Boekhouding speelhuis

nr. image Dit document van de Desolate Boedelskamer geeft een inkijkje in de administratie van het Hof van Holland, een berucht speelhuis op de Zeedijk. Speelhuisbaas Willem Cornelisz Boekelaar ging in 1701 bankroet.

Muziekhuis-bordeel

Eind zeventiende eeuw stonden de Amsterdamse speelhuizen bekend als ‘danskamer-muziekhuis-bordeel in één’. De combinatie van muziek, als prostituees herkenbare vrouwen en de mogelijkheid om er als toeschouwer naartoe te gaan, lokte een breed publiek naar het havengebied, waar de meeste van de circa achttien speelhuizen waren gevestigd. Op de Zeedijk zaten er zelfs negen, waarvan het Hof van Holland de bekendste was. Volgens de Britse reiziger Mountague waren de meisjes er ‘handsomer and better dressed’ dan in andere speelhuizen.

Feest

Pal naast het Hof van Holland lag een ander speelhuis, het Hof van Engeland. Op beide locaties ging het feest tot diep in de nacht door, ondanks verplichte sluitingstijden. Bezoekers dronken en dansten op vioolmuziek. Het houden van een speelhuis was niet strafbaar, behalve als het overlast met zich meebracht. Op verzoek van de kerkenraad of bezorgde ouders deed de schout dan invallen. In het Hof van Holland werden tussen 1689 en 1722 in totaal 163 arrestaties verricht, voornamelijk van prostituees.

Strengere regels

Vanaf aan het eind van de zeventiende eeuw werden ook de speelhuisbazen aangepakt. Sommige uitbaters verdwenen achter slot en grendel, anderen kregen te maken met financiële gevolgen van het strengere overheidsbeleid. Vanaf 1696 legde de overheid speelhuisverboden op en leefde deze na door hoge boetes uit te delen. Datzelfde jaar trad Willem Cornelisz Boekelaar aan als waard van het Hof van Holland. Zijn huisbaas was een kruidenier uit Dortmund die ook speelhuis het Hof van Danzig (Zeedijk, huidig nr. 15) bezat. Naast een jaarhuur (900 gulden) was Boekelaar veel geld kwijt aan zijn personeel (meid en knecht), de verbruiksbelastingen op wijn en het uitbetalen van de ‘dagelijx[e] musikanten’.

Verscholen bordelen

Met de verbanning van zijn vrouw Margriet en een speelhuisverbod aan zijn broek, allebei in 1698, kelderden Boekelaars inkomsten. Behalve bij zijn huisbaas had hij schulden uitstaan bij zijn wijnleveranciers en slager; in 1701 ging hij bankroet. Met de glorietijd van het speelhuis was het voorbij. De meeste prostituees werkten voortaan in meer verscholen bordelen.

Staat van inventaris van speelhuishouder Willem Cornelis Boekelaer, 1701

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<