Centraal Station

nr. 010094000009 Niet lang na het midden van de negentiende eeuw besloot het stadsbestuur dat Amsterdam een groot station moest krijgen. In september 1884 maakte J.M.A. Rieke deze tekening van het langwerpige gebouwencomplex van het Centraal Station in aanbouw.

Machtsstrijd

De locatie van het nieuwe station was aanvankelijk omstreden. De Amsterdamse gemeenteraad zag het station het liefst aan het Leidseplein, achter de Leidsepoort. Maar de rijksingenieur was voor een station aan de noordkant van de stad, aan het IJ. In 1876 werd besloten het plan van het rijk door te voeren. Voor een station aan het IJ moest een deel van het IJ aangeplempt worden. Tegen zo’n afsluiting van het IJ waren grote bezwaren. De schepen zouden er niet meer goed door kunnen en het IJ zou nog verder verslibben. Bovendien zou het gezicht van de stad door de aanleg van het stationseiland ingrijpend veranderen.

Cuypers

In 1884 werd begonnen met de bouw van het Centraal Station naar ontwerp van P.J.H. Cuypers en A.L. van Gendt. Cuypers was een van de belangrijkste architecten van de tweede helft van de negentiende eeuw. Hij streefde naar een verband tussen vorm en functie van een gebouw. De gotiek diende daarbij vaak als voorbeeld. Cuypers bouwde ook het Rijksmuseum.

Driedelig panorama van de Prins Hendrikkade met het Centraal Station, foto Jacob Olie, 1890

Bouw

Op drie geplempte eilanden in het IJ verrees het Centraal Station. Het werd gebouwd op 8687 palen. Bij de bouw traden verzakkingen op, waardoor het werk enige jaren werd vertraagd. Op 15 oktober 1889 werd het station onder enorme publieke belangstelling geopend.

Poort van de stad

Cuypers zag het Centraal Station als de poort waardoor de reiziger Amsterdam betrad. Het station bestaat uit een bakstenen gebouw van driehonderd meter lengte, met daarachter de perrons, beschut door een met hout afgedekte ijzerconstructie. De middenpartij van het station, waarin zich de ingangen bevinden, heeft inderdaad het uiterlijk van een poortgebouw, geflankeerd door torens.

‘Fransch klooster’

De protestanten zagen de invloed van de katholieke Cuypers op het Amsterdamse stadsgezicht met lede ogen aan. Het stationsgebouw leek volgens hen op een gotische kathedraal. Ze noemden het spottend het ‘Fransch klooster’.

J.M.A. Rieke

Eind negentiende eeuw kocht de gemeentearchivaris regelmatig werk van J.M.A.Rieke (1851-1899) voor de collectie van het archief. Niet zozeer tekeningen van bekende gebouwen en grachten, maar vooral van fabrieken, achterafstraatjes en nieuwbouwprojecten. Perspectivisch is niet alles correct en mensen tekenen kon Rieke niet, maar hij had een aangeboren gevoel voor compositie, ruimte en kleur.

Het Centraal Station in aanbouw, tekening door J.M.A. Rieke, 1884


© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<