Onkundige loods

nr. image Voor de afwikkeling van schadezaken op zee waren berichten van ooggetuigen van groot belang. Overlevende opvarenden lieten hun getuigenissen van rampen op zee notarieel vast leggen ten behoeve van de betrokken kooplieden. In ‘scheepsverklaringen’ was de opgelopen schade vanzelfsprekend nooit te wijten geweest aan het vakmanschap of de inzet van de getuigen zelf. Veel aandacht is er voor meteorologische omstandigheden zoals ‘vliegende stormen’ en menselijk falen van bemanningsleden of ingehuurde derden, zoals loodsen.

De Christina

Een aardig voorbeeld is deze scheepsverklaring van de negen zeelieden van De Christina, het schip van kapitein Hendrik Zielkens. Op 11 mei 1752 waren zij vanuit Suriname vertrokken met vaten suiker in het ruim en vaten koffie tussendeks, alles keurig ingeladen. Bij het Britse eiland Wight kwam de Texelse loods Dirk Gram aan boord. De bemanning wilde bij eb het zeegat bij Texel binnenzeilen en vroeg de loods of het water daarvoor hoog genoeg stond. Hij dacht van wel.

Droge voeten

Voor de Texelse kust liep De Christina vast. Toen het schip ook nog eens lek stootte, maakte de loods zich ‘in stilte’ uit de voeten op een van de te hulp geschoten schepen. De bemanningsleden pompten zich wezenloos en laadden zoveel mogelijk goederen en geschut op de lichters, maar het schip kapseisde en zonk. Ternauwernood konden zij met droge voeten naar Den Helder ontkomen. Texelse schippers wisten nog enkele goederen te bergen: scheepsgereedschappen zoals touwen en ankers, vijf kanons, drie vaatjes limoensap, één vaatje vlees en drie vaten koffie.

Scheepsverklaring afgelegd door de bemanning van het gezonken schip De Christina, 8 juli 1752

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<