Gymnastiekschool

nr. image Een speciale commissie schreef in 1861 een rapport over de beste lesmethoden voor de Amsterdamse gymnastiekschool van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen.

Normaalschool

De Amsterdamse departementen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen startten in 1851 een gymnastiekschool in de oude Westerhal op de Westermarkt. Het was een ‘normaalschool’, waar onderwijzers opgeleid werden. Behalve onderwijzers en onderwijzers in opleiding konden ook arme en minvermogende leerlingen er gymmen. Tien jaar later kreeg de gymnastiekschool bovendien een afdeling voor orthopedische behandeling. Een van de bestuurders van de school was de bekende hoogleraar anatomie Willem Vrolik. De gymnastiekschool werd in 1867 zelfstandig.

Rapport

In 1861 onderzocht een commissie welke methode het meest geschikt was voor de gymnastieklessen op de school van het Nut. De commissie concludeerde dat voor betalende jongens het systeem van de Duitser Friedrich Jahn, bekend als de ‘vader van het turnen’, het beste was. Leerlingen werden daarbij ingedeeld in klassen die elk hun eigen oefeningen deden. Voor de lessen van niet-betalende leerlingen kon de methode van Jahn het best gecombineerd worden met die van de Duitse pedagoog Adolf Spiess, waarbij de hele groep tegelijk dezelfde bewegingen maakte. Meisjes zouden alleen volgens dat systeem van Spiess gaan gymmen.

Wapens

De betalende leerlingen zouden les krijgen in schermen, stokvechten en exerceren. Ook uitblinkende niet-betalende jongens mochten zich een keer per week in de wapens oefenen. Verder deden alle leerlingen oefeningen aan de toestellen. Ze trainden verschillende lichaamsdelen, ‘eene les voornamelijk ter ontwikkeling van armen of beenen en van het geheele ligchaam’. Jongens konden verder worstelen, haasje-over springen, hinkend vechten of oefenen met gewichten. Jongens én meisjes deden aan hinkelen, evenwichtsoefeningen, stelten lopen en gezelschapsspelen. De meisjes konden bovendien met de bal gooien en het jeu de grâce spelen, waarbij ze met stokjes twee hoepeltjes op bevallige wijze over en weer wierpen.

Het Nut

De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen was in 1784 opgericht in Edam met het doel meer welzijn aan het volk te brengen door onderwijs en ontwikkeling. Amsterdam kreeg al in 1785 een eigen afdeling van ‘het Nut’, en in 1790 kwam daar nog een departement bij. In 1870 gingen de twee departementen samen. De Amsterdam departementen ontplooiden vooral veel initiatieven op het gebied van scholing, voor kinderen en voor volwassenen.

Rapport over de gymnastieklessen van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, 1861

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<