Blindenonderwijs

nr. 010097006317 Een tekening van het Instituut tot Onderwijs aan Blinden op de Herengracht 270 door Pieter van Loon, in 1842. Van Loon tekende kinderen (met een handwerk?) aan tafel. In de linkerhoek een jongen op de grond, die een mand vlecht en op de achtergrond een groepje leerlingen dat luistert naar de juffrouw die uit een boek voorleest.

Vrijmetselaarsinitiatief

Het initiatief om aan blinde kinderen onderwijs te geven kwam van Amsterdamse vrijmetselaars. Zij lieten zich inspireren door voorbeelden uit het buitenland. Vooral de vrijmetselaar dr. Johan Rudolff Deiman zette zich voor de blinden in. Hij was arts en lid van de Société Royale de Médecine in Parijs. Hij probeerde een methode te vinden om blinden voorwerpen en letters te laten voelen en onderscheiden. Deiman, Willem Holtrop en enkele andere vrijmetselaars richtten op 13 november 1808 het Instituut tot Onderwijs aan Blinden op. Al in mei 1809 was het eerste examen in het Vrijmetselaarsgebouw in Amsterdam. De blinden moesten hun vaardigheden in spellen, rekenen en aardrijkskunde laten testen.

Blindeninstituut

Het Blindeninstituut voorzag in een behoefte. Het aantal leerlingen nam toe. Er waren lessen in een huis in de Koestraat en daarna aan de Prinsengracht. In 1823 betrok het Blindeninstituut het pand De Bonte Mantel op de Herengracht 270. Bijna alle leerlingen waren intern. Naast de lessen in spellen, rekenen en aardrijkskunde was er ook onderwijs in handwerken (nuttige en fraaie), muziek en zang. Ook werden er voor de verkoop allerlei soorten manden van riet en borstels gemaakt. Pas na 1850 werd in Nederland het onderwijs in het brailleschrift gestart. Louis Braille had zijn methode al in 1829 ontwikkeld. Het aantal leerlingen bleef groeien. In 1885 kocht het Blindeninstituut een terrein aan de Vossiusstraat.

Weldoeners

Een gezelschap op bezoek loopt door de klas. Het is zichtbaar aangedaan. Blindheid is een handicap, die van oudsher nobele en hooggestemde gevoelens oproept. Blinden zouden zuiverder zijn dan zienden en in staat zijn door het materiële heen te kijken: de blinde ziener. In de negentiende eeuw vierden deze sentimenten hoogtij bij weldoeners. Ook in sommige vrijmetselaarskringen discussieerde men graag over het stoffelijke en onstoffelijke licht. De oprichters van het Blindennstituut ‘ontstaken door hun gaven het licht voor de blinde’. De alledaagse werkelijkheid was vermoedelijk prozaïscher.

Blindenonderwijs aan de Herengracht 270, tekening door Pieter van Loon, 1842

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<