Kinderopvang

nr. image In dit stuk uit de Desolate Boedelkamer, de stedelijke instelling die faillissementen afhandelde, vertelt de Groninger Jan Gerritsz de Bruyn over zijn onfortuinlijke carrière. Bij zijn huwelijk was hij nog timmermansknecht, later dagloner. Andere inkomsten kwamen van zijn vrouw, Catrina Davidts (ca. 1650-1693), die een school voor ‘kleine kinderen’ had opgezet.

Matressenschool

Tijdens de Republiek hadden werkende ouders verschillende mogelijkheden om hun kinderen onder te brengen. Welvarende Amsterdammers lieten huishoudelijk personeel oppassen, in het beste geval was er zelfs een apart kindermeisje of huismeester in dienst. Voor minder gegoede burgers waren er kinderschooltjes. Deze stonden onder leiding van ‘matressen’, vrouwen die in hun eigen huis een kinderdagverblijf opzetten. Pas in de negentiende eeuw zou er toezicht komen op de matressenschooltjes. Zo kwam er een leeftijdsgrens (zes jaar) en een examen voor de matres.

Vredenburg

In 1684 had ook de timmermansvrouw Catrina Davidts een ‘matressenschool’ opgezet. Ze was een migrante uit Middelburg en werd in Amsterdam in het weeshuis grootgebracht, dus beschikte over geringe middelen. Het schooltje was gevestigd in haar woonhuis aan de Reguliersgracht, bij de Herengracht. Van haar twee eigen kinderen bleef er één leven. In 1685 verhuisde het gezin naar de herberg Vredenburg in de Lange Leidsedwarsstraat, waar haar man een nieuwe carrière begon achter de toog. Daar zal de matressenschool niet zijn voortgezet.

Ziek

De herbergzaken in Vredenburg liepen voorspoedig, totdat de oorlog met Frankrijk en de hoge verbruiksbelastingen roet in het eten gooiden. Uitbater De Bruyn kampte met betalingsachterstanden, toen in 1693 ook nog eens zijn vrouw ziek werd en overleed. In arren moede wendde hij zich tot de commissarissen van de desolate boedelkamer. In deze ‘staat van inventaris’ moest hij uittreksel van zijn administratie inleveren en aangeven waarom hij in financiële moeilijkheden was gekomen.

Staat van inventaris van Jan Gerritsz de Bruyn, 5 december 1693

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<