Leger in de Jordaan

nr. 010004000217 De economische crisis van de jaren dertig was de aanleiding voor het oproer dat in juli 1934 in de Jordaan uitbrak. Vrouwen, werklozen en kinderen stonden dagenlang tegenover de politie. Het leger moest uiteindelijk een eind maken aan de grimmige strijd die vijf doden en talloze gewonden telde. Fotograaf Wolf Suschitzky maakte deze opname van een pantserwagen op de Prinsengracht vanuit zijn huis.

Militairen

De crisis zorgde voor enorme werkloosheid in Amsterdam, vooral in de Jordaan. Toen de regering ook nog eens de werkloosheidsuitkeringen verlaagde, verschenen overal pamfletten die de Amsterdammers opriepen de straat op te gaan. De protesten liepen uit op hevige gevechten. Omdat de politie de oproerlingen niet aankon, vroeg de burgemeester om gewapende bijstand van militairen.

Van kwaad tot erger

In de Jordaan, op de Westermarkt en de Brouwersgracht, verzamelden zich op 4 juli 1934 groepjes werklozen met vrouwen en kinderen. Zij begonnen straatstenen, dakpannen en bloempotten te gooien naar de politie. Toen zich ’s avonds honderden arbeiders, op de terugweg van een protestvergadering, bij de demonstranten voegden, barstte de bom pas echt. Barricades werden opgeworpen en overal werd gevochten. De politie schoot met scherp.

Doden

De strijd ging dagenlang door, in de Jordaan, en later ook in de Indische Buurt en de Dapperbuurt. Al op 5 juli viel de eerste dode, en er waren talloze gewonden. De militairen wisten het oproer in de Jordaan pas op 10 juli neer te slaan. Vijf mensen waren toen al omgekomen. Er waren 56 zwaargewonden gevallen en de politie had 107 mensen gearresteerd.

Pantserwagen op de Prinsengracht op weg naar de Jordaan, foto door Wolf Suschitzky, 1934

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<