15000: Collectie Aug. M.J. Hendrichs

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

15000

Periode:

1823 - 1905

Inleiding

De collectie Aug. M.J. Hendrichs bevat een grote verscheidenheid aan stukken betreffende de voorbereiding en aanleg van zowel het Noordzeekanaal als het Merwedekanaal. Nagenoeg alles wat er in die tijd over deze onderwerpen verschenen is, valt er in terug te vinden; van krantenknipsels tot litho's en van adressen gericht aan de Tweede Kamer tot gedichtjes en rijmpjes gericht aan 'Amstels dwaze Geld-aristokraten'.

De meeste stukken hebben betrekking op de ontwikkeling van het Noordzeekanaal. Het project zou de hoofdstad de broodnodige economische impuls gaan geven onder meer vanwege de 26 uur kortere reistijd voor schepen van en naar het Nauw van Calais. Geen enkele Nederlandse aannemer durfde zich echter aan de uitvoer te wagen zodat het ten slotte Engelse ingenieurs waren die de uitdaging aangingen. (Ongeschoolde) Nederlandse handen bleven echter wel nodig voor de uitvoer van de zware werkzaamheden. Op 8 maart 1865 ging de eerste spade de grond in en op 1 november 1876, na de nodige financiële problemen, technische tegenslagen, een cholera-uitbraak en de 'polderwerkers-revolutie' was het kanaal gereed.

Daar het kanaal echter bij Amsterdam 'doodliep', werd de verbinding met de Rijn (naar ondermeer het Duitse achterland) van grote waarde en het besluit tot aanleg van het Merwedekanaal volgde dan ook in 1881. Na de ingebruikname in 1892 werd het echter al direct door velen afgedaan als een 'kikkersloot' vanwege de geringe capaciteit en pas in 1952 kwam hier met de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal verandering in.

In de collectie is ook de nodige informatie te vinden over de ontwikkeling van de Amsterdamse haven en van IJmuiden (en haar visserij). Beide zijn namelijk onlosmakelijk verbonden met de voltooiing van het Noordzeekanaal.

De basis van de collectie werd gevormd door de stukken die door Albertus Theodorus Hartkamp (24 juli 1848 - 11 mei 1924) bijeen waren gebracht. Deze Amsterdammer, ook wel 'de grootste verzamelaar van Nederland' genoemd, droeg aan het begin van de twintigste eeuw de stukken over aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Deze ging op haar beurt verder met het uitbreiden van de verzameling en een groot aantal bescheiden werden door leden en oud-leden van de Kamer aangeboden en er aan toegevoegd. In 1903 besloot men een catalogus uit te geven met een compleet overzicht van de collectie welke inmiddels de naam 'Aug. M.J. Hendrichs-verzameling' had gekregen. (Augustinus M.J. Hendrichs was van 1867 tot 1904 directeur van de Amsterdamse Kamer van Koophandel en maakte in die hoedanigheid de aanleg van beide kanalen letterlijk en figuurlijk van dichtbij mee.) Ook na het verschijnen van de catalogus werden nog brochures, verslagen en andere bescheiden toegevoegd zodat een '1e Supplement-catalogus' in 1905 op zijn plaats was. Zowel de catalogus als het supplement is ingedeeld in twee delen. Deel 'A' beschrijft de stukken betreffende de doorgraving van 'Holland op zijn Smalst', de Amsterdamsche Kanaal-maatschappij en het Noordzeekanaal terwijl in deel 'B' de beschrijvingen terug te vinden zijn van de stukken die betrekking hebben op de waterweg van Amsterdam naar de Rijn en het Merwedekanaal. Hiernaast bevinden zich verschillende stukken in het archief die in beide originele publicaties niet voorkomen. Waarschijnlijk is een '2e Supplement-catalogus' ooit aan de orde geweest maar is die er om onbekende redenen nooit gekomen.

Het archief heeft een lengte van drie meter en bij de ontsluiting ervan is de indeling van de catalogus en het supplement aangehouden om de collectie zo veel mogelijk in haar originele staat te laten. Hierdoor komt het voor dat van een bepaald stuk bijvoorbeeld drie identieke exemplaren bewaard zijn omdat dit ook in de catalogus vermeld staat. Ook kunnen er stukken in tweevoud zijn toegevoegd, hoewel dit niet in de catalogus staat vermeld. In sommige gevallen gaat het dan om stukken waarop notities of opmerkingen zijn gemaakt, terwijl in andere gevallen een afwijkende kleur omslag van een brochure de reden kan zijn om een stuk in tweevoud te bewaren. Het is raadzaam eerst de catalogus en het supplement (rubriek 1) te raadplegen om vervolgens inzicht te krijgen in waar de stukken uit de catalogus (rubriek 2) en het supplement (rubriek 3) zich bevinden. In rubriek 4 bevinden zich de stukken die niet beschreven zijn in één van de bovenstaande twee boekwerkjes.

Archiefvormer

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.