1071: Archief van de Nederlandse Vereniging voor Sociaal-Pedagogische Zorg

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1071

Periode:

1931 - 2008

Inleiding

De Nederlandsche Vereeniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs

Aan het begin van de twintigste eeuw was - door de invoering van de leerplichtwet van 1900 - een vorm van lager onderwijs voor verstandelijk gehandicapte kinderen beschikbaar en verplicht: het Buitengewoon Lager Onderwijs. Voor de schoolverlaters was er echter geen enkele mogelijkheid om op de een of andere manier als werkende een plaats in de maatschappij in te nemen.

Rond 1920 nam de gemeente Amsterdam het voortouw op het gebied van een gewenste maatschappelijke begeleiding na schooltijd en benoemde Pier de Boer, onderwijzer op een school voor Buitengewoon Lager Onderwijs, in 1922 tot een zogenoemde nazorgambtenaar. Andere steden als Haarlem, Dordrecht, Arnhem, Vlaardingen en Delft volgden dit voorbeeld en op den duur ontstond een netwerk van nazorgambtenaren, dat de Nazorggroep genoemd werd. De Nazorggroep zette werkinrichtingen op, waar, in de taal van die tijd, onmaatschappelijke debielen werk konden verrichten.

In 1931 nam Pier de Boer, een sociaal-democraat, het initiatief de ambtenaren in Amsterdam op een gezamenlijke bijeenkomst voor overleg uit te nodigen. De bijeenkomst was vruchtbaar en op 23 april 1932 vond in Arnhem de oprichting plaats van de Nederlandsche Vereeniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs. Bestuursleden waren behalve De Boer, de nazorgambtenaren E.P. Schuyt (Haarlem), A.H.D. Wepster (Dordrecht), J.J.C. van der Wouden (Delft) en H. Frantsen (Vlaardingen).

Een van de vroegste archiefstukken, inventarisnummer 498, laat de praktische inslag zien, waarmee de bestuursleden van de Vereeniging hun taak tegemoet traden. Het is een briefkaart uit 1933 van Van der Wouden, namens de afdeling Rietmatten van de Vereeniging, aan zijn medebestuurslid Schuyt. Van der Wouden schrijft over een vorm van ongevallenverzekering voor de leden van de Vereeniging: één van de taken waarmee zij zich ook belastte. De afdeling Rietmatten was een van de afdelingen van de Vereeniging, die tot taak hadden de werkinrichtingen te laten draaien en bijvoorbeeld de inkoop van grondstoffen te organiseren. In de werkinrichtingen werden onder meer bezems, vloermatten en pantoffels vervaardigd. Maar ook was er werk op het gebied van groenverzorging en fruitbouw.

Het uitbreken van de oorlog in mei 1940 trof al gauw de Vereeniging: in Amsterdam verbrandde in het eerste oorlogsjaar een voorraad cocosgarens, de grondstof voor de matten. De werkplaatsen moesten op den duur sluiten en de bestuursleden kregen een andere taak: de zwakzinnigen vrijwaren voor een tewerkstelling in Duitsland. Voorzitter Pier de Boer onderscheidde zich in deze oorlogsjaren door onvermoeibaar op zoek te gaan naar voedsel en onderdak voor zwakzinnigen en anderen. Zijn gezondheid was, mede door zijn inspanningen in de oorlogstijd, slecht en op 25 oktober 1945, nog geen half jaar na de bevrijding, overleed hij aan hartklachten.

De Vereeniging nam in december 1945 de draad weer op onder leiding van voorzitter Schuyt; G.H. van Dijk werd tot secretaris benoemd. De verzuiling in het na-oorlogse Nederland had ook gevolgen voor de Vereeniging. Katholieken en protestanten scheidden zich af en richtten een eigen vereniging op. In 1949 kwam de Vereniging van de H. Jozef van Cupertino, later ook wel de Katholieke Landelijke Vereniging voor Sociaal Pedagogische Zorg Cupertino genoemd, tot stand en in 1951 het Protestants Christelijk Nazorgverband, later de Protestants-Christelijke Vereniging ter Bevordering van Sociale en Pedagogische Zorg (PCZ).

De Vereeniging SPZ diende zich te beraden over haar koers. Sommigen meenden dat de zorg voor verstandelijk gehandicapten in de eerste plaats een overheidstaak was, anderen vonden dat de nazorg in particuliere handen moest blijven. Uiteindelijk werd in 1955 gekozen voor de opzet van een centraal bureau met een directeur, dat vormen van algemene nazorg moest gaan bevorderen. Secretaris Van Dijk werd benoemd tot directeur van het nieuwe bureau en van de Vereeniging.

De Stichting Federatie Nazorg Buitengewoon Onderwijs

Het bestaan van drie verenigingen bleek in de praktijk niet effectief te werken. Verschillende inventarisnummers uit die tijd betreffen besprekingen over de wirwar aan regels en regelingen. De vereniging ging om die reden opnieuw een samenwerking aan met de katholieke en protestantse organisaties en in 1957 werd de Federatie Nazorg Buitengewoon Onderwijs opgericht. Minister Marga Klompé speelde een grote rol (financieel en organisatorisch) bij deze samenwerking tussen de drie organisaties door de invoering van de 'Subsidieregeling Maatschappelijk Werk voor Zwakzinnigen' in 1957.

De Nederlandsche Vereniging voor Sociaal Pedagogische Zorg

In ditzelfde jaar 1957 nam Schuyt afscheid als bestuurder en werd het 25-jarig bestaan van de Vereeniging Nazorg gevierd. Het was opnieuw wenselijk voor het bestuur zich te beraden over de taken van de Vereeniging. De werkinrichtingen waren overgaan in werkplaatsen, onder beheer van de plaatselijke overheden, waarmee de oude taak van de Vereeniging Nazorg tot het verleden behoorde. Zij besloot zich te richten op de zorg (in de vorm van belangenbehartiging) voor zwakzinnigen in het algemeen in plaats van enkel op de nazorg. Ook de naam van de vereniging wijzigde zich in 1959 in: Nederlandse Vereniging voor Sociaal Pedagogische Zorg (SPZ).

Nationale collectes

In 1959 kwam de Federatie met het lumineuze idee een nationale collecte te houden, die 80.000 gulden opbracht. De gelden werden verdeeld onder de drie leden van de Federatie. Jaarlijks stegen de opbrengsten van de collecte. In 1980 werd ruim 4 miljoen gulden opgehaald. Het Landelijk Kollekte Bureau voor Geestelijk Gehandicapten en de Kommissie Nationale Kollekte waren de organisaties, die door de Federatie SPZ en de Federatie van Ouderverenigingen werden opgericht om de activiteiten te coördineren en de gelden te beheren.

Als gevolge van deze ruimte in de financiële situatie konden nieuwe initiatieven ontplooid worden. Ook een bestuurswisseling, waarbij Van Dijk plaatsmaakte voor Frits Daams, schiep ruimte voor nieuwe activiteiten. In 1962 werd de Voortgezette Scholing in Dienstverband van maatschappelijk werkers voor geestelijk gehandicapten (VSID-MWGG), als voortzetting van een eerdere cursus voor sociaal-pedagogen onder leiding van G. van Dijk, opgericht. De Voortgezette Scholing kreeg een aantal onderafdelingen: VSID-MWZ, VSID-KDV, VSID-DVO.

Door de gunstige financiële omstandigheden werd het mogelijk in 1964 een Steunfonds op te richten: de Stichting Steunfonds Sociaal-Pedagogische Zorg. Bij het Steunfonds konden allerlei instellingen een verzoek om financiële hulp indienen.

De Stichting Federatie Sociaal Pedagogische Zorg

In ditzelfde jaar 1964 wijzigde de Federatie Nazorg Buitengewoon Onderwijs haar naam in Stichting Federatie Sociaal-Pedagogische Zorg. Het bureau voerde niet alleen het secretariaat voor zowel de Vereniging als de Federatie SPZ, maar ook voor aanverwante organisaties als Oudervereniging Helpt Elkander, de Stichting Opleidingen voor de Ambulante Zwakzinnigenzorg (AZ), voorheen Opleidingen voor Verzorgende en Opvoedende Beroepen in Aanvullende Voorzieningen voor Zwakzinnigen) de Stichting Verbond van Algemene Instellingen voor Zwakzinnigenzorg (VAIZ) en de Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten (GLG).

Deze laatste stichting was opgericht in 1963 om steun te verlenen aan gehandicapten, voornamelijk door de zogenoemde lucifersacties. De GLG vervaardigde en verkocht etiketten van luciferpakketten. Mede door toedoen van onder meer Vrienden van Veronica, TROS en AVRO werden deze landelijke acties een groot financieel succes. De hierbij betrokken organisaties waren behalve de Nederlandse Vereniging SPZ de Algemene Nederlandse Invalidenbond, de Nederlandse Katholieke Invalidenbond Sint Liduina, de Algemene Oudervereniging Helpt Elkander, de Protestants-Christelijke Oudervereniging Philadelphia en de Katholieke Oudervereniging Voor het Zorgenkind.

Een andere aangesloten organisatie was de Stichting Algemene Vakantiehuizen voor Zwakzinnigen, in 1964 opgericht door de Vereniging SPZ en de Algemene Oudervereniging Helpt Elkander. In 1968 werd de vereniging omgevormd tot de Algemene Stichting tot Verzorging en Verpleging van Zwakzinnigen (ASVZ).



Oprichting van een samenwerkingsorgaan

De invoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in 1968 maakte het mogelijk subsidies te vragen voor voorzieningen op het gebied van wonen, werken, onderwijs en vrije tijd. Het gevolg hiervan was dat een grote verscheidenheid aan organisaties ontstond die zich inzette voor verstandelijk gehandicapten, hun ouders en hun professionele verzorgers. Een groot deel van de jaren zestig en zeventig zijn de Vereniging en Federatie SPZ verwikkeld in pogingen om aan de grote versnippering in de zorg een einde te maken en te komen tot één landelijke organisatie. Ook de landelijke overheid drong aan op samenwerking. Hoe weinig de organisaties bereid waren hun eigen confessionele identiteit op te geven en hoe moeizaam de besprekingen verliepen, illustreert het feit, dat een hiertoe ingestelde commissie pas na zeven jaar er in slaagde een advies uit te brengen. Dit advies leidde in 1977 tot de oprichting van het Landelijk Samenwerkingsorgaan Maatschappelijke Dienstverlening Geestelijk Gehandicapten (SLO), waarvan het secretariaat aanvankelijk op het bureau van de SPZ gevoerd werd. In 1980 verhuisde de SLO, later Somma geheten, naar Zeist.

Deze periode, uitlopend in de jaren tachtig, kenmerkte zich door uitvoerige besprekingen over knelpunten, structuren en herstructureringen. De besprekingen in Vereniging, Federatie en in overkoepelden organisaties als NOZ, NRWM en later in het LSO/Somma onderling en met de overheid over beleidsnota's en de instelling van verschillende commissies hebben, zo bleek tijdens de inventarisatie, een grote hoeveelheid beleidsnota's, beleidsprogramma's, rapporten, visies, discussienota's en verslagen gegenereerd.

Bezuinigingen

De jaren tachtig van de twintigste eeuw stonden eveneens in het teken van bezuinigingen. Om die reden werd in 1982 het 50-jarig bestaan van de vereniging SPZ niet gevierd. Wel wordt er twee jaar later een boek uitgegeven, waarin Taco Kingma de geschiedenis van de vereniging beschrijft. De bezuinigingen leidden ertoe, dat organisaties en diensten moesten samengaan of opgeheven werden. De Werkgeversvereniging SPZ, opgericht in 1974, ging in 1981 over in de Werkgeversvereniging Maatschappelijk Dienstverlening (WMD).

In 1986 gingen het Landelijk Kollekte Buro en de Kommissie Nationale Kollekte samen in de Stichting Nationale Kollekte Geestelijk Gehandicapten. Ook kwamen in deze periode veel aanvragen voor geldelijke ondersteuning bij het Steunfonds binnen.

De activiteiten van de SPZ liggen in deze jaren vooral op het bestuurlijke vlak. Vereniging en Federatie zijn niet alleen vertegenwoordigd in Somma, maar ook in het Nationaal Orgaan Zwakzinnigenzorg (NOZ), voorheen het Centraal Orgaan inzake Zwakzinnigenzorg (COZ) en in het Steunfonds van het NOZ, de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn (NRWM), de Federatie van Verenigingen van Ouders en vrienden van Geestelijk en/of Lichamelijk Gehandicapte Kinderen.

Vereniging en stichting

In 1989 veranderde Somma van structuur. In plaats van een stichting met bestuursafgevaardigden van SPZ, Cupertino en PCZ werd zij een vereniging, waaraan alle sociaal pedagogische diensten zich als lid konden aansluiten. In feite betekende dit dat er een eind kwam aan de traditionele taken van SPZ; de leden meldden zich zelf aan bij Somma.

Het pand werd daarom opgedoekt en in 1990 was er geen personeel meer in loondienst. In 1994 werd de Vereniging SPZ een stichting, die een bijdrage wilde gaan leveren in de ontwikkelingen op het gebied van de zorg voor verstandelijk gehandicapten, op materieel, immaterieel en financieel gebied. In de Nederlandse Stichting SPZ werden Joost Hoffscholte en Bart Hulsbos voorzitter, resp. secretaris. Het bestuur werd gecomplementeerd door vier personen, door Somma aangewezen en twee door de Vereniging van Ouders en Verwanten van Mensen met een Verstandelijke Handicap.

In 2005 valt het besluit, na jaren van aarzeling, ook de Federatie SPZ op te heffen. Somma kreeg in deze periode een nieuwe naam: MEE Nederland.

De Stichting SPZ besloot in 2005 meer op de voorgrond te treden en schreef prijsvragen uit, organiseerde symposia en behandelde een groot aantal subsidieaanvragen. Op 26 februari 2007 ging de website online. Ook werd toen, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan, de nagedachtenis van de oprichter geëerd door de instelling van de Pier de Boer-prijs, uitgeloofd voor het beste project dat mensen met een verstandelijke handicap verder helpt, onder een tweejaarlijks vast te stellen thema. Iin dit jubileumjaar verscheen tevens de hieronder genoemde publicatie over de geschiedenis van de SPZ, geschreven door Constantijn Hoffscholte.

Fusie

Vanaf 2007 werden regelmatig besprekingen gehouden met de Protestants-Christelijke Vereniging ter Bevordering van Sociale en Pedagogische Zorg over een mogelijk samengaan van de twee stichtingen. Op de bestuursvergadering van 3 december 2008 besloot het bestuur de Stichting SPZ op te heffen en te fuseren met de stichting PC-SPZ. Op 26 maart 2009 kwam de Nederlandse Stichting tot bevordering van de Sociaal-Pedagogische Zorg tot stand (SPZ). De twee verenigingen behoorden oorspronkelijk beide tot de Nederlandsche Vereeniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs. In 1951 besloot, zoals eerder vermeld, de Protestants-Christelijke Vereniging ter Bevordering van Sociale en Pedagogische Zorg zich af te splitsen. Met het weer samengaan in 2007 was de cirkel rond.



Verantwoording van de inventarisatie

Het archief van de Nederlandsche Vereeniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs en rechtsopvolgers werd in ordentelijke staat aangeleverd. In januari 2010 werden stukken betreffende de recente periode tot aan de fusie met PC-SPZ toegevoegd, waarmee het archief van de Vereniging/Stichting SPZ met rechtsvoorgangers volledig is.

Bij het begin van de inventarisatie werden de archiefvormers vastgesteld, waarna het materiaal bij de verschillende vormers werd ondergebracht. Vaststelling van de archiefvormer was vooral bij de stukken in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw niet altijd eenvoudig. Deze jaren kenmerkten zich door initiatieven op het gebied van samenwerking met sociaal pedagogische diensten en uitvoerige besprekingen over een gewenst samenvoegen van instellingen en organisaties. Soms werd het secretariaatswerk aanvankelijk uitgevoerd door de Vereniging SPZ, waarna het overging naar de Federatie, dan weer initieerde de Federatie een project, dat werd overgenomen door de Vereniging. Bij de ordening van de stukken (onder meer correspondentie) zijn de stukken gevoegd bij de eerste archiefvormende instantie. Om die reden kunnen stukken betreffende bijvoorbeeld sociaal pedagogische diensten zowel bij de archiefvormer Federatie SPZ als bij de archiefvormer Vereniging SPZ geplaatst zijn.

Bij de inventarisatie bleek een groot aantal stukken dubbelen te zijn, waardoor de lengte van het archief, aanvankelijk 23 meter, is teruggebracht tot 17 meter.

Geraadpleegde literatuur

Door het leven leren wij : al 75 jaar het vermogen om mensen met een verstandelijke beperking verder te helpen, door Constantijn Hoffscholte. Uitgave door de Nederlandse Stichting voor Sociaal Pedagogische Zorg ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan (Aalsmeer 2007) (inv.nr. 52)

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Katholieke Landelijke Vereniging voor Sociaal Pedagogische Zorg : 6.13
    • Landelijk Kollektebureau voor Geestelijk Gehandicapten Kommissie Nationale Kollekte : 6.11
    • Maatschappelijk Werkers voor Geestelijk Gehandicapten; Voortgezette Scholing in Dienstverband : 6.2
    • Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn : 7.1
    • Nederlandsche Vereeniging Nazorg Buitengewoon Onderwijs : 5
    • Nederlandse Vereniging voor Sociaal Pedagogische Zorg : 2
    • Nederlandse vereniging voor sociaal-pedagogische zorg
    • Protestants-Christelijke Vereniging ter Bevordering van Sociale en Pedagogische Zorg : 6.12
    • Stichting Aktiecomité Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten : 6.7
    • Stichting Algemene Vakantiehuizen voor Zwakzinnigen Algemene Stichting tot Verzorging en Verpleging van Zwakzinnigen : 6.6
    • Stichting Federatie Nazorg Buitengewoon Onderwijs : 4
    • Stichting Federatie Sociaal Pedagogische Zorg : 3
    • Stichting Federatie van Verenigingen van Ouders en Vrienden van Geestelijk en/of Lichamelijk Gehandicapte Kinderen : 7.4
    • Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten : 6.5
    • Stichting Landelijk Samenwerkingsorgaan Maatschappelijke Dienstverlening voor Geestelijk Gehandicapten : 6.9
    • Stichting Nationaal Orgaan Zwakzinnigenzorg : 7.2
    • Stichting Nationale Kollekte Geestelijk Gehandicapten : 6.10
    • Stichting Opleidingen Ambulante Zwakzinnigenzorg : 6.1
    • Stichting Sociaal Pedagogische Zorg : 1
    • Stichting Steunfonds Nationaal Orgaan Zwakzinnigenzorg : 7.3
    • Stichting Steunfonds Sociaal Pedagogische Zorg : 6.3
    • Stichting Verbond van Algemene Instellingen voor Zwakzinnigenzorg : 6.4
    • Werkgeversvereniging Maatschappelijke Dienstverlening Werkgeversvereniging Sociaal Pedagogische Zorg : 6.8
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.