Stedenschennis

nr. 015030000020_003

Slopen en dempen

Uitbreiding en vernieuwing tastten tegen het eind van de negentiende eeuw het Amsterdamse stadsgezicht steeds meer aan. Huizen werden gesloopt en grachten gedempt. Veel Amsterdammers protesteerden hiertegen. Kunstenaar Jan Veth leidde het protest, met brieven en publicaties, zoals in 1901 de brochure Stedenschennis.

Jan Veth

Jan Veth (1864-1925) was schilder en kunstcriticus. Hij zette zich onvermoeibaar in voor het behoud van het Amsterdams stadsschoon. Vooral toen de dienst Publieke Werken in 1900 met het voorstel kwam de Reguliersgracht te dempen tot een zuidelijke verkeersas kwam Veth in actie.

Stedenschennis

In 1901 verscheen Jan Veths brochure Stedenschennis. Veth vergelijkt daarin de zeventiende-eeuwse binnenstad met de nieuwbouw buiten de Singelgracht. Hij noemt De Pijp een 'wrakke en vale' wijk. 'En diezelfde generatie, die dus waarlijk op het punt van stedenbouw nog niet veel tot stand gebracht heeft … weet bij het zoeken naar nieuwe wegen voor haar twijfelachtig bedrijf, het oude, klassieke niet eenmaal rustig ongemoeid te laten.'

Reguliersgracht

Voor velen is de Reguliersgracht de mooiste van de kleine Amsterdamse grachten. De gracht werd gegraven in 1658. In 1874 werd het eerste stuk, tussen Rembrandtplein en Herengracht, gedempt. Zo ontstond het Reguliersplein, in 1876 omgedoopt tot Thorbeckeplein. Toen de gemeente in 1900 ook de rest van de gracht wilde dempen, leidde dat tot veel protesten.

Succes

Het pleidooi van Jan Veth voor het openhouden van de Reguliersgracht had succes. De gracht werd niet gedempt. Ook het geldgebrek van de gemeente zal daarbij een rol hebben gespeeld.

Deze brochure bevindt zich in de bibliotheek onder nummer 15030/84641.
Brochure Stedenschennis, geschreven door Jan Veth, 1901

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<