1103: Archief van Elsevier N.V.

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1103

Periode:

1664 - 2015

Inleiding

In de 1989 en 2014 werd c. 132 meter aan archief overgebracht. In 2017 is daar nog zo'n 40 meter bijgekomen. Het archief beslaat de periode van 1880-2000, met het zwaartepunt op de jaren '60 tot '80 van de twintigste eeuw. In deze periode maakt Elsevier als bedrijf de grootste stappen. Door de overnames van Exerpta Medica en Edicom - de samenwerking tussen Mouton en Van Goor - en later de fusies met de Nederlandse Dagblad Unie en Reed Publishers, groeit het bedrijf enorm.

Geschiedenis

In 1880 richtte Jacobus George Robbers, samen met drie andere firmanten, de vennootschap Uitgeversmaatschappij Elsevier op, welke zich in eerste instantie in Rotterdam vestigde. Zeven jaar later in 1887 verhuisde de firma al naar Amsterdam, waar ze in 1913 een nieuw kantoor en magazijn aan het Singel ter hoogte van de Torensluis, betrokken. Een eerste succes behaalde de uitgeverij met de 'tweede door den auteur herziene druk' van Multatuli's 'Max Havelaar' in 1881. Hierna namen ze ook alle andere rechten op de werken van Multatuli over van G.L. Funke, een van de medefirmanten in het bedrijf. Het paradepaardje van Elsevier volgde drie jaar later, toen ze de tweede druk van de Winkler Prins Encyclopedie verzorgden. In 1993 verscheen de laatste papieren editie van deze encyclopedie, waarna er in 1997 nog een digitale versie op cd-rom werd uitgegeven. In 2006 nam PCM de rechten op de encyclopedie over van Elsevier.

Herman Robbers, zoon van Jacobus George Robbers, neemt het bedrijf in 1927 over. Hij was echter meer schrijver dan uitgever. In 1928 neemt hij J.P Klautz in dienst als secretaris, die in 1931 als directielid werd benoemd. Uit de memoires van J.P. Klautz maken we op dat Herman Robbers zeer bekommerd was om de Nederlandse literatuur. Hij vond dat schrijvers met respect behandeld moest worden en een eerbaar honorarium moesten krijgen. Dit was zeer nobel, maar funest voor de bedrijfsresultaten. De Winkler Prins Encyclopedie en uitgaves van het werk van Jules Verne hielden het bedrijf min of meer in stand. J.P. Klautz bewees betere commerciële inzichten te hebben. Het boek 'Rubber' (1931) van Madelon Székely-Lulofs werd zijn eerste succes. Van het boek werden zelfs toneelstuk en film gemaakt. Klautz legt ook de basis voor het wetenschappelijke fonds van Elsevier door de manuscripten van Duitse wetenschappers, die in de jaren voor de oorlog niet meer in Duitsland uitgegeven mochten worden, in Nederland uit te geven. Mede door het toedoen van Elsevier maakte de taal van de wetenschap een omwenteling van het Duits naar het Engels. Klautz' interesse lag al bij de chemie, fysica en medische wetenschappen en samen met de boekhandelaren Dekker en Nordemann breidde hij het fonds voor Elsevier aanzienlijk uit. De eerste eigen uitgave van Elseviers Wetenschappelijke Uitgeverij was het 'Handbuch der Organische Chemie' van Paul Karrer en verscheen in 1937. Het was een schot in de roos, want Karrer ontving nog datzelfde jaar de nobelprijs voor chemie. Er worden inmiddels ook plannen gemaakt om het geluk van Elsevier aan de andere kant van de Atlantische Oceaan te beproeven en daar Elseviers Publishing Company op te zetten, maar deze worden door de Oorlog nog even in de ijskast gezet.

Gedurende de Oorlog lagen veel van de werkzaamheden stil, maar werden wel grootse plannen gesmeed voor na de Oorlog. De Winkler Prins zou een zesde editie ondergaan, maar vooral het hoofdstuk over Elseviers Weekblad in de memoires van J.P. Klautz lezen als een jongensboek. Klautz had al enige tijd rondgelopen met het idee om Elseviers Geïllustreerd Maandschrift, dat ze sinds 1891 uitgaven, te moderniseren en er een weekblad van te maken. Aan het begin van de Oorlog deed zich de mogelijkheid voor om 100 ton rotatiepapier op te kopen, er werd een redactie gevormd en de plannen voor een weekblad kregen vorm. Voor de exploitatie werd een nieuwe uitgeverij opgericht Bonaventura. Het plannen van naoorlogse activiteiten was immers verboden en mochten de plannen uitlekken, dan zou Elsevier in ieder geval niet getroffen worden. Na de Oorlog moest een verschijningsvergunning verkregen worden om tijdschriften uit te brengen en de tijdens de Oorlog uitgebrachte ondergrondse bladen kregen voorrang. Elsevier had alles klaar staan om hun weekblad te doen verschijnen, maar kregen geen vergunning. Na maanden lukte het door eerst een papiertoewijzing te krijgen van het Departement Onderwijs voor een lachwekkende 40kg papier per week, maar de 100 ton rotatiepapier lag nog altijd in het magazijn en het weekblad kon groots verschijnen. Zelf hoefde Elsevier weinig te doen voor de promotie van het blad, want het handelen kwam op zoveel kritiek te staan van de voormalige ondergrondse bladen dat binnen een week heel Nederland van Elseviers Weekblad had gehoord.

In 1954 gaf Klautz het stokje over aan R.E.M. van den Brink. Onder zijn leiding zet Elsevier een internationale koers uit en kende zij nagenoeg ongelimiteerde groei. Door tal van overnames en fusies verhonderdvoudigde de omzet van het bedrijf en groeide het personeelsbestand van tientallen tot 5000. De eerste grote slag werd geslagen toen in 1972 Excerpta Medica werd overgenomen. Dit was het bedrijf van de zakelijk ingestelde chirurg Pierre Vinken, die gespecialiseerde medische publicaties in dure abonnementsvormen verkocht en Elsevier zo aan nieuwe activiteiten hielp. Vinken werd beloond met een plek in de Raad van Bestuur en zou later het stokje overnemen van Van den Brink. In 1976 werd Edicom overgenomen. Dit was op haar beurt een fusie tussen Van Goor en Mouton, die beide ook al verschillende kleine bedrijven hadden overgenomen. Van deze kleine bedrijven bevinden zich ook stukjes archief in dit archief. Tot slot volgde in 1979 de fusie met de Nederlandse Dagblad Unie. Pierre Vinken kreeg na de fusie de leiding over het bedrijf. Zijn meest gedenkwaardige optreden is de mislukte vijandige overname van Kluwer in 1987. Waarover in dit archief de nodige dossiers te vinden zijn. Verder werden door overnames nieuwe digitale technieken verworven om de uitgeversactiviteiten uit te breiden. In 1993 loodst Vinken het bedrijf door een nieuwe fusie met Reed Publishers en vormt het bedrijf tot wat het vandaag de dag is onder de naam RELX.

Archief

Het archief is in delen tussen 2015 en 2018 overgebracht naar en bewerkt door het Stadsarchief. Na bewerking omvat het zo'n 100 strekkende meter. Het archief bestrijkt de periode 1880-2000, met enkele retroacta van eerdere datum en wat jongere stukken. Het zwaartepunt ligt echter op de jaren '60 to '80 van de twintigste eeuw. Tot de fusie met Reed in 1993 is alles openbaar. Privacygevoelige documenten van daarna zijn in de openbaarheid beperkt en de openbaarheid van stukken jonger dan 20 jaar is ook beperkt.

Archiefvormer

Elsevier Nederland B.V.
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.