Veel gestelde vragen

1. Ik wil mijn stamboom uitzoeken, kan ik dan bij u terecht?

Dat kan inderdaad, maar alleen voor zover uw voorouders in Amsterdam hebben gewoond. Verzamel eerst de gegevens over uw ouders, grootouders en misschien ook overgrootouders. Zet alles wat u weet of thuis uit kunt zoeken op papier: hun volledige namen en data van geboorte, huwelijk en overlijden. Met deze gegevens kunnen wij u in het Informatiecentrum snel wegwijs maken en zoekt u zelf uw stamboom uit. Ook is het raadzaam om eerst de Handleiding Genealogie uit te printen en te bekijken voordat u langskomt.

2. Ik kom uit een joodse familie en wil onderzoek doen naar mijn stamboom. Kunt u mij helpen?

Zeker, mits de familie uit Amsterdam afkomstig is. Joods genealogisch onderzoek is na 1811 niet wezenlijk anders dan genealogisch onderzoek naar niet-joodse mensen, omdat in 1811 de Burgerlijke Stand werd ingevoerd waarbij de registratie van geboorte, huwelijk en overlijden voor iedereen gelijk werd. Maar voor 1811 is joods genealogisch onderzoek een stuk lastiger #omdat de bronnen vaak ontbreken en, als het Hoogduitse joden betreft, de stukken in het Hebreeuws zijn en er in de Nederlandse bronnen veelal geen achternamen worden gebruikt.

Het maakt veel verschil voor het onderzoek of het Portugese of Hoogduitse joden betreft. Van Portugese joden, die veelal tot de gegoede burgers behoorden, zijn meer archivalia bewaard en de stukken zijn in het Nederlands of Portugees. Hoogduitse joden, die vanaf de 18e eeuw in Amsterdam in de meerderheid zijn, zijn veelal armer en komen daarom minder in de bronnen voor. Want waarom zou je moeite doen je huwelijk voor de Nederlandse overheid te laten registreren als je nooit met een rechtsgeldig bewijs hoeft aan te tonen met wie je getrouwd bent? Zo’n rechtsgeldig bewijs is bijvoorbeeld nodig om recht op een erfenis te doen gelden, maar als er niets te vererven valt is er ook geen bewijs nodig.

Bronnen met betrekking tot Hoogduitse joden zijn veelal in het Hebreeuws en met de achternamen werd gesjoemeld. Voor de overheid werden namelijk christelijke varianten van joodse namen gebruikt. Zo zullen Zalman, Zelig, Pinchas en Sjlomo toen ze trouwden gezegd hebben dat ze Salomon, of ook Samuel, heetten. Dus 2 christelijke varianten voor 4 joodse namen, die men bovendien willekeurig gebruikte. Bij genealogisch onderzoek is het daarom moeilijk vast te stellen met wie je nu precies te maken hebt als je ‘Abraham, zoon van Salomon’ ziet staan.

Het onderzoek is dus moeilijk, maar ook spannend en er zijn speciale indexen die het onderzoek vergemakkelijken. Deze publicaties zijn allemaal in te zien in het Informatiecentrum van het Stadsarchief in De Vijzelstraat.

Gegevens met betrekking tot geboorte en besnijdenis zijn voor de Portugese joden beter bewaard dan voor de Hoogduitse joden. Toen in 1811 alle kerken hun doopregistraties van de laatste 75 jaar moesten inleveren bij de Burgerlijke Stand, leverden de Portugese joden de registratie van geboorten (dus jongens en meisjes) vanaf 1736 in. De index hierop is in het Informatiecentrum. Met betrekking tot de Hoogduitse joden is geboorteregistratie vanaf ongeveer 1790 ingeleverd en besnijdenisregistratie vanaf ongeveer 1740. Maar alles met grote hiaten. De publicatie hierover door Jits van Straten, getiteld Besnijdenis en geboorte vóór 1811 verschijnt binnenkort.

Gegevens over alle burgerlijke joodse huwelijken tussen 1598 en 1811 – dat zijn in Amsterdam in deze periode huwelijken voor de Schepenen van Amsterdam — vindt u in de publicatie Trouwen in Mokum, samengesteld door Dave Verdooner en Harmen Snel. In totaal betreft dat zo’n 15.000 huwelijken.

Bij een joods huwelijk wordt vaak een huwelijkscontract, Ketuba genaamd, opgesteld. Voor de Hoogduitse joden is er een serie Ketuboth van 1723 tot 1811 met grote hiaten. Een index op deze Ketuboth, gemaakt door Jits van Straten, is ter inzage in het Informatiecentrum. De gegevens uit de Portugese Ketuboth vanaf 1672 zijn te vinden in Registro de Ketuboth, eveneens samengesteld door Dave Verdooner en Harmen Snel. Het betreft ongeveer 3000 contracten vanaf 1672. Deze publicatie is alleen verkrijgbaar bij de Kring voor Joodse Genealogie.

Ten slotte zijn voor genealogisch onderzoek de gegevens over het begraven van belang. Hoogduitse joden zijn begraven in Muiderberg (vanaf 1642, betalende leden, bewaard vanaf 1669) op Zeeburg (vanaf 1713, niet-leden en kinderen) of in Diemen (vanaf eind 19e eeuw) en Portugese joden zijn begraven in Ouderkerk aan de Amstel. In het Stadsarchief bevinden zich de begraafregisters van Muiderberg, Zeeburg en Ouderkerk. De in het Hebreeuws geschreven begraafregisters van Muiderberg (1669-1850) en Zeeburg (1713-1811) zijn vertaald door Jits van Straten. Voor de begraafregisters van Ouderkerk is een verfilmd kaartsysteem te raadplegen op de studiezaal.

Voor meer informatie over Joodse Genealogie verwijzen we u graag naar de websites van de Kring voor Joodse Genealogie: www.nljewgen.org en naar de website van de in Jeruzalem gevestigde Hebreeuwse universiteit: http://dutchjewry.huji.ac.il/

3. Mijn voorouders komen uit Suriname, heeft u daar gegevens over?

De kans daarop is niet zo heel groot. De gegevens uit de periode waarin de meeste mensen uit Suriname naar Amsterdam kwamen, zo vanaf de jaren ’70 uit de vorige eeuw, zijn namelijk nog niet openbaar. Waren uw voorouders al eerder in Amsterdam, dan is de kans veel groter dat u gegevens over hen vindt in het Stadsarchief. De volgende bestanden kunt u raadplegen:
  • Gezinskaarten (1893-1939). U kunt niet zoeken op herkomstgegevens (Paramaribo, Suriname) maar wel op achternaam.
  • Bevolkingsregister (1851-1892). Ook hierin kunt u alleen zoeken op achternaam en niet op herkomstgegevens.
  • Doop-, trouw- en begraafregisters (1553-1811). Diverse zoekmogelijkheden. Met name het zoeksysteem op de doopboeken uit de periode 1751-1811 biedt interessante mogelijkheden. Zoeken op ‘vrije tekst’ met termen als ‘slaaf’, ‘neger’, ‘zwarte’, ‘mesties’, ‘Suriname’ in aantekeningen die destijds, bij de doop werden gemaakt in de doopboeken kan belangrijke vondsten opleveren. Medewerkers van het Informatiecentrum helpen u bij dit soort zoekacties.
Als u de eerste gegevens over één van uw voorouders heeft gevonden, bijvoorbeeld gegevens over de periode waarin hij of zij naar Amsterdam kwam, waar precies vandaan of met wie, dan is het mogelijk verder te zoeken. Archieven die dan van nut kunnen zijn, zijn archieven van:
  • Bankinstellingen, zoals Hope & co. en Ketwich en Voombergh, waarin gegevens te vinden zijn over het beheer van plantages, inclusief namen van slaven werkzaam op de plantages.
  • Kerkgenootschappen, zoals Ned. Herv. Gemeente, over de doop van mensen uit Suriname kon uitvoerig gedebatteerd worden in de kerkeraad.
  • De Desolate Boedelkamer, hierin zijn gegevens over heel wat faillissementen van West-Indische plantages te vinden, met nauwkeurige beschrijvingen van die plantages en de namen van slaven.
  • Notarissen, zoals Stephanus Pelgrom en Hendrick Schaeff, beiden werkzaam voor de WIC. In de notarisarchieven kunt u pas echt gericht onderzoek doen als u weet bij welke notaris u kans maakt, want er zijn geen indexen op dit zeer omvangrijke archief voor de 18de en 19de eeuw.
    Een bron waar men geneigd is in te zoeken, maar waar u niets aan heeft is het Vreemdelingenregister (1849-1971) uit het Politiearchief; immers mensen afkomstig uit Suriname waren geen vreemdelingen maar Rijksgenoten en zijn dus niet te vinden in dit register.
Overzicht bronnen over Surinaamse plantages in het Stadsarchief
Zie ook: Amsterdam en slavernij

Tot slot: kom niet voor niets naar het Stadsarchief Amsterdam. In het stappenplan op de site van de Stichting voor Surinaamse Genealogie wordt uitgelegd hoe u voor het opzetten van een Surinaamse Genealogie in Nederland het beste terecht kunt bij het Nationaal Archief in Den Haag.

4. Ik zoek familie die ik uit het oog verloren ben. Kunt u mij helpen?

Het antwoord op deze vraag luidt helaas vaak nee. Via de serie Gezinskaarten uit het archief van het Bevolkingsregister beschikt het Stadsarchief over informatie over alle mensen die in Amsterdam gehuisvest zijn geweest tot het jaar 1939. Maar uitputtende bronnen van recenter datum zijn bij het Stadsarchief helaas niet aanwezig.

Wel zijn er andere bronnen, maar die betreffen niet de gehele bevolking. Zo is er bijvoorbeeld een complete serie telefoonboeken van Amsterdam. Of uw familieleden hierin voorkomen is dan natuurlijk afhankelijk van de vraag of ze telefoon hadden en, zo ja, of ze ook vermeld stonden. Andere archiefbronnen van de laatste decennia waarin persoonsregistraties voorkomen zijn vaak nog niet openbaar. Gegevens over personen die nog leven mogen uit oogpunt van privacybescherming niet worden verstrekt.

5. Tot welk jaar heeft u de akten van de burgerlijke stand en het bevolkingsregister?

De wettelijk bepaalde overdrachtstermijnen van de akten van de burgerlijke stand zijn:
  • 100 jaar voor geboorteakten
  • 75 jaar voor huwelijksakten
  • 50 jaar voor overlijdensakten
    Via het Overzicht van Archieven en Collecties kunt u nagaan welke andere bestanden van het Bevolkingsregister aan het Stadsarchief zijn overgedragen.

6. Ik ben op zoek naar een krant uit het jaar (...). Heeft u die ook?

De bibliotheek van het Stadsarchief bezit een uitgebreide collectie kranten vanaf het jaar 1672 (!) tot heden. Enkele voorbeelden: Amsterdamsche Courant (1672-1882), Algemeen Handelsblad (1828-1970) en Het Parool (1941-heden). Deze drie kranten zijn voor de genoemde periode op Amsterdam georiënteerd, maar daarnaast zijn er ook diverse andere landelijke dagbladen aanwezig.

Een aantal kranten is gemicroficheerd. De originelen worden dan niet ter inzage gegeven. Van deze microfiches kunnen kopieën gemaakt worden; ingebonden kranten kunnen helaas niet gekopieerd worden.

Naast de krantencollectie is er in de bibliotheek van het Stadsarchief een grote verzameling krantenknipsels te vinden. Deze collectie persdocumentatie heeft betrekking op de periode 1840-1997. Hierin zijn alle denkbare — Amsterdamse — onderwerpen terug te vinden, bijvoorbeeld de inhuldigingsrellen van april 1980 of het Congres voor Vrouwenkiesrecht van 1908. Van alle knipsels uit deze verzameling kunnen fotokopieën gemaakt worden.

7. Bestaan er nog oude foto's van mijn huis, bedrijfspand of straat?

Het Stadsarchief verzamelt al 150 jaar afbeeldingen van het Amsterdamse stadsbeeld. Door middel van aankopen, schenkingen en opdrachten aan fotografen is een collectie ontstaan, waarin van bijna ieder stukje Amsterdam wel één of meer foto's te vinden zijn. De vroegste foto's dateren uit het midden van de negentiende eeuw. Door fotografen in eigen dienst worden tot op de dag van vandaag foto's gemaakt van de stad.

8. Bestaan er nog bouwtekeningen van mijn huis, bedrijfspand of straat?

U kunt in het Stadsarchief vele duizenden bouwtekeningen raadplegen, zoals die uit het archief van de Bouw- en Woningdienst. Het betreft hier bouwtekeningen uit de periode 1865-1905, die werden ingediend bij een vergunningaanvraag voor de bouw of verbouwing van een pand. Een index op straatnaam van deze bouwtekeningen kunt u via deze site raadplegen. Voor tekeningen, ingediend bij vergunningaanvragen gedurende de laatste decennia, kunt u bij de stadsdeelkantoren terecht.

In het Centraal Tekeningen Archief vindt u bouwtekeningen, die gemaakt zijn in opdracht van verschillende gemeentelijke diensten. Het betreft hier tekeningen van scholen, bruggen, kades, metrotunnels, gasfabrieken etc.

Daarnaast bevat de collectie ook een groot aantal bouwtekeningen die verkregen zijn uit schenkingen en aankopen.

9. Heeft u ook films en geluidsopnamen over Amsterdam?

In 1959 begon het Stadsarchief met het verzamelen van geluidsopnamen. Het betrof in eerste instantie opnamen op magnetofoonband en grammofoonplaten. Korte tijd later werd ook film en video verzameld en zo is de audiovisuele collectie ontstaan. Momenteel beheert het Archief ca. 2800 grammofoonplaten en cd’s, ca. 1500 cassetes en dattapes, ca. 10.000 geluidsbanden (waaronder 6000 banden van het archief van Radio STAD), ca. 2400 films en ca. 2000 videobanden, -cassettes en dvd’s.

Het grootste deel van de collectie kunt u alleen bekijken en/of beluisteren nadat u een afspraak via info@stadsarchief.amsterdam.nl.

10. Ik moet voor school een scriptie schrijven over (...). Hoe vind ik materiaal?

Over de meeste Amsterdamse scriptie-onderwerpen, die leerlingen van middelbare scholen en studenten van hogere beroepsopleidingen en/of universiteiten bedenken, zijn in het Stadsarchief historische gegevens te vinden.

De start van het onderzoek ligt vrijwel altijd in publicaties die via de zoeksystemen van onze Bibliotheek zijn ontsloten. De bibliotheekcatalogus is deels geautomatiseerd en te raadplegen via deze site. Een belangrijk deel van de collectie van de bibliotheek is echter alleen nog maar toegankelijk via het kaartsysteem in het Informatiecentrum. Dat geldt ook voor de zeer uitgebreide, op onderwerp geordende collectie persdocumentatie (1840-1997). In deze collectie vinden veel scriptieschrijvers hun eerste informatie.

Een volgende stap in het onderzoek kan het raadplegen van archiefbronnen zijn. De belangrijkste toegangen daarop zijn de Inventarissen en Indexen.

Naast geschreven bronnen beheert het Stadsarchief ook veel visuele bronnen zoals kaarten, prenten, foto's en affiches. Toegang tot deze collecties biedt de Beeldbank.

Tenslotte zijn er nog de collecties bewegend beeld en geluid. Deze zijn alleen op afspraak te raadplegen.

11. Waarom mag ik deze stukken niet inzien?

Er kunnen vier verschillende redenen zijn waarom stukken niet mogen worden ingezien:
  • De stukken zijn niet openbaar
    Voor sommige stukken is een openbaarheidsbeperking vastgesteld. De studiezaalmedewerker achter de informatiebalie kan u vertellen wanneer de stukken openbaar worden. Ook kan hij u vertellen of er in sommige gevallen uitzonderingen op deze regels mogelijk zijn.
  • De stukken zijn gereproduceerd
    Als stukken zijn gereproduceerd (dat wil zeggen: verfilmd, gemicroficheerd of gedigitaliseerd) mag u het origineel niet inzien. Alleen als de reproductie slecht leesbaar is kan hierop een uitzondering gemaakt worden. Vraag hierover informatie aan de studiezaalmedewerker.
  • Het archief is in bewerking
    Als een archief wordt bewerkt (dat wil zeggen: geïnventariseerd, geconserveerd of gerestaureerd) kan het tijdelijk niet toegankelijk zijn. Ongeïnventariseerde archieven en collecties zijn moeilijk toegankelijk en alleen raadpleegbaar op afspraak en onder speciale condities.
  • De materiële staat van de stukken laat inzage niet toe
    Stukken kunnen in een dermate slechte staat verkeren, dat inzage niet mogelijk is voordat conservering heeft plaatsgevonden. Het kan bijvoorbeeld gaan om archiefstukken met zware brandschade of ernstige vormen van inktvraat.
    In de Inventarissen in de Archiefbank kunt u nagaan of aan (onderdelen van) een archief openbaarheidsbeperkingen zijn gesteld, of het gedupliceerd is en of het raadpleegbaar is.

12. Ik hoorde dat er in de Tweede Wereldoorlog bij ons in de buurt een bom is gevallen. Kan ik uitzoeken wat er precies gebeurd is?

Het is niet moeilijk na te gaan waar bommen zijn gevallen in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als er een bom viel, of op een andere manier oorlogsschade ontstond kwam de gemeentelijke luchtbeschermingsdienst naar de plaats des onheils om hulp te bieden. Een rapportje over de zaak werd door het hoofd van de dienst doorgestuurd naar de burgemeester en later naar de gemeentearchivaris. Deze rapportjes worden nu bewaard in de bibliotheek van het Stadsarchief. Op basis van de rapportjes van de luchtbeschermingsdienst en de jaarlijkse kroniek van het tijdschrift Amstelodamum is een lijst samengesteld waarin de belangrijkste bominslagen en andere oorlogsincidenten op datum en adres staan opgesomd. De lijst omvat meer dan 400 incidenten. Maar let op de lijst is zeker niet volledig! Deze lijst kunt u . De lijst omvat meer dan 400 incidenten. Maar let op de lijst is zeker niet volledig!

Nader archiefonderzoek levert nog veel meer informatie op. Die informatie vindt u door het raadplegen van de meldingsrapporten uit het Politiearchief (toegangsnummer 5225) en van de dossiers uit het archief van de Luchtbeschermingsdienst (toegangsnummer 5227).

Laatst bijgewerkt op 1 aug 2013
© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<