Amsterdamse sportbevolking

nr. image Op 3 juli 1952 werd de Sportraad Amsterdam opgericht als onafhankelijk adviesorgaan van de gemeente. De organisatie startte meteen een enorm onderzoek naar de sociale achtergrond van zeventigduizend Amsterdamse sporters — het eerste grote sociale onderzoek in de Nederlandse sport.

Voetbal, hengelsport, gym

Het leverde een enorme hoeveelheid informatie op, die werd gebundeld in het rapport De Amsterdamse Sportbevolking. Hierin zien we exact waar de beoefenaars van 31 verschillende sporten woonden en welke sociale groep ze vertegenwoordigden. Als vanzelfsprekend was voetbal de grootste sport van de stad, maar op een verrassende tweede en derde plaats eindigden de hengelsport en gymnastiek.

Sociale status

De eerste conclusie was dat de Amsterdamse sportbevolking voor slechts uit 24% uit vrouwen bestond, óók onder jongeren. Dat werd nog minder na het huwelijk. Verder was er een heel direct verband tussen de sociale status van een woonwijk en de beoefende sporten in dat gebied. Voetbal werd bovengemiddeld veel beoefend in uitgesproken arbeiderswijken. Kegelen was populair bij kleine zelfstandigen. Tennis en hockey bij de topfunctionarissen, vooral in Zuid.

Goudmijn

In 1962 werd het onderzoek herhaald, ditmaal door de Commissie Sportaccommodatie van de gemeente Amsterdam. Er stonden nog meer cijfers in, niet alleen over de verschillende sporten maar over de clubs. Hierdoor kunnen we per wijk zien waar de leden van Ajax toentertijd woonden. Deze twee rapporten vormen zo een goudmijn vol historische informatie over de Amsterdamse sport van de jaren vijftig en zestig.

Het rapport uit 1954 bevindt zich in de bibliotheek onder nummer 15030/111363.

Het rapport uit 1962 bevindt zich in de bibliotheek onder nummer 15030/77406.
Rapport De Amsterdamse sportbevolking: enige aspecten van de georganiseerde sportbeoefening in Amsterdam, 1962

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<