Handleiding Vonnissen van Averij-grosse 1700-1810

Naar welke bronnen verwijst de index?

De index verwijst naar de volgende inventarisnummers uit het Archief van Schout en Schepenen / het Oud rechterlijk archief:
  • 2806-2924 Vonnissen ter zaken van Averij Grosse 1700-1810.
In geval van tijdens zeereizen opgelopen schade aan schip of lading moesten de extra gemaakte kosten ergens verhaald worden. Deze werden vastgelegd in een vonnis van Averij Grosse. De vonnissen werden uitgsproken door de Commissarissen van Zeezaken van de Bank van Assurantiën en Averijen, voor 1811 onderdeel van de Amsterdamse rechtbank.

De vonnissen van Averij Grosse bevatten informatie over de onfortuinlijke gebeurtenissen aan boord en de financiële afwikkeling daarvan. Daarnaast bevatten de akten een verwijzing naar gerelateerde scheepsverklaringen uit het Notarieel Archief, die vaak nog veel meer details bevatten.


Claude Joseph Vernet, Tempête de mer avec épaves de navires. Collectie Alte Pinakothek, München. Bron: Wikimedia Commons

Handel over zee

Vanuit de Nederlanden voeren vele honderden handelsschepen per jaar naar verschillende bestemmingen en weer terug. De belangrijkste handelsreizen voeren naar steden in het oostzeegebied, als het Oost-Pruisische Koningsbergen, Danzig (het huidige Gdansk) in Polen, Riga in Letland en Archangel in Rusland. De handel via Oostzee wordt wel de moedernegotie genoemd. Hierbij speelden geografische aspecten een rol. Amsterdam was zeer gunstig gelegen, op een kruispunt van oost-west- en noord-zuid routes. Ook was er een uitstekende verbinding met het grote Duitse achterland via de Rijn. Mede door dit gegeven groeide Amsterdam gedurende de Gouden Eeuw uit tot de belangrijkste stapelmarkt voor bulkgoederen van de wereld. Nederlandse handelaren verscheepten wijn en zout uit Frankrijk en Portugal naar de landen rond de Oostzee en keerden terug met vooral graan, Zweeds kruit, hout, ijzer en wapens, maar ook vele andere goederen die voor een deel weer naar landen rond de Middellandse Zee werden vervoerd. Uit de West-Indische gebieden werden onder ander suiker, cacao en koffie gehaald. Ook de scheepslieden kwamen overal vandaan: In de Monsterrollen kunnen we zien dat de bemanningsleden behalve uit de regio ook afkomstig waren uit het buitenland, veelal uit de landen van het Oostzeegebied.

Tijdens de vele reizen kon van alles misgaan waardoor schade ontstond. Schepen hadden op zee te maken met stormen, waardoor de relatief kwetsbare tuigage kon worden vernield, of erger, het schip kon aan lager wal raken of op de klippen lopen. Door lekkage kon de lading schade oplopen of zelfs verloren gaan. Ook konden vijandelijke schepen op de loer liggen.

De twee grote Nederlandse handelscompagniën, de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie maakten géén gebruik van de Averij Grosse-regeling. Zowel de bevrachting als het vervoer werden door de bewindvoerders van deze compagnieën zelf geregeld. Gegevens in verband met deze reizen zijn daarom niet te vinden via deze index.

Averij-grosse procedure

Voor 1811 viel de rechtspraak onder het college van Schout en Schepenen. Dit college was tevens belast met bestuurlijke zaken als financiën en openbare orde.
De Vonnissen Averij Grosse werden uitgesproken door de Bank van Assurantiën en Averijen. Deze bank viel onder een apart onderdeel van de Amsterdamse rechtbank, gevormd door de Commissarissen van Zeezaken. De bank velde vonnissen over de verdeling van de kosten, veroorzaakt door opgelopen schades aan schepen. De schades moesten zijn veroorzaakt door overmacht en niet door schuld van bemanningsleden en/of de schipper.

Uitgangspunt voor de averij-grosse procedure was een scheepsverklaring: een beëdigde verklaring, afgelegd door de schipper en een deel van de bemanning waarin verhaald werd over de wijze waarop de reis was verlopen en de schade was ontstaan. Meestal werd de verklaring afgelegd bij een notaris in de haven van bestemming. Aangezien Amsterdam veelal het eindpunt was van de reis, zijn verreweg de meeste scheepsverklaringen afgelegd voor een Amsterdamse notaris. Het schip kon er echter dusdanig slecht aan toe zijn dat voor langere tijd in een buitenlandse haven moest worden verbleven, hetgeen een schadepost op zich betekende. De bemanningsleden moesten worden voorzien van eten en drinken en ook moest voor het verblijf in de haven worden betaald. In dat geval kon in deze haven een scheepsverklaring worden afgelegd. Vaak werd later in Amsterdam ook nog een verklaring opgesteld.

De scheepsverklaring is een zeer gedetailleerde beschrijving van de route, de lading, de omstandigheden tijdens de reis en wat op de reis is gepasseerd. Uit de verklaring moet blijken dat alles in het werk is gesteld de reis voorspoedig te laten verlopen.

Met deze zogenoemde ‘scheepsverklaring’ stapte de schipper naar de Amsterdamse Bank van Assurantiën en Averijen. De zaak werd bij de rechtbank genoteerd in de zogeheten Rol van Averij Grosse. Enkele weken daarna werd een vonnis van Averij Grosse uitgesproken.

Welke gegevens zijn te vinden in de index?

In de index zijn opgenomen:
  • naam van het schip
  • naam van de schipper
  • havens van vertrek en bestemming
  • datum van vertrek, schade en die van het vonnis.

Welke gegevens zijn te vinden in de bron?

De optekening van het vonnis begint met de datum van de scheepsverklaring en de naam van de notaris voor wie de verklaring is afgelegd. Daaronder wordt de inhoud van de scheepsverklaring verkort weergegeven. Het belangrijkste onderdeel van het vonnis is opsomming van de schadeposten en hoe die werden verdeeld onder schipper en inladers. Daarbij werden de namen van de inladers vermeld, hetgeen ze aan boord hebben gebracht en hoeveel geld hun deel van de lading waard was.

Indirect, via de vonnissen Averij Grosse, verwijst de index naar scheepsverklaringen, voorkomend in het Notarieel Archief. Deze uitgebreide reisverslagen leren ons veel over de beslommeringen en tegenslagen die de zeereizen met zich meebrachten.

Zie voor een overzicht van Scheepsverklaringen uit het Notarieel Archief (5075): overzicht van Amsterdamse notariële akten vermeld in de vonnissen averij grosse uit de periode 1700-1810. Uit dit overzicht valt tevens op te maken welke Amsterdamse notarissen waren gespecialiseerd in zeezaken.
Scheepsverklaringen uit het Notarieel Archief PDF (373,25 Kb)

Hoe zoek ik in de index?

In de index kan gezocht worden op naam van de schipper, datum of periode, naam van het schip (via de knop ‘ander’), of haven van vertrek of bestemming (via de knop ‘locatie’). Gebruik voor meer zoekopbrengsten een wildcard (*) aan het begin of eind van de zoekterm.

Verder zoeken

  • 30452: Gedeeltelijke index op het notarieel archief. Deze index bestaat uit een kaartsysteem en is niet digitaal beschikbaar. Hij is helaas wegens de grote omvang van het Notarieel Archief niet compleet. In het Informatiecentrum binnen het gebouw van het Stadsarchief is een uitgebreide handleiding op deze index aanwezig die tevens een inzicht geeft over de uitgebreidheid aan onderwerpen aanwezig in het Notarieel Archief.
  • 5075: Notarieel Archief
    Scheepsverklaringen uit het Notarieel Archief PDF (373,25 Kb)
  • 5061, inv.nrs 2636 t/m 2656: Archief van Schout en Schepenen: Rol van Averij Grosse
    Indien een schipper wilde dat een Vonnis Averij Grosse werd uitgesproken dan meldde hij zich bij de Bank van Assurantiën en Averijen. Zijn zaak werd dan opgetekend in de zogenoemde Rol Averij Grosse en aldus ‘op de rol’ gezet. Hierbij werd de datum van aanmelding vermeld, de naam van de schipper en het schip en de namen van de inladers. Enkele weken na de registratie in de Rol Averij Grosse velde de rechtbank het vonnis.
  • 38, inv.nrs. 1-152: Archief van de Waterschout: Monsterrollen 1747-1852
    In de 17de eeuw vond een enorme uitbreiding plaats van het scheepvaartverkeer vanuit Amsterdam. Dit leidde tot een groeiend aantal conflicten tussen bemanningsleden en schippers. Daarom werd in 1641 een apart onderdeel van de rechtbank ingesteld: de Waterschout.
    De monsterrol werd opgemaakt door de Waterschout, in aanwezigheid van de bemanning. Op het voorgedrukte formulier stonden de arbeidsvoorwaarden vermeld. De rol werd ondertekend door de bemanningsleden ter voorkoming van conflicten tijdens de reis en de uitbetaling van gage.
    Op de monsterrollen is de volgende informatie te vinden: de naam van schipper en schip, de reisbestemming, de namen van de bemanningsleden, hun herkomst, hun functie en hun gage.
    De Amsterdamse Waterschout werd in 1867 een Nationaal instituut, waarvan de administratie (ook een gedeelte van voor 1867) wordt bewaard in het Noord-Hollands Archief te Haarlem. In het Stadsarchief wordt een vrijwel complete reeks monsterrollen bewaard over de periode 1770-1838 en heel summier over de periodes 1747-1769 en 1841-1852. Een groot gedeelte van het archief van de Waterschout uit de periode 1878-1945 is, waarschijnlijk tijdens de Tweede Wereldoorlog, verloren gegaan.
    In het Informatiecentrum binnen het gebouw van het Stadsarchief is een (niet digitale) index op de Monsterrollen aanwezig waarin kan worden gezocht op de namen van schippers en schepen.
  • 5036, inv.nrs. 1-10: Zeebrieven 1705-1787
    De Zeebrieven omvatten registers van verklaringen dat een met name genoemd schip in de Geünieerde Provinciën thuishoort, afgelegd door schippers ten overstaan van burgemeesters ter verkrijging van een ‘paspoort’ voor het buitenland. De Zeebrieven bevatten de naam van de schipper, naam van het schip en de tonnage van het schip in lasten. De registers zijn chronologisch geordend en niet geindexeerd.
  • 78, inv.nrs. 94-102: Archief van de Directie van de Oostersche Handel en Reederijen, Galjootsgeldregisters over de periode 1705-1825.
    Voor onderzoek naar de vaart op de Oostzee kan een beroep worden gedaan op de zogeheten Galjootsgeldregisters. De Directie van de Oostersche Handel en Reederijen was een overkoepelende organisatie die zorgde voor de bescherming van de koopvaarders door schepen van de Admiraliteit, die op de betreffende gebieden voeren. De schepen betaalden daarvoor een heffing: het galjootsgeld.
    De registers geven de volgende informatie: de namen van schipper en schip, de herkomst van de schipper, de reisbestemming en hetgeen werd betaald voor het schip en de lading.
    Deze registers zijn chronologisch geordend en niet geindexeerd.
  • 6, inv.nrs. 57-62: Archief van de Directie van de Moscovische Handel, Galjootsgeldregisters over de periode 1717-1796.
    Deze registers geven dezelfde informatie als bovenstaande Galjootsgeldregisters, ze zijn chronologisch geordend en er is geen index aanwezig.
  • Amsterdamsche Courant, scheepstijdingen: meldingen van averijen en schipbreuken.
    De Amsterdamsche Courant is digitaal beschikbaar via de Koninklijke Bibliotheek of ter inzage via de bibliotheek van het Stadsarchief.

Verder lezen

  • Schöffer, I. ‘De vonnissen in averij-grosse van de kamer van van Assurantie en Averij te Amsterdam.’ In: Economisch –historisch jaarboek XXVI (1952-1954)
  • R.R.W. Janssen, R.R.W. De vereischten der averij-grosse-handeling. Amsterdam, 1899

Verantwoording

De index is gebaseerd op een bestaande index, in de jaren 1980 vervaardigd door de afdeling Indicering van het toenmalige Gemeentearchief Amsterdam.
Laatst bijgewerkt op 7 feb 2017
ZoekVoorbeeldHandleiding
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<

Gegevens over mogelijk nog levende personen mogen alleen worden gebruikt voor historisch (waaronder genealogisch), wetenschappelijk of statistisch onderzoek.

Door het aanklikken van onderstaande button verklaart u zich te houden aan het Reglement voor raadpleging en gebruik van het Stadsarchief.