Trippenhuis

nr. 010097000024 Het statige huis aan de Kloveniersburgwal dat in 1662 gebouwd was voor de broers Louys en Hendrick Trip — het Trippenhuis — werd in 1817 ingericht als voorloper van het Rijksmuseum. De wanden van de vertrekken werden van onder tot boven behangen met kunstwerken. Tekenaar Gerrit Lamberts tekende een van de zalen van het Trippenhuis, waar hij zelf vanaf 1824 opzichter was.

Het eerste Rijksmuseum

In 1800 werden de overblijfselen van de kunstverzameling van de stadhouders samengebracht in Huis ten Bosch. De collectie verhuisde in 1808 op bevel van koning Lodewijk Napoleon naar het ‘Koninklijk Museum’ in het Paleis op de Dam, waar ook de schilderijen van de stad Amsterdam hingen. In 1814 werd bepaald dat ’s Lands Museum van Schilderijen in het Trippenhuis zou komen. De schilderijen bleven er tot 1885, toen het Rijksmuseum opende.

Familie Trip

De familie Trip was in de loop van de zeventiende eeuw enorm rijk geworden met de handel. Vooral de wapenhandel legde hun geen windeieren. Hun activiteiten strekten zich over alle werelddelen uit. In Zweden bezaten de Trippen grote ijzer- en kopermijnen, smeltovens, smederijen en geschutgieterijen.

Stadspaleis

Justus Vingboons, de jongere broer van de bekende architect Philips Vingboons, ontwierp voor de gebroeders Trip twee huizen met een gemeenschappelijke monumentale gevel. Het pand is een klein stadspaleis. Reusachtige pilasters van de Korinthische orde – een orde die oorspronkelijk alleen voor vorstelijke paleizen gebruikt werd – beslaan de eerste en de tweede verdieping. Daarboven prijkt een grote kroonlijst. Ook de decoraties zijn overvloedig, met verwijzingen naar de wapenhandel.

KNAW

Het door koning Lodewijk Napoleon gestichte Koninklijk Instituut van Wetenschap, Letteren en Schoone Kunsten werd in 1851 in het Trippenhuis gevestigd. Dat is later uitgegroeid tot de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). De KNAW huist nog altijd in het Trippenhuis.

Vergadering van de Koninklijke Academie van Wetenschappen, tekening door Martin Monnickendam, 1900

Gerrit Lamberts

Gerrit Lamberts was oorspronkelijk een amateur, maar hij ontwikkelde zich tot de belangrijkste topografische specialist van de eerste helft van de negentiende eeuw. Lamberts hield vooral van de stillere buurten van de stad, van binnenplaatsen en achtergrachtjes. Hij tekende daar ook heel wat bedrijfjes en werkplaatsen: lijnbanen – waar de duizenden meters touw voor de scheepsbouw werden gedraaid –, molens, brouwerijen, steenhouwerijen, tolhekken, sluizen en markten.

Een tentoonstellingszaal in het Trippenhuis, tekening door Gerrit Lamberts, 1838

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<