1542: Archief van het Amsterdams Studenten Dispuutgezelschap P.A.L.L.A.S.

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1542

Periode:

1907 - 2002

Inleiding

Van het archief van het dispuutgezelschap P.A.L.L.A.S. zijn slechts fragmenten bewaard gebleven. Van de Fata-boeken, waarin de dispuutsleden in volgorde van inauguratie vermeld staan, is helaas alleen deel 1 (van de 2) bewaard gebleven. De aanwezigheid van andere stukken lijkt goeddeels afhankelijk geweest te zijn van een al of niet goed archiverende ab-actis.

Notulenboeken worden in het archief node gemist. Een notulenboek over de jaren 1930-1937 werd in 1996 te koop aangeboden door het Historisch antiquariaat A.G. van der Steur te Haarlem. De huidige verblijfplaats is aan de archiefbeschrijvers niet bekend.

Het merendeel van de stukken die thans geordend zijn bevond zich ten huize van dispuutgenoot H.D. van Stipriaan Luïscius (1929-1999), geïnaugureerd in 1952 (voorjaar), en is na zijn dood aan het dispuut overgedragen.

BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN P.A.L.L.A.S.

Het dispuut is voortgekomen uit de Vroolijke Grocclub, die op 14 november 1902 opgericht werd door E.W. van Straaten, J.P.W.A. Smit, S.I.M. Wijthoff en W.F.M. Schutte. (i) Zij waren allemaal al langer lid van het Amsterdams Studenten Corps. De club hield zijn bijeenkomsten op de Sociëteit N.I.A., of in bekende cafés. De leden droegen clubnamen als bromvlieg, wandelende uitstalkast of zatte afschaffer. De laatste inauguratie vond plaats in 1906. In het voorjaar van 1907 werden onderhandelingen aangeknoopt met de I.S.S.A. om tot erkenning als Corpsdispuut te komen. Op 6 juni van dat jaar is de door Van Straaten opgestelde Wet gereed en dadelijk daarop wordt het dispuut opgericht. Op 7 juni volgt de erkenning door de I.S.S.A.

De betekenis van de gekozen naam P.A.L.L.A.S. is: Pallade Adjutrice Lucis Luctatores Ardentes Sumus, of in de volkstaal: Pallas' Aangebeden Licht Leidt Alle Strijders. De leden van het dispuut spreken elkaar aan met avouso. De rituelen van het dispuut zijn beïnvloed door gotische en Romeinse of oosterse elementen die een sfeer van geheimzinnigheid scheppen. De zinsnede 'Inter hails nostrum scapjam matjam jam drinkam' komt voor in het drinklied. Het inauguratieritueel, de Pavradja Palladja, met onder andere de Diaboladjya, het lectisternium en de Upadhyâya, wordt vooraf gegaan door een sommatie van de foetus door een exploit uitbrengende Pallas-bode.

Het dispuutslied 'Aan 't zwartgelokte hoofd' is gedicht door Tjebbo Franken, en op muziek gezet door J. Smit. (ii) De bestuursinsignes en de dispuutsbul werden ontworpen door de typografisch ontwerper S.H. de Roos. Het vaandel werd ter gelegenheid van het eerste lustrum aangeboden door het A.V.S.V. dispuut NIKH.

In de begintijd van het dispuut werden er werkavonden gehouden op sociaal, religieus en filosofisch gebied. In de jaren '20 is er sprake van een intens dispuutsleven, weliswaar met sterk individualistische tendenties.

In het najaar van 1918 richtten C. Bellaar Spruyt, A. Looijen en P.R. Hugenholtz (iii) de Glans Palladis op. De redactie en administratie berustten bij eerstgenoemde. Het was een maandblad in één exemplaar op dictaatcahierpapier geschreven door de redacteuren. Het was geheim voor niet-Palladijnen, en kon alleen gelezen worden door avousoi die bij de administrateur ingeschreven waren. Een jaar later, in oktober 1919, verscheen De Rode Glans, opgericht door Gompertz, (iv) die in vijf exemplaren verspreid werd, circulerend in vijf kringen. Het blad mocht niet meegenomen worden naar N.I.A. Ter gelegenheid van het 4e Lustrum verschenen de Pallas-Grocjes, onder redactie van Broekman en Goudsmit. Van 1928 af kwam op gezette tijden het Pallas Nieuws uit dat geen literaire pretenties had en onder alle dispuutsleden verspreid werd.

In 1929 wordt het Pallashuis betrokken, Zwanenburgwal 42 (nu nummers 72 t/m 82), in de wandeling genaamd 't Huis, of De Wal. Het dispuut ontwikkelde zich in die tijd in intellectuele richting. In de oorlogsjaren deed een groep Palladijnen verzetswerk vanuit het huis aan de Zwanenburgwal. Dik de Geus was een van de belangrijke verzetsmensen. Hij had in het vreemdelingenlegioen gezeten. Hij werd aan het einde van de oorlog gefusilleerd. Door verraad kwam de SD in het bezit van de sleutel van het Pallashuis. Ary Prins, de laatste praeses Palladis in de oorlog, en Harry Lim, vervaardiger van rubber stempels, werden gearresteerd. Harry Lim werd in december 1944 gefusilleerd, Ary Prins en anderen in februari 1945. Na de oorlog werden ze bijgezet op de erebegraafplaats in Bloemendaal.

Het Pallashuis ging verloren omdat Pallas niet kon bewijzen er rechten op te kunnen laten gelden. Het vaandel, ook verloren gegaan, werd na de oorlog gekopieerd.

In de naoorlogse jaren onderscheidde o.a. Kees Rübsaam zich als mede-oprichter en eerste praeses van de ASVA. De Palladijnen ontmoetten elkaar weer op N.I.A.. Enige tijd fungeerde een huis in de Passeerdersstraat, waar een aantal avousoi woonde, als officieus dispuutshuis. In de jaren zestig kreeg Pallas weer een dispuutshuis aan het Kattegat.

Het dispuut leidde al in 1959 een wankel bestaan, reden waarom van een aantal oudere avousoi een stimulans tot verbetering uitging. Maar in 1970 werden de laatste Palladijnen geïnaugureerd. Daarna werd het dispuut beschouwd als opgeheven te zijn.

Een drukbezochte reünie werd gehouden in 1985 in de kerk De Duif aan de Prinsengracht in Amsterdam, met na afloop een diner in het clubgebouw van de Roeivereniging De Hoop.

In de zomer van 2002 vond een reünie op kleinere schaal plaats, mede ter gelegenheid van het 19de lustrum. Er gingen toen stemmen op om de heroprichting van het dispuut te bevorderen. In elk geval werd de duidelijke wens uitgesproken om in 2007 gezamenlijk het honderdjarig bestaan van het dispuut te vieren.

December 2002 C. Boschma (1951), P.C. Jansen (1958).

(i) E.W. van Straaten (1885-1938), oprichter van De Vroolijke Grocclub in 1902. Hij was van 1903 (na zijn doctoraal, hij promoveerde in 1906) tot 1915 advocaat in Amsterdam, vertrok daarna naar Jena.

J.P.W.A. Smit (geb. 1883), ook jurist, deed zijn doctoraal examen op 6 juli 1907, een maand na de oprichting van P.A.L.L.A.S. Het Fataboek vermeldt: 'Heeft zich na zijn doctoraal nooit meer laten zien'.

W.F.M. Schutte (1882-1930), ook jurist, deed zijn doctoraal examen in 1905 en promoveerde in hetzelfde jaar.

(ii) Tjebbo G. Franken (geb. 1883) studeerde medicijnen. Hij bleef lid van het A.S.C. tot 1910.

Jan Smit (1885-1957), geïnaugureerd op 6 juni 1907 en eerste praeses van P.A.L.L.A.S., was chemicus en later hoogleraar in Wageningen. In februari 1941 werd hem een verbod om te doceren opgelegd, omdat hij ontslagen Joodse hoogleraren op een college herdacht had.

(iii) C. Bellaar Spruyt (1896-1969) geïnaugureerd in 1914, medicus. Hij trad als repetitor op voor hele generaties van P.A.L.L.A.S.-medici.

A. Looijen (1893-1956), geïnaugureerd in 1912, medicus.

Ph. R. Hugenholtz (geb. 1889), geïnaugureerd in 1913, jurist.

(iv) J.L. Gompertz (1896- in 1942 gedeporteerd naar Polen en niet teruggekeerd), geïnaugureerd in 1913, medicus.

Archiefvormer

Dispuutgezelschap P.A.L.L.A.S.
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.