Handleiding Gezinskaarten 1893-1939

Let op: alleen kaarten van overleden personen en personen > 100 jaar

Uitsluitend reproducties van gezinskaarten van overleden personen en personen die meer dan 100 jaar geleden geboren zijn worden online geleverd. Is levering van de kaart geblokkeerd en kunt u met schriftelijk bewijs aantonen dat de kaarthouder inmiddels overleden is, dan kan de beperking worden opgeheven. Ongeveer een week later kan de reproductie van de kaart via de Archiefbank beschikbaar zijn. Reproducties van documenten met betrekking tot personen waarvan niet is vastgesteld dat ze zijn overleden worden in het Stadsarchief ter inzage gegeven op vertoon van schriftelijke toestemming en een identiteitsbewijs van betrokkene. U volgt dan de procedure: Inzage niet openbaar archief. Betreffen de documenten uzelf, neem dan een identiteitsbewijs mee bij uw komst naar het Stadsarchief.

1. Wat zijn gezinskaarten?

De Gezinskaarten maken deel uit van het archief van het Amsterdamse Bevolkingsregister. Vanaf 1850 is in Amsterdam de gehele bevolking geregistreerd. In het Bevolkingsregister zijn van iedereen die in Amsterdam woont de volgende gegevens genoteerd: naam, geboortedatum, woonadres, plaats in het gezinsverband, beroep, godsdienst, verhuizingen en overlijdensdatum. Alle wijzigingen in de gegevens, bijvoorbeeld bij verhuizingen, werden nauwkeurig bijgehouden. In eerste instantie zijn de gegevens geschreven in dikke boekbanden. Na 5 of 10 jaar werd een nieuwe serie gestart wanneer de boeken vol waren. In 1893 ging men over op een kaartsysteem. Per gezin werd een kaart gemaakt en wijzigingen werden op de kaart aangetekend. Dit systeem van Gezinskaarten bleef tot 1939 in gebruik. Toen kwam er een kaartsysteem per persoon. Vanaf 1976 werkt het bevolkingsregister Amsterdam met geautomatiseerde systemen. Het landelijke GBA-systeem, dat in 1994 van start ging is nu nog steeds in gebruik.

Toen besloten werd over te stappen op persoonskaarten zijn de gezinskaarten eind jaren '30 verfilmd. Nadat de verfilming gereed was zijn de gezinskaarten opgeborgen op de zolder van Plantage Kerklaan 36-38. Daar stonden ze nog toen in 1943 de verzetsploeg van Gerrit van der Veen haar beroemde aanslag pleegde op het bevolkingsregister. In de brand die volgde is het gezinskaartenbestand verloren gegaan. De films bleven echter bewaard en die zijn nu gedigitaliseerd. In dit zoeksysteem zijn alleen de namen te vinden van de gezinshoofden van wie er een kaart is. De naamindex van alle gezinsleden is alleen op microfiches in het Informatiecentrum van het Stadsarchief te vinden.

2. Waarom zijn sommige gezinskaarten zo slecht leesbaar?

Omdat alle gezinskaarten in 1943 verloren zijn gegaan, zijn de scans gemaakt van de films uit 1939. Deze films hebben uiteraard de kwaliteit die in 1939 gangbaar was en zijn tot 2000 intensief gebruikt bij het Bevolkingsregister. De verticale strepen door het beeld zijn het gevolg van krassen op de films veroorzaakt door de filmleesapparatuur. Los daarvan verkeerden de meeste gezinskaarten anno 1939 zelf al in een slechte staat. De kaarten werden bewaard in houten bakken en stonden in sommige gevallen meer dan 40 jaar zonder verdere bescherming stof en vuil te vergaren. De vele mutaties die op de kaarten aangetekend moesten worden en het daarmee gepaard gaande uit de bak halen en weer terugzetten en de verkleuringen als gevolg van de inwerking van het zonlicht deden de gezinskaarten ook geen goed. Door het veelvuldige gebruik kwam er regelmatig een scheur in een kaart, die dan met plakband hersteld werd. Aangezien dat plakband ook weer verkleurde zijn die plekken onleesbaar geworden. Het probleem ligt dus niet aan de scanapparatuur of aan slordigheid van de medewerkers. Andere gemeenten en hun archieven hebben dit probleem niet aangezien zij kunnen beschikken over de originele gezinskaarten.

3. Waarom zijn sommige kaarten niet leverbaar?

Via de website zijn alleen gezinskaarten leverbaar zijn van personen:
  • met een geboortejaar van meer dan 100 jaar geleden,
  • waarvan door middel van een schriftelijk bewijs is aangetoond dat hij of zij overleden is.
Is een gezinskaart niet leverbaar en kunt u aantonen door middel van een schriftelijk bewijs dat de kaarthouder is overleden, dan kunt u in het Informatiecentrum van het Stadsarchief de scan van de kaart aanschaffen.

4. Kan ik een kaart inzien van iemand die NIET overleden is?

Dat kan indien de aanvrager in bezit is van een schriftelijke toestemming en een (kopie van een) identiteitsbewijs van de houder van de gezinskaart.

5. Wat staat er op een gezinskaart ?

De gezinskaarten bevatten informatie over één persoon of meerdere personen in een gezinsverband. De informatie op de gezinskaart betreft voornamelijk persoonsgegevens waarmee iemand te identificeren is, gekoppeld aan de woonadressen. De kaarten zijn ingevuld op voorgedrukte bladen met kolommen voor specifieke informatie.

De familienaam en voornaam/voornamen van het gezinshoofd staan boven aan de kaart vermeld. Links in de bovenhoek staat het adres waarop het gezin voor het eerst ingeschreven is en rechts in de bovenhoek het tweede adres.

In kolom 1 staat de vestigingsdatum vermeld. In de kolommen 15 en 16 wordt de inschrijvingsdatum vermeld met de plaats van herkomst. Hier kan ook een vermelding staan van een deel en bladzijdennummer; dit betekent dat bij de invoering van de gezinskaart deze persoon al ingeschreven stond in de voorgaande serie van het bevolkingsregister. Ook kan in kolom 16 een naam van een andere persoon worden vermeld. Dit is het geval als deze persoon daarvoor op de gezinskaart van die persoon (bijv. zijn vader) was bijgeschreven.

Dit is te vinden in de kolommen 17 en 18. Hier kan een datum van vertrek en een plaats van bestemming worden vermeld. Meestal staat in kolom 20 dan het nieuwe adres in die plaats aangegeven. Ook kan hier naar de gezinskaart van een ander gezinshoofd worden verwezen als de betrokkene naar die kaart werd overgeschreven. Tevens is het mogelijk dat bij de naam van één van de personen op de kaart in deze kolommen geschreven staat "Eigen Kaart". Dit houdt in dat deze persoon zelf een eigen gezinskaart kreeg die ook in het systeem moet zitten.

In principe staat de hoofdbewoner met de persoonsgegevens in de lijst met namen bovenaan vermeld. Achter de naam volgt in kolom 4 het geslacht en staat in kolom 5 een "H" vermeld voor hoofdbewoner. De gezinsleden volgen daaronder met hun personalia. In kolom 5 staat dan de vermelding van de relatie tot de hoofdbewoner. "V" betekent vrouw (=echtgenote), "Z" zoon, "D" dochter. Er kunnen veel meer relaties voorkomen zoals behuwdmoeder, neef, pleegkind, tante etc. Het betreft hier echter nooit inwonende dienstboden, kostgangers of logees.
Het is mogelijk dat dezelfde persoon meerdere malen op de lijst voorkomt. Als iemand het gezin verliet en later terugkeerde werd deze persoon opnieuw onderaan bijgeschreven. Kolom 1 geeft het aantal gezinsleden aan, maar men nummerde gewoon door. Personen die meerdere keren voorkomen, kregen dus iedere keer een hoger volgnummer. Als de kaart vol was gebruikte men een vervolgkaart, kaart II (of zelfs III). Op de eerste gezinskaart werd dan een II vermeld naast de familienaam in de bovenste balk.

In de kolommen 8 en 9 staan gegevens vermeld over de Burgerlijke Staat. In kolom 8 vindt men een letter "O" voor ongehuwd, "H" voor gehuwd, "W" voor weduwnaar of weduwe en "S" voor gescheiden. In kolom 9 werd de datum van een mutatie aangegeven. Als iemand eerst ongehuwd was stond er een "O" in kolom 8.Ging deze persoon huwen werd de "O" doorgehaald en vervangen door een "H" met de huwelijksdatum vermeld in kolom 9. Als dezelfde persoon daarna weduwnaar werd haalde men de "H" door om te veranderen in een "W".

Kolom 10 bevat informatie over de religie, meestal in afgekorte vorm, "NH" is Nederlands Hervormd, "RC" of "RK" is Rooms-Katholiek, "NI" is Nederlands-Israelitisch enz. Ook in deze kolom werd gemuteerd als iemand van religie veranderde.

In kolom 11 werd de nationaliteit vermeld.

In kolom 12 werd het beroep bij de inschrijving vermeld. Kolom 13 was bedoeld om een later beroep aan te geven, maar in de praktijk werd een nieuw beroep vaak boven het in kolom 12 doorgehaalde oude beroep bijgeschreven. De vermelding "(o)" achter het beroep gaf aan dat men een ondergeschikte was.

In kolom 17 wordt de overlijdensdatum vermeld, maar alleen als dat overlijden plaatsvond in de tijd dat deze persoon op deze gezinskaart vermeld stond. Soms staat hierbij ook een plaats vermeld. Dit is het geval als iemand ergens anders overleed, terwijl deze persoon in Amsterdam ingeschreven stond.

Kolom 20 was voor aan- en opmerkingen en bevat dus allerlei diverse krabbels, stempels en verwijzingen

Op de achterzijde worden de adressen vervolgd van het voorblad. Eerst komt de inschrijvingsdatum van het nieuwe adres, dan de straat en huisnummer en de verdieping binnen het huis. Achter het huisnummer was ruimte voor een deel en folionummer waar het adres mee correspondeerde in bijv. de woningboeken (die op adres waren geordend). Later werd op de plaats van deel en folio alleen ingevuld dat er een woningkaart (WK) was op dat adres.

In de kolommen betreffende vestiging en vertrek staan soms afkortingen.
De meest gebruikte afkortingen zijn de volgende:

  • EK, Eig. krt. of Eig. kaart
    Het betreft hier iemand die van een eigen gezinskaart komt of daar naar toegaat. Deze eigen gezinskaart moet in dit systeem onder de eigen naam dus terug te vinden zijn.
  • A 25/219
    Het betreft hier een verwijzing naar een Woningboek (A25) en een bladzijde (219), gebruikt als aanduiding van het eerste adres.
  • Gest. 20/110
    Naast de gezinskaarten werden registers bijgehouden van wees-, bejaardenhuizen etc. Deze serie had de naam gestichten met een deelnummer en bladzijdennummer. Zo zijn er ook aparte registers voor Hofjes, Brandweerkazernes, Keten en Woonwagens, schippers die op hun schip woonden, Rijksgebouwen etc.
Met name in de kolom voor de nationaliteit, maar ook in de kolom voor opmerkingen komen regelmatig stempels voor.
De meest gebruikte stempels zijn de volgende:
  • NED (soms handgeschreven) geeft aan dat de betreffende persoon de Nederlandse nationaliteit bezit.
  • VR geeft aan dat het een vreemdeling betreft.
  • NO geeft aan dat het een Nederlands onderdaan betreft.
  • NED AZ geeft aan dat er correspondentie is gevoerd over de nationaliteit van de betrokkene. AZ verwijst naar het archief van Algemene Zaken. Met de hand bijgeschreven zijn het jaartal en stuknummer.
  • Als "sedert de geboorte" is bijgeschreven bij de woonplaats geeft dit aan dat betrokkene sedert de geboorte in Amsterdam heeft gewoond en nooit is uitgeschreven.
  • TIJDELIJK GEMELD GEEN BEWIJZEN AFGEVEN betreft personen op doorreis. Van hen werden geen bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister aan derden afgegeven.
  • J.VL VERBLIJFREGISTER betreft Joodse vluchtelingen uit Duitsland, die niet alleen op deze gezinskaart, maar ook in een verblijfregister waren ingeschreven.
  • HS geeft aan dat de gezinskaart is opgemaakt op een hulpsecretarie (Sloten, Noord, Watergraafsmeer)
  • PK geeft aan dat van deze persoon in 1939 een persoonskaart is gemaakt.
  • V.T. in combinatie met een datum en een adres geeft aan dat deze persoon bij een volkstelling op dat adres werd geteld. De inschrijving op dat nieuwe adres werd dus achteraf gedaan.
  • OUD.RENTE geeft aan dat iemand ouderdomsrente genoot.
  • Rp. KOL. geeft aan dat iemand een rijkspensioen van het Ministerie van Koloniën geniet. Ook het stempel Rp.FIN komt voor. Dit staat voor een rijkspensioen van het Ministerie van Financiën.
  • INV.WET geeft aan dat iemand een uitkering kreeg in het kader van de invaliditeitswet. In kolom 17 werd dan IR gestempeld (invaliditeits-rente) met de toevoeging van Asd (Amsterdam) en 2 nummers.

6. Wat deed men als de kaart vol was?

Als de kaart vol was maakte men een vervolgkaart aan, die men II (eventueel III, IV etc .) nummerde. De kaart stond nog steeds op naam van het gezinshoofd en volgt achter de voor- en achterkant van de hoofdkaart. Op de hoofdkaart staat het aantal vervolgkaarten bovenaan dmv Romeinse cijfers aangegeven.

7. Wat gebeurde er als het gezinshoofd dood ging?

Als het gezin uit 1 persoon bestond werd het overlijden als laatste mutatie op de kaart bijgeschreven en werd de kaart uit het lopende bestand gehaald (en in 1939 bij de verfilming alfabetisch op de juiste plaats teruggezet). Als het gezin uit meerdere personen bestond werd bij overlijden van het gezinshoofd zijn gezinskaart in het lopende bestand gehouden zolang het gezin intact bleef. Als de man overleed bleef zijn vrouw met de kinderen gewoon zijn kaart voeren en werd daarop gemuteerd. Als de vrouw daarna overleed verviel daarmee het vervangende gezinshoofd en verviel de kaart. Ook als de vrouw hertrouwde of bij een kind introk verviel de kaart, aangezien zij dan bij een ander gezinshoofd werd bijgeschreven.

8. Kan een vrouw ook gezinshoofd zijn?

Een vrouw is gezinshoofd zolang zij zelfstandig woonde (dus niet inwoonde bij ouders, broer, oom etc.). De vrouw kan ongehuwd zijn, maar dit hoeft niet. Een gehuwde vrouw waarvan de man in Marinedienst was of anderszins niet op hetzelfde adres woonde kreeg een zogenaamde echtgenotenkaart, waarop zij het gezinshoofd is.

9. Wat wordt geregistreerd van een inwonende dienstbode?

Als iemand inwoonde bij familie werd deze persoon gerekend tot dat gezin en op de gezinskaart van dat familielid bijgeschreven, met vermelding van de familierelatie. Iemand die inwoonde bijv. als dienstbode maakte geen onderdeel uit van het gezin waar zij inwoonde en heeft derhalve een eigen gezinskaart.

10. Wat betekent het als een naam doorgestreept is?

De personen die het gezin verlieten of overleden terwijl de kaart nog in gebruik was werden doorgestreept, om aan te geven dat die regel van de kaart afgehandeld was. Personen die later terugkeerden in het gezin werden onderaan weer bijgeschreven.

Hoe werkt het zoeksysteem op gezinshoofden?

11. Hoe moet ik zoeken?

Begin bij het typen van de achternaam. Terwijl u typt ziet u al hoe groot het resultaat zal zijn. U beslist aan de hand van de omvang uw zoekresultaat of u na het invullen van één veld nog meer velden invult voordat u de opbrengst gaat bekijken. Bij namen die veel voorkomen is het handig ook een voorletter of geboortedatum in te vullen.

12. Waarom kan ik alleen zoeken op voorletters en niet op voornaam?

Omdat de voornamen niet volledig zijn ingevoerd in de index. U kunt wel op meerdere voorletters zoeken en het maakt niet uit of u wel of geen punt achter de voorletter plaatst.

13. Welke wildcards kan ik gebruiken?

U kunt gebruik maken van * (een ster, boven de 8 op uw toetsenbord) of ? (vraagteken). De * staat voor één of meer letters, het ? staat voor één letter. ba*ker vindt zowel de namen baker, bakker, backer, maar ook baardmaker: ba?ker vindt de namen backer en bakker.

14. Kan ik het zoeksysteem gebruiken als de geboortedatum van het gezinshoofd niet bekend is?

Als u geen geboortedatum invult krijgt u alle namen in de volgorde van de index. Uit de overige gegevens op de kaart — de namen van de gezinsleden — weet u welke kaart u hebben moet. Is het een naam die niet veel voorkomt, dan bent u vermoedelijk snel bij de juiste kaart aangekomen, maar bij namen als Bakker, De Vries of Janssen kan dat wel een tijdje duren.

15. Kan ik het zoeksysteem gebruiken als ik de spelling van een naam niet helemaal zeker weet?

Spellingsvarianten zijn er erg veel. U kunt proberen de juiste naam te vinden door alleen de letters van de naam in te vullen die u zeker weet. Maar u krijgt dan alle namen waar die letters in die combinatie in voorkomen. Dus als u niet ook de voorletters of de geboortedatum weet is het risico dat u de verkeerde scan koopt groot. Wilt u voorkomen dat u een scan koopt die u niet nodig heeft, dan kunt u het beste naar het Informatiecentrum in het Stadsarchief komen. Inzage van de scans in het Informatiecentrum is gratis. Uit de overige gegevens op de kaart — de namen van de gezinsleden — kunt u dan meestal wel afleiden of u de juiste kaart te pakken heeft.

16. Zoek ik een vrouw die gezinshoofd is op haar meisjesnaam of op de naam van haar (overleden) echtgenoot?

Als de vrouw ongetrouwd zelfstandig woont zoekt u haar op haar meisjesnaam. Is zij getrouwd en toch gezinshoofd (bv. haar man verblijft in het buitenland, is overleden, zij is gescheiden) dan zoekt u haar op de naam van haar (voormalige) echtgenoot.

17. Kan ik ook iemand zoeken die geen gezinshoofd was?

Bij het bestand aan gezinskaarten behoort een klapper (=alfabetische naamindex) op de gezinskaarten, waarin iedereen die in Amsterdam woonde te vinden is met een verwijzing naar het gezinshoofd bij wie hij of zij op de kaart stond. De personen in deze klapper zijn van elkaar te onderscheiden dmv een vermeld geboortejaar. Via deze klapper, die is in te zien in het Informatiecentrum van het Stadsarchief, is na te gaan bij wie iemand op de gezinskaart staat en wie een eigen gezinskaart had.
Laatst bijgewerkt op 14 jan 2016
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<