De Apollohal

nr. image De ijsbaan bij de Apollohal was de opvolger van de baan bij het Sportfondsenbad, dat slechts vier jaar heeft bestaan, van 1934 tot en met 1938. Charles de Vilder van de Amsterdamsche Ballast Maatschappij nam de koelmachines over, die eind 1940 in gebruik werden genomen. Het was een overdekte ijsvlakte, geen langebaan.

Verduistering van het glasplaleis

Het Algemeen Handelsblad schreef op 18 september 1940: ‘De lang gekoesterde wensch van vele hoofdstedelingen, in het bijzonder van alle Amsterdamsche schaatsenrijders en ijshockeyers, een ijspaleis te krijgen op een gunstige plaats in de stad, zal in den komenden winter in vervulling gaan, want van 1 November tot half Maart zal in de Apollo-hal aan den Stadionweg een permanente kunstijsbaan liggen.’

Er lag een buizennet voor de vriesinstallatie met een lengte van vijftien kilometer. Zo kreeg Amsterdam in bezettingstijd er een nieuwe schaatshal bij, met 10.000 bezoekers binnen tien dagen. Weer twee weken later stond de teller op 25.000.

Er waren wel specifieke oorlogsproblemen, want vanwege de verduistering moesten alle ramen van dit glazen paleis worden geblindeerd. Het Volk: ‘Het bovenste gedeelte van de ramen, ongeveer een derde, wordt permanent voorzien van verduisteringspapier, terwijl men door middel van grote borden, die aan touwen zijn bevestigd, de onderste ramen heel snel lichtdicht kan afsluiten. De kap wordt met een speciale verf bestreken, maar niettemin moet men dan toch nog 2500 vierkante meter met papier verduisteren.’

Sjoukje Dijkstra

De baan op de Apollohal was niet alleen populair bij de gemiddelde schaatsliefhebber, maar ook bij wedstrijdrijders als Herman Buyen uit Amsterdam, de nationaal allroundkampioen van 1941 en 1942. Jaap Havekotte uit Diemen, later de baas van Viking-schaatsfabriek, begon hier zijn loopbaan als wedstrijdrijder. Alhoewel er geen 400 meterbaan lag, maar een ijshockeybaan van dertig bij zestig meter, was het toch goed voor de trainingen, vooral voor de bochten.

Ook de ijshockeyers vonden er onderdak en zelfs voor het kunstrijden was plaats – in Nederland geen vanzelfsprekendheid. “De beste leeftijd om deze opleiding te beginnen”, zo zei één van de instructeurs van de ijsbaan, “ligt tusschen zes en tien jaar.” En inderdaad was Sjoukje Dijkstra zes jaar oud toen zij in 1948 precies op deze baan begon aan haar internationale loopbaan als kunstrijdster.

In 1949 ging ook deze baan dicht en moest Amsterdam weer twaalf jaar wachten voordat de Jaap Edenbaan in gebruik werd genomen.

Laatst bijgewerkt op 10:57:10 CEST
Verduistering van de Apollohal, foto Polygoon, 15 oktober 1940

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<