Memorieboekje

nr. 000342000007 Een achttiende-eeuws overzicht van de zieken en doden uit twee Amsterdamse gasthuizen. Dat waren een soort ziekenhuizen. In de laatste kolom staat telkens het aantal mensen genoteerd dat in de rest van de stad was overleden: de ‘stadsdoden’. Regelmatig overleden er meer dan tweenhonderd mensen per week.

Dodental

Op 22 september 1781 staan er bijvoorbeeld 279 doden genoteerd. Het was die zomer erg heet geweest, en veel Amsterdammers waren bezweken aan malaria of een maagdarminfectie. Ook opvallend is de verwijzing in de marge naar de slag bij de Doggersbank (5 augustus 1781), de voor de Nederlandse Republiek rampzalig verlopen zeeslag in de Vierde Engelse Oorlog. Kennelijk is het dodental van deze week opgeschroefd vanwege de aan land gebrachte gesneuvelden.

Onderdak

Het ‘Memorieboekje van de zieken, doden, ingekomen en uitgegane personen’ bestrijkt de periode 1700 tot 1795. Het is te vinden in het archief van het Sint-Pietersgasthuis en het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis. Dergelijke instellingen waren ooit opgezet om reizigers op te vangen, maar boden ook onderdak aan zieke en oude Amsterdammers die thuis geen zorg kregen. Het werden ziekenhuizen, maar alleen voor de armen. In het gasthuis werden de patiënten hooguit verpleegd, niet behandeld en al helemaal niet genezen. Rijke Amsterdammers lieten zich liever thuis verzorgen.

‘Memorieboekje van de zieken, doden, ingekomen en uitgegane personen’, 1781

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<