Voorbeeld Confessieboeken 1535-1732

De confessie van Elsje Christiaens

Op één van de meer lugubere tekeningen van Rembrandt is het overblijfsel van een terechtstelling op het Galgenveld in Volewijk (Amsterdam Noord) te zien. Waarschijnlijk was hij naar de overkant van het IJ gevaren om ter plekke de tekening van het macabere schouwspel te maken.

Wie is dit meisje, dat ter waarschuwing met een bijl boven haar hoofd aan de galg werd gehangen? Helaas is de betreffende tekening niet gedateerd en wordt de naam van de terechtgestelde niet genoemd. Huisarchivaris van het Stadsarchief Isabella Henriëtte van Eeghen (1913-1996) besefte echter dat, met een beetje geluk uiteraard, de bewaarde justitiële archieven het antwoord konden geven op de vraag wie hier afgebeeld werd - én wanneer.


Collectie: Metropolitan Museum of Art, New York

De enige vrouw die in aanmerking kwam bleek de achttien-jarige Elsje Christiaens uit Jutland te zijn, die op het moment van haar arrestatie nog maar twee weken in Amsterdam woonde. In het Confessieboek werd genoteerd dat zij was aangegeven door haar gealarmeerde buren, die verdacht geschreeuw uit de kelder hoorden komen en het meisje met bebloede handen aantroffen. Elsje probeerde zich nog te redden door in het water van het Damrak te springen, maar werd uiteindelijk opgesloten en voor het gerecht geleid.

Bladzijde uit het Confessieboek met rechts onderaan het eerste verhoor van Elsje.

Elsje wordt op drie achtereenvolgende dagen verhoord, op 28 en 29 april en 1 mei 1664. Al tijdens de eerste confessie bekent Elsje de herbergierster ‘in de cop gehackt te hebben’, en geeft nog meer van de gruwelijke details prijs. Het motief blijkt een ruzie te zijn geweest over een daalder aan achterstallig ‘slaapgelt’. De gemoederen lopen zo hoog op dat de huisbazin Elsje met een bezem slaat. Daarop grijpt Elsje naar de bijl die ze op een nabijgelegen stoel vindt. Haar verweer is dat het de hospita was geweest die was begonnen met stokslagen; zelfs haar man had het niet met haar uitgehouden en was twee weken eerder weggelopen. Elsje bekent in de confessie het plegen van de moord, maar ontkent sieraden en geld van de dode gestolen te hebben.

Op 1 mei 1664 werd het vonnis uitgesproken. Dit is terug te lezen in het Justitieboek van 4 april 1664 – 21 april 1667. De burgemeesters en schepenen waren het al snel eens dat een dergeljke moordaanslag ‘in een Stad van Rechten’ niet te tolereren was. Elsje zou op het schavot gewurgd worden, met hetzelfde moordwapen slaag krijgen en vervolgens met bijl en al aan een paal te kijk worden gesteld tot zij door lucht en vogels verteerd was. De precieze tekst van het vonnis voor Elsje luidde:

Het vonnis voor Elsje uit het Justitieboek (klik voor vergroting)
Op’t schavot aan een paal geworgt te werden
datter de doodt nae volgt, ende met deselve
bijl daar sij de vrouw mede ter dood heeft
gebracht eenige slagen door den scherprechter
aan haar hooft geslagen, haar lichaam
gebracht aen de Voolewijck ende gestelt
aan een pael met een bijl boven haar hooft
om van de locht ende het gevogelt verteert te
werden, met confiscatie van goederen

Kunsthistorici hebben de tekening van Rembrandt, aan de hand van de stijl, op circa 1655 gedateerd. Uit de archieven blijkt dat het zo’n tien jaar later moet zijn geweest, in 1664. Hoewel de discussie nog wel eens oplaait beschrijft de website van de huidige eigenaar van de tekening, het Metropolitan Museum of Art in New York, de prent als ‘Elsje Christiaens Hanging on a Gibbet’. Archivaris I.H. van Eeghen lijkt eindelijk het pleit te hebben gewonnen.

Verder lezen

Laatst bijgewerkt op 14 jan 2016
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<