Dienstregeling omnibus

nr. B00000007267 Deze omnibusdienstregeling werd in 1875 aangeboden door de conducteurs en koetsiers van de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij. De omnibus was een regelmatig rijdende koets, die later werd vervangen door de paardentram. Centrale vertrekplaats van de omnibussen was de Dam.

Omnibus

In 1839 werd de omnibus in Amsterdam geïntroduceerd. Het was een koets op vier wielen, getrokken door één of meer paarden. De omnibus bood aanvankelijk maximaal plaats aan twintig personen. In tegenstelling tot de oudere postkoetsen reed de omnibus een vaste route en waren er vaste vertrektijden en tarieven.

Betere buurten

In 1872 kreeg de Amsterdamsche Omnibus Maatschappij van het stadsbestuur toestemming om verschillende lijnen te exploiteren. Deze gingen vooral richting de betere buurten. Zo reed er regelmatig een rijtuig van de Dam naar het Vondelpark en de Plantage. Drie van de vijf lijnen sloten aan op de spoorlijnen. De achterzijde van deze dienstregeling vermeldt dat de omnibussen 25 minuten voordat de treinen vertrokken, vanaf de Dam wegreden.

Paardentram

Vanaf 1876 liepen de omnibuswagens over in het plaveisel gelegde rails. Daarmee werd het een ‘paardenspoorweg’, zodat de naam ‘omnibus’ werd vervangen door paardentram. Paarden bleven de wagen trekken, totdat rond 1900 werd overgegaan op elektrisch aangedreven trams.

'Plan van Amsterdam met aanduiding der Omnibus Lijnen', 1874-1875


© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<