Voorbeeld Vonnissen van Averij-grosse 1700-1810

Ontberingen in Rusland

eerste pagina uit het vonnis van Averij Grosse betreffende de opgelopen schade aan het schip 'de Hamburger Coopman' (klik voor vergroting) (archief 5061, inv.nr. 2827)

Op 22 oktober 1726 verschijnen stuurman Mathijs Woller, bootsman Jonas Stark, de kok Evert Pink en timmerman Mathijs Alderson voor de Commissarissen van Zeezaken in Amsterdam. Zij deden dit op verzoek van schipper Hendrik Jansz, omdat het schip ‘de Hamburger Coopman’ was vastgeraakt in het ijs.

De kosten voor de schade die door middel van het vonnis moest worden verdeeld, werden veroorzaakt door de overwintering van de bemanningsleden in een zelf gebouwd huis vlak bij de Russische havenstad Archangel. De opgegeven kosten voor de schade bedroegen in totaal 3533 gulden. De rechtbank bepaalde in het vonnis dat een totaal van 2822 gulden moest worden verdeeld tussen de schipper en de inladers. Dit was inclusief de kosten voor de rechtbank.

Het vonnis verwijst naar de scheepsverklaring die werd afgelegd op 25 juli 1726 voor de notaris Adrian Baars. Hoewel de Averij Grosse al vertelt van de ontberingen, bevat de scheepsverklaring nog veel meer details:

detail uit de scheepsverklaring voor notaris A. Baars (archief 5075, inv.nr. 8617; aktenr 1046)

Op 25 juli 1726 werd de verklaring afgelegd bij de notaris Adrian Baars, door de eerder genoemde scheepsbemanning. In september en oktober 1725 waren te Archangel (Rusland) onder andere talk, juchten (Russisch rundleer), linnen en robbenvellen ingeladen. De Hamburger Koopman vertrok vanuit Archangel op 20 oktober 1725. Meteen al werd het schip door ijsgang net buiten het ‘Casteel’ aan de grond gezet. Op 4 november probeert men het schip naar een veiliger plek te brengen maar op 7 november komt het schip door het drijfijs definitief vast aan de grond te zitten. Een deel van de lading wordt van boord gehaald en met paarden en sleeën naar Archangel gebracht. Op 4 mijl afstand van Archangel werd een huis gebouwd, zodat ze daar konden overwinteren. Met paarden en sleeën werd proviand aangevoerd. Op 17 mei was het ijs voldoende weggesmolten om het schip vlot te krijgen en nadat de goederen waren ingeladen, kon men op 2 juni vertrekken vanaf de rede van Archangel. Na een behouden vaart kwam De Hamburger Koopman op 7 juli 1726 aan te Amsterdam.

Pech van Texel tot de Caraïben

pagina uit het vonnis van de Gesina Maria met taxatie van het schip en de lading (klik voor vergroting) (archief 5061, inv.nr. 2889)

In november 1780 meldt zich de bemanning van het schip de Gesina Maria, dat vanaf 29 december 1779 voer tussen Texel en Sint Eustatius onder leiding van Cornelis Jans Hofker. De Commissarissen velden een vonnis over de kosten die werden gemaakt wegens het kappen van het anker en de daarop volgende berging van dat anker. De opgegeven kosten voor de schade bedroegen in totaal 926 gulden. De Bank van Assurantiën en Averijen bepaalde dat dit bedrag ook daadwerkelijk moest worden verdeeld over de schipper en de bevrachters. Inclusief de kosten voor de rechtbank werd het te verdelen bedrag 1091 gulden.

Het vonnis verwijst naar de scheepsverklaring (aktenummer 440), afgelegd op 3 augustus 1780 voor de notaris Willem Decker door opperstuurman Dirk Bakker, onderstuurman Cornelis Mattijsen, bootsman Andries Let, timmerman Martin Gumschin en de matrozen Carl Wadelund en Jacob Andsen. Uit de verklaring blijkt dat het schip, dat volledig nieuw was, op de rede van Texel gereed lag voor vertrek naar Sint Eustatius. Op 29 december 1779 was de wind gunstig en werd besloten het anker te lichten. De takelinstallatie van het anker bleek echter defect en omdat het eb ging worden, besloot men het ankertouw te kappen waardoor het anker verloren ging. Bij de terugkomst van Sint Eustatius bleek het anker inmiddels al geborgen te zijn en ook dat moest nog betaald worden.

pagina uit de Rol van Averij Grosse (klik voor vergroting) (archief 5061, inv.nr. 2647)

De datum van aanmelding voor de procedure was 11 augustus 1780. Hiermee was de zaak van schipper Cornelis Jansse Hofker op de rol gezet. De namen van alle betrokkenen werden hierop genoteerd. De zaak werd uiteindelijk pas behandeld op 28 november van dat jaar.

Monsterrol van de Gesina Maria d.d. 18 oktober 1779 (klik voor vergroting) (archief 38, inv.nr. 17)

Vóór vertrek van de Gesina Maria werd de monsterrol opgemaakt, met de namen van de bemanning. Pas op 29 december leek de wind gunstig genoeg om vanuit Texel te vertrekken.

Aantekening van een afgegeven Zeebrief aan schipper Cornelis Janse Hofker van de Gesina Maria (archief 5036, inv.nr. 10)

Ook was voor vertrek, op 4 november 1779, door de Burgermeesters een Zeebrief afgegeven die werd geregistreerd in het Register der afgegeven Zeebrieven. De schipper kon hiermee een bewijs leveren dat het schip afkomstig was uit de Nederlanden. Het getal ‘91’ is het getal van de totale last die zich aan boord bevond.

Laatst bijgewerkt op 7 feb 2017
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.