Weeshuisziekte

nr. A00609000002 De eerste bladzijde van het ooggetuigenverslag van de graankoopman Laurens Jacobsz Reael van de wonderlijke gebeurtenissen in de jaren 1566 en 1567. Begin 1566 begonnen de Amsterdamse weeskinderen zich vreemd te gedragen. De Amsterdammers vroegen zich af of het een teken van God was.

Katholieken en protestanten

Er speelde in die jaren een machtsstrijd tussen katholieken en protestanten. In april 1566 werd een gevreesd ketterjager als schout aangesteld. Hij kreeg de bijnaam ‘Drakenbloed’ en had weinig op met de protestanten. Ze moesten de stad uit vluchten. In 1578 keerde het tij en kregen de protestanten het voor het zeggen in Amsterdam.

De weeshuisziekte

In januari 1566 was er sprake van een vreemde ziekte onder de weeskinderen. De kinderen schreeuwden, trokken gekke bekken, lieten zich op de grond vallen of klommen als katten tegen de muren op. Hun ogen puilden uit en ze schuimbekten. De wezen liepen in groepjes door de stad en maakten het vooral Drakenbloed lastig. Ze kwamen voor zijn huis staan en riepen hem van alles toe. De schout probeerde hen te paaien met appelen en koek. Dat hielp niet, de kinderen werden steeds baldadiger en scholden hem uit voor ‘Lange Deventer Koek’.

Voortekenen

Iedereen was bang voor ze en niemand durfde ze tot de orde te roepen. Vreemd gedrag van kinderen werd als een voorteken gezien en men dacht dat de kinderen door God werden ingefluisterd. De kinderen zeiden zelf ook dat ze gedachten konden lezen en voorspellingen konden doen en dat de ‘Grote Man’ (God) hen dingen liet doen. De protestanten en katholieken waren in deze spannende tijden bang voor deze tekenen van God. Want aan welke kant stond Hij?

Voedselvergiftiging

Waarschijnlijk is het een kwestie van verkeerde of slechte voeding geweest. Uit het archief van het Burgerweeshuis weten we dat de kinderen in die eerste maanden van 1566 alleen hennep- en lijnkoeken te eten kregen. Misschien zijn de kinderen door die eenzijdige voeding gaan hallucineren. Ook een voedselvergiftiging kan de oorzaak geweest zijn. Aan het eind van de zomer was de wonderlijke ziekte voorbij en waren de kinderen genezen. Ze kregen inmiddels ook beter te eten: er werden in het weeshuis acht magere varkens voor hen geslacht.

Uittreksel

Het origineel van het verslag dat Laurens Jacobsz Reael (1536-1601) rond 1580 schreef is verloren gegaan. Dit is een uittreksel uit ongeveer 1600. Het wordt bewaard in het archief van het huis Marquette.

Ooggetuigeverslag van de weeshuisziekte in de jaren 1566 en 1567

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<