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.