1120: Archief van Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam en rechtsvoorgangers

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1120

Periode:

1593 - 1955

Inleiding

GESCHIEDENIS



Het doopsgezind geloof is in Zwitserland ontstaan. De eerste predikers die Nederland bereikten waren afkomstig uit de gemeenten Straatsburg en Embden. Weldra waren er gemeenten in Groningen, Leeuwarden, Amsterdam, Haarlem, Deventer en Maastricht-

Volgens Jan Wagenaar in zijn Amsterdam in zijne opkomst...hielden doopsgezinden al in 1530 bijeenkomsten in en buiten Amsterdam.

Een groep aanhangers van 'Het Nieuwe Jeruzalem', dat te Munster was gevestigd, deed in 1535 een vergeefse gewapende aanval op Amsterdam.

Daardoor kwamen de doopsgezinden in een kwaad daglicht te staan bij de overheden en namen de vervolgingen van hen toe. In Amsterdam hielden deze pas in 1578 op toen het katholieke stadsbestuur door een protestants werd vervangen.

De doopsgezinden in de Nederlanden waren sinds 1557 verdeeld geraakt. Zij konden het niet eens worden over de toepassing van de ban (het definitief verwijderen van een lidmaat uit de gemeente na een begane zonde). Sommigen wilden de zondaar na zijn bekering weer in de gemeente opnemen. In 1557 behaalde de groepering die het 'harde bannen' voorstond de overwinning. Zij noemden zich later de Friezen, omdat hun gemeenten in Friesland lagen.

De gematigden waren de Waterlanders, afkomstig uit Noordholland boven het IJ, en de Hoogduitsers, afkomstig uit gemeenten langs de Rijn.

Doopsgezinden vluchtelingen, die uit Vlaanderen naar Holland, Zeeland en Friesland waren gekomen, kwamen in 1567 in Friesland in conflict met hun geloofsgenoten. De Friezen waren gewend aan het feit dat predikanten en kerkeraden in hun gemeenten de dienst uitmaakten. De Vlamingen daarentegen erkenden geen gezag, behalve dat van God, boven zich. Zij vonden hun lidmaten zelfstandig genoeg om persoonlijk uit te maken hoe zij wilden handelen.

Toen bleek dat de Friezen hun gezag aan de nieuwaangekomen Vlamingen wilden opleggen, scheidden de Vlamingen zich af. Naast de Friese gemeenten ontstonden toen in Friesland de Vlaamse doopsgezinde gemeenten. Deze afscheiding voltrok zich ook in de andere gewesten.

De Vlaamse gemeenten bleven op hun beurt niet voor een nieuwe scheuring gespaard. Een geschilover het kopen van een huis in de Vlaamse gemeente Franeker, in 1587, was de aanleiding tot het ontstaan van twee groepen die zich Oude Vlamingen en Jonge Vlamingen noemden.

De oorzaak was een conflict over het gezag van de gemeente over haar lidmaten. De Jonge Vlamingen zagen geen heil meer in het strenge bannen en in het isoleren van de gemeente van de wereld. De Oude Vlamingen bleven wel aan deze twee principes vast houden. Vele andere Vlaamse gemeenten raakten eveneens in twee partijen verdeeld. Ook de Friezen splitsten zich. Na een conflict over het wel of niet blijven vasthouden aan ban en echtmijding (het verbieden van de echtgenote van een gebannen man om met hem contact te onderhouden) ontstonden in 1589 naast de conservatieve Oude Friezen de gematigde Jonge Friezen.

Naast bovengenoemde zes hoofdgroepen waren er nog tal van groepen en groepjes, soms tot een enkele plaats in de Noordelijke Nederlanden beperkt.

In Amsterdam waren in het begin van de 16e eeuw Waterlanders, Vlamingen en Hoogduitsers aanwezig. Van de drie groeperingen is over de Hoogduitse het minst bekend. In het archief is geen stuk van hen bewaard gebleven. De Hoogduitsers hebben zich kort na 1638 met de gemeente der Vlamingen verenigd.

De gemeente der Vlamingen kwam, zo schrijft Wagenaar, aan het eind van, de 16e eeuw bijeen in een pakhuis op de Nieuwezijds Achterburgwal tussen de Lijnbaans- en Spaarpotsteeg. In 1608 kwam daarin verandering. De lakenkoopman Harmen Hendricks van Warendorp gaf in dat jaar de schuur achter zijn huis op het Singel bij de brouwerij Het Lam aan de gemeente in gebruik om daar hun godsdienstoefeningen te houden. De gemeente heette daarom 'Bij het Lam'. Pas in 1740 zijn de kerk en omliggende huizen eigendom van de gemeente geworden.

De Waterlanders hielden eveneens rond 1600 hun bijeenkomsten in Amsterdam. Zij deden dit in een pakhuis tussen de Oude Nieuwstraat en de Teerketelsteeg. In het archief van de gemeente staan in oktober 1605 in het kasboek posten vermeld 'tot timmeragie van de spijcker'. Waar deze schuur, die voor het houden van kerkdiensten moet zijn gebruikt gestaan heeft, is niet duidelijk.

In 1622 werd in de koopakte van het huis De Troffel, aan de westzijde van het Singel,

vermeld: 'streckende tot de kerk der gemeente, met een achterhuis en uitgang in de Clavecimbelsteeg'. De kerk stond dus ten zuiden van de Bergstraat bij de Clavecimbelsteeg, tussen het Singel en de Herengracht en vlakbij de Jan Rodenpoortstoren. De gemeente heette daarom 'Bij de Toren'. De kerk is wegens bouwvalligheid in 1815 gesloopt.

ORGANISATIE V AN DE AMSTERDAMSE GEMEENTEN

Vereniging met en afscheiding van gemeenten

Bij de gemeente Het Lam voegde zich in 1639 een groep Duitse Doopsgezinden.

Na een langdurige geloofsstrijd scheidde zich in 1664 van Het Lam een conservatievere groep af die later in De Zon samen kwam. Pogingen in de 17e eeuw om weer met Het Lam samen te gaan leden schipbreuk door het vasthouden aan de Belijdenissen, die in 1665 waren gedrukt, en aan het weigeren om niet-doopsgezinden aan het avondmaal te laten deelnemen.

De gemeente De Toren nam in 1630 een groep gevluchte Engelse geloofsgenoten in haar midden op.

Aan de vereniging van de gemeenten Lam en Toren, op 6 mei 1668, ging een proces van ruim 25 jaar onderhandelen vooraf. De vereniging van de gemeenten kwam uiteindelijk tot stand nadat De Toren had moeten beloven haar visie op het geloof niet aan die van Het Lam op te leggen. Twee verschillende uitvoeringen van hetzelfde geloof bestonden voortaan naast elkaar.

In 1728 ging de kleine gemeente der Jan Jacobsgezinden, die sinds 1640 in de Bloemstraat vergaderde, op in de gemeente Lam en Toren.

De grote vereniging in Amsterdam kwam tot stand op 30 april 1801 toen de gemeente Lam en Toren zich met de gemeente De Zon verenigde. Na een scheiding van bijna 140 jaar waren de verschillen in geloofsrichting tussen de gemeenten veel kleiner en dus overbrugbaar geworden.

Van veel meer invloed was de verslechterende economische situatie en het afnemend aantallidmaten waardoor de inkomsten van de gemeenten zeer sterk verminderden. Na een eerdere poging in het najaar van 1795 namen nu de onderhandelingen maar drie maanden in beslag. Sinds deze vereniging heet de gemeente de Verenigde Doopsgezinde Gemeente.

Reglementen

Het oudste reglement is opgemaakt door de gemeente De Toren in 1640 met de bedoeling de in functie zijnde en de toekomstige predikanten en diakenen een overzicht te geven van de wetten en gebruiken binnen de gemeente. Naast bepalingen over de wijze van vergaderen worden er voorschriften gegeven over het huisvesten van de armen en de wijze van uitdeling van voedsel en brandstof aan hen. De artikelen die de inkomsten-bronnen van de gemeente aangeven komen daarna. Vervolgens komt de taakomschrijving van de diaken-boekhouders aan de orde.

De werkzaamheden van de diakonessen zijn vooral huishoudelijk geweest, zoals het laten spinnen van garen, het laten weven van stoffen en het laten vervaardigen van kleding voor vrouwen en kinderen.

Na het reglement volgt 'De ordonnantie van de knecht van het kantoor van diakenen'. Tot zijn werkzaamheden behoren het schoonhouden van de kerk, het schuren van kandelaars, kronen en blakers, het voor de kerkdienst gereed zetten van de stoelen voor de vrouwen en aansteken en doven van de kaarsen. Van de gemeente Het Lam is voor de vereniging met De Toren, in 1668, geen reglement bekend. De nieuwe gemeente (Het Lam en De Toren) stelde eind 1673 voor het eerst een reglement op. Het bevat richtlijnen voor de wijze van vergaderen van kerkeraad en diakonie en de taakomschrijving van de functionarissen. In tegenstelling tot het reglement van 1640 worden er echter geen handelingen buiten de vergaderzaal beschreven. Drie jaar later wordt de volgorde van de hoofdstukken binnen het reglement ingrijpend gewijzigd. Voor het eerst is nu het aantalleden van de kerkeraad vermeld. Het zijn de twaalf predikanten en de twintig diakenen.

In de 18e eeuw is tweemaal een nieuw reglement opgesteld, in 1725 en in 1785. De verordening van 1785 bevat voor het eerst bepalingen over het aanstellen van de hoogleraar en het verkiezen van de curatoren van de Kweekschool (predikantenopleiding). Blijkbaar was het tot dan toe niet nodig geweest iets over de kweekschool, die al honderd jaar bestond, in de reglementen op te nemen.

De Verenigde gemeente, in 1801 ontstaan door de vereniging met De Zon, maakte in 1802 haar eerste reglement. In dit reglement zijn de bepalingen voor de kerkeraad van die voor diakenen gescheiden. De reglementen van kerkeraad en diakenen, tot 1820 alleen in handschrift, werden beide in 1829 voor het eerst gedrukt.

In de 19e en 20e eeuw wijzigde men de reglementen regelmatig. Het reglement van diakenen onderging in 1843 een uitbreiding met dat van bedeling, en in 1876 met het huishoudelijk reglement. Het jongste reglement van diakenen uit 1944 is tevens het laatste omdat het college eind 1955 werd opgeheven.

Kerkeraad

Tot de taken behoorde naast de zorg voor en het toezicht op de lidmaten ook het ondersteunen van gemeenten in binnen- en buitenland, die geen geld genoeg hadden om hun predikanten te betalen of door een natuurramp hun bezittingen waren kwijtgeraakt.

De gemeente Lam en Toren besloot in 1680, omdat er kritiek was op het functioneren van predikanten en op hun gebrek aan geestelijke bagage, de opleiding voor predikanten zelf ter hand te nemen. Ds. Galenus Abrahams de Haan leidde de jongelingen op. De opleiding heeft tot 1811 bestaan. Zij is in dat jaar door de Algemene Doopsgezinde Sociëteit overgenomen.

De colleges die tot 1810 in de kerk De Toren werden gegeven, vonden na die tijd in een huis bij de kerk Het Lam plaats. De doopsgezinde bibliotheek is gesticht in 1680 toen ds. Johannes Reyersen zijn bibliotheek aan de doopsgezinde Kweekschool naliet. Deze bibliotheek werd tot 1810 eveneens in de kerk De Toren bewaard. Daarna in een huis bij de kerk Het Lam waar zij tot 1969 in de, nu nog bestaande, bibliotheekzaal gestaan heeft. Een gedeelte van de bibliotheek (de afdeling Mennonitica) is enige jaren later naar de Universiteitsbibliotheek

overgebracht. Het resterende deel is daarna in gedeelten verkocht.

Naast de bibliotheek bestond er het archief. Het eerste alfabetische register van archief-stukken dateert uit 1744. Het tweede werd in 1774 aangelegd. In 1812 werd het derde register vervaardigd dat tot omstreeks 1875 heeft dienst gedaan.

Frederik Muller, later een bekende boekhandelaar, vervaardigde in 1841 een 'catalogus op het archief en 'een geschiedenis van de kerk het Lam'. In augustus 1854 verscheen de eerste gedrukte catalogus van de bibliotheek door zijn vader, de hoogleraar Samuel Muller, vervaardigd.

De commissie voor de bibliotheek en het archief begon op 5 juli 1860 haar werkzaam-heden. Een van de leden van de commissie, prof. J.G. de Hoop Scheffer, zette zich met hulp van de koster, die het schrijfwerk deed, aan het inventariseren van de archieven. De inventaris werd ingedeeld in een Algemeen Gedeelte (Afdeling A), een gedeelte Amsterdam (Afdeling B) en een gedeelte Nederland (Afdeling C). Het eerste deel van de Inventaris der archiefstukken berustende bij de Vereenigde Doopsgezinde Gemeente te

Amsterdam met afdeling A verscheen in maart 1883. Het tweede deel met de afdelingen Ben C in februari 1884.

Ook de bibliotheek publiceerde haar catalogus in twee delen, in september 1885 deel 1 en in januari 1888 deel 2, beide door J.G. de Hoop Scheffer vervaardigd.

In december 1918 werd alleen van de afdeling 'Mennonitica' een nieuwe catalogus gedrukt. Voor de rest was geen geld meer.

Diakenen

De twee taken van diakenen zijn de verzorging van de armen en de regeling van de financiële aangelegenheden.

Ondersteunden werden in categorieën ingedeeld. Deze catagorieën werden precies in het reglement van bedeling vermeld. De gezinssamenstelling en het hebben van geen of weinig werk speelde mede een rol. Ook bestedelingen afkomstig uit andere gemeenten hoorden tot de ondersteunden evenals Amsterdamse bestedelingen die elders verpleegd werden.

Naast bestedelingen waren er weeskinderen. Zij gingen evenals de kinderen van de ondersteunden naar school en volgden daarna een beroepsopleiding. Daarnaast had de gemeente ook te maken met in tehuizen geplaatste kinderen.

Onderstand werd in verschillende vormen gegeven: in geld, in natura (turf, voeding) en in geneesmiddelen. Bovendien bemiddelden diakenen bij het verkrijgen van werk door voor verschillende goederen leveranciers aan te wijzen. Ondersteuning kostte niet alleen geld, zij bracht ook nog wat op. De nalatenschappen van bedeelden vervielen namelijk aan de gemeente.

Ondersteuning was alleen mogelijk als er geld was. In het reglement van 1640 staat al vermeld dat inkomsten afkomstig waren uit collecten, giften, legaten en rente.

Bovendien was er het onroerend goed bestaande uit huizen en kerken. De huizen werden verhuurd, maar moesten ook onderhouden en gerepareerd worden. De zogeheten 'bouwheer' was belast met het toezicht hierop.

Na 1801 werden er drie kerken in Amsterdam bijgebouwd en een (die bij De Toren) werd in 1815 gesloopt omdat de gemeente de onderhoudskosten niet meer kon opbrengen. Van de nieuwe kerken werd de eerste in 1842 op particulier initiatief gebouwd aan het Meerpad te Nieuwendam. De Oosterparkkerk kwam als tweede in 1904 aan de 's-Gravensande-straat gereed. Bij het ontwerpen van Amsterdam Nieuw-West was ook gedacht aan een doopsgezinde kerk. Deze werd in 1955 in de Burgemeester Rendorpstraat gebouwd.

Een deel van de huizen van de gemeente werd tot huisvesting van armen en ouden van dagen ingericht, als hofjes. De bewoners konden daar gratis wonen en hoefden niet voor hun brandstof, voeding en kleding te zorgen.

De gemeente Het Lam had twee hofjes, De Naald in de Laurierstraat en De Hoeksteen in de Looiersstraat. De gemeente De Toren bezat het Lindenhofje op de Lindengracht. De gemeente Lam en Toren nam in 1748 van de familie Van de Rijp het Rijpenhofje op de Rozengracht over. De huisjes De Vogel werden in 1796 door Leonard Thomas de Vogel aan de gemeente nagelaten om er gealimenteerden in te laten wonen. De gemeente bezat twee gestichten: sinds 1677 het Weeshuis op de Prinsengracht bij het Amstelveld en sinds 1687 het Oudevrouwenhuis in de Elandsstraat. Dit werd in 1765 naar de Kerkstraat achter het Weeshuis verplaatst. Het Weeshuis moest al in 1811 zijn poorten sluiten, het Oudevrouwenhuis werd, na een bestaan van bijna 200 jaar, in 1882 opgehe-ven. De archieven van deze gestichten zijn onder archiefnummer 811 en 812 in het Gemeentearchief van Amsterdam te vinden.

Bij de vereniging met de gemeente De Zon in 1801 kreeg de gemeente ook de beschikking over het Zonshofje op de Prinsengracht bij de Prinsenstraat. Dit hofje was reeds sinds 1765 als zodanig in gebruik na eerder een kerk geweest te zijn.

Achter het Rijpenhofje, in de Bloemstraat, werden in 1877 de huizen De Lely voor gealimenteerde echtparen gebouwd.

Het bejaardenhuis van de doopsgezinde gemeente, het Menno Simonszhuis, werd na 1955, dus vallend buiten de periode die dit archief bestrijkt, in Buitenveldert geopend.

Verenigingen met diakonale taken

Aan het eind van de 1ge eeuw was het werkgebied van diakenen zo uitgebreid dat verenigingen een gedeelte van hun taak overnamen.

Deze verenigingen waren:

De Doopsgezinde Wijkverpleging, opgericht in 1892. Deze was gevestigd op het adres Singel 458. Het personeel bestond uit een directrice en een aantal wijkzusters. Lidmaten van de doopsgezinde gemeente konden er contribuant van worden. De vereniging werd omstreeks 1955 opgeheven.

De Vereniging voor versterkend voedsel, melk en eieren aan herstellende zieken, opgericht in 1895. Deze had eveneens veel doopsgezinden onder haar leden. Ook zij moet haar taak omstreeks 1955 beëeindigd hebben.

De Vereniging tot instandhouding van wijkgebouwen in wijk I en II van de doopsgezinde gemeente, opgericht in 1927. De vereniging bouwde kort na 1927 een aantal woningen aan de Karperweg, waarvan de benedenverdieping het verenigingslokaal en kerkzaal was. In de jaren '50 is haar taak langzamerhand door de doopsgezinde gemeente over-genomen.

De Christelijke Hulpdienst, opgericht in het crisisjaar 1935. Zij trad op als arbeids-bemiddelingsbureau en leende aan degenen die dat nodig hadden, geld. Deze dienst moet na 1949 zijn opgeheven, wanneer is niet bekend.

DE INVENTARISATIE

Als basis voor deze inventaris dient de tweedelige inventaris van J.G. de Hoop Scheffer die ruim honderd jaar geleden verscheen en de archieven tot 1860 omvatte. De na die tijd gevormde archieven werden samen met het geïnventariseerde gedeelte tot 1965 in de bibliotheek van de Doopsgezinde gemeente aan het Singel bewaard.

Het archief van de Doopsgezinde gemeente Amsterdam is sindsdien in gedeelten naar de Gemeentelijke Archiefdienst over gebracht, eerst nog naar het hulpdepot 'Ceres' aan de Nieuwe Prinsengracht, na 1970 naar het hoofdgebouwaan de Amsteldijk. De laatste aanvulling kwam in 1989 binnen. Het archief heeft een lengte van 58 meter.

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Doopsgezinde gemeente Bij de Toren (Waterlanders); diakenen : 2.2
    • Doopsgezinde gemeente Bij de Toren (Waterlanders); kerkenraad : 2.1
    • Doopsgezinde gemeente Bij het Lam (Vlamingen); diakenen : 1.2
    • Doopsgezinde gemeente Bij het Lam (Vlamingen); kerkenraad : 1, 1.1
    • Doopsgezinde gemeente Lam en Toren; diakenen : 3.2
    • Doopsgezinde gemeente Lam en Toren; kerkenraad : 3.1
    • Verenigde Doopsgezinde Gemeente Amsterdam
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Christelijke hulpdienst : 4.3.4
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Diakenen : 4.2
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Kerkenraad : 4.1
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Vereniging Doopsgezinde wijkverpleging : 4.3.1
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Vereniging tot stichting en instandhouding van wijkgebouwen in de wijken I en II : 4.3.3
    • Verenigde Doopsgezinde gemeente; Vereniging tot verstrekking van versterkend voedsel of melk en eieren aan herstellende zieken : 4.3.2
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.