Zielenheil

nr. 000349000004 De bemiddelde Lijstbeth Cornelis Bruntendr liet met dit testament uit 1565 niet alleen bezittingen na aan verwanten en vrienden. Ze schonk ook geld aan kerken, kloosters en liefdadigheidsinstellingen. Daarmee wilde ze haar zielenheil veiligstellen.

Testament

Notaris Franc Delff maakte op 22 augustus 1565 het testament op van Lijsbeth Cornelis Bruntendr. Lijsbeth stamde uit een vrome, katholieke Amsterdamse familie. Haar broer, Reinier Brunt, was een beruchte ketterjager. In haar testament verdeelde Lijsbeth haar bezittingen onder familieleden en bekenden. Maar ze liet ook bepalingen opnemen die zorg moesten dragen voor haar zielenheil. Ze deed schenkingen aan kerken, kloosters en liefdadigheidsinstellingen. In ruil daarvoor verwachtte ze dat er missen voor haar werden opgedragen, en dat er gebeden werd voor haar ziel.

Witbrood en melk

Lijsbeth Cornelis Bruntendr liet geld na aan de twee Amsterdamse parochiekerken, aan kloosters en aan instellingen als de gasthuizen, het dolhuis en het weeshuis. Zo kreeg het minderbroedersklooster zes jaar lang vijftig gulden. Daarvoor moesten de broeders elke dag na de hoogmis nog een mis voor Lijsbeths ziel opdragen. Verder liet Lijsbeth brood, drinken of zelfs hele maaltijden uitdelen aan de armen. Het Burgerweeshuis kreeg bijvoorbeeld een losrente van zes gulden per jaar. Ieder kind moest daarvan op Lijsbeths sterfdag een oortje wit brood en een pint melk krijgen.

Uniek

Een complex aan diensten die de overledene herdachten en zorgden voor het zielenheil wordt aangeduid als ‘jaargetijde’. Zo’n uitgebreide jaargetijde als in het testament van Lijsbeth Cornelis Bruntendr is vrij uniek in Amsterdam. Terwijl jaargetijden op andere plaatsen al in de veertiende en vijftiende eeuw bestonden, kwamen ze in Amsterdam alleen in de zestiende eeuw af en toe voor.

Testament van Lijsbeth Cornelis Bruntendr, 1565

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<