Handleiding Persoonskaarten 1939-1994

Let op: alleen kaarten van overleden personen en personen >100 jaar, én géén mutatieregels 1991-1994

De mutatieregels zijn niet online raadpleegbaar en alleen reproducties van persoonskaarten van overleden personen en van personen die meer dan 100 jaar geleden geboren zijn worden online geleverd.

Is levering van de kaart geblokkeerd en kunt u met schriftelijk bewijs aantonen dat de kaarthouder inmiddels overleden is, dan kan de beperking worden opgeheven. U kunt hiervoor een e-mail sturen naar info@stadsarchief.amsterdam.nl , met daarin de volgende gegevens:

  • de volledige naam van de overledene (denkt u eraan bij vrouwen de meisjesnaam te geven)
  • de volledige geboortedatum
  • de volledige overlijdensdatum
  • een bewijs van overlijden (rouwakte of -kaart, overlijdensakte maar bijv. een foto van de grafsteen is ook toegestaan)
Reproducties van documenten met betrekking tot personen waarvan niet is vastgesteld dat ze zijn overleden worden in het Stadsarchief ter inzage gegeven op vertoon van schriftelijke toestemming en een identiteitsbewijs van betrokkene. U volgt dan de procedure: Inzage niet openbaar archief. Betreffen de documenten uzelf, neem dan een identiteitsbewijs mee bij uw komst naar het Stadsarchief.

1. Wat zijn persoonskaarten?

De persoonskaarten zijn opgemaakt ten behoeve van de Bevolkingsadministratie van de Gemeente Amsterdam. Vanaf 1 januari 1850 is in alle gemeenten in Nederland op gelijke wijze de bevolking geadministreerd conform een daartoe genomen Koninklijk Besluit van 22 december 1849. Iedereen in Nederland staat sinds die tijd geregistreerd in het Bevolkingsregister met: naam, geboortedatum, woonadres, plaats in het gezinsverband en eventueel beroep, godsdienst, verhuizingen of overlijdensdatum. Als iemand verhuisde werd hij ook in de nieuwe woonplaats ingeschreven in het Bevolkingsregister en werd bij de inschrijving in de oude woonplaats aangetekend naar welke plaats hij of zij was verhuisd.

Tot 1893 is in Amsterdam de registratie gevoerd in vastbladige registers, daarna is gewerkt met kaartsystemen tot 1991 / 1994. In de periode 1893-1939 zijn de gegevens per gezin vastgelegd op één kaart. Deze kaarten worden gezinskaarten genoemd. Van 1939 tot 1991 / 1994 werd voor iedere persoon één kaart gebruikt. Deze kaarten staan bekend als de persoonskaarten.

Vanaf 21 februari 1991 is de Gemeente Amsterdam overgestapt op een geautomatiseerd systeem: het GBS, (Gemeentelijk Bevolkingsadministratie Systeem) en per 1 oktober 1994 is men overgegaan op het landelijke systeem GBA (Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens)

2. Zijn dit alle persoonskaarten van mensen die sinds 1939 in Amsterdam hebben gewoond?

Nee. Wanneer iemand vanuit Amsterdam naar een andere plaats verhuisde werd zijn persoonskaart opgestuurd naar de nieuwe woonplaats en wanneer iemand overleed is de persoonskaart opgestuurd naar het Centraal Bureau voor Statistiek om na registratie aldaar ten slotte te worden gearchiveerd bij het Centraal Bureau voor Genealogie. Van deze persoonskaarten die uit Amsterdam werden verzonden is in Amsterdam een kopie bewaard in het archief van het Bevolkingsregistratie. Die kopieën heten Archiefkaarten. Er is een aparte index op de Archiefkaarten van de Persoonskaarten uit de periode 1939-1994.

3. Welke persoonskaarten kan ik wel vinden in dit bestand?

Dit bestand bevat in principe de persoonskaarten van de mensen die bij de overgang naar het landelijke geautomatiseerde systeem (GBA) per 30 september 1994 in Amsterdam woonden en geregistreerd waren. Maar omdat Amsterdam al in 1991 begon met een vorm van geautomatiseerde registratie is het bestand niet volledig. De gegevens van personen die tussen 21 februari 1991 en 30 september 1994 in Amsterdam werden geboren of die hier kwamen wonen vanuit het buitenland werden opgenomen in het GBS. Voor de nieuw geborenen en de nieuw gevestigden vanuit het buitenland werd geen papier meer aangemaakt.

Gedurende deze periode werden de papieren persoonskaarten ook niet langer bijgehouden. Zo werd de verhuizing van een persoon binnen Amsterdam niet op de papieren kaart geregistreerd; ook een geboren zoon of dochter werd niet op de kaart aangetekend. Die gegevens werden alleen verwerkt in het GBS. Alleen als een ingeschrevene in deze periode overleed of verhuisde naar een andere gemeente werd de persoonskaart van die ingeschrevene aangevuld en opgestuurd naar Den Haag of naar de nieuwe woongemeente. Van die kaart werd voor het archief in Amsterdam dan een archiefkaart gemaakt.

De papieren persoonskaarten van personen die in de periode van 21 februari 1991 t/m 30 september 1994 vanuit een andere gemeente naar Amsterdam zijn verhuisd, zijn bijgehouden tot het moment van verhuizing naar Amsterdam

4. Wat zijn mutatieregels?

Tussen 21 februari 1991 en 1 oktober 1994 zijn nieuwe gegevens en wijzigingen in bestaande gegevens bijgehouden in het GBS. Omdat de bevolkingsadministratie alleen in Amsterdam in dit geautomatiseerde systeem werd bijgehouden, werden bij verhuizing naar een andere gemeente, bij emigratie en bij overlijden alsnog papieren persoonskaarten aangelegd, waarvan een kopie in het archief werd opgenomen (archiefkaarten).

Alle mutaties die zijn geregistreerd in het GBS zijn in de vorm van een database overgedragen aan het Stadsarchief (toegangsnr. 30423) Om raadpleging van deze gegevens te vereenvoudigen is een index gemaakt op persoonsnaam en zijn de gegevens uit de database opgeslagen als pdf/tiff bestand.

De gegevens in de index op de mutatieregels betreffen achternaam, voorvoegsel en voorletters, de index op de persoonskaarten bevat achternaam, voorvoegsel en voornamen. Wanneer u in de opbrengst na een zoekactie geen voornaam maar voorletters ziet, gaat het dus om mutatieregels.

5. Wat zijn verwijskaarten?

Verwijskaarten zijn bedoeld om aan te geven dat de gegevens van een persoon te vinden zijn via een andere naam of op naam van een andere persoon. Een verwijskaart werd aangemaakt bij overlijden, echtscheiding, vertrek of naamswijziging.

Bij overlijden bijvoorbeeld van een gehuwde man werd zijn persoonkaart opgestuurd naar Den Haag. Op de kaart van zijn echtgenote werd in vak 14 een O geschreven om aan te geven dat het huwelijk door overlijden is beëindigd en er werd een verwijskaart aangemaakt op naam van de man met de verwijzing naar de kaart van zijn vrouw.

6. Waarom zijn de meeste kaarten en de mutatieregels niet leverbaar?

Via de website worden alleen kaarten geleverd van personen waarvan is aangetoond dat ze overleden zijn, of van personen die meer dan 100 jaar geleden geboren zijn. Kunt u met schriftelijk bewijs aantonen dat een kaarthouder is overleden, dan wordt de beperking opgeheven en is een reproductie van de kaart ongeveer een week later verkrijgbaar via de Archiefbank. Schriftelijk bewijs kan worden overlegd in het Informatiecentrum van het Stadsarchief in de Vijzelstraat, of worden gestuurd per post (Stadsarchief Afdeling Publieksdiensten, Postbus 51140, 1007 EC Amsterdam) of per mail (info@stadsarchief.amsterdam.nl)

De mutatieregels (herkenbaar aan gebruik van voorletters in de index) zijn niet online raadpleegbaar. Ook als een persoon is overleden worden de gegevens niet openbaar gemaakt. De mutatieregels worden niet online geleverd omdat het binnen deze bestanden niet mogelijk is de regels met informatie over bijzondere persoonsgegevens af te schermen.

7. Kan ik een kaart of mutatieregels inzien van iemand die NIET overleden is?

Dat kan indien de aanvrager in bezit is van een schriftelijke toestemming en een (kopie van een) identiteitsbewijs van de houder van de persoonskaart.

8. Kan ik vragen kaarten of mutatieregels te verwijderen uit het bestand?

Kaarten worden niet op verzoek verwijderd uit het bestand. Wel is het mogelijk dat kaarten en mutatieregels gedurende een bepaalde periode niet voor inzage beschikbaar worden gesteld. Voor informatie kunt u contact opnemen via info@stadsarchief.amsterdam.nl.

9. Wat betekent de vakindeling op de Persoonskaarten?

De persoonskaart is ingedeeld in 35 (niet helemaal logisch) genummerde vakken:
Vak 1: verwijzing naar geboorteakte burgerlijke stand
Vak 1-2: gegevens overlijden en verwijzing naar overlijdensakte burgerlijke stand. Gegevens over slachtoffers van de concentratiekampen zijn met de hand bijgeschreven (zie vraag 7)
Vak 2: verhouding van de kaarthouder tot het gezinshoofd, bijvoorbeeld vrouw, man, moeder.
Vak 3a: familienaam
Vak 3b: voornamen
Vak 4: geboortedatum en geboorteplaats
Vak 5: nationaliteit
Vak 6: godsdienst (dit vak is onleesbaar gemaakt, zie vraag 10)
Vak 7: beroep
Vak 8: namen en geboortedata van vader en moeder van de kaarthouder
Vak 9 / 10: naam van echtgeno(o)te (n)
Vak 11/12: geboortedatum en geboorteplaats van de echtgeno(o)te(n)
Vak 13: datum en plaats waar het huwelijk is gesloten
Vak 14/15/16: datum en plaats waar het huwelijk is ontbonden, door overlijden (aangegeven met letter O) of door echtscheiding (aangegeven door letter S).
Vak 17: datum waarop en plaats waar naar kaarthouder is vertrokken
Vak 18/19/20: ontbreken om ons niet bekende reden
Vak 21/22: datum van registratie van verhuizingen en woonadressen
Vak 23/24/25: bijzondere vermeldingen (deze vakken zijn onleesbaar gemaakt, zie vraag 10)
Vak 26: achterzijde kaart bevat gegevens over kinderen, die werden gewoonlijk alleen op de kaart van het gezinshoofd, in principe de vader, ingevuld
Vak 27: datum waarop kind van kaart is afgeschreven door A: vertrek, O: overlijden, H: huwelijk
Vak 28/29: familienaam en voornamen kinderen
Vak 30/31: geboorteplaats en geboortedata kinderen
Vak 32: relatie van het kind tot het gezinshoofd, bijvoorbeeld: z=zoon, d=dochter, sz=stiefzoon
Vak 33/34: aantekeningen
Vak 35: bijzondere vermeldingen (dit vak is onleesbaar gemaakt, zie vraag 10)

10. Bevatten de mutatieregels andere velden / gegevens dan de persoonskaarten?

De mutatieregels bevatten in principe de wijzigingen in de gegevens. Daarnaast vindt u de basisgegevens over een persoon die nodig zijn voor identificatie, zoals naam en geboortedatum.

Een gegeven dat wel bij de mutatieregels maar niet bij de persoonskaarten voorkomt is het 'A-nummer'. Dat is het administratienummer van elk afzonderlijk persoon. Een ander gegeven is de status: 'o' staat voor eerste opname en 'w' staat voor wijziging (de betekenis van de '4' is onduidelijk).

11. Waarom zijn sommige vakken op de scans van de persoonskaarten zwart?

Op de originele kaarten zijn er geen zwarte vakken. In dit raadpleegsysteem zijn de vakken 6, 23, 24 en 35 zwart gemaakt omdat in die vakken bijzondere persoonsgegevens kunnen staan. Bijzondere persoonsgegevens zijn gegevens die informatie kunnen verschaffen over iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven en lidmaatschap van een vakvereniging. Er kunnen redenen zijn waarom iemand deze gegevens tóch in wil zien. Een verzoek voor inzage van deze gegevens moet schriftelijk worden ingediend met vermelding van de reden waarom inzage is gewenst. Op dit verzoek neemt de gemeentearchivaris een besluit. Als het belang om de gegevens in te zien groter is dan het belang om de gegevens te bedekken wordt positief besloten. Voor inzage van de niet afgedekte kaarten moet u persoonlijk naar het Stadsarchief in Amsterdam komen na een afspraak te hebben gemaakt met Peter Kroesen. Mail: info@stadsarchief.amsterdam.nl.

12. Wat betekenen de afkortingen op de persoonskaarten?

Download het overzicht van afkortingen op de persoonskaarten PDF (45,26 Kb)
Laatst bijgewerkt op 23 maart 2017
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.