1020: Archief van de Universiteit van Amsterdam; Faculteit Wiskunde, Informatica, Natuurkunde en Sterrenkunde en rechtsvoorgangers

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

1020

Periode:

1877 - 2007

Inleiding

Institutionele geschiedenis van de faculteit

De faculteit der wis- en natuurkunde was één van de vijf faculteiten waarmee de Universiteit van Amsterdam in 1877 van start ging. In 1876 namelijk was het Atheneum Illustre, gesticht in 1632, door de inwerkingtreding van de wet op het hoger onderwijs (WHO) omgevormd tot universiteit van Amsterdam (UvA). Aan het Atheneum Illustre was hoger onderwijs in wiskunde en natuurkunde gegeven, maar deze instelling had geen recht van promotie; evenmin werden er afsluitende examens afgenomen. In tegenstelling tot de rijksuniversiteiten van Utrecht, Leiden en Groningen, was de UvA een gemeentelijke instelling. Na de invoering in 1961 van de wet op het wetenschappelijk onderwijs (WWO) was de UvA niet langer een gemeentelijke instelling, al bleef de burgemeester van Amsterdam voorzitter van het college van curatoren. De officiële naam van de faculteit veranderde in faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen.

Het bestuur van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen was gehuisvest in een aantal vertrekken van de Oudemanhuispoort, waar ook het universiteitsbestuur, de pedel, de faculteit der rechtsgeleerdheid, de faculteit der handelswetenschappen (vanaf 1922) en het Nederlands Seminarium ondergebracht waren. Later verhuisde het faculteitsbureau naar de Plantage Muidergracht 22, vanaf 1970 gehuisvest in het Wiskundegebouw (Roeterstraat 15). Tot 1965 was de faculteit verdeeld in afdelingen, te weten de Eerste afdeling wis- en natuurkunde (waaronder ook sterrenkunde werd begrepen); de Tweede afdeling scheikunde en farmacie; de Derde afdeling biologie; en de Vierde afdeling geologie. In 1965 werden deze afdelingen vervangen door de subfaculteit der wiskunde en natuurkunde (waaronder ook sterrenkunde werd begrepen); subfaculteit der scheikunde; subfaculteit der aardkunde; subfaculteit der biologie; en de subfaculteit der farmacie. De archieven van de laatste vier subfaculteiten bevinden zich niet in het archiefbestand 1020, maar hebben aparte archiefnummers.

Mede onder druk van studentenacties werd het universitaire bestuur grondig hervormd in de Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) van 1970. Het hoogste bestuursorgaan van de universiteit werd de universiteitsraad waarin het wetenschappelijk personeel, het niet-wetenschappelijk personeel en de studenten vertegenwoordigd waren. De raad werd bijgestaan door een college van bestuur dat als dagelijks bestuur fungeerde. Een dergelijke vorm zien we ook toegepast op facultair niveau. Het hoogste bestuursorgaan was hier de faculteitsraad waarin alle geledingen vertegenwoordigd waren. Het wetenschappelijk personeel leverde de voorzitter (een hoogleraar). Uit de raad werd een dagelijks bestuur gekozen, dat onder verschillende benamingen heeft bestaan. De raad nam de belangrijkste beleidsbeslissingen; de voorbereiding daarvoor geschiedde door een aantal vaste commissies, waaronder het dagelijks bestuur, de onderwijscommissie, de commissie wetenschapsbeoefening en de begrotingscommissie. Examens werden afgenomen door de examencommissies. Deze organisatievorm werd ook op subfacultair niveau toegepast. De officiële benamingen van de subfaculteiten werden subfaculteit der wiskunde, sterrenkunde en natuurkunde; subfaculteit der scheikunde; subfaculteit der geologie en geofysica; subfaculteit der biologie en subfaculteit farmacie. Door de WUB werden secties en afdelingen vervangen door vakgroepen, wat in de loop van de jaren '70 zijn beslag kreeg. Van de vakgroepen maakten naast het wetenschappelijk personeel, ook studenten en niet-wetenschappelijk personeel deel uit. Elk van deze groepen was ook in de vakgroepbesturen vertegenwoordigd. De subfaculteit der wiskunde, sterrenkunde en natuurkunde kende de drie vakgroepen wiskunde, sterrenkunde en natuurkunde. De subfaculteit der geologie kende de vakgroep geologie en geofysica en de vakgroep fysische geografie en bodemkunde. In 1972 werd de subfaculteit der wiskunde, sterrenkunde en natuurkunde opgesplitst in de subfaculteit der wiskunde en de subfaculteit der natuurkunde en sterrenkunde. Beiden kenden hun eigen vakgroepen.

In september 1987 hield de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen op te bestaan en werden vier afzonderlijke faculteiten gevormd, te weten de faculteit der wiskunde en informatica (FWI), de faculteit der natuurkunde en sterrenkunde (FNS), de faculteit der scheikunde en de faculteit der biologie.

De faculteiten hadden vakgroepen, die qua aantal en inhoud vaak wisselden. Voor een overzicht van de vakgroepen wordt daarom verwezen naar de studiegidsen van de faculteiten. Enkele vakgroepen zijn het vermelden waard. De faculteit der natuurkunde en sterrenkunde kende sinds 1974 o.a. de vakgroep natuurkundig laboratorium, vakgroep Van der Waals laboratorium, vakgroep atoomfysica (ook wel vakgroep Zeeman laboratorium genoemd) en vakgroep fysische experimenteerkunde. Samen met de afdeling didaktiek der natuurkunde fuseerden deze vakgroepen in augustus 1991 tot de vakgroep experimentele fysica. Deze vakgroep werkte in het Van der Waals-Zeemaninstituut, dat al in januari 1991 was opgericht.

In 1995 gingen de faculteit der wiskunde en informatica (FWI) en de faculteit der natuurkunde en sterrenkunde (FNS) samen in de faculteit der wiskunde, informatica, natuur- en sterrenkunde (WINS). Met de invoering van de wet modernisering universitair bestuur (MUB) van 1996, die in de loop van 1997 werd ingevoerd, veranderde de bestuurlijke en organisatorische inrichting opnieuw ingrijpend. De raden werden afgeschaft en de directe invloed van studenten en niet-wetenschappelijk personeel werd beperkt. De algemene leiding van de universiteit kwam in handen van het college van bestuur, bijgestaan door diverse medezeggenschapsorganen. Het bestuur van een faculteit kwam in handen van een decaan. Ook deze werd bijgestaan door commissies en vertegenwoordigende organen. De vakgroepen verdwenen en werden vervangen door afdelingen, onderwijs- en onderzoeksinstituten. Na een overgangsfase waarin gesproken werd van de faculteit der natuurwetenschappen i.o. ging in 1998 de faculteit der natuurkunde, wiskunde en informatie (FNWI) officieel van start.

Laboratoria en instituten

Het onderwijs en onderzoek van de faculteit vond plaats in diverse laboratoria en instituten. Hieronder volgt een overzicht. Zie voor een uitgebreider geschiedenis het boek 'Wonen en Wetenschap in de Plantage. De geschiedenis van een Amsterdamse buurt in driehonderd jaar' (UvA, Amsterdam, 1982).

In 1877, bij de omzetting van het Atheneum Illustre tot universiteit, werd Johannes Diderik van der Waals (1837-1923) benoemd als eerste hoogleraar natuurkunde. In 1880 werd aan de Plantage Muidergracht 6 begonnen met de bouw van een eigen instituut voor de natuurkunde, het Natuurkundig Laboratorium, dat in 1882 in gebruik genomen werd. Het laboratorium was o.a. toegerust met een auditorium voor 140 toehoorders.

In 1908 volgde Pieter Zeeman (1865-1943) Van der Waals op als directeur van het laboratorium. Het Natuurkundig Laboratorium werd snel te krap. In 1918 liet Zeeman zijn instrumentarium overbrengen naar een houten noodgebouw op Plantage Muidergracht 10; in 1923 opende het Laboratorium Fysica op Plantage Muidergracht 4 (sinds 1940 Zeeman Laboratorium genoemd). Het archief van Pieter Zeeman bevindt zich in het Noord-Hollands Archief. In 1935 verhuisde een gedeelte van het Natuurkundig Laboratorium naar de Nieuwe Achtergracht, daar vanaf 1937 Van der Waals Laboratorium genoemd.

In 1963 verhuist een ander gedeelte van het Natuurkundig Laboratorium naar Valckeniersstraat 65, waar ook het Instituut voor theoretische fysica (opgericht in 1949) dan al is gevestigd; een jaar later verhuist het Van der Waals Laboratorium van de Nieuwe Achtergracht naar Valckeniersstraat 67. Het gebouw op de Plantage Muidergracht 6 werd nog tot 1980 gebruikt door de vakgroep Hoge-energiefysica (in 1980 verhuisd naar de Kruislaan, Watergraafsmeer). Het historische auditorium bleef in gebruik.

Het sterrenkundig instituut was oorspronkelijk gevestigd op het adres Roetersstraat 1a, vanaf december 1969 in het zogenaamde Wiskundegebouw op Roetersstraat 15. Sinds ca. 1985 luidt de naam officieel Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek. Het instituut is sinds 1989 gevestigd op het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer (Kruislaan 403).

Samenwerkingsverbanden

In 1946 werd opgericht de stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) om al het natuurkundig onderzoek in Nederland te coördineren. De faculteit verrichtte in opdracht van de Stichting FOM onderzoek in diverse werkgroepen, o.a. de werkgroep Hoge-energiefysica.

Ook werd in 1946 opgericht de stichting Instituut voor Kernfysisch Onderzoek (IKO), een samenwerking van de gemeente Amsterdam, de Stichting FOM en NV Philips. Het laboratorium van de IKO was gevestigd in de Watergraafsmeer, nabij de Molukkenstraat. Eerste directeur werd Cornelis J. Bakker, die tevens hoogleraar-directeur van het Zeeman Laboratorium was.

Na jarenlang onderhandelen werd in 1975 opgericht het Nationaal Instituut voor Kern- en Hoge Energie Fysica (NIKHEF), gevestigd op het Wetenschappelijk Centrum Watergraafsmeer. Partners in het samenwerkingsverband werden de stichting FOM, de universiteit van Nijmegen, de universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. De IKO nam het kernfysisch onderzoek voor haar rekening. Het deeltjesfysicaonderzoek werd verricht door de FOM-werkgroep uit Nijmegen en de vakgroep Hoge-energiefysica van de faculteit.

Verantwoording van de inventarisatie

Begin 2002 is in opdracht van het college van bestuur van de universiteit van Amsterdam het DIV-Archiefproject van start gegaan. Doel van dit project is het opsporen en toegankelijk maken van de archieven van de faculteiten, de sub- en interfaculteiten, de secties, de instituten en de vakgroepen, die daarna conform de archiefwet 1995 overgebracht worden naar een openbare archiefbewaarplaats. Gekozen is om alle archieven tot 1997 te bewerken, waardoor aan de overbrengingstermijn van 20 jaar ruimschoots voldaan is. Voor de eindtermijn 1997 is gekozen omdat de invoering in dat jaar van de Wet Modernisering van het Universitair Bestuur (MUB) een belangrijke cesuur vormt voor vrijwel alle geledingen van de universitaire organisatie.

Het archief van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen (1877-1987) was al eerder geïnventariseerd en overgebracht naar het Gemeentearchief Amsterdam. In het kader van het DIV-Archiefproject is het aangevuld met stukken van de subfaculteiten en geherïnventariseerd door mw. M. Gravendeel. Daarnaast heeft zij geïnventariseerd de rechtsopvolgers van de faculteit, te weten het archief van de faculteit der wiskunde en informatica (1987-1995), de faculteit der natuur-en sterrenkunde (1987-1995) en de faculteit der wiskunde, informatica, natuurkunde en sterrenkunde (1995-1997). De faculteit wiskunde en informatica (FWI) is in 1989 verhuisd uit het Wiskundegebouw (Roetersstraat 15) en het Van 't Hoff Instituut (Nieuwe Achtergracht 166) naar het pand Euclides (Plantage Muidergracht 24). Verschillende archiefbestanden van voorgangers van FWI zijn toen bijeengebracht. Ook het archief van de faculteit natuur- en sterrenkunde (FNS) werd bewaard in het gebouw Euclides. In het archief is ook 5 meter archiefmateriaal opgenomen dat afkomstig is van prof. dr. P.F.A. Klinkenberg. Dit materiaal bestaat voor een groot gedeelte uit natuurkundig onderzoekmateriaal.

In de loop van 2002 is door medewerkers van het archiefproject een bestandsopname gemaakt en zijn de archiefbestanden overgebracht naar het boekendepot van de universiteitsbibliotheek (IWO).

Bij de uiteindelijke indeling van de bewaarde archieven is vooral uitgegaan van de aangetroffen orde. De meeste series zijn intact gelaten. Vernietigd zijn o.a. dubbelen, personeelsdossiers, financiële administratie (kasstukken), studentendossiers, tentamenbriefjes, tentamenantwoorden en ter kennisgeving toegestuurde stukken.

Het archief van het Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek bestaat voor een groot deel uit onderzoekmateriaal afkomstig van prof. dr. J. van Paradijs en van prof. dr. E.P.J. van den Heuvel. Hierin werden ook aangetroffen archiefstukken van de Volkssterrenwacht Simon Stevin, waarvan prof. dr. J. van Paradijs sinds 1989 bestuurslid en later voorzitter was. Deze zijn in juni 2007 overgedragen aan de rechtsopvolger Vereniging Simon Stevin. Aangetroffen archiefmateriaal van de stichting Astronomisch Onderzoek in Nederland (ASTRON) en van de stichting Space Research Organization Netherlands (SRON) kon vernietigd worden aangezien het materiaal ook aanwezig is in de archieven van de betreffende stichtingen. Wel opgenomen is het archief van de stichting Planetarium Amsterdam, afkomstig van prof. dr. E.P.J. van den Heuvel die bestuursvoorzitter van de stichting was. De stichting is opgeheven in 1986 toen het planetarium naar Artis is overgeplaatst. In 2009 werd het archief van prof. dr. E.P.J. van den Heuvel aan het archief toegevoegd.

Totale omvang van de bewerkte archiefbestanden was circa 200 meter. De omvang van het archief na bewerking bedraagt 75 meter.

Overdracht en openbaarheid

Het archiefbestand over de periode 1922-1960, toen de universiteit een gemeentelijke instelling was, was grotendeels al aanwezig op het gemeentearchief van Amsterdam. In februari 2006, op verschillende data in het najaar van 2006 zijn de aanvullingen op dit bestand overgebracht. De archieven over de periode 1961-2000 zijn op dezelfde datum (conform de Archiefwet 1995 en het KB van 1 mei 2001, Stb. 229) formeel overgebracht naar het Rijksarchief in Noord-Holland (thans Noord-Hollands Archief), dat tegelijkertijd een uitleningsovereenkomst heeft gesloten met het stadsarchief Amsterdam, zodat er geen noodzaak is het archief te splitsen in een 'gemeentelijk'-deel en een 'rijks'-deel, wat trouwens praktisch een onmogelijke exercitie zou zijn. Van de overbrenging zijn de examenregisters uit laatste veertig jaar uitgesloten. Zij worden bij de afdeling documentaire informatievoorziening van de universiteit van Amsterdam bewaard.

Het archief van het Sterrenkundig Instituut is in februari 2007 overgebracht naar het stadsarchief van Amsterdam. In 2009 is als aanvulling het archief van professor dr. E.P.J. van den Heuvel overgebracht. Het college van bestuur van de universiteit van Amsterdam heeft vooral met oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer de openbaarheid van een gedeelte van het archief vanaf 1977 voor dertig jaar beperkt. Deze stukken mogen alleen met toestemming van de gemeentearchivaris en onder beperkende voorwaarden worden geraadpleegd.

In 2015 is een aanvulling op het archief ingevoegd (nrs. 619A-619D, 620A-620B, 636A-636H, 643A-643D, 647A, 652A, 647A, 990A-990B, 1107A, 118A-1168B, 1242A-1242B, 1339A-1339C). Nrs. 990A en 990B zijn in maart 2015 aan de DIV overgedragen door de Universiteitsbibliotheek, Afdeling Bijzondere Collecties.

Archiefvormers

    De nummers achter de archiefvormers verwijzen naar het corresponderende inventarisdeel of het inventarisnummer. Door er op te klikken opent zich de inventaris op dat onderdeel of nummer.
    • Benthem, J.F.A.K. van : 9.2.4.3
    • Instituut voor Propedeutische Wiskunde : 9.1.3
    • Universiteit van Amsterdam; Faculteit der Natuurkunde en Sterrenkunde : 7
    • Universiteit van Amsterdam; Faculteit der Wis- en Natuurkunde
    • Universiteit van Amsterdam; Faculteit der Wiskunde en Informatica : 6
    • Universiteit van Amsterdam; Faculteit der Wiskunde, Informatica, Natuurkunde en Sterrenkunde : 8
    • Universiteit van Amsterdam; Institute for Logic, Language, and Computation Benthem, J.F.A.K. van : 9.2.4
    • Universiteit van Amsterdam; Instituut voor Bedrijfs- en Industriële Statistiek : 9.1.6
    • Universiteit van Amsterdam; Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek : 9.4.1
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.