1215: Archief van het Amsterdams Studenten Corps

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1215

Periode:

1818 - 1989

Inleiding

N.B. Deze inleiding werd geschreven in 1952 bij de inventaris van het archief van het Amsterdamsch Studenten Corps over de periode 1851 - 1941 (1).

Waar de geschiedenis van het 14 mei 1851 uit de fusie der verschillende kleinere senaten opgerichte corps gemakkelijk in het in 1932 verschenen gedenkboek te vinden is, kan hier werden volstaan met de lotgevallen van het archief. Evenals dat bij de voorganger van het Corps, genaamd Ne Praeter Modem (N.P.M.) gebruikelijk was, werden oudtijds aan het eind van ieder bestuursjaar de in dat jaar bijeengebrachte of volgeschreven archiefstukken op een lijst gebracht en als geheel in het zich vormende archief gedeponeerd. Bij de eerste inventarisatie, in 1876 door N. de Roever, de latere gemeentearchivaris alhier, werd dit horizontale verband definitief door een verticale organisatie vervangen. Blijkens de door hem vervaardigden inventaris ontbrak toen nog slechts het notulen- en kopieboek 1858 1863. Een nieuwe inventaris uit november 1904, die op Roevers systeem voortbouwt, vertoont als belangrijkste nieuwe verliezen de notulen der ledenvergaderingen 1863 1871 en het kasboek 1855 - 1867.

Niet lang daarna, in 1909 ordende Mr. J.W. te Winkel het archief opnieuw. Blijkens zijn schrijven aan de I.S.S.A. d.d. 1 februari 1917 voorzag hij de brieven van elk jaar van vellen kastpapier met opschriften. Toen hij dit schreef, was in de afgelopen zomervacantie alles naar de zolder van de Universiteit verhuisd. Voorzover hij gezien had, waren alleen de pakken uit hun chronologische volgorde geraakt en was soms een pak uiteengevallen. De I.S.S.A. neemt de zaak nu ter harte en benoemt, naast de vanouds gebruikelijke jaarlijks archiefcommissie, wier taak aan die van de kascommissie analoog was, een buitengewone archiefcommissie, bestaande uit de heren A.P. van Schilgaarde, A..W.G. Coenen en mej. M.E. Weenink (eind maart 1917). Deze maakt een nieuwe, voorlopige inventaris, waaruit ontstellende hiaten blijken, vooral in de reeds meer genoemde series notulen van algemene en senaatsvergaderingen. De heer van Schilgaarde (thans rijksarchivaris in Gelderland) neemt als laatste ontslag tijdens de cursus 1920/21.

Intussen wordt de, ondanks periodieke liquidaties, toch groeiende onvang van het archief een nieuw probleem. In 1926 meldde de rector (almanak 192F p. 109) dat het archief nu veilig was opgeborgen in een aparte archiefkamer, waar ook de administrateur Helmer zat, maat twee jaar later bleek ook dit niet meer te voldoen en werd (mei 1928) het gehele archief aan de Historische Commissie in de Agnietenkapel in bewaring gegeven volgens regelen in de toen gewijzigde corpswet genoemd. Als beheerder trad op, bijgestaan door de uit corpsleden gekozen archiefcommissie, de conservator H. van der Pijll. Hij trad in oktober 1936 als zodanig af.

Nieuwe schokken krijgt het archief tijdens de oorlog te doorstaan. Het op de Agnietekapel bewaarde, meest voor 1920, werd na de opheffing van het corps (eind 1941) ten overstaan van notaris G.G. Pouw aan de Historische Commissie in eigendom over gedragen en heeft de oorlog, gedeeltelijk in de duinen goed doorstaan. In juni 1946 werd het aan de I.S.S.A. teruggegeven. De positie van het op N.I.A. achtergeblevene is minder duidelijk. Een gedeelte werd door corpsleden mee naar huis genomen en later al of niet teruggebracht. Het notulenboek 1930-193F en het senatorenalbum bijvoorbeeld ontbreken nog steeds. De correspondentie uit de vooroorlogse jaren en vele der andere losse dossiers zijn echter voor een belangrijk deel voor of tijdens de oorlog op N.I.A. verloren gegaan. Het restant werd in de jaren 1948 - 1952 naar de Kapel overgebracht en mede in de toen samengestelde, definitieve inventaris opgenomen. Noten:

(1) Gedenkboek 1932, p. 173 - 252 en de daar genoemde literatuur.

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Amsterdams Studenten Corps (ASC) : 10, 11, 12, 13, 14, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
    • Corps Ne Praeter Modum (N.P.M.) : 1
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.