Handleiding Ondertrouwregisters 1565-1811

1. Naar welke bronnen verwijst de index?

In de index zijn de volgende inventarisnummers opgenomen:

2. Wat zijn ondertrouwregisters?

Bij het Concilie van Trente (1545-1563) werden de Rooms-Katholieke kerken verplicht om naast de gegevens van de dopelingen ook huwelijken vast te leggen in registers. Dit om bastaardij en eventuele erfenisproblemen voor te kunnen zijn, maar natuurlijk ook – de Reformatie was in volle gang – om vast te leggen ‘welke schaapjes bij de kudde hoorden’. Na de Alteratie in 1578 namen de Protestanten in Amsterdam de bij het Concilie van Trente vastgestelde regels betreffende registratie van huwelijken over.

De wettige huwelijksvoltrekking diende vooraf te worden gegaan door de ondertrouw, het moment dat de aanstaande bruidegom en bruid aan de overheid officieel aangaven te willen gaan trouwen. Bij deze handeling werden de relevante personalia door een aantal schepenen (aangewezen als Commissarissen van Huwelijkse Zaken) vastgelegd in een ondertrouwregister. Daarna volgde een periode die drie zondagen omvatte. In deze kleine drie weken durende periode was het mogelijk voor familie of buitenstaanders bezwaar te maken tegen het voorgenomen huwelijk. Als er geen bezwaar werd gemaakt, ofwel ‘de geboden onverhinderd waren gegaan’, zoals het in de terminologie van die tijd heet, kon dus een kleine drie weken na de ondertrouw worden getrouwd.

3. Wat noteerde men bij de ondertrouw?

In de ondertrouwregisters werden van de bruidegom en de bruid de volgende gegevens genoteerd:
  • de naam
  • de geboorteplaats (Amsterdam werd veelal aangeduid als A of Amst)
  • de leeftijd in jaren (alleen bij een eerste huwelijk)
  • de huwelijkse staat, j(onge)m(an) en j(onge)d(ochter) voor niet eerder gehuwden of wed(uwnaa)r, wed(uw)e en gesch(eiden) man/vrouw bij een tweede of later huwelijk. Het woord gedissolveerd wordt vaak gebruikt voor gescheiden.
  • het woonadres in Amsterdam (de naam van de straat) of een andere plaats waar men woonde.
  • de getuige. Bij het eerste huwelijk diende iedereen een getuige mee te brengen die ofwel toestemming gaf tot het huwelijk (één van de ouders of een voogd), ofwel de identiteit van de ondertrouwde bevestigde. In eerste instantie werd de vader geacht die rol te vervullen, in tweede instantie de moeder. Als beiden niet meer leefden, ziek of afwezig waren, kon een ander assisteren. De term die in de ondertrouwregisters voor het getuigen gebruikt werd is ‘geass(isteerd) door’ met, waar mogelijkheid’ de (familie)relatie tot de betrokkene.
  • In een bepaalde periode werd ook het beroep van de bruidegom vermeld (tot oktober 1714) en vanaf februari 1755 de religie.
    De in de ondertrouwregisters vermelde personalia werden door de bruidegom en bruid zelf opgegeven. Leeftijden hoeven daarom niet helemaal exact te kloppen. Een oudere bruidegom met een jonge bruid zal in veel gevallen zijn leeftijd een paar jaar naar beneden afronden. Een oudere bruid die met een jongere man wil trouwen zal dat ook doen. Geboorteplaatsen zijn niet altijd exact. Soms geeft iemand op in Amsterdam te zijn geboren, maar blijkt die persoon als klein kind met zijn ouders in Amsterdam te zijn gekomen. Een opgegeven plaats, vooral in het buitenland, hoeft niet de precieze geboorteplaats te betreffen. Als Hamburg als geboorteplaats wordt opgegeven kan het de stad betreffen, maar ook een dorp in de buurt enz.

4. Wat betekenen de marginale aantekeningen bij de ondertrouw?

In de marge van de ondertrouw-inschrijving werden verschillende soorten aantekeningen gemaakt:
  • hij vrouws dood goed/zij mans dood goed ingebracht
  • hij/zij weeskamer (WK) voldaan
  • hij/zij vaders/moeders consent (9sent) goed ingebracht
  • geroijeerd
  • niet gecompareerd/geholpen
  • separatie goed ingebracht
  • vermelding van één (of meerdere) plaats(en)
  • kerk/pui
  • vermelding dat de tweede en derde afkondiging tegelijk mochten plaatsvinden
  • verwijzing naar het huwelijks-krakeelregister
    De betekenis van de marginale aantekeningen worden uitgelegd in het voorbeeld.

5. Wat is het verschil tussen de registers voor Kerk en Pui?

In 1578 werd bepaald dat de ondertrouw en het daarop volgende huwelijk voor iedereen, ongeacht welk kerkgenootschap men aanhing, verplicht werd gesteld. Er werd echter wel uitgegaan van twee verschillende groeperingen met daarbij verschillende bijbehorende handelingen die moesten worden verricht. Die verschillende handelingen uiten zich ook in verschillende registers.

De ene groep was de groep bestaand uit Nederduits-Gereformeerden, de bevoorrechte kerk. Inschrijving van de ondertrouw vond plaats in een zogenaamd kerk-register. Na inschrijving werden de namen van de trouwlustigen drie achtereenvolgende zondagen afgeroepen in de Oude en Nieuwe Kerk. Als er in die tijdspanne geen bezwaar werd gemaakt tegen het voorgenomen kon het paar enkele dagen volgend op de laatste afroeping trouwen in de Oude, Nieuwe of Waalse Kerk. Dit huwelijk in één van die drie Nederduits-Gereformeerde kerken werd gezien als wettig huwelijk. De serie ondertrouwregisters van de kerk loopt over de periode augustus 1578 tot en met mei 1795.

De andere groep bestond uit personen afkomstig uit de andere kerkgenootschappen: Rooms-Katholieken, Lutheranen, Joden, Doopsgezinden, Remonstranten etc. Deze groep wordt ook wel dissenters genoemd. Voor deze groep werden aparte registers gebruikt, zogenaamde pui-registers. Na inschrijving van de ondertrouw in het pui-register werden de namen van de trouwlustigen opgehangen aan de pui van het stadhuis. Hier kon iedereen die dat wilde lezen wie er wilde gaan trouwen en eventueel bezwaar maken. Als dat bezwaar niet gemaakt werd kon het huwelijk gesloten worden. De huwelijken van deze groep werden gesloten door de schepenen in het stadhuis. Voor deze groep gold dat alleen huwelijken gesloten in het stadhuis als wettig werden gezien. De serie ondertrouwregisters van de pui loopt over de periode februari 1581 tot en met mei 1795.

Op 6 juni 1795 (‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’) verviel het verschil tussen de kerk- en puiregisters. Iedereen werd vanaf juni 1795 tot en met februari 1811 in één serie ondertrouwregisters (inventarisnummers 640-660) geregistreerd.

6. Waarom bezwaar maken?

De reden dat een periode werd ingelast om bezwaar te kunnen maken tegen een voorgenomen huwelijk lag in het feit dat er voordien nogal eens onduidelijkheid was over de status van een huwelijk.

Voor de invoering van de regels van het Concilie van Trente was bigamie geen zeldzaam verschijnsel. Als iemand wist dat een trouwlustige ergens anders nog een partner in leven had (waarvan men niet officieel was gescheiden) kon diegene bezwaar maken. Een eerder afgelegde en niet herroepen huwelijksbelofte kon ook een reden tot bezwaar zijn. De door een man aan de vrouw gedane huwelijksbelofte werd als bindend ervaren. Na die belofte, vaak vergezeld gaande van een geschenk, werd het voorgenomen huwelijk dan ook alvast ‘geconsumeerd’. Als de man enige tijd later met een andere vrouw in ondertrouw ging of zijn belofte op andere wijze niet nakwam, kon de eerst ‘verloofde’ vrouw daartegen bezwaar maken. De zaak kwam dan voor de schepenen, vermeld in de huwelijkskrakeel-registers, die uitspraak deden over de voortgang van de ingeschreven ondertrouw.

Andere redenen om ‘de geboden op te houden’ waren het weigeren van toestemming tot het huwelijk door (één van) de ouders of voogden of het niet in orde hebben van de benodigde papieren.

7. Waarom de ondertrouwregisters geïndexeerd en niet de trouwregisters?

De ondertrouwregisters bevatten een schat aan informatie over de aanstaande bruidegom en bruid. In de trouwregisters staan, afgezien van de trouwdatum en de plaats waar het huwelijk werd gesloten, alleen de namen van bruidegom en bruid vermeld.

Los daarvan zijn er meer mensen in Amsterdam in ondertrouw gegaan dan getrouwd. Redenen daarvoor zijn:

  • ondertrouwden waartegen terecht bezwaar werd gemaakt konden hun voornemen niet laten resulteren in een wettig huwelijk
  • paren die in Amsterdam woonden en in een andere plaats wilden trouwen (bijvoorbeeld in Sloterdijk of Buiksloot) dienden ook in hun woonplaats ondertrouwd te zijn
  • als één trouwlustige in Amsterdam woonde en de ander in een andere plaats werd in beide plaatsen ondertrouwd. In sommige gevallen trouwde men in Amsterdam, in andere gevallen in de andere plaats
  • paren die tijdens de ondertrouw toch maar afzagen van het wettige huwelijk. In de akte staat dan in de marge ‘niet gecompareerd’, wat wil zeggen dat het paar wel werd ingeschreven, maar niet verscheen om hun handtekening te zetten. Het wil niet zeggen dat die paren nooit getrouwd zijn, mogelijk gingen zij later in Amsterdam of elders opnieuw in ondertrouw.

8. Welke trouwregisters zijn naast de ondertrouwregisters aanwezig?

De trouwregisters dienen dus naast de ondertrouw geraadpleegd te worden om de werkelijke trouwdatum te vinden. Hiervoor zijn trouwregisters aanwezig van de volgende locaties over de periode:
Op 6 juni 1795 verviel het onderscheid tussen kerk- en puiregisters en werden de wettige huwelijken voor mensen van alle kerkgenootschappen gesloten op het stadhuis door het Comité van Justitie.

9. Andere registers dan ondertrouwregisters in deze index?

Naast de ondertrouwregisters van voor 1811 bevat deze index:
  1. De huwelijken in de toen nog Rooms-Katholieke Oude Kerk tussen Pasen 1565 en augustus 1578. Reden hiervoor is dat er over die periode geen ondertrouwregisters bewaard zijn gebleven en deze index zoveel mogelijk de gegevens van alle ondertrouwden en gehuwde paren wil aanbieden.
  2. Een register lopend over de periode oktober 1621 tot november 1630. Dat bevat kerkelijk voltrokken huwelijken die achteraf aan de schepenen bekend werden gemaakt. Het gaat hier om huwelijken die elders waren gesloten, bijvoorbeeld door Portugese Joden in Rooms-Katholieke kerken op het Iberisch schiereiland of door Brabanders, Vlamingen of Fransen in hun vroegere woonplaatsen. Met deze verlate inschrijving maakten zij hun huwelijk alsnog wettig en voldoend aan de regels die golden in de Republiek.
  3. De extra-ordinaris intekenregisters. Deze registers lopen van november 1578 tot juni 1636 en bevatten alle inschrijvingen op personen die elders ook al in ondertrouw waren gegaan. Van deze paren woonde de ene persoon elders, de ander in Amsterdam. Aangezien deze inschrijvingen eigenlijk een formaliteit waren, er werd toch in die andere plaats getrouwd, werden daartoe tot juni 1636 aparte registers aangelegd. Na juni 1636 werden deze inschrijvingen van ondertrouw elders opgenomen tussen de reguliere ondertrouwen.

10. Waarom komt een naam soms twee keer voor in de index?

Er zijn verschillende redenen waarom een naam soms meerdere keren in de index kan voorkomen, ook als het geen latere ondertrouw betreft.
  • De eerste reden is dat er voor gekozen is wanneer de handtekening afweek van de door de schepenen ingevulde naam, beide namen op te nemen in de index.
  • De tweede reden kan liggen in het feit dat bij de ondertrouw de trouwlustigen niet verschenen en er ‘niet gecompareerd’ bij werd geschreven. Vaak werd die akte dan met een streep doorgehaald. Het gebeurde nogal eens dat het paar een paar weken later opnieuw liet aantekenen. Dan zijn beide inschrijvingen opgenomen in de index.
  • Een derde reden kan zijn dat het hier een gemengd huwelijk tussen een Gereformeerde (die dus moest worden ingeschreven in het kerk-ondertrouwregister) en een niet-Gerformeerde betrof (die dus in het pui-ondertrouwregister moest worden ingeschreven). De schepenen kozen er dan voor een dubbele vastlegging in beide ondertrouwregisters.

11. Was er een kerkelijk huwelijk na het wettig huwelijk?

Na het sluiten van een wettig huwelijk door Nederduits-Gereformeerden in de Oude, Nieuwe of Waalse kerk was aan alle verplichtingen voldaan. Voor de niet-Gereformeerden lag dat echter anders. Na hun wettige huwelijksvoltrekking op het stadhuis was voor hen de kous nog niet af. Zij hadden wel aan hun wettige verplichting voldaan, maar nog niet aan hun kerkelijke verplichting. Voor dissenters gold dat voor hen het wettige huwelijk niet belangrijk was en bindend, die maatregel was een door de overheid opgelegde noodzakelijkheid. Na sluiting van het wettige huwelijk trouwden dissenters dan ook nog een keer volgens de riten van hun eigen kerkgenootschap.

Die kerkelijke huwelijken zijn net als de wettige huwelijken niet opgenomen in deze index, maar soms wel terug te vinden in de archieven van de desbetreffende kerkgenootschappen. Zo zijn de huwelijken gesloten in de Evangelisch-Lutherse kerken bewaard vanaf 1591, de huwelijksregisters van de Doopsgezinde Gemeente bij het Lam over de periode 1621-1668 en die van de Portugese Joden vanaf 1673. Van sommige kerkgenootschappen zijn geen kerkelijke huwelijksregisters bewaard gebleven. Bij Rooms-Katholieken geldt dat niet altijd duidelijk is in welk kerkgebouw getrouwd werd. Niet van alle Rooms-Katholieke kerkgebouwen zijn de huwelijksvoltrekkingen overigens bewaard gebleven.

Belangrijk om te vermelden is de regel dat het kerkelijk huwelijk van dissenters pas gesloten mocht worden na het wettig huwelijk in het stadhuis. Er zullen echter zeker gevallen zijn van kerkelijke huwelijken die, clandestien, al voor het wettig huwelijk zijn gesloten. Ook zijn er gevallen bekend van dissenters die wel kerkelijk trouwden (Joden, Quackers), maar niet in ondertrouw gingen en dus geen wettig huwelijk sloten.

Laatst bijgewerkt op 23 april 2013
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.