1386: Archief van Bols

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1386

Periode:

1624 - 1997

Inleiding

Hoofdlijnen en hoogtepunten van de ontwikkeling van het bedrijf

Over het ontstaan en de ontwikkeling in de eerste eeuwen van het bestaan van het bedrijf zijn nauwelijks oorspronkelijke bronnen bewaard gebleven. Dit was de aanleiding voor een zekere mythevorming. Historische onderzoekingen gaan terug naar Duitsland en België. Het bedrijf van de Erven Lucas Bols is één van de oudste nog bestaande bedrijven in Amsterdam en Nederland en één van de oudste nog bestaande fabrikanten van gedistilleerde dranken en likeuren in de wereld. Het bedrijf was in Amsterdam vanaf het begin op dezelfde lokatie gevestigd. Dat was aan de Rozengracht in de Jordaan.

Een van de vroegst bekende vermeldingen van het oprichtingsjaar is op een zeventiende eeuws uithangbord volgens de catalogus van de Historische Tentoonstelling in Amsterdam in 1876. Ook is het jaar 1575 vóór 1875 op flessenetiketten vermeld. Bovendien is er uit deze tijd een prent van het eerste fabrieksgebouwtje met bijschrift "'t Lootsje in 1575", een schilderij van het interieur van de tapperij/slijterij door Nic. Bastert en een schilderij met een gefantaseerd portret en een gestyleerd portret als logo met bijschrift van de naamgever Lucas Bols. De prent van het exterieur komt als briefhoofd voor op briefpapier en op een uithangbord aan de gevel aan de Rozengracht. De bedrijfsspreuk is van latere datum en luidt Semper idem, Altijd hetzelfde. Directeur Moltzer introduceerde bovengenoemde beeldvorming over het oprichtingsjaar. Wellicht is er in 1875 een jubileum herdacht. Hiervoor zijn geen bewijzen gevonden. Blijkens de bewaard gebleven herdenkingssteen zijn er wel aanwijzigingen voor een jubileum in 1925.

Het jaar van oprichting komt in vele variaties nog steeds voor als handelsmerk op de Bols-producten en in promotie-campagnes over de gehele wereld op flessen, etiketten, verpakking, drukwerk en briefpapier.

De directie heeft in de laatste eeuw van het bestaan in Nederland, België en Duitsland, met ondersteuning van externe deskundigen, vele pogingen in het werk gesteld om historische bewijzen van het ontstaan van het bedrijf op te sporen. In 1967 werd voor notaris Broersma een verklaring opgemaakt met legalisatie door de consul van de Bondsrepubliek Duitsland over het ononderbroken bestaan van Bols in Amsterda vanaf 1575 (1). In een brief aan het Verenigd Octrooibureau in 1968 is opgenomen: "Het jaar 1575 is de resultante van deze onderzoeken en hierop verkregen wij dan ook de notariële verklaring, waarin is vastgelegd, dat 'omstreeks het jaar 1575' de oprichting der likeurstokerij plaats vond." (2) Het 400-jarig bestaan werd in 1975 binnen het bedrijf herdacht en als zodanig kwamen de festiviteiten in de publiciteit.

Tot op heden is er in Amsterdamse archiefstukken geen bewijs gevonden voor de vestiging van Bols in 1575. De oudste eignendomsbewijzen dateren van halverwege de zeventiende eeuw. Vanaf 1661 komt Bols voor in de index op straatnamen in de Amsterdamse kwijtscheldingsregisters (3). In het bedrijfsarchief zijn eigendomsbewijzen opgenomen van percelen aan de Rozengracht vanaf de zeventiende eeuw (niet de oudste). Welke gegevens daarin voorkomen over de bedrijfsactiviteiten is niet nader onderzocht. Het is mogelijk dat toekomstig onderzoek in archieven van overheden nog nieuwe gegevens over de vroege bedrijfsgeschiedenis Bols kunnen opleveren. Enkele hoofdlijnen kunnen ontleend worden aan feiten en speculaties uit deze eeuw verschenen publicaties en meer recente interne notities. Het motief voor de vestiging van de stokerij buiten de stadsmuren was mogelijk het risico van brandgevaar binnen de stad. Volgens de overlevering werd aanvankelijk in een eenvoudig houten huisje likeur gestookt. Spoedig waren er een zestal ketels in gebruik, het dubbele aantal van wat nodig was voor het levensonderhoud van een eenvoudig burgergezin. Bols kwam in het begin van de 18e eeuw voor op lijst van voornaamste brandwijnbranders in Amsterdam. In het belang van de voortzetting van het bedrijf kreeg Bols in 1758 van de Staten van Holland uitzondering van het verbod op van vestiging in aangrenzende panden voor de verkoop en productie van gedistilleerd. Vanaf de zeventiende eeuw werd het bedrijf 't Lootsje genoemd.

Afnemers

In Amsterdam genoten de likeuren groot vertrouwen als middel tegen kwalen. In de loop van de tijd werden ook buiten Amsterdam likeuren verkocht en via handelsreizigers in het buitenland. In de oudste, pas vanaf de 19e eeuw bewaard gebleven, registers van de boekhouding komen vele namen voor van vooraanstaande personen in binnen- en buitenland als afnemers, waaronder leden van vorstenhuizen en staatslieden. Over het verloop van de bedrijfactiviteiten zelf zijn pas vanaf de 19e eeuw archiefstukken van het bedrijf bewaard gebleven. De serie met de oudste registers begint in 1798 en betreft rekening-courantboeken. Balansen bevinden zich in de journalen, die vanaf 1815 bewaard zijn gebleven. De oudste bewaarde balansboeken dateren vanaf 1867. Het oudste stookboek is uit 1836. Hoewel directe bronnen over de ontwikkelingen van de productie en verkoop van de producten ontbreken zijn er indirecte aanwijzingen over de ontwikkeling van het vermogen van de Bols-familie vanaf het midden van de zeventiende eeuw.

Familiebedrijf

Over de herkomst van de oprichter van het familie-bedrijf en de familie-geschiedenis is het nodige overgeleverd en gepubliceerd (4). Pieter Jacobsz Bols was afkomstig uit een streek van stokerijen en legde in 1646 als kuiper de poortereed af in Amsterdam. Zijn eerste perceel aan de Rozengracht kocht hij in 1649. Zijn zoon Lucas Bols bracht het bedrijf tot grote bloei. Al in de achttiende eeuw deden zich vragen voor over de ouderdom van het bedrijf en van de bezittingen van Bols ten behoeve van de toestemming voor de gewenste voortzetting van de bedrijfsactiviteiten van de likeurstokerij én van de verkoop in het zelfde pand. Uit belastinggegevens en uit de boedelinventaris na het overlijden van Hermanus Bols in 1752 blijkt een welvarende onderneming (5). Tot 1816 bleef het bedrijf in handen van de familie Bols. Daarna is het bedrijf in handen gekomen van buitenstaanders, waarbij het bedrijf werd voortgezet onder de naam Erven Lucas Bols. Na de overname van de stokerij met financiële steun van H. en C.A. Temminck en H. Oijens, voerde de nieuwe directeur, voorheen ambtenaar van financiën, G.Th. van 't Wout een modernisering van de stokerij door en wist de winst uit het bedrijf al direct aanzienlijk te vergroten. Zijn opvolgers waren C.A. Temminck in 1822, G.F. Berkenkamp in 1853 en C.N.J. Moltzer Ezn. in 1878 (6).

Naamsbekendheid

Sinds het midden van de voorige eeuw brak een tijdperk van grote veranderingen en vernieuwingen aan voor de firma. Voor een belangrijk deel kwamen de veranderingen niet direct voort uit maatschappelijke ontwikkelingen maar uit de initiatieven van enkele actieve directie-leden. De firma zette zich meer en meer actief in voor het vergroten van de naamsbekendheid en afzetmarkt voor luxe-produkten. Onder meer bracht de firma haar producten onder de aandacht van het publiek door middel van de distributie van prijscouranten en handelscirculaires en door inzendingen van haar producten naar internationale tentoonstellingen in binnen- en buitenland. De tastbare resultaten van deze laatste werkzaamheden liggen in het bedrijfsmuseum in de vorm van ontvangen getuigschriften en medailles.

Daarnaast kreeg de firma op verzoek van verschillende vorstenhuizen de toestemming om als hofleverancier naar buiten te treden. Deze status werd onder meer op briefpapier en etiketten uitgedragen.

De eerste Moltzer was Christiaan Nicolaas Jacob, zoon van een wijnhandelaar en lid van de firma Berkhoff, Moltzer & Co. Vanaf 1868 trad hij op als vennoot naast Berkenkamp en na tien jaar voerde hij alleen de directie van de firma. Moltzer was naast zijn werk als directeur van Bols ook maatschappelijk actief in de raad van de gemeente Amsterdam (1887-1893), in de Provinciale Staten (1894-1898) en in de Kamer van Koophandel en andere organisaties (7).

Uitbreiding

Hij was de drijvende kracht achter de uitbreiding van de handelsactiviteiten van de Erven Lucas Bols in Amsterdam en in het buitenland. Hij beperkte de productie niet slechts tot likeurstokerij, maar nam ook initiatieven tot alcoholproductie. Moltzer zorgde voor de modernisering van de likeurproductie in Amsterdam en begon in 1891 met een fabriek in Duitsland. Het aantal arbeiders bij Bols bedroeg in 1873 12. Het aantal bij Wijnand Fockink was 45 en bij Hoppe 50. In 1912 nam het aantal personeelsleden toe naar 22.

Moltzer vergrootte tevens de verkoop van zijn produkten in winkels in het binnen- en buitenland door het stichten van eigen winkels en depots en het selecteren van goede distributeurs (8). Zo werden proeflokalen gevestigd in de Kalverstraat 32 te Amsterdam, in Scheveningen en vanaf 1871 in diverse grote steden in Europa en Amerika: Brussel, Parijs, Wenen, Berlijn. De proeflokalen in Amsterdam waren voorzien van karakteristiek oud-hollands interieur.

Aandelen

In 1892 zette Moltzer de firma Erven Lucas Bols om in een naamloze vennootschap, met steun van M.P.T.Damalvy Molière en J.Huisinga, commissionairs in effecten. De nieuwe naam werd `Maatschappij tot voortzetting van de likeurstokerij 't Lootsje der Erven Lucas Bols'. Het kapitaal werd in 1920 door de uitgifte van nieuwe aandelen uitgebreid van fl. 500.000,- naar fl. 1.000.000,-. De daaropvolgde jaren werd tot in 1954 de totale uitgifte gebracht op fl. 9.070.000,-. In dat jaar werd het besloten karakter van de vennootschap opgeheven en werden de aandelen genoteerd in de Prijscourant van de Vereniging voor den Effectenhandel in Amsterdam (9). Daarna volgde ook verhandeling van de Bols-aandelen op beurzen in buurlanden, alsmede kapitaalleningen door de uitgifte van obligaties.

Samenwerking

Vanaf het begin van deze eeuw werd de uitbreiding van de vennootschap krachtig voortgezet door Moltzer en zijn beide zoons C.N.J. Moltzer jr. en J.H. Moltzer. Later traden aanverwante familieleden tot de directie toe: B.Carp en na de Tweede Wereldoorlog P.J. Hart Nibbrig en zijn broer C.N.J. Hart Nibbrig. Vanaf dat jaar werden voor het eerst niet-familieleden van de Moltzers in de directie opgenomen, te beginnen met jhr. A.W.G. van Riemsdijk. In de jaren tot 1954 werden eigen nederzettingen gevestigd in België, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland (1891), Spanje, de Verenigde Staten, Canada, Brazilië, Argentinië en Zuid Afrika. In andere landen werd de marktbewerking veelal in handen gegeven van lokale agenten. Tevens werden relaties ontwikkeld met in het buitenland gevestigde partners, die Bols-producten in licentie samenstelden en bottelden. Om voor moutwijn - grondstof voor oude jenever - niet meer afhankelijk te zijn, kwam het al in 1921 tot samenwerking met moutwijnbranderij De Koning te Schiedam.

Daarnaast werden al vroeg nauwe relaties onderhouden met concurrenten in Nederland, onder meer met Wijnand Fockink in Amsterdam voor gezamenlijke activiteiten in het buitenland. Na de Tweede Wereldoorlog waren er intensieve contacten met branche-genoten in het Produktschap Gedistilleerde Dranken over onder meer nationale en Europese regelgeving.

Informatievoorziening

Gezien het besloten karakter van de vennootschap zijn er nauwelijks stukken opgesteld voor het verstrekken van informatie aan derden buiten de onderneming. Jaarverslagen voorzien eerst vanaf 1954 op kleine schaal in de informatie-voorziening. Voor het vaststellen van de ontwikkeling van het bedrijf over meer jaren is het nodig de door het bedrijf opgemaakte stukken te analyseren zoals de jaarlijks opgestelde vergaderstukken van de aandeelhouders. Zoals bekend is in een onderneming in de regel, behalve bij een jubileum, nooit tijd en gelegenheid stil te staan om een verstreken periode te overzien omdat heden en toekomst alle aandacht opeisen. Evenals bij andere organisaties zorgde de afdeling publiciteit vanaf de jaren zestig voor een toename van de informatie-verstrekking over de bedrijfsactiviteiten. Binnen de onderneming gebeurde dat onder meer via het personeelsblad Klare wijn en de ondernemingsraad. Tevens ging meer informatie naar beleggers en andere groepen belangstellenden buiten de onderneming. Deze informatie liep via de pers en andere kanalen. Zie bijvoorbeeld de knipsels vanaf 1967.

Het personeelsblad bevat onder meer (historische) informatie met illustraties over uiteenlopende activiteiten van bedrijfsonderdelen en over acquisities, distributie, producten, publiciteit, jubilea en personeelsaangelegenheden.

Marktontwikkelingen

In het bedrijf aan de Rozengracht waren er tot in de jaren vijftig nauwe persoonlijke relaties tussen personeel, leiding en afnemers. Dit kwam mede door de beperkte omvang van het bedrijf. Geroutineerd personeel met een sterke binding aan het bedrijf zorgde voor een breed scala aan gerenommeerde kwaliteitsprodukten en de leiding kon zelf nog waarnemen wat er op de werkvloer in de fabriek en verkoop voorviel. Door het netwerk van internationale verbindingen was de leiding op de hoogte van marktontwikkelingen in een groot aantal landen en kon zij inspelen op de wensen van de afnemers. Vanaf de jaren zestig werd in Nederland minder gedistilleerd afgenomen en steeg het verbruik van produkten met minder alcohol en frisdranken. Bols paste de marktbenadering in Nederland aan aan de gewijzigde omstandigheden. Het eigen assortiment werd verkleind als gevolg van stijgende productiekosten en geringe afname van de bedrijfsspecialiteiten. Na de Tweede Wereldoorlog werd de markpositie verbeterd door de overname van andere distilleerderijen die onder merknamen produkten met afwijkende kenmerken produceerden. Ook volgde de overname van slijterijen met eigen klantenbinding. Bols richtte zich tevens op de verkoop van geimporteerde merkartikelen. In de loop van deze eeuw namen de activiteiten en onkosten voor verkoopbevordering, reclame en onderhoud van naamsbekendheid van de merkprodukten aanzienlijk toe. Als gevolg van de marktontwikkelingen waren er voortdurend aanpassingen in wisselende bedrijfsonderdelen: productie, verpakking, verkoop, administratie en personeel (10).

Veranderingen

De ligging aan de stadsgrachten was gedurende de eerste eeuwen van levensbelang voor de likeurstokerij. Tot het eind van de vorige eeuw zorgde de Rozengracht voor het ideale vervoer over water. Sinds de demping van de Rozengracht in 1889 kwam daar het water van Prinsengracht en Lijnbaansgracht, aan het einde van de Rozengracht, voor in de plaats. Dit duurde tot de intrede van het vervoer met vrachtauto's. Na 1945 traden grote veranderingen op bij de aanvoer, opslag en transport van grondstoffen (kruiden, suiker, vruchten en sappen) en in het proces van bereiding van extracten voor de eindprodukten. Deze werden mede veroorzaakt door wijzingen in de opslag- en filteringtechnieken en in transport- en productiehulpmiddelen (eerst handmatig, later mechanisch; eerst koperen en houten, later roestvrijstalen bakken en vaten; eerst rubberen en later plastic slangen). In de organsatie van de productie werd meer gestreefd naar efficiënte planning van gelijkmatige productiehoeveelheden. Zo ontstond er minder verschil tussen stille en drukke productietijdvakken en de daarmee samenhangende toerekening van productiekosten. Ook bij de afronding van het productieproces volgde modernisering, uniformering en automatisering. Dit gebeurde onder meer bij de reiniging van retourflessen, botteling, afsluiting, etikettering, verpakking, verplaatsing en opslag van flessen met eindprodukten (eerst in houten kisten en later in kartonnen dozen op pallets). Zodoende werd het mogelijk in minder tijd en zonder onnodig tijdverlies een grotere productiecapaciteit te realiseren tegen minder kosten. Over al deze aspecten van de bedrijfsvoering van Bols zijn verspreid in het bedrijfsarchief stukken opgenomen.

In het laatste oorlogsjaar werd kort na de bevrijding op initiatief van het Militair Gezag een onderzoek ingesteld naar winsten uit verplichte leveranties tijdens de oorlog aan de Duitse bezettingstroepen. Dit leidde tot betaling van een eenmalige aanslag vermogensaanwasbelasting, waarvoor de nodige reserves waren gevormd (11).

Afzet

Na de oorlog was er een geleidelijke groei van de afzet, vooral in het buitenland. De vraag nam onder meer toe als gevolg van grote aantallen, voornamelijk Britse en Amerikaanse, militairen in de bevrijde gebieden, de verspreiding van de afzetmarkten over meer landen en werelddelen en de wisselende productiemogelijkheden. Grondstoffen waren aanvankelijk in zeer beperkte mate beschikbaar. In Duitsland kon bijvoorbeeld na de verwoesting van het bedrijf in Emmerich pas met steun en voor rekening van het Engelse bezettingsleger met de productie van gin in Düsseldorf begonnen worden. In Nederland gold nog tot 1951 een ingewikkelde rantsoeneringsregeling met een koppeling aan de afname volgens de boekhouding in 1939. De export werd door allerlei bepalingen en voorschriften van de overheid sterk aan banden gelegd. In de daarop volgende jaren werd de alcoholsterkte verlaagd als gevolg van smaakveranderingen bij het publiek en de onafgebroken verhoging van de accijnzen. De binnenlandse markt groeide sterk voor jonge jenever en voor vieux, de Hollandse cognac. De export vanuit Amsterdam ontwikkelde zich in korte tijd zeer voorspoedig. Het aantal kisten voor de export was reeds in 1947 meer dan drie keer de hoeveelheid uit 1939.

Overnames

Vanaf 1948 werden de bedrijfsactiviteiten uitgebreid met de vestiging van een eigen rederij en de aankoop van twee coasters. Daarna volgde in Nederland de overname van distilleerderijen met eigen slijterijen: in 1953 Chrispijn, in 1954 Wijnand Fockink en Bootz, in 1968 Hartevelt te Leiden en Oud te Haarlem, in 1969 de groep Schaefers Würdemann/Gall en Gall, in 1970 Blankenheym & Nolet te Rotterdam. In1955 werd de NV Verkoopassociatie der Verenigde Likeurstokerijen, V.V.L., opgericht voor de binnenlandse verkoop van de producten van de dochterbedrijven. De advisering door een extern organisatieadviesbureau resulteerde in 1971 in de vorming van de Commerciële Divisie Nederland en een Commerciële Divisie Buitenland voor de centrale marketingfunctie ten behoeve van respectievelijk de binnenlandse en de buitenlandse verkoop. Bols Nederland ontstond in 1977 (12).

Nieuw Vennep

Intussen bereikten aanpassingen aan het bedrijfsgebouw aan de Rozengracht een grens (13). In 1964 werd besloten om wegens het ontbreken van groeimogelijkheden Amsterdam te verlaten en de productie en kantoren in Nederland te concentreren aan de Lucas Bolsstraat in Nieuw Vennep (met postbus 1575). Het was de bedoeling met de toepassing van moderne productie- en interne transportmethoden belangrijke besparingen te verkrijgen. Door de sterke internationale spreiding van de afzet kon een ongunstige ontwikkeling van de afzet in het ene land worden gecompenseerd door een gunstige ontwikkeling elders. In 1967 bedroeg het aantal personeelsleden 1.400 waarvan ca 750 in Nederland. Drie jaar later werd het nieuwe complex geopend. Bij die gelegenheid kreeg Bols het predikaat 'Koninklijk'.

Buitenlandse afzet

De concernomzet in verkochte eenheden produkt is volgens de gepubliceerde indexcijfers in de loop van de tijd flink toegenomen. Wijzigingen in de indirecte belastingen waren vaak de oorzaak van de wisselende stijgingspercentages. Het aandeel in de binnenlandse markt werd niet door Bols gepubliceerd, maar is volgens wel gepubliceerde beleggingsadviezen van banken in de jaren '60 toegenomen. Tot deze stijging droegen zowel de produkten van Bols bij als die van V.V.L. en het import-gedistilleerd, waarvoor het concern als agent optrad.

De buitenlandse afzet van gereed produkt geschiedde bij voorkeur via export uit Nederland. Indien de hoogte der invoerrechten of de inhoud van een handelsakkoord een belemmering voor de afzet vormde, werd al naar gelang de omstandigheden overgegaan tot productie en distributie in het buitenland door dochterondernemingen. Een alternatief was dat met fabrikanten in het buitenland productie-overeenkomsten werden gesloten op royalty-basis of tegen winstaandeel. Soms vervulden deze producenten ook de importeursfunctie. Met een groot aantal vooraanstaande buitenlandse ondernemingen bestonden, deels op reciprociteitsbasis, overeenkomsten tot fabricage in licentie en/of verkoop van elkaars merkprodukten (14).

Expansie

Na een korte weergave van de hoofdlijnen van de ontwikkeling resteren nog enkele bijzonderheden over de laatste decennia. In deze inleiding is geen gelegenheid om aandacht te geven aan de alle plus- en minpunten per jaar. 1976 is een belangrijk keerpunt. Na het mislukte bod van Heineken op de aandelen van Bols deed de bedrijfsleiding er alles aan om zich tegen toekomstige ongewenste overnames te beschermen en voerde de onderneming naar buiten toe een sterk expansief beleid. Het bedrijfsbeleid was gericht op het versterken van de positie door nieuwe acquisities en strategische allianties en op andere impulsen voor het verbeteren van de bedrijfsresultaten. Voorbeelden van overnames zijn de Italiaanse groep Cynar in 1977, het eveneens Italiaanse Terme di Crodo in 1983, Henkes in Nederland, Adelbodner in Zwitserland en Tacconi in Argentinië in 1986, in 1988 Strothmann Brennereien in Duitsland en Bebidas Milani in Brazilië.

Zwak alcoholische en alcoholvrije dranken

In de jaren '80 vond er bij Bols een verschuiving plaats in de samenstelling van de omzet van sterk alcoholische dranken naar groeimarkten van zwak alcoholische en alcoholvrije dranken zoals aperatieven, vruchtensappen, frisdranken en mineraalwater. De verhoudingen waren in 1989 40% sterk en 25% niet-alcoholica. In dat jaar vertegenwoordigde Bols 24 producenten van gedistilleerd en likeuren en 69 leveranciers van wijnen en apéritieven.

Voorbeelden van door Bols vertegenwoordigde merkprodukten waren Cinzano vermouth, Taittinger champagne, Ballantine's whisky, Pedro Domecq sherry, Tia Maria koffielikeur, Metaxa, Long John en Jack Daniels Whiskey.

Integratie

Naast de uitbreiding van activiteiten vond er ook afstoting plaats zoals de detailhandelsactiviteiten van Gall en Gall aan Albert Heyn en de verzelfstandiging van de restaurantketen Croq-o-Vin. Investeringsprojekten werden opgestart voor de modernisering van fabrieken voor niet-alcoholische produkten in Italië en Argentinië. In 1989 bundelden Bols en Heineken hun activiteiten op het gebied van wijn en gedistilleerd in de Benelux in de joint venture Bols Benelux BV. Verder werd gezocht naar mogelijkheden om de productiviteit te verbeteren. Zo werkten de Bols-bedrijven in Duitsland aan de integratie en werd Bols International gevormd voor het onderbrengen van de export- en licentie-activiteiten. In Zwitserland is Bols betrokken bij bioscoopreclame. In Spanje werd op distributiegebied een alliantie aangegaan met het sherryhuis Osborne. In Frankrijk werd de wijnactiviteiten versterkt met de overname van wijnhuizen en wijngaarden en voorraden van Franse châteaus en werd het assortiment kwaliteitswijnen verbreed voor distributie in Frankrijk en voor de export vanuit dat land. In Italië werden sterke posities ingenomen met produkten als Cynar, Crodino, Oransoda en Lemonsoda. Onderstaande tabel geeft de geografische verdeling van omzet, winst en personeelsbestand in 1989 weer (15). Omzet (%) Winst (%) Personeel

Benelux 22 8 688

Rest EG-landen 65 69 904

Overige landen 13 23 573

Bewaring en bewerking van de Bols-archieven

Beknopt overzicht hoofdbestanddelen van de in Amsterdam bewerkte Bols-archieven:

  1. Correspondentie van Raad van Bestuur en Directiesecretariaat vanaf 1945
  2. Financiën met jaarstukken van dochterbedrijven vanaf 1950
  3. Boekhouding vanaf 1796
  4. Secretariaat dochterbeheer hoofdzakelijk vanaf 1970
  5. Secretariaat public relations vanaf 1960
  6. Overgenomen archieven van voorheen zelfstandige bedrijven Wijnand Fockink 1869-1972 en Bols en De Koning 1861-1986
  7. Stukken betreffende aandeelhouders vanaf 1919, commissarissen vanaf 1954 en raad van bestuur vanaf 1971
  8. Overige stukken onder meer inzake eigendommen vanaf 1635.
De archieven van Bols zijn oorspronkelijk afkomstig uit de volgende bedrijfspanden: de tot rond 1970 gebruikte fabriek aan de Rozengracht in Amsterdam, uit het rond die tijd gebouwde bedrijfspand in Nieuw Vennep en uit het huidige hoofdkantoor in Amstelveen. Een relatief klein deel komt uit andere bedrijfspanden van voorheen zelfstandige bedrijven binnen en buiten Amsterdam die een onderdeel zijn geworden van het Bols-bedrijf. De oudere historische archiefbestanden bestaan voornamelijk uit een restant boekhoudkundige registers van na 1800 en een beperkter deel uit losse stukken inzake de organisatie van de onderneming vanaf 1919. De correspondentie met de bedrijfsleiding vanaf 1945 tot 1986 is wel grotendeels bewaard en overgebracht.

Voorafgaand aan de sluiting van de bedrijfspanden aan de Rozengracht rond 1970 is vermoedelijk de laatste beschrijving van de historische registers en losse stukken in Amsterdam gemaakt door Bols-medewerker Schaafsma. Hij was verantwoordelijk voor het inpakken en de voorbereiding van het transport van de historische registers. De meeste kisten met registers werden echter pas in 1992 naar Nieuw Vennep gebracht. Na het overzicht van de registers volgden lijsten met korte aanduidingen van de inhoud van een doos in de benedenkluis en van de inhoud van 20 laden in de archiefkamer (16). Bij overbrenging van de registers naar het Gemeentearchief in 1995 ontbraken reeds vele wel op de lijst voorkomende delen van de boekhouding. De overige onderdelen van de lijst van 1970 zijn tot op heden bij Bols achtergebleven. Het gaat hier om publicaties en afschriften van documenten over de geschiedenis van het bedrijf, prijscouranten vanaf 1897, advertenties vanaf 1917, reclame, drukwerk, foto's en knipsels vanaf 1934. Over het archiefbeheer tot 1969 zijn incidenteel gegevens gevonden. Van 1969 tot 1990 was L.W. van Sint Maartensdijk beheerder van de archieven in Nieuw Vennep. Er werd een uitgebreid archiefregistratiesysteem opgezet dat echter bij de afdelingen weinig navolging kreeg. Daarnaast trad hij, blijkens mededelingen in het personeelsblad, bij bijzondere gelegenheden regelmatig in historische outfit in de publiciteit als historische Lucas Bols voor de overhandiging van geschenken uit de Bols-fabrieken. In het najaar van 1992 kreeg de historicus Ton Vermeulen van de directie de opdracht globaal de archieven van Bols en gelieerde bedrijven in kaart te brengen. Dit resulteerde in uitvoerige rapporten over de in Nieuw Vennep en daarbuiten over vele werklokaties verspreide dynamische en statische archieven (onder meer registers en ingelijste certificaten en documenten in het museum). Deze globale aanduidingen van archiefbescheiden zijn waardevol geweest bij de besluitvorming over de bewerking van het historisch Bols-archief. De museale objekten uit de bedrijfsverzameling zijn in opdracht van het bedrijf door een kunsthistorica beschreven (17).

Voor de uitvoering van de inventarisatie door het Gemeentearchief is na overleg een selectie gemaakt uit de bestanden in Nieuw Vennep en Amstelveen. De jongste stukken zijn slechts een paar jaar oud. De totale omvang van de te bewerken archieven was voorafgaand aan de verhuizing ca 170 strekkende meter. De totale omvang van het bewerkte bestand in Amsterdam is na schoning van te vernietigen bestanddelen 66,4 meter. De inventarisatie is in deeltijd uitgevoerd van het voorjaar 1995 tot het najaar van 1997. In 1995 is een deel van het bestand beschreven door Peter Kroesen. De beschrijving is begonnen in opdracht van het bedrijf met het doel de bronnen voor de voorgenomen geschiedschrijving door oud-commissaris J. Carp en de historicus T. Vermeulen toegankelijk te maken. Bij de inventarisatie zijn de bovengenoemde archieflijsten uit 1970 en 1994 slechts incidenteel geraadpleegd voor aanvullende informatie. Wel zijn de kenmerken van deze oude orde bij de beschrijvingen opgenomen voor verwerking in een concordans met de voorlopige en definitieve volgnummers, onder meer voor aanwijzingen inzake de oude orde.

Voor het gebruik van het overgebrachte Bols-archief is het van belang te weten welke bestanden niet bewerkt zijn. Dit zijn de volgende bestanden. Aard een omvang zijn globaal beschreven in de rapporten van Vermeulen.

  1. De meer recente en op termijn vernietigbare uitvoeringsarchieven zijn achtergebleven voor vernietiging door het bedrijf evenals onder meer de dynamische bestanden van bijvoorbeeld directie, Raad van Bestuur, public relations en merkenbureau in het hoofdkantoor van Bols-Wessanen in Amstelveen. Een deel van deze laatste bestanden komt wel voor blijvende bewaring in aanmerking en kan beschouwd worden als een aanvulling op het wel overgebrachte bestand. Het gaat hier om onder meer de correspondentie met de bedrijfsleiding vanaf 1985, stukken betreffende de aandeelhouders, commissarissen, public relations en merkenregistratie vanaf 1880. Van een deel van de historische archieven en uitvoeringsarchieven (ca. 500 m) op de toenmalige dozenzolder in Nieuw Vennep is nog een door de administratie van Bols in de computer ingevoerd overzicht van bijna 4000 records beschikbaar voor raadpleging.
  2. meer historische bestanden uit het voormalige bedrijfsmuseum in Nieuw Vennep en bij de afdeling Erfgoed van Bols te Zoetermeer. Momenteel staan deze tesamen met de museale objecten (ca. 2500 stuks) met een speciale opdracht onder beheer van Ton Vermeulen en Maria van Vlijmen. Volgens opgave van januari 1997 gaat het totaal om 18,5 meter en groeit nog sterk.
  3. Volgens opgave van Vermeulen zijn 77 films in bewaring gegeven bij de Rijksvoorlichtingsdienst. Er is een globale lijst gemaakt met beschrijvingen van de films (18). Het is niet bekend of de films inmiddels wel door de Rijksvoorlichtingsdienst zijn beschreven en geconserveerd.
  4. Historische bestanden van onder meer Hartevelt en Henkes zullen op termijn worden overgebracht naar gemeentelijke archiefdiensten.
Voor de bewerking van het uit Nieuw Vennep afkomstige bestand zijn enkele grote eenheden onderscheiden en door het Gemeentearchief voorzien van een 30-tal bestandsnummers. Bij de bewerking zijn eerst die bestanden ter hand genomen die inzicht verschaffen in de aard van de activiteiten van de administratie van de onderneming. Daarom werd begonnen met de beschrijving van de volgende omvangrijke bestanddelen: de correspondentie van de raad van bestuur, de jaarstukken van de dochterbedrijven, de historische boekhouding, directiesecretariaat, dochterbeheer. Op basis van de verkregen inzichten werden in overleg met de betrokkenen plannen gemaakt voor de bewerking van de aanvankelijk moeilijk te plaatsen uiteenlopende restbestanden. Over de aanpak van enkele onderdelen van het bedrijfsarchief volgen hierna bijzonderheden. Ook de jongste bestanden blijven in het Gemeentearchief.

Na de bewerking van het wel naar het Gemeentearchief overgebrachte bestand is het ook mogelijk om enkele opmerkingen te maken over hiaten in bewaarde series en het ontbreken van essentiële stukken. Over de periode voorafgaand aan de instelling van de naamloze vennootschap zijn eigenlijk alleen registers bewaard gebleven. Een deel van de registers is al in de loop van de tijd vernietigd en komt niet voor op de eerdergenoemde lijst van Schaafsma. Behalve losse eigendomsbewijzen bleven eigenlijk nauwelijks losse stukken van voor 1940 bewaard. Verder ontbreken voornamelijk over de eerste decennia vanaf het ontstaan van de naamloze vennootschap tot ongeveer 1945 onder meer een deel van de jaarrekeningen, statuten, accountantsrapporten, interne jaarstukken en notariële akten en stukken betreffende de vergaderingen van de aandeelhouders, raad van commissarissen, instelling en instandhouding en public relations van het bedrijf. Ook ontbreekt een oudere versie van het personeelsblad, de Bolspers, vanaf 1947. Deze stukken bevinden zich vermoedelijk niet meer bij het bedrijf en evenmin in persoonlijke archieven van directieleden. Omdat er in het meer recente archief eigenlijk stukken zitten vanaf 1945 is het ook mogelijk dat stukken tijdens de oorlog verloren zijn gegaan.

De correspondentie van de Raad van Bestuur vanaf ongeveer 1945

Dit bestand is een van de belangrijkste onderdelen van het Bols-archief. Over de jaren tot 1945 werd geen serie ingekomen correspondentie aangetroffen in het bewaarde bestand. Hoe en wanneer (bijvoorbeeld in 1945 of bij de verhuizing) deze correspondentie verloren is gegaan kon niet vastgesteld worden. Evenals bij andere organisaties was de postbehandeling bij Bols achteraf beschouwd allerminst eenduidig. Algemene richtlijnen werden niet gevonden. De correspondentie was bij meer secretariaten opgeborgen. Hoe de indeling op een bepaald moment was zien we onder meer aan de hand van de lettercodes op de uitgaande brieven van de behandelende directeur, medewerker of afdeling, de poststempel op de ingekomen brieven en telexen. In 1968 waren dat onder meer de secretariaten buitenland, binnenland, publiciteit, inkoop en boekhouding. Hoe het met de archiefbestanden van deze afdelingen staat is niet duidelijk. Het bestand van de leden van de Raad van Bestuur met de belangrijkste brieven van het bedrijf werd bijgehouden door de afzonderlijke secretaresses. Daarnaast behandelden en bewaarden andere secretariaten ook correspondentie. Onder meer zorgde de secretaris van de Raad van Bestuur voor de samenstelling van de notulen. Archiefbestanden die expliciet in aantekeningen op stukken genoemd worden zijn: 'gewoon archief', 'top secret archief' (19). Het bestand van het secretariaat van de directie en Raad van Bestuur bevat globaal de ingekomen en afschriften van uitgaande brieven die voor de leden van de directie en Raad van Bestuur van belang waren. De aard van de correspondentie is niet voor elk bedrijf hetzelfde maar hangt nauw samen met de aard van de relaties van Bols. Bols correspondeerde voornamelijk met dochterbedrijven en met vaste contractpartners om goed geinformeerd te blijven over de dagelijkse gang van zaken met betrekking tot de merkproducten van Bols (productie, verkoop en publiciteit). De correspondentie werd in vele talen gevoerd. De formele ontwikkeling van directie en Raad van Bestuur is niet nader onderzocht. Over de wisselende taakverdeling van de leden van de Raad van Bestuur zitten vele stukken in het archief, verspreid over de dossiers. Elk van de leden had een aantal dochterondernemingen onder zijn speciale supervisie. De stukken zijn soms voornamelijk door een enkel lid van de Raad van Bestuur behandeld en in andere gevallen door meer leden. Veel stukken uit dit bestand bevatten in handschrift de kanttekening 'CCM'. Dit is een aanduiding voor de rondgang van het stuk in de, volgens voormalig directiesecretaresse mevrouw Anssems, zogenoemde Confidentieel Circulerende Map voor stafleden van het bedrijf opdat de hele staf op de hoogte was van de gang van zaken (20). Onder de Raad van Bestuurleden circuleerde de RVB-map die niet voor andere ogen bestemd was. Dit betrof correspondentie over fusies, overnames, benoemingen en problemen binnen de raden. De stukken zijn aanvankelijk in Amsterdam ontvangen en opgemaakt, vanaf ongeveer 1970 in Nieuw Vennep en voor een kleiner deel op andere adressen zoals die van een directeur thuis of op reis in het buitenland.

De mappen zijn niet per zaak geordend maar per relatie. In de regel is de volgorde per mapdeel chronologisch. De dossiers zijn voorzien van de begin- en einddatum van verzending van de stukken. Een klein deel is vanaf de jaren '40 en '50 en voor een groter deel over de jaren erna tot ca 1985. Op de verwijderde omslagen stonden de volgnummers van de mappen per relatie. Van enkele series werden de oudste mappen, volgens de vervallen mapnummers in de concordans, niet aangetroffen. De oudere mappen waren uiterlijk grotendeels gelijk aan de jongere. Er zijn geen nadere toegangen op het bestand of hulpmiddelen aangetroffen zoals postregistraties.

In de inventaris is de hoofdindeling van de correspondentie als volgt. Eerst is er een meer algemene serie met A-Z-mappen per jaar (vanaf 1958) met voornamelijk alfabetisch opgeborgen niet nader gespecificeerde correspondentie met allerlei relaties. Het betreft hier namen van de incidentele relaties over de jaren 1958-1980: ministeries, belangenbehartigers, grootindustrieëlen en schrijvers die klagen of bedanken. Tot de algemene dossiers behoren ook die betreffende ambassades, bedrijfsmededelingen voor en van de raad van bestuur en notariskantoren. Daarnaast zijn er series met, volgens de concordans, hiaten in de beginjaren vanaf 1946 en gespecificeerd per werelddeel, per land, op naam van de relatie en geordend op jaar. Het hoofdonderdeel van de correspondentie is het zogenoemde 'confidentieel archief'. De stukken van dit onderdeel in mappen van meer vaste bedrijfsrelaties waarmee veelvuldig gecorrespondeerd werd, waren vaak voorzien van volgnummers met letter -C (ook wel met de V van Vertrouwelijk). De systematiek van gebruik is moeilijk te achterhalen. Of er een registratie van stukken bestond, was eerst niet duidelijk. Volgens mevrouw Anssems, in een reactie op de concept-inleiding over de correspondentie, hield de secretaresse van de president van de raad van bestuur een nummerboekje bij van vertrouwelijke nummers. Afdelingssecretaresses moesten bij haar een nummer opvragen. De briefnummering per jaar per relatie was bedoeld voor verwijzing door de secretariaten van Bols en van de vaste relatie, een dochterbedrijf. Opvallend is dat de nummers op de originele brieven van de vaste relaties heel vaak handmatig zijn gewijzigd, waarschijnlijk door het secretariaat van Bols omdat de verwijzing door de relatie als onjuist werd beoordeeld.

Inhoud van de dossiers

De inhoud van de correspondentie blijkt niet expliciet uit de beschrijvingen. Hieronder zij in het kort aangegeven wat voor belangwekkende en interessante stukken de onderzoeker in het bestand kan aantreffen. De dossiers lijken behoorlijk compleet voor wat betreft de opberging van de afschriften van de uitgaande brieven van de leden van de directie en van andere secretariaten die voor kennisgeving bij de Raad van Bestuur kwamen. De uitgaande brieven bevatten standpunten van het bedrijf in wel- en niet-routinematige zaken. De afschriften waren lange tijd geelgekleurde doorslagen. Ook zijn afschriften van bijlagen wel opgenomen, bijvoorbeeld de veelvuldig nog, ten behoeve van de vereiste geheimhouding, in gesloten enveloppen bijgevoegde recepturen van de afdeling Productie voor de productie van drank door de relaties.

De opschriften op de oorspronkelijke mappen geven een goed overzicht van de sterk wisselende samenstelling van de correspondentie-mappen. Zo treft men onder de naam van een land, bijvoorbeeld Argentinië, stukken aan met relaties in dat land. Daarnaast zijn er mappen met de meer specificieke relaties in dat land onder de naam van de stad, een landsdeel of onder de naam van een specifiek bedrijf of persoon. Indien de naam van het bedrijf in de loop van de tijd veranderde konden de stukken met deze relatie ook in een map onder een nadere naam terechtkomen. Stukken over relaties in landen in Zuid-Amerika kunnen ook nog voorkomen onder de stukken van een dochterbedrijf in een ander land. Bij de beschrijvingen voor de inventaris zijn aanvankelijk de oorspronkelijke opschriften zoveel mogelijk gehandhaafd: vermoedelijk één alfabetisch geordende serie zonder de indeling van de inventaris en wel ogenschijnlijk willekeurig op naam van het bedrijf of van de vestigingsplaats of van het betreffende land. Na de inventarisatie zijn verzamelbeschrijvingen per land gemaakt.

Veel originele ingekomen brieven zijn niet in het bestand van de Raad van Bestuur opgenomen blijkens de antwoorden die wel in de mappen zitten. In principe moesten wel alle kopieën van vertrouwelijke stukken in het archief van de raad van bestuur opgenomen worden. Waarschijnlijk zijn de ingekomen stukken terecht gekomen bij een andere, behandelende afdeling. Voor een deel zijn wel in duplo verzonden exemplaren en fotokopieën ter kennisneming opgenomen. Volgens de bewaarde brieven waren er veel meer bijlagen ingekomen dan die in de mappen aangetroffen werden. In de mappen zijn onder meer de volgende bijlagen echter nog veelvuldig opgenomen. Regelmatig stuurden relaties van Bols vanuit alle uithoeken van de wereld volgens vaste afspraken de periodieke managementinformatie aan de directie van Bols. Deze bevat rapportages met verslagen voor het beoordelen en controleren van productie- en verkoopcijfers ten behoeve van het berekenen van de door Bols te ontvangen tegenprestaties. De jaarcijfers zijn voor een deel terug te vinden in de correspondentie. Veel meer jaarcijfers zijn bij de boekhouding en de directiesecretaris gekomen voor de verwerking van de cijfers in de jaarstukken van het moederbedrijf. Vele andere stukken waren nodig voor het overleg met de directie van Bols voor de vaststelling en beoordelingen van de voorgenomen en gerealiseerde bedrijfsvoering bij de relaties. Stukken betreffende dochterbedrijven die voor het overleg ten behoeve van de besluitvorming nodig waren en bijlagen bij de ingekomen brieven zijn onder meer: jaar- en meerjarenbegrotingen, bedrijfs-, publiciteits-, investerings-, productie- en bouwplannen met situatietekeningen en incidenteel persoonsgerichte stukken over aanstellingen van managers en over hun functioneren, vertrouwelijk verkregen informatie over concurrenten, over het overnemen van andere bedrijven en het aangaan van agentschappen en nauwere samenwerkingsverbanden. Stukken die informatie geven over gerealiseerde activiteiten van relaties van Bols zijn: statistieken van omzetten en onkosten, voorbeelden van door relaties gebruikte etiketten, geïllustreerd drukwerk van o.a. het assortiment producten met prijslijsten. Incidenteel komen verder stukken voor over door de directie verstrekte geschenken aan gezagsdragers, over publiciteitsproducties zoals over een film, televisie-reclame, dia's, muziek en knipsels van publicaties (in het buitenland) over Bols-relaties, foto's, onderzoeksverslagen over de kwaliteit van Bols-producten, smaaktesten, berichten over problemen met de afzet en met de gewenste uitvoering van de productie. Tenslotte zijn opgenomen stukken over deelneming aan buitenlandse handelsmissies, berichten over wetswijzigingen in het buitenland inzake de bedrijfsvoering en alcoholproductie, macro-economische rapporten over landen en markten voor alcoholhoudende dranken.

Tussen de eigenlijke correspondentie zitten ook veelvuldig de zogenoemde archief- of dossiernotities die wel over de relaties gaan maar niet verzonden of ontvangen zijn. Het gaat hier bijvoorbeeld om notities en rapporten van stafleden voor leden van de directie en raad van bestuur over de bedrijfsontwikkeling ten behoeve van de voorbereiding van een periodiek bezoek van de directie van Bols aan een relatie. Vervolgens werd een verslag gemaakt van de bevindingen van de reis met afspraken met de directie van het betreffende bedrijf. De gebruikelijke kladnotities met aanwijzingen voor de behandeling of beantwoording ontbreken ook bij Bols niet.

Een betrekkelijk vast onderdeel van de mappen vormen de afdelingen achter de blauwe tabkaarten (soms vele per map) met meer persoonlijke correspondentie van de leden van de directie en Raad van Bestuur met de directie-leden en andere leidinggevenden van de dochterondernemingen. Op deze stukken ontbreken in de regel de vaste volgnummers van het het zogenoemde confidentieel archief. De correspondentie van de directie-leden onderling bevat vaak veel mededelingen over de persoonlijke levenssfeer van directieleden, over de verhoudingen tussen de collega's en persoonlijke meningen over ontmoetingen, zaken en mensen die niet direct verband houden met de bedrijfsvoering. Onder meer komen bevorderingen en speciale financiële gratificatie- en pensioenregelingen voor managers ter sprake. De namen van de relaties kwamen in de regel niet expliciet voor in de beschrijving op de map.

Een groot deel van het bestand komt eigenlijk voor vernietiging in aanmerking: concepten, de stukken betreffende routine-behandelingen of stukken waarvan de periodieke gegevens verwerkt zijn in andere overzichten of duplicaten van stukken in andere te bewaren bestanden (oa luchtpost). Tijdens de inventarisatie is echter niet op stukniveau uit het bestand geschoond, wel is metaal en plastic verwijderd.

Stukken betreffende dochterbedrijven

De archiefbestanden opgemaakt en ontvangen door dochterondernemingen moeten onderscheiden worden van de stukken betreffende de dochterbedrijven uit het archief van het moederbedrijf en later de holdingmaatschappij Bols. De eerstgenoemde archiefbestanden berusten in beginsel onder de onder eigen juridische verantwoordelijkheid, zelfstandig optredende dochterbedrijven in het binnenland buiten Amsterdam en in het buitenland. Incidenteel zijn wel door dochterbedrijven opgemaakte en ontvangen stukken vermengd geraakt in het archief van Bols. Voorbeelden zijn onder meer bestanden van Wynand Fockink in Amsterdam en van Bols en de Koning in Schiedam. Het eerste bedrijf was rond 1890 groter dan dat van Bols. Het laatste bedrijf produceerde eerst zelfstandig onder de naam Branderij De Koning en later als dochterbedrijf moutwijn, een grondstof voor o.a. oude jenever en corenwijn (21). De bestanden van Fockink blijven na de overname door Bols een onderdeel van deze inventaris en worden niet samengevoegd met het reeds in het verleden naar het Gemeentearchief overgebrachte archief (22). In feite vormt een deel van dit Wijnand Fockink-archief echter wel een aanvulling op dit reeds in het verleden beschreven bedrijfsarchief. De meeste overige stukken betreffende de dochterbedrijven zijn de stukken die dus wel door de administratie van het moederbedrijf en de holdingmaatschappij Bols zijn opgemaakt en ontvangen. Het betreft zowel de stukken van de NV als later ook van de BV Bols Nederland. In de verschillende overgangsperioden van geheel onafhankelijk bedrijf naar dochterbedrijf is niet altijd duidelijk waar de stukken vandaan komen en waar ze in de inventaris thuishoren. Bij de Raad van Bestuur was geen nadere systematische archiefordening inzake dochterbedrijven. De stukken betreffende de dochterbedrijven waren verspreid opgenomen in de deelarchieven. In de inventaris zijn onderdelen samengebracht. De volgende hoofdgroepen zijn opgenomen: De correspondentie van de Raad van Bestuur met per land de dochterbedrijven staat op chronologische volgorde, ongeschoond in het bestand tussen de correspondentie met andere relaties. Ook andere gegevens inzake dochterbedrijven zijn verspreid over dossiers zoals vergaderstukken, statuten, jaarstukken, publiciteit, persberichten, knipsels. De inhoud van de dossiers is vaak niet gespecificeerd in de archiefbeschrijving.

De jaarstukken van de dochterbedrijven en overige stukken zijn zeer verspreid aangetroffen in zeer uiteenlopende archiefbestanden. Een deel is opgenomen in de correspondentie van de Raad van Bestuur en is in dat bestand achtergebleven. Daarnaast zijn jaarstukken terecht gekomen bij het secretariaat van Financiën en bij de Secretaris van de Raad van Bestuur. De herkomst van de jaarstukken uit het Bols-archief is soms te achterhalen via de aantekeningen op de stukken en via de concordans. In veel meer gevallen is de afdeling van herkomst niet vast te stellen. Daarom is van de her en der aangetroffen jaarstukken en overige stukken één bestand gemaakt en geordend naar geografische kenmerk van de vestigingsplaats. Een onderdeel vormen de stukken inzake publiciteit, als restant van het archief van de afdeling Dochterbeheer over de jaren 1971 tot 1985, dat in het kader van deze archiefbewerking grotendeels vernietigd is. De dossiers zijn met verzamelbeschrijvingen als één serie van het secretariaat van Dochterbeheer (Algemeen over meer dochterbedrijven en per land) in de archiefinventaris opgenomen en niet uitgesplitst naar de afzonderlijke dochterbedrijven.

De jaren waarop de jaarstukken betrekking hebben verschillen nogal per dochterbedrijf. Er is niet onderzocht of in alle subseries jaarstukken wel volledig aanwezig zijn. De meeste series lopen door tot in de jaren '80 van deze eeuw. De rubrieken met voornamelijk jaarstukken per land beginnen in de volgende jaren: Duitsland 1914, USA 1920, Frankrijk 1921, Polen en Zwitserland 1922, Spanje 1926, Zuid Afrika 1933, Argentinië 1935, Canada 1939, België 1949, Brazilië 1954, Schotland 1959, Engeland 1966, Italië 1974, Luxemburg 1980.

Sinds 1954 zijn in de gepubliceerde jaarverslagen de namen en directies van de dochterbedrijven opgenomen. Daarnaast staan in de jaarverslagen de namen van de niet tot het moederbedrijf behorende buitenlandse huizen die door het concern in één of meer landen worden vertegenwoordigd, gespecificeerd naar gedistilleerd en likeuren en wijnen en apéritieven.

Stukken inzake deze huizen zal men verspreid in het Bols-archief aantreffen.

Selectie voor vernietiging van bestanddelen

In vakkringen wordt bij de noodzakelijke selectie van archieven voor vernietiging algemeen een onderscheid gemaakt tussen de samenvattende jaaroverzichten en de basisgegevens die nodig zijn voor de samenstelling van die overzichten. Daarnaast is er een onderscheid tussen de stukken die wel en niet aan bestuurscolleges overgelegd zijn. Van blijvende waarde voor historisch onderzoek naar de hoofdlijnen van de geschiedenis van de archiefvormende organisatie zijn de samenvattende gegevens en de stukken die aan de bestuurscolleges zijn voorgelegd. Dit betekent dat de stukken met gegevens die verwerkt zijn in de samenvattende (jaar)overzichten en een aanzienlijk deel van de stukken die niet aan de bestuurscolleges zijn overgelegd vernietigbaar zijn. Op grond van deze selectiecriteria zijn buiten de series van de Raad van Bestuur bijvoorbeeld vele (werk)dossiers van de secretariaten van Directie, Public Relations en Financiën vernietigbaar. Zo is er veel correspondentie van de directie met ontvangen kennisgevingen van en over derden, met aandeelhouders over de dagelijkse schriftelijke afhandeling van mutaties en dividendbetalingen en van de afdeling public relations over de dagelijkse uitvoering van taken van de afdeling, bijvoorbeeld inzake de voorbereiding van bijeenkomsten en publiciteit. Uiteraard blijft informatie over essentiële producten en gegevens inzake aandeelhouders en public relations wel bewaard. Archiefbestanddelen die in hun geheel niet direct en niet concreet betrekking hebben op de bedrijfsactiviteiten van Bols zelf, zijn in beginsel vernietigbaar, bijvoorbeeld over partnerbedrijven en externe organisaties zoals het Produktschap en overheden. Het administratief belang van de afzonderlijke meer recente stukken, bijvoorbeeld overeenkomsten en claims met rechten en plichten, in het bestand is niet op stukniveau vastgesteld omdat de stukken over de meest recente jaren ontbreken. In beginsel zijn alle op termijn vernietigbare bestanden na selectie beschreven en opgenomen in een afzonderlijk bestand zodat betrokkenen hun goedkeuring kunnen geven aan de feitelijke vernietiging van de beschreven eenheden. Daarom is het gewenst het bestand niet direct te vernietigen maar nog 20 jaar na 1986 nog tijdelijk elders op te slaan voor raadpleging. Een klein deel van de vernietigbare stukken gaat terug naar Bols in Zoetermeer voor gebruik in het museum en de documentatiecollectie (23).

Afdeling Dochterbeheer

De voormalige afdeling Dochterbeheer is ontstaan in de jaren dat er meer behoefte ontstond bij de raad van bestuur aan deskundigheid bij het beheer van de dochterbedrijven en bij de noodzakelijke onderlinge afstemming van de belangen van de afzonderlijke bedrijven in binnen- en buitenland. Het bestand van Dochterbeheer was na overdracht ca 38 strekkende meter en heeft grotendeels betrekking op de jaren 1971-1986 en overlapte grotendeels het archief van de Raad van Bestuur (ca 14 m'). Opmerkelijk is dat dit uitgebreide bestand van Dochterbeheer op papier en op de dozen wel voorzien was van een systematisch ingedeelde ordening waardoor het mogelijk was snel inzicht te krijgen in de aard en inhoud van dit afdelingsarchief en het betrekkelijk eenvoudig was onderdelen voor selectie te onderscheiden. De afdeling had als taak direct contact te onderhouden met de dochterondernemingen en advies en steun te geven aan de Raad van Bestuur. Voor het bepalen van de historische waarde van het archief is een globale vergelijking gemaakt tussen de inhoud van de dossiers in het archief van de Raad van Bestuur en van Dochterbeheer. De taakstelling van Dochterbeheer had een veel grotere papierstroom met meer details tot gevolg dan bij de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur kreeg van alle afdelingen de beschikking over de belangrijkste stukken die nodig waren voor de besluitvorming. Het archief van de Raad van Bestuur bevat reeds veel detailinformatie die verwerkt is in samenvattende overzichten.

Op grond van bovengenoemde uitgangspunten heeft het archief van de Raad van Bestuur relatief een grotere historische waarde dan dat van Dochterbeheer. Gezien de noodzakelijke werkzaamheden voor de selectie van te vernietigen stukken blijft schoning van het archief van de Raad van Bestuur achterwege zodat in het archief meer detailinformatie achterblijft dan voor historisch onderzoek naar de hoofdlijnen nodig is. Na het aantreffen van belangrijke archiefstukken in het archief van Dochterbeheer werd af en toe gecontroleerd of deze ook bij de Raad van Bestuur aanwezig waren. Op grond van het bovenstaande komt het archief van Dochterbeheer grotendeels voor vernietiging in aanmerking. Voorafgaand aan de bewerking van dit bestand is er overleg met de archiefvormer en opdrachtgever geweest over deze selectie. Uitzondering op de vernietiging vormen bijvoorbeeld de stukken die betrekking hebben op de public relations en verkoopacties van het dochterbedrijf en die betreffende het assortiment en verpakking omdat deze informatie verschaffen over de bijzondere plaats en rol van het dochterbedrijf in het maatschappelijk leven. Het gaat hier om informatie die vaak niet in andere stukken verwerkt is. Op basis van deze achtergrond is na overleg besloten de dossiers in het bestand globaal door te lopen om te zien of zich in de dossiers geen historisch waardevolle stukken bevonden. Financiële boekingsstukken met een bewaartermijn zijn niet in het bestand van dochterbeheer opgenomen, maar bij het secretariaat van Financiën. In het archief van Dochterbeheer waren ook bestanden opgenomen die wel nadere bewerking en beschrijving vereisten. Dit zijn bijvoorbeeld ordners met confidentiele correspondentie van de Raad van Bestuur en de dozen met stukken niet specifiek over dochterbedrijven met opschriften als Beleggingsanalyses, Algemeen, Diversen en dossiers inzake bedrijven waarover geen correspondentie in het archief van de Raad van Bestuur zit. Daarom was het regelmatig gewenst een vergelijking te maken met de dossiers van de Raad van Bestuur.

De afzonderlijke stukken uit het contractenbestand van Wijnand Fockink zijn op grond van de bovengenoemde uitgangspunten op stukniveau voor selectie onderscheiden. Het geringe aantal te bewaren stukken is gescheiden van de grotendeels voor vernietiging in aanmerking komende stukken. De laatste groep is min of meer globaal beschreven om als bijlage te dienen bij de vereiste goedkeuring tot vernietiging van de kant van de archiefbewaargever.

Historische boekhouding



Ook de boekhouding is op basis van de bovengenoemde uitgangspunten bewerkt. Op grond daarvan komt een groot deel van de registers met de verwerking van de dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse mutaties in de boekhouding voor vernietiging in aanmerking indien deze, en alleen dan, in de samenvattende registers verwerkt zijn en bewaard zijn gebleven.

Registers met dagelijkse boekingen van inkopen, verkopen, expeditie en voorraden komen voor vernietiging in aanmerking. Gegevens die niet in overzichten over langere periodes verwerkt zijn, bijvoorbeeld van producten, behoren wel bewaard te blijven. Na raadpleging van een drietal externe terzake kundige historici op basis van een uitgewerkt voorstel voor selectie is besloten tot een driedeling van het bestand: integraal bewaren, integraal vernietigen en om de vijf jaar bewaren.

De geraadpleegde historici hebben overtuigend aangegeven dat verkoop- en inkoopboeken van waarde zijn voor onderzoek naar de geschiedenis van een distilleerderij. De rekening-courantboeken kunnen ten dele als vervanging dienen, maar gaan niet verder dan 1873. Toch is enige reductie in dit omvangrijke bestand gewenst. Er blijven voldoende gegevens beschikbaar over afzetgebied en prijs en herkomst van grondstoffen wanneer om de vijf jaar de registers over één jaar bewaard blijven. Registers van 1850 en ouder blijven wel integraal bewaard. Het definitieve uitwerking is dus als volgt: Integraal bewaren

Rekening-courantboeken, 1798-1873

Journalen, 1815-1932. Met ondertekening van jaarcijfers door vennoten

Grootboeken, 1815-1916

Stookboeken, 1836-1930

Inkoopboeken, 1815-1850

Verkoopboeken, 1817-1850

Kasboeken, 1832-1850

Depotboeken t/m 1850

Expeditieboeken t/m 1850

Kopieboeken voorraadadministratie t/m 1850

Integraal vernietigen

Kasboeken, 1851-1900

Depotboeken, vanaf 1850

Expeditieboeken vanaf 1850

Kopieboeken voorraadadministratie vanaf 1850

Om de vijf jaar bewaren

Inkoopboeken, 1851-1927

Verkoopboeken, 1851-1921

Verkoopboeken binnenland, 1891-1921

Verkoopboeken buitenland, 1880-1924

Verkoopboeken Amsterdam, 1891-1923

Openbaarheid

Inzage in archieven die jonger zijn dan het jaar 1940 en in de registers met recepten is alleen toegestaan met toestemming van de inbewaringgever. Er is geen toestemming nodig voor inzage in de overige bestanden die ouder zijn dan 1940 en voor stukken die bestemd waren voor verspreiding. Van Bols en dochterbedrijven zijn dat onder meer jaarverslagen, personeelsbladen, persberichten, knipsels, publicaties, reclamedrukwerk en documentatie (24).

Archiefindeling

Het archief van Bols is eenvoudig ingedeeld volgens een in archiefkringen veelgebruikt ordeningsplan. Stukken van algemene aard staan vooraan en betreffen de stukken die over allerlei onderwerpen kunnen gaan en niet per onderwerp zijn ingedeeld: series jaarverslagen, correspondentie en vergaderstukken. Vervolgens komen de stukken die wel per onderwerp zijn ingedeeld. Afhankelijk van het aantal beschreven stukken zijn de onderwerpen nog onderverdeeld in subrubrieken. De volgorde is in grote lijnen als volgt: onderwerpen inzake de organisatie, het bestuur, aandelenbeheer, personeel, financiën, productie en vervolgens de stukken inzake de afzonderlijke dochterbedrijven. Per bedrijf staan de stukken niet altijd bij elkaar, omdat eenzelfde bedrijf vaak meer opeenvolgende bedrijfsnamen heeft. De boekhouding van Nederland en buitenland is gesplitst vanaf 1880. Tenslotte is het DGM-bestand (1955-1990) inzake Afrika opgenomen dat vermoedelijk afkomstig is van een manager van het handelskantoor in gedistilleerd met kantoren in Londen en Afrika. DGM was een volle dochter van Heineken en is via de joint venture Bols Benelux bij Bols terechtgekomen.



Overzicht van de directie van Bols te Amsterdam

1646-1669 Pieter Jacobsz Bols

1669-1678 Aeltje Veltcamp, weduwe van Pieter

1678-1719 Lucas (Pietersz) Bols

1717-1728 Pieter (Lucasz) Bols

1717-1752 Hermanus (Lucasz) Bols

1753-1781 Lucas Hermanusz Bols

1781-1799 Sara Sophia, weduwe van Lucas Hermanusz

1799-1815 mr Hermanus en mr Lucas, zonen van Sara, en kleindochter Sara Sophia

1815-1822 Gabriel Theodorus van 't Wout onder de naam De Erven Lucas Bols (mede-eigenaren H. en C.A. Temminck en H.Oijens)

1822-1853 Coenraad Adriaan Temminck (mede-eigenaren de weduwe H.Temminck tot 1831 en C.H.Temminck 1833-1846)

1853- 1877 George Frederik Berkenkamp (mede-eigenaren J.C. van Dijk 1856-1867, C.A. Temminck tot 1866, C.N.J. Moltzer vanaf 1868)

1878- 1915 Christiaan Nicolaas Jacob Moltzer J.Ezn (De Erven Lucas Bols was vanaf 1892 een NV)

1909-1945 Christiaan Nicolaas Jacob Moltzer jr

1913-1951 Jan Hendrik Moltzer

1936-1946 B.Carp

1945-1965 P.J. Hart Nibbrig, directeur, president-directeur en president RvB; vanaf 1965 gedelegeerd commissaris

1952-1959 C.N.J. Hart Nibbrig, directeur en lid RvB

1952-1970 Jhr A.W.G. van Riemsdijk, directeur, lid RvB en president RvB; vanaf 1970 gedelegeerd commissaris

1960-1964 A.H. Wittkämper, lid RvB

1965-1973 J.H.J. de Koning, lid RvB

1972-1985 J.A. Bouwens, lid RvB, president RvB

1962-1975 H.O. Horstmann, lid RvB

1966-1979 W.A. Steenstra Toussaint, lid RvB, president RvB

1970-1976 F. Hart Nibbrig, lid RvB 1975-1990 J.A.E.M. van Hellenberg Hubar, lid RvB, president RvB

1976-1985 A.C.D. Boerstra, lid RvB

1985-1993 L.A.P.A. Verhelst, lid RvB

1985-1993 R. Schipper, lid RvB, president RvB

1990-1993 Y.H.M.N. Folmer, lid RvB

In 1993 is De Erven Lucas Bols gefuseerd met Wessanen tot de Koninklijke BolsWessanen. In 1998 is zij weer ontkoppeld en staat vanaf die tijd onder leiding van een executive board: R.J. van Ogtrop, M.H.P.J. Emondts, T. Coenen.

Noten

(1) Inv.nr. 1649. Zie voor literatuur: P.J. Dobbelaar. De branderijen in Holland tot het begin van de negentiende eeuw. Rotterdam, 1930, J. de Iongh. De geschiedenis van een oud Amsterdamsch Bedrijf. Amsterdam 1944, P. van Eeghen. 'De Geschiedenis van de NV Amsterdamsche likeurstokerij 't Lootsje der Erven Lucas Bols te Amsterdam' en 'Het geslacht Bols en Het Lootsje', in: Maandblad Amstellodamum 1953. W. Wennekes. Eeuwen oud. De lange levens van zeven Nederlandse bedrijven. Amsterdam, 1989, Historische Tentoonstelling van Amsterdam, gehouden in den zomer van 1876. Amsterdam, 1876.

(2) Inv.nr. 45.

(3) De oudste verwijzing naar het Plempenpad gaat terug tot 1595.

(4) Inv.nr. 1649 en zie de aanwijzingen van Vermeulen in inv.nr. 2408.

(5) Inv. nr. 45.

(6) Zie voor een lijst in inv.nr. 2408.

(7) Nederlands Patriciaat. 1967, p. 196. Zie ook P.J. Hofland. Leden van de raad: de Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941. Amsterdam, 1998.

(8) Inv.nr. 68.

(9) Inv.nr. 1934.

(10) Inv.nr. 856.

(11) Inv.nr. 555.

(12) Inv.nr. 657.

(13) Inv.nr. 856.

(14) Inv.nr. 1792, zie de beleggingsadviezen.

(15) Zie voor meer details, inv.nrs. 832 en 807.

(16) Inv.nr. 2402.

(17) De afdeling Erfgoed van Bols in Zoetermeer beschikt over een omvangrijke toegang op de museumstukken.

(18) Zie voor de door de afdeling Erfgoed samengestelde lijsten inv.nr. 2408.

(19) Inv.nrs. 207 en 419.

(20) Inv.nr. 86.

(21) Inv.nr. 929.

(22) Het archief van Wynand Fockinck is onder archiefnummer 534 in bewaring gegeven door Bols in 1971, 1973 en 1980.

(23) Zie voor de retournering naar Bols van vernietigbare stukken de lijst in inv.nr. 2408.

(24) Zie de lijst met nummers van stukken die wel zonder toestemming ingezien mogen worden.

Archiefvormer

Firma Bols
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.