Koepokkastje

nr. 000208000001 De pokken waren in de achttiende eeuw de meest bedreigende ziekte in Amsterdam. In 1798 werd een vaccinatie ontdekt: de koepokinenting. Vanaf 1803 zette het Amsterdamsch Genootschap ter Bevordering der Koepok-inenting voor Minvermogenden zich in om de arme Amsterdammers te laten meeprofiteren van de koepokinenting. In dit kastje werd de administratie van het genootschap bewaard.

Kindersterfte

Vooral kinderen werden door de pokken getroffen. Eén op de tien kinderen stierf voor het tiende jaar aan de ziekte – zo’n veertig procent van de kindersterfte. In de overbevolkte achterbuurten kon het virus, dat zich verspreidde via de luchtwegen, snel om zich heen grijpen. Herstelde een kind van de pokken, dan was het wel voor altijd immuun.

Verslag over de inenting met pokken, archief Collegium Medicum, 1797

Vaccinatie

In 1798 werd de koepokinenting of vaccinatie ontdekt. Door inenting met de koepokken werd men immuun voor de menselijke variant. In Amsterdam vond de eerste inenting met dierlijke pokstof plaats in 1800.

Maatschappelijke verschillen

De koepokinenting was meteen een succes bij de maatschappelijke elite van Amsterdam. Maar de onderste lagen van de samenleving bleven nog lang een groot wantrouwen tegen de vaccinatie koesteren.

Genootschap

In 1803 werd het Amsterdamsch Genootschap ter Bevordering der Koepok-inenting voor Minvermogenden opgericht. Doel was de koepokinenting ook onder de arme Amsterdammers gangbaar te maken. Het genootschap werd gefinancierd uit particuliere giften en uit de contributie van de rijke leden. In vijftig jaar tijd verrichtte het genootschap zo’n tachtigduizend vaccinaties. In 1956 werd het genootschap opgeheven.

Kast van het Amsterdamsch Genootschap ter Bevordering der Koepok-inenting, negentiende eeuw

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<