De trekschuit

nr. 010001000453 Tekenaar Simon Fokke beeldde zichzelf af met een 'Gezelschap van het Teeken-Collegie' in de Haarlemmer trekschuit. Zij waren op de terugweg van het potverteren. De trekschuit tussen Amsterdam en Haarlem vervoerde tussen 1632 en 1883 duizenden reizigers.

Trekvaart

Vanaf het tweede kwart van de zeventiende eeuw was het Amsterdamse verkeersnet aanzienlijk verbeterd. Naast regelmatige veerdiensten voor het vrachtvervoer werd een uitgebreid waternetwerk van trekvaarten voor personenvervoer ontwikkeld. Deze trekvaarten waren kanalen, waarop door paarden getrokken passagiersschuiten voeren. Rond 1630 werd de Haarlemmertrekvaart gegraven; daarop volgden trekvaarten naar Weesp, Naarden, Purmerend en veel andere plaatsen.

Schuitenpraatjes

Vanaf 1665 was bijna het gehele kustgebied door trekschuiten ontsloten. Tegelijkertijd werden de kronkelige landwegen gedeeltelijk verlegd naar het rechte tracé van de nieuwe trekvaarten, zodat ook verder weg gelegen plaatsen konden worden bereikt. Jaarlijks reisden toentertijd bijna 300.000 passagiers tussen Amsterdam en Haarlem. Ieder uur vertrok er een schuit, die er ruim twee uur over deed. Zoals deze tekening laat zien werd er tijdens een reis met een trekschuit veel gerookt. En gepraat: ‘schuitenpraatjes’ waren berijmde roddels van fictieve trekschuitpassagiers die als pamflet verschenen.

Gezelschap in een trekschuit, tekening door Simon Fokke, 1760


© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<