Poppenkast op de Dam

nr. image Op 12 september 1894 vraagt Janus Cabalt een vergunning aan ‘om langs den weg met een marionettenkast te mogen lopen’.

Italiaanse familie

Janus Cabalt stamde af van de Italiaanse kermisfamilie Cabalzi, sinds 1830 in Nederland. Ze woonden in Amsterdam in de Duvelshoek, een buurt tussen de Reguliersdwarsstraat en de Reguliersbreestraat op de plek waar nu bioscoop Tuschinski staat.

Zijn vader speelde ook poppenkast, en in 1887 kreeg Janus op zijn achttiende verjaardag zijn eigen kast. Hij speelde op kermissen, en stond op verschillende plekken in de stad, zoals het Rembrandtplein en de Heren- en Keizersgracht.

De Dam

Vanaf 1893 was zijn vaste plek de Dam. Zijn zwager, Antoon van Hemert, stond daar ook al sinds 1886. Ze speelden om beurten: Van Hemert op de oneven en Cabalt op de even dagen. Per dag speelden ze zo’n acht voorstellingen van vijftig minuten. Het was zwaar werk, zo memoreerde Cabalt ook in een interview in 1928:

“Prebeer ’t maar es, van 10 tot 6 op de Dam te staan met arreme in de lucht en je kop naar bofe, je houdt ’t geen uur uit, dat seg ik je!”

Traditie

Na de dood van Cabalt in 1935 nam zijn schoonzoon Appie Roebersen het over, en na de oorlog was Daan Kersbergen er te zien, een kleinzoon van Cabalt. In 1948 speelde Kerbergenj voor het eerst op de Dam, tijdens de feesten bij de inhuldiging van koningin Juliana. Wim van Kerkhove speelde er in de jaren tachtig en negentig. Samen met Klaas Bakker stond hij vele jaren op de Dam: Kerkhove als speler in de kast, Bakker speelde accordeon. Vanaf 2012 staat Egon Adel op de Dam met zijn poppenkast.

Poppenkast op de Dam van J.A. Cabalt, foto Vereenigde Fotobureaux N.V., 1933

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<