154: Archief van de Vereniging Amsterdamsche Zwemclub 1870

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

154

Periode:

1870 - 1984

Inleiding

1.1 Oprichting

De Amsterdamse Zwemclub is opgericht op 25 juni 1870. De doelstellingen van de zwemclub zijn het beoefenen van de zwemkunst, het uitloven van prijzen voor hen die met levensgevaar zijn medemens uit het water heeft gered en het organiseren van wedstrijden. De eerste leden van de zwemschool zijn alle lid van de Amsterdamse Zwem- en Badinrichting aan de Westerdoksdijk. Al vanaf de beginjaren vertrekken regelmatig leden naar het buitenland of naar de koloniën. In de beginjaren spelen D. Vrijdag en W.E. Bredius (1860-1930) een belangrijke rol in (het bestuur van) de zwemclub. A.Z. staat alleen open voor mannelijke leden.

De eerste wedstrijd vindt plaats op 6 augustus 1870 en zorgt voor veel nieuwe leden en donateurs. Vanaf 1873 worden ook zwemmers van buiten Amsterdam uitgenodigd voor wedstrijden. De zwemclub spant zich met wisselend succes in om zwemlessen te geven aan aspirant-matrozen. Pogingen om in 1871 te beginnen met het zwemonderricht mislukken jammerlijk doordat niemand zich aanmeldt. Een jaar later is dat wel anders: ongeveer 250 jongens reageren op de advertentie die het bestuur plaatst. Helaas is het beschikbare budget volstrekt onvoldoende om iedereen les te geven : slechts tien jongens kunnen zwemles krijgen.

Rond 1875 ontstaan moeilijkheden tussen A.Z. en de exploitant van de Amsterdamse Zwem- en Badinrichting, de heer Löwenstrom. Het bestuur van de zwemclub zendt de gemeenteraad een brandbrief dat er dringend nieuwe zweminrichtingen gebouwd moeten worden. Volgens het dagblad ‘Amsterdamsche Courant’ heeft de stad minstens drie zweminrichtingen nodig.

In 1877 ontstaat opnieuw een breuk tussen zwemclub en zweminrichting. Het waterfeest vindt dat jaar plaats in het open water van het Nieuwe Diep, waar deelnemers en publiek per stoomboot naartoe gebracht worden. De relatie met Löwenstrom is blijkbaar niet blijvend verstoord, in 1879 organiseert de zwemclub opnieuw wedstrijden in de zweminrichting aan de Westerdoksdijk.

1.2 Zwemonderricht

In 1877 verkrijgt de zwemclub van de gemeenteraad een vergunning om een zweminstructeur te mogen aanstellen in de enige plaats waar van gemeentewege gelegenheid bestaat kosteloos te baden en te zwemmen, in de Buitensingel bij de Raambarrière. Ook de lobby voor de bouw van openbare zweminrichtingen blijkt succesvol: in 1878 volgt een raadsbesluit voor de bouw van een openbare bad- en zweminrichting te bouwen naast de al bestaande inrichting van Löwenstrom. Drie jaar later neemt de raad het besluit tot de bouw van een gemeentelijke bad- en zweminrichting aan de Dijksgracht ter hoogte van de Mariniersbrug.

In 1879 kan de zwemclub, met financiële steun van de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen, opnieuw een zweminstructeur aanstellen. In 1881 verstrekt de gemeenteraad een subsidie van 300 gulden als bijdrage in de kosten van de zweminstructeur. Dat de zwemclub in deze jaren van invloed is op het beleid ten aanzien van de gemeentebaden, blijkt wel uit het feit dat ze mogen adviseren betreffende de benoeming van bad- en zwemmeesters en van zwemknechten. De zwemknechten moeten ten overstaan van het bestuur een proeve van bekwaamheid afleggen. De zwemlessen blijken een schot in de roos: in 1882 zijn er in de Westerdoksdijk 430 leerlingen en worden 92 diploma’s uitgereikt. De zweminrichting aan de Dijksgracht heeft datzelfde jaar 244 leerlingen. Hier worden 79 diploma’s uitgereikt. Vier jaar later, in 1886, heeft de zweminrichting aan de Dijksgracht 427 leerlingen en worden 151 diploma’s uitgereikt, terwijl de Westerdoksdijk dat jaar 366 leerlingen heeft en 137 uitgereikte diploma’s.

1.3 Zwembaden en zwemverenigingen

De zwemvereniging blijft zich inspannen om het aantal zwembaden te vergroten. In 1882 opent de bad- en zweminrichting van AZ-lid Th. Heemstede Obelt zijn deuren. Deze instelling is op bepaalde tijdstippen uitsluitend voor meisjes en vrouwen toegankelijk. Vanaf 1886 kunnen meisjes en vrouwen lid worden van de Hollandsche Dames Zwemclub.

‘Heemstede Obelt’, zoals de zweminrichting in de volksmond wordt genoemd, is tot 1914 gelegen aan de De Ruijterkade bij de Oosterdokssluis, waarna het bad verplaatst wordt naar de overkant van het IJ naar wat nu de Badhuisweg heet. Men slaagt er echter vooralsnog niet in om de gemeente te bewegen om meer gemeentelijke zweminrichtingen te bouwen. Wel worden vanaf het eind van de negentiende eeuw met financiële steun van vermogende particulieren, enkele N.V.’s opgericht die zwembaden exploiteren. De N.V. Maatschappij tot exploitatie van de bad- en overdekte zweminrichting, met als drijvende krachten de architect Jonas Ingenohl en de bankier A.C. Wertheim, koopt in 1894 het terrein van het voormalige gevangenisterrein achter het poortje van het rasphuis. In 1896 opent hier het Heiligewegbad zijn deuren.

In 1910 richt de arts, kunstverzamelaar en hoogleraar Otto Lanz met een aantal medestanders de N.V. Maatschappij Zuiderbad op, die de Velox-fietsenfabriek aan de Hobbemakade verbouwen tot het in 1912 geopende Zuiderbad. (2)

In 1916 wordt het beheer van gemeentelijke badhuizen en zweminirchtingen belegd bij de directeur van de stedelijke woningdienst. Vanwege de afnemende waterkwaliteit in de Dijksgracht worden de zweminrichtingen voor mannen en vrouwen in 1916 en 1917 vervangen door zweminrichtingen in de Schinkel en het Nieuwe Diep gebouwd. In 1919 wordt de zweminrichting aan de Westerdoksdijk vervangen door een zweminrichting in de Hamerstraat, dus aan de Noordelijke IJ-oever. (3)

Vanaf het begin van de twintigste eeuw zijn A.Z. 1870 en de H.D.Z. niet meer de enige zwemverenigingen die de stad rijk is. Andere zwemverenigingen zijn onder andere De Jonge Kampioen, De Dolfijn en Het IJ. Zwemvereniging Het IJ speelt een belangrijke rol in de oprichting van N.V. Sportfondsen. Het eerste sportfondsenbad dateert van 1929 en staat in Oost, vlakbij de Linnaeusstraat.

1.4 Jubilea

Vanaf 1910 wordt iedere vijf of tien jaar een jubileum gevierd.

De Amsterdamse Zwemclub viert in 1920 haar gouden jubileum. Dit feest is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Deze subsidie bedraagt fl. 1500,00. De feestelijkheden starten op zaterdag 26 juni 1920 met een 2 kilometer zwemwedstrijd in de Amstel. De start en finish zijn bij het clubgebouw van de Roei- en Zeilvereniging De Amstel. De zilveren beker voor de eerste plaats is ter beschikking gesteld door de heer F. W. C. H. Baron van Tuyll van Serooskerken en is gewonnen door Frits Schutte die de 2 kilometer aflegt in een tijd van 38 minuten en 51 seconden. Op zondag 27 juni 1920 vinden nationale en onderlinge zwemwedstrijden plaats in de Amsterdamsche Bad- en Zweminrichting v./h. Obelt over het IJ. De feestelijkheden eindigen met het houden van geslaagde volkszwemwedstrijden in de Gemeentelijke Zweminrichting te Zeeburg, die speciaal voor dit jubileum kosteloos beschikbaar is gesteld door het gemeentebestuur.

Het 75-jarig bestaan van de vereniging in 1945 wordt vanwege de tijdgeest op niet al te grote schaal gevierd. Wel wordt door erelid J.P.A. Luirink de jubileumuitgave 'driekwart eeuw zwemmen: gedenkboek Amsterdamsche Zwemclub A.Z. 1870' gepubliceerd. Het eeuwfeest in 1970 wordt groots aangepakt. De jubileumviering is voorbereid door een eeuwfeestcommissie die al in 1967 geïnstalleerd wordt. De eerste fondsenwerving voor het jubileum vindt zelfs al plaats in 1962. Ook in 1970 schrijft J.P.A. Luirink een jubileumboek: Honderd jaar AZ: 1870-1970.

Ter gelegenheid van het eeuwfeest ontvangt AZ 1870 het predicaat Koninklijke van H.M. Koningin Juliana vanwege de brede inzet voor de zwemsport en vanwege het sociaal en maatschappelijk belang van de Amsterdamse Zwemclub. Het is in de zwemwereld niet eerder voorgekomen dat een zwemclub dit predicaat toegekend krijgt.

In 1980 bestaat de Amsterdamse Zwemclub 1870 110 jaar.. Ter gelegenheid van dit 110-jarig jubileum is een jubileumgids uitgegeven. Dit is een aanvulling op de eerder verschenen gedenkboeken die uit zijn gegeven bij het 75- en het 100 jarig bestaan van de zwemclub.

1.5 Bekende leden

Veel beroemde zwemmers zijn hun zwemcarrière begonnen bij de Amsterdamse Zwemclub. Onder hen:

Johannes Dirk Bloemen (1864–1939) heeft deelgenomen aan de Olympische Spelen in Parijs in 1900, waar hij op de 200 meter rugslag een tijd behaalde van 3.02,2, die hem een vierde plaats bezorgde;

Anton Harthoorn (1866–1937), zoon van de exploitant van de zwemschool en het zwembad aan de Westerdoksdijk. Hij heeft diverse wedstrijden bij AZ 1870 op zijn naam gebracht en is verschillende malen Nederlands kampioen buikzwemmen geweest. In 1891 zwemt hij de recordtijd van 11 minuten 38.4 seconden en in 1899 wederom een nieuw record van 11 minuten en 21.4 seconden.

Na zijn dood in 1937 is er een wisselbeker naar Anton Harthoorn vernoemd. Deze wisselbeker heeft diverse eigenaren gehad tot in 1962 de Joegoslavische club POSK uit Split de beker niet meer teruggeeft.

Ton Schmidt (1948-) heeft deelgenomen aan de Olympische Spelen in 1972 als lid van het Waterpoloteam dat is geëindigd op de zevende plaats in het klassement.

Chantal Groot (1982) heeft aan de Olympische Spelen van 2000, 2004, 2008, de wereldkampioenschappen zwemmen van 2001, 2003,2005, 2007 en 2009, de wereldkampioenschappen kortebaanzwemmen van 1999, 2000, 2002, 2004, 2006 en 2008, Europese kampioenschappen zwemmen en kortebaanzwemmen van 1999, 2000, 2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 deelgenomen en heeft op deze toernooien in totaal 10 gouden, 5 zilveren en 12 bronzen medailles behaald.

1.6 Ereleden en leden van verdienste; bestuurscommissies

De algemene vergadering kan leden die gedurende een lange periode veel voor de club hebben betekend, benoemen tot ereleden. Het eerste erelid is al in 1871 benoemd: M.H. Blok sr. Daarnaast bestaat sinds 1895 het predikaat lid van verdienste, dat namens het bestuur wordt toegekend. Slechts één lid heeft drie predikaten verworven: F.H. Drost is in 1968 tot lid van verdienste benoemd, waarna hij in 1973 tot erelid en erevoorzitter is benoemd.

Tussen 1945 en 1970 heeft de club, conform de tijdgeest, ook beschermheren. De bekende burgemeester A.J. ‘d Ailly is vanaf 1948 beschermheer geweest, P. Kranenberg, directeur van de Amstel-brouwereij, is dat vanaf 1968 enige jaren geweest.

Het bestuur laat zich in ieder geval vanaf 1928 bijstaan door tijdelijke en vaste commissies, waaronder de jeugdcommissie, de feestcommissie, de waterpolocommissie en de technische commissie, vanaf 1982 de commissie wedstrijdzwemmen genoemd. Voor de viering van jubilea wordt vaak een aparte commissie ingesteld. Vanaf 1928 brengt de vereniging een eigen clubtijdschrift uit. In de loop der jaren is de naam en de opmaak van het tijdschrift verschillende malen gewijzigd.

1.7 Samengaan met H.D.Z.

A.Z. 1870 en H.D.Z. organiseren na de oorlog regelmatig gezamenlijk wedstrijden. In 1967 beginnen de besturen van de beide zwemclubs besprekingen om samen te gaan. Aan de vooravond van het honderdjarig bestaan van A.Z. gaan de beide verenigingen samen. In 1970 luidt de officiële naam: Koninklijke Amsterdamse Zwemclub 1870 met damesafdeling.

A.Z. 1870 concentreert zijn activiteiten op drie locaties. In het Floraparkbad vindt diplomazwemmen plaats, in het Bijlmer Sportcentrum vinden alle sportevenenementen en alle wedstrijdtrainingen plaats en in het recreatiegebouw vereniging bewoners Kantershof vinden alle overige activiteiten plaats. De website van de vereniging speelt sinds enkele jaren een belangrijke rol in de communicatie met de leden.

2 Hollandsche Dames Zwemclub (H.D.Z., 1886-1969)

De Hollandsche Dames Zwemclub (H.D.Z.) wordt op 22 juni 1886 opgericht en is de oudste dameszwemclub. De doelstelling van de H.D.Z. is om zwemwedstrijden voor vrouwen te organiseren. H.D.Z. is één van de oprichters van de Nederlandsche Zwembond, de latere Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). In 1889 wordt een tweede doelstelling geformuleerd: promotie van het zwemmen door gratis zwemonderricht voor minvermogende vrouwen en meisjes. Daartoe zou de zwem- en badinrichting aan de Westerdoksdijk op de woensdagmiddag tussen 2 en 4 uur gereserveerd moeten zijn voor meisjes. In eerste instantie zijn de wedstrijden van H.D.Z. bijna uitsluitend te bezoeken door vrouwen, slechts de jury bestaat in de eerste jaren uit mannen. In 1895 krijgen de vaders van de deelnemende zwemsters toestemming om de wedstrijden te bezoeken.

In 1898 vraagt H.D.Z. de wethouder om de zweminrichting in de Dijksgracht uitsluitend voor meisjes te reserveren. In 1901 wordt aldus besloten, maar een probleem blijft dat er geen toezicht op het dienstdoend personeel is. Uiteindelijk wordt de formule gekozen dat de H.D.Z. verantwoordelijk wordt voor het proef-afnemen en examineren. Naast zwemlessen worden ook zwemwedstrijden georganiseerd. Vanaf 1904 heeft de vereniging ook een eigen waterpoloteam. In het lustrumjaar 1906 organiseert de H.D.Z. voor het eerst een waterpolowedstrijd, en wel tegen de dames van de Haarlemse club H.V.G.B.

Evenals de Amsterdamsche Zwemclub 1870 spant ook de Hollandsche Dames Zwemclub zich in voor de uitbreiding van het aantal beschikbare zwemaccomodaties. In 1913 treedt M. Triebels-Koens (1865-1955), de presidente van de H.D.Z. toe tot de Raad van Commissarissen van de N.V. Maatschappij het Zuiderbad. (4)

In 1926 wordt een jubileumuitgave uitgebracht waarin zwemverenigingen, politieke ambtsdragers en officials uit de zwemwereld terugblikken op mijlpalen uit de veertigjarige zwemgeschiedenis van de vereniging. In 1936 verschijnt een vergelijkbare jubileumuitgave.

H.D.Z. en A.Z. 1870 organiseren na de oorlog regelmatig gezamenlijk wedstrijden. Vanaf de late jaren vijftig begint het ledental terug te lopen. In 1967 beginnen de besturen van de beide zwemclubs besprekingen om samen te gaan. Aan de vooravond van het honderdjarig bestaan van A.Z. gaan de beide verenigingen samen. In 1970 luidt de officiële naam: Koninklijke Amsterdamse Zwemclub 1870 met damesafdeling. Het laatste jaarverslag onder de naam H.D.Z. verschijnt in 1971.

3. Amsterdamsche Dames Zwemclub (A.D.Z., 1914-1964)

De Amsterdamsche Dames Zwemclub is in 1914 opgericht. Zes meisjes, onder wie Rie Beisenherz (1901-1992), worden afgewezen als lid van de H.D.Z. omdat ze te jong zijn. De meisjes beginnen hun eigen clubje, de jonge waterratten, vanwaaruit in 1914 de Amsterdamsche Dames Zwemclub (A.D.Z.) wordt opgericht. De zwemsters van de A.D.Z, vieren in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw hun grootste successen. Rie Beisenherz (1901-1992) is de eerste Nederlandse vrouw die deelneemt aan de Olympische Spelen, en wel die van Antwerpen in 1920. Nida Senff (1920-1995) wint in 1935 en 1937 de 100 meter rugslag en maakt in 1936 deel uit van de Olympische zwemploeg. Tijdens de zomerspelen te Berlijn moet zij tijdens de finale van de honderd meter rugslag terugzwemmen vanwege het missen van een keerpunt waarna zij alsnog vóór haar landgenote Rie Mastenbroek als eerste eindigt.

A.D.Z. viert in 1964 het vijftigjarig bestaan. Het is onbekend in welk jaar A.D.Z. wordt opgeheven of deel gaat uitmaken van een andere zwemvereniging als A.Z. 1970 of de H.D.Z. Gegevens over de Amsterdamsche Dames Zwemclub zijn tot 1964 aangetroffen in de collectie persdocumentatie van het Stadsarchief, daarna niet meer.

4. Verantwoording van de bewerking

Het archief van de Amsterdamse Zwemclub 1870 is in 1956, voorzien van een lijst, overgedragen aan het toenmalige gemeentearchief. In 1966, 1972, 1978 en 1985 zijn aanvullingen overgedragen, alle voorzien van lijsten. In 1972 is ook het archief van de Hollandsche Dames Zwemclub overgedragen. De afzonderlijke lijsten vertoonden veel lacunes en overlappingen en zijn daarom geïntegreerd in één inventaris. Daarbij zijn de verschillende stukken samengevoegd tot doorlopende series, waarbij ze zoveel mogelijk zijn ontdubbeld. In hoofdrubriek 1 zijn de archivalia van de Amsterdamse Zwemclub 1870 te vinden. In hoofdrubriek 2 zijn de archivalia van de Hollandsche Dames Zwemclub opgenomen. In hoofdrubriek 3 zijn archivalia opgenomen die duidelijk niet tot één van beide archieven behoren.

In dit archief is geen archiefmateriaal van de Amsterdamsche Dames Zwemclub aangetroffen, maar wel stukken die zijn toe te schrijven aan een A.D.Z.-lid. Van de zwemster Nida Senff, die in 1936 heeft deelgenomen aan de Olympische Spelen van Berlijn, zijn twee plakboekjes en een aantal persfoto’s aangetroffen. Deze zijn opgenomen in rubriek 3, afgedwaalde stukken. In deze rubriek zijn ook stukken opgenomen van de Amsterdamse Reddingbrigade en de Nederlandse Zwem- en Reddingsbond, alsmede enkele archivalia die wel betrekking hebben op leden van A.Z. 1870 maar geen verband houden met het lidmaatschap van de vereniging.

Het archief is ontdaan van dubbelen en van publicaties van de Koninklijke Nederlandse Zwembond. Bij overdracht bedroeg de omvang ongeveer 12 meter, na bewerking bedraagt de omvang ongeveer 8 meter 50.

Noten

(1) Driekwart eeuw zwemmen: gedenkboek Amsterdamsche Zwemclub A.Z. 1870, door J.P.A. Luirink, Amsterdam, 1947; pp. 15-86

(2) Het Heiligewegbad een het Zuiderbad: Wassen is goed, baden is beter, zwemmen ’t best (devies van de Amsterdamsche Zwemclub), door Marieke de Haan, IN: Amstelodamum, jrg. 86 (1999), pp. 148-156

(3) Baden en zwemmen in Amsterdam, door D. van Vugt, IN: Ons Amsterdam, jrg. 2 (1950), pp. 5-9

(4) Zwemmen in een wielrijschool, door Marius van Melle, IN: Ons Amsterdam, jrg. 64 (2012), pp. 118-123

Archiefvormer

Vereniging Amsterdamsche zwemclub 1870
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.