Woutertje Pieterse

nr. 015005000025 Deze bladzijde uit Woutertje Pieterse van Multatuli is gewijd aan het beroemde avondje met saliemelk en janhagel bij de moeder van Wouter. Zijn oudere broer Stoffel spreekt daar de klassiek geworden woorden: 'juffrouw Laps, je bent een zoogdier'.

Multatuli

Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker (1820-1887), schreef na zijn beroemde Max Havelaar (1860) Ideën. Het zijn beschouwingen, verhalen, parabels, herinneringen, open brieven en polemieken. De verhalen over de dromerige en bedeesde Wouter maken deel uit van Ideën. De lezers genoten ervan. Multatuli constateerde verbitterd dat men meer geïnteresseerd was in deze verhalen dan in zijn kritische denkbeelden. Hij werkte met groeiende tegenzin aan wat hij noemde de Wouter-geschiedenis. Die is uiteindelijk onvoltooid gebleven. Na zijn dood heeft zijn weduwe Mimi Hamminck Schepel de verhalen over Wouter uit Ideën gelicht en afzonderlijk uitgegeven.

Schets van de negentiende eeuw

Volgens Multatuli speelden de Wouter-verhalen zich af aan het begin van de negentiende eeuw, maar er zijn tal van opzettelijke ongerijmdheden. Er staan latere gebeurtenissen vermeld bijvoorbeeld, en er komen gebruiksvoorwerpen in voor die toen niet bekend waren. Toch geeft Woutertje Pieterse een goed beeld van die tijd, met z’n standen en klassen, en scherpe details over de kwesties die er speelden. Zoals het verzet tegen de koepokinentingen, dat op een verrassende plaats opduikt. Klaasje van der Gracht leest in de klas van meester Pennewip zijn gedicht 'Op God' voor. Hij besluit met: ‘Dit vers is saamgedicht door Klaasje van der Gracht (…) oud dertien jaar en ongevaccineerd ter ere van de predestinatie’.

Dit boek bevindt zich in de collectie Meijer onder nummer: 15005/4515
Woutertje Pieterse van Multatuli (Eduard Douwes Dekker), 1890

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<