1501: Archief van de Familie Grewel

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1501

Periode:

1896 - 1982

Inleiding

Familie Grewel

Het oudste archiefstuk van de Amsterdams- Joodse familie Grewel betreft het lidmaatschap van de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij van Salomon Grewel (1875-1931) en dateert uit 1896 (inv.nr. 1). Salomon Grewel werkte, zoals zovele Joden in de negentiende en twintigste eeuw, in de diamantindustrie en was een kundig diamantslijper. Zijn zoon Frits sloeg een andere weg in: hij ging medicijnen studeren aan de Universiteit van Amsterdam en werd psychiater- neuroloog. In de jaren dertig van de twintigste eeuw richtte hij de polikliniek voor kinderpsychiatrie en neuropsychologie op. Zijn speciale belangstelling ging uit naar taal- en spraakstoornissen. Op beide terreinen heeft hij een aantal publicaties het licht doen zien; in het archief zijn recensies van ‘Kinderen leren praten’ (inv. nr. 121) opgenomen, evenals een overdruk van het samen met zijn dochter geschreven artikel ‘Pedodiagnostiek van een geval van infantiele dementie’ (inv. nr. 122). Frits Grewel is zijn werkend leven begonnen als chef van de polikliniek psychiatrie van de Universiteit van Amsterdam en is er geëindigd als hoogleraar pedagogiek.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij als arts werkzaam voor de Joodse Raad en verrichtte hij onder andere keuringen om te bepalen wie wel of niet geschikt was om naar een ‘werkkamp’ te worden gestuurd. In het archief zijn daarvan stukken te vinden. Hij heeft tussen 1942 en 1943 getracht voor zichzelf een niet zuiver Joodse afkomst aan te tonen (inv.nr. 26) en beweerde ook dat hij gemengd gehuwd was, dat wil zeggen dat zijn vrouw niet Joods was. Gemengd gehuwden genoten in elk geval op papier bescherming tegen deportatie. Zowel hij als zijn vrouw en kinderen zijn overigens de oorlog zonder al te veel kleerscheuren doorgekomen.

Reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog is Grewel begonnen met het verzamelen van materiaal als kranten, brochures, pamfletten en stencils, zowel pro- als anti-Duits en tussen 1942 en 1943 heeft hij een deel ervan naar het Gemeentearchief gebracht. Dit materiaal is in de bibliotheek van het Stadsarchief te vinden, in de collectie ‘klein materiaal’. In het nog ongeordende familie- archief bleken zich in 2013 aanvullingen op deze verzameling te bevinden, evenals stukken van allerlei aard die betrekking hebben op de Eerste Wereldoorlog en het Interbellum, vermoedelijk ook door hem verzameld. Dit alles wordt ondergebracht in de bibliotheek, eveneens in de collectie ‘klein materiaal’.

Dochter Annemarie (1935-1998) is van de familie Grewel het bekendst geworden. Na haar eindexamen gymnasium alfa aan het Amsterdams Lyceum heeft zij pedagogiek gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is aan deze instelling circa dertig jaar verbonden geweest, eerst als kandidaatsassistente en vervolgens als wetenschappelijk medewerkster van de subfaculteit opvoedkunde. Daarnaast was zij jarenlang voorzitter van de Universiteitsraad. Toen zij dat werd, verscheen er in een Amerikaanse krant op de voorpagina een bericht, maar dat moet een grap zijn geweest (inv. nr 198). Zij was lid van de Partij van de Arbeid en zat ook enige tijd in de Eerste Kamer, nadat zij eerder al in Amsterdam gemeenteraadslid was geweest. Vele partijcongressen heeft zij voorgezeten. Zij stond bekend om haar non-conformistische optreden en haar scherpe tong, maar schuwde ook de humor niet. Zij had een column in ‘De Groene Amsterdammer en was voorzitster van de NVSH, de Nederlandse Vereniging voor Sexuele Hervorming. Ze stond graag in de schijnwerpers en werd gekscherend ‘de voorzitter van Nederland genoemd’. Annemarie Grewel was een bekend lesbiënne en zei ooit ironisch van zichzelf ‘Ik ben drievoudig gehandicapt: Joods, lesbisch en feministe’. Zij had vele vrienden in Amsterdam, onder wie Hedy d’Ancona, Marina en Peter Schat, Lorelei (ook wel Loretta of Laura) Hertzberger en regisseuse Maud Keus. Van hen en van vele andere min of meer ‘bekende Nederlanders’ zijn brieven, ansichtkaarten, uitnodigingen voor bruiloften en partijen in het archief bewaard. Zij deelde in de jaren 60 van de vorige eeuw haar huis met Antoinette de Boer (alias Twaan). In 1994 is er een biografie over haar verschenen: ‘Annemarie Grewel. Een portret’, door Annemiek Onstenk.

Verantwoording van de inventarisatie.

Het archief heeft een lengte van circa 1,5 meter. Bij het inventariseren is de spelling zoveel mogelijk gemoderniseerd.

Er geldt een openbaarheidsbeperking voor stukken van de laatste vijftig jaar.

Archiefvormer

Grewel, familie
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.