10059: Collectie Jan Galman: bouwtekeningen

Dit archief is niet geïnventariseerd en alleen op afspraak raadpleegbaar.

Algemene kenmerken

Toegangsnummer:

10059

Periode:

1851 - 1886

Inleiding

De collectievormer

De Amsterdamse aannemer Jan Galman (1807-1891) was gedurende ruim 50 jaar werkzaam

als aannemer van 'publieke werken'. Hij was een self-made man, die zich van timmermans- en molenmakersknecht tot ondernemer had ontwikkeld. Hij werd geboren op 29 juni 1807 als zoon van Willem Galman, commies der stedelijke belastingen, en Maria van den Berg en op 15 juli gedoopt in de Noorderkerk. In 1827 verloor hij kort na elkaar beide ouders. In 1829 werd hij gekeurd voor de militaire dienst en op 1 juli van dat jaar trad hij in het huwelijk met de rooms-katholieke Petronella van Ray. Galman zelf was Nederlands Hervormd. Ten gevolge van overlijden en echtscheiding huwde nog driemaal: in 1854 met Henriëtta Fekela Petronelle Crooij, in 1865 met Henriëtta Gerardina ten Brummelen en in 1875 met Petronella Clasina Straatman. Uit deze huwelijken werden in totaal dertien kinderen geboren.

Van zijn inschrijving bij de nationale militie zijn ons enkele van zijn fysieke kenmerken bekend: lengte zeven el, zes duim; voorhoofd hoog; ogen blauw; neus spits; mond groot; kin rond; haar blond. Hij werd vanwege verder ongenoemde lichaamsgebreken afgekeurd.

Wanneer we de enige foto bekijken die er van hem bekend is, zien we het portret van een ongeveer zestigjarige man met strak achterovergekamd haar dat tot op de schouders valt, een haardracht die in de jaren rond 1870 voor een man van zijn leeftijd niet gebruikelijk was. Hieruit valt wellicht op te maken dat hij geen doorsnee - burger is geweest. Ook het feit dat hij dertig jaar aan een plan voor overbrugging van het IJ bleef werken, duidt daarop. Dat hij een bijzonder vasthoudend, zo niet eigengereid karakter moet hebben gehad, blijkt ook uit de briefwisseling die hij over zijn brugplannen en andere werkzaamheden voerde met het gemeentebestuur.

Opleiding. Jan Galman was bij zijn huwelijk timmermansknecht. Hij heeft zich ook molenmakersknecht, timmerman, aannemer en waterbouwkundige genoemd. Eenmaal staat hij als architect vermeld. In 1842 solliciteerde hij zonder resultaat naar de vrijkomende post van stadsrooimeester van Amsterdam. Met een kort intermezzo in Haarlem heeft Galman sinds 1867 in Amsterdam gewoond, eerst op verschillende adressen in de Jordaan, later in een door hem gebouwd pand aan de Weteringschans 105-107a. Dit pand, gebouwd in 1847, maakt de indruk van een typisch 'buitenstadshuis', dat tussen de later tot stand gekomen grootstedelijke Weteringschans uit de toon viel, maar het heeft uitgehouden tot 1973, toen het werd gesloopt. In het Algemeen Handelsblad van 23 december 1880 werd aandacht besteed aan Galmans gouden jubileum als 'aannemer van publieke werken'. Vermeld werden ongeveer 200 werken voor genie, waterstaat en de spoorwegen, die vooralsnog niet zijn getraceerd. Wel is gebleken dat hij in Amsterdam tussen 1837 en 1861 als aannemer van 'publieke werken' voor de overheid heeft gebouwd. Ook heeft hij gewerkt aan de Zeedoksluis in Den Helder en in 1871 heeft hij het station van Middelburg gebouwd. Hij ontwierp het voetstuk voor het standbeeld van Willem de Zwijger op het Plein in Den Haag, dat naar ontwerp van Louis Royer gegoten werd door Dudok van Heel te Amsterdam. Op 5 juni 1848 werd binnen het tijdsbestek van veertien minuten dit veertien ton zware beeld geplaatst, een onderneming, uit erkentelijkheid waarvoor hem een door koning Willem II gesigneerd getuigschrift uitgereikt werd. Als aannemer heeft Jan Galman een bescheiden welstand genoten, maar hij moet minder vermogend zijn geweest dan bijvoorbeeld zijn tijdgenoot G. H. Kuiper, die veel voor architect Oudshoorn, de ontwerper van het Paleis voor Volksvlijt, heeft gewerkt.

Andere activiteiten. Galman bewoog zich ook op maatschappelijk terrein binnen de Maatschappij voor de Werkende Stand, in welk kader hij zich heeft ingezet voor de emancipatie van de ambachtsstand. Deze in 1854 opgerichte maatschappij richtte zich in het bijzonder op de bevordering van het onderwijs. Zo werd in 1861 de eerste Ambachtsschool opgericht, een initiatief waar Galman in 1854 reeds voor had gepleit en in 1863 werd de Teken- en Ambachtsschool voor zonen en pleegzonen van leden opgericht. Van deze school was hij bestuurslid. Binnen de Maatschappij was ook lid van de afdeling Straatreiniging (1856 tot 1891) en van de commmissie van het Weldadig Fonds (1869-1891). De afdeling Straatreiniging was als werkverschaffingsproject verantwoordelijk voor de inzet van werklozen voor de reiniging van bruggen en pleinen. Vol trots vermeldde hij dat in de winter van 1861 aan 500 personen werk was verschaft bij het sneeuwruimen. In 1872 zette hij zich in voor een loonsverhoging bij deze afdeling. Binnen de Maatschappij bemoeide hij zich ook met de vergroting van de Ambachtsschool aan de Weteringschans, waar de later als fotograaf beroemde Jaco Olie het directeurschap bekleedde. Ook had hij bemoeienis met het eigen gebouw van de Maatschappij aan de Oudezijds Voorburgwal, dat door zijn bemiddeling was gekocht en in 1884 voor een goede prijs werd verkocht. Van zijn andere activiteiten in deze kring kunnen genoemd worden het initiatief tot oprichting van een gaarkeuken en een voorstel om arbeiderswoningen te bouwen. In 1870 werd hij lid van een commissie die rapport moest uitbrengen over 'getrouw schoolbezoek van kinderen der openbare armenscholen'. De erkentelijkheid voor zijn verdiensten binnen de Maatschappij was groot en in 1879 kreeg Galman het erelidmaatschap van de Maatschappij aangeboden.

Galman als ontwerper van de IJbruggen. Tussen 1851 en 1880 heeft Jan Galman verschillende brugplannen ingediend bij het stadsbestuur. Deze plannen hebben zowel betrekking op de overbrugging van het IJ als de daarmee samenhangende stedenbouwkundige aanleg op de noord- en de zuidoever. De brugontwerpen van Galman zijn blijkens aanwezige aantekeningen te beschouwen als bijlage bij een adres (verzoek) aan de Gemeenteraad, waarin zijn initiatief werd gepresenteerd. Aan de ontwerpen zijn ook brochures gewijd en enkele ontwerpen zijn uitgegeven als lithographie. In de planvorming kunnen drie perioden worden onderscheiden, uitgaande van de data van indiening: 1851, 1854, 1856, 1860, 1865, 1879, 1880. Het meest spraakmakend werd de 'pakhuizenbrug' uit 1857, die vanwege de wijze van visualisering niet alleen het gezicht werd van de Galman-plannen maar ook als het ware de personificatie werd van de utopie, waarmee de gedachte van overbrugging van het IJ gaandeweg werd vereenzelvigd.

Er zijn drie groepen ontwerpen te onderscheiden,

1.- (1857-1880): kokerbruggen, al of niet met bebouwde opritten, taluds en beweegbare basculebruggen of draaibruggen: 23 tekeningen.

2.- (1852): hangbruggen, met bebouwde opritten, taluds: twee ontwerpen.

  1. - (1880-1883): basculebruggen, model 'Tower Bridge' met onbebouwde opritten, taluds: vijf ontwerpen.
Naar Nederlandse maatstaven zijn de brugontwerpen uitzonderlijk omdat enkele typen, zoals de hangbrug en de kokerbrug, hier niet zijn gerealiseerd. De grote voorbeelden hiervoor bevonden zich in Groot Brittannië, zoals de bruggen van Thomas Telford en Isambard Kingdom Brunel over de Menai Strait en de Avon Gorge in Wales, waarnaar verwezen werd in de brochure van 1857. Ook de plaats waar later het Centraal Station zou worden gebouwd kwam al vanaf 1852 in het vizier en werd in zijn plannen betrokken als mogelijke plaats voor een nieuwe stadswijk in het Open Haven Front. In zijn laatste plannen werd aansluiting gezocht bij de in 1869 vastgestelde plaats van het station. De ontwerptekeningen geven een inzicht in de vaak tegenstrijdige belangen tussen scheepvaart enerzijds en landverkeer anderzijds in een periode waarin de positie van Amsterdam als havenstad zwaar onder druk stond.

Inhoudelijk sluit het concept van de IJ-oeververbinding van Jan Galman aan bij oudere en latere plannen, zoals de tunnelplannen van W. C. Brade uit 1852 en de brugplannen van ir. F. W. Conrad uit 1848. In de twintigste eeuw ging ook de dienst der Publieke Werken zich bezighouden met het thema van de vaste oeververbindingen met als resultaat een overbruggingsplan van ir. W.J. de Graaff uit 1919.Tenslotte werd in 1939 een uitgewerkt tunnelpan gepresenteerd aan de gemeenteraad. Na omwerking ontstond hieruit het plan voor de uiteindelijk gerealiseerde IJ-tunnel.

De collectie

De collectie ontwerpen van Jan Galman omvat tekeningen op papier, tekeningen op transparant papier en lithografiëen. De tekeningen hebben uiteenlopende en vaak zeer grote formaten (tot 4 m) en zijn uitgevoerd in penseel in kleur. Als bijlagen bij raadsstukken, maar dan van ongewoon formaat en daardoor moeilijk te bergen, zijn de brugplannen een zwervend bestaan gaan leiden om tenslotte in de jaren tachtig van de twintigste eeuw te worden herontdekt op de torenzolder van het raadhuis van Nieuwer Amstel, de toenmalige zetel van het Gemeentearchief aan de Amsteldijk. Omdat de tekeningen sinds lang waren opgerold en na vele verplaatsingen geborgen waren in een ongunstig conserveringsklimaat, hadden vuil, slijtage en provisorische reparaties veel schade aangericht. Alvorens te komen tot reproductie en presentatie, dienden de tekeningen te worden geconserveerd en gerestaureerd. Voorafgaand aan de tentoonstelling met bijbehorende catalogus in 1996 kon dit conserveringsproces worden voltooid.

Toegankelijkheid: 'De sprong over het IJ', visionaire ontwerpen van Jan Galman(1807-1891),

Bussum/Amsterdam 1996, catalogusgedeelte.

Literatuur:

Manfred Bock, Guido Hoogewoud, Gert Jan Luijendijk, Vincent van Rossem, De sprong over het IJ', visionaire ontwerpen van Jan Galman(1807-1891), Bussum/Amsterdam 1996



Archiefvormer

Galman, J.
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.