Schreierstoren

nr. 010055000348 De Schreierstoren staat al vanaf 1487 op deze plek. Deze tekening van een onbekende kunstenaar laat zien hoe toren en omgeving er in de eerste helft van de zeventiende eeuw uitzagen. De toren stond midden in het water op de hoek van de Geldersekade en de Oudezijds Kolk. Voor de toren is de Hoofdbrug die de Geldersekade en de Oudezijds Kolk overspant. Uiterst rechts is het bolwerk Kamperhoofd te zien.

Schreierstoren

Aan het eind van de vijftiende eeuw kreeg Amsterdam voor het eerst een stenen ommuring met verdedigingstorens en toegangspoorten. De Schreierstoren, gebouwd in 1487, is de enige overgebleven verdedigingstoren. Andere overblijfselen van het verdedigingsbolwerk van de stad zijn het onderstel van de Munttoren en de Waag op de Nieuwmarkt. De toren wordt bekroond door een windvaan in de vorm van een koggeschip, het zegelbeeld van Amsterdam sinds de middeleeuwen. Onder de spits zijn de kantelen en de schietgaten te zien, die later zijn dichtgemaakt.

Naam

De Schreierstoren heette oorspronkelijk Schreyhoekstoren naar de schreie of scherpe hoek die de stadsmuur hier maakte met de Geldersekade en de Oudezijds Kolk. De Schreierstoren is echter de geschiedenis ingegaan als de plek waar veel vrouwen hun geliefden hebben zien wegvaren, onzeker of ze hen ooit zouden terugzien. Een gevelsteen met de afbeelding van een schreiende vrouw, een wegvarend schip en het jaartal 1569 heeft waarschijnlijk aan deze mythevorming bijgedragen.

Hoofdbrug

Links van de Geldersekade buiten de stad lag het industriegebied de Lastage. Nadat dit bij de stadsuitbreiding van 1585 bij de stad was getrokken was ook de Hoofdbrug gebouwd, voor de Schreierstoren langs, tussen de Lastage en het Kamperhoofd. De brug was ongeveer tachtig meter lang en was voorzien van twee oorgaten. Dat zijn met de hand bediende kleppen waardoor schepen met staande mast konden passeren. Ze zijn duidelijk zichtbaar op de tekening.

Schreierstoren met de Hoofdbrug, 1620-1640

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<