Rijfelarijboekje

nr. 015030000150 Boekje met spelregels voor een illegale loterij uit het begin van de zeventiende eeuw. Er is ook een lijst van de prijzen en van deelnemers. Het boekje heeft een omslag, bedrukt met een tekst in het Latijn.

Omslag met Latijnse tekst
Lijst met deelnemers


Rijfelarij van Hellewich

Deze loterij werd georganiseerd door ene Hellewich. Dat betekent booswicht. De loten in de rijfelarij kostten drie gulden. Minimaal moesten er vier loten gekocht worden. Dat betekent dat de inzet bij deze loterij minstens twaalf gulden was, in die tijd een aanzienlijk bedrag. Een paar dagen voor de trekking werd aan de deelnemers de locatie meegedeeld. Op die geheime plaats werden drie dobbelstenen geworpen, tot driemaal toe. Degene die de hoogste ogen gooide, was de winnaar van de eerste prijs: in dit geval een koffertje met ijzerbeslag, ‘sierlijk en sterk’, met volgens Hellewich een werkelijke waarde van 25 Vlaamse ponden. Een pond Vlaams was zes gulden, dus de hoofdprijs was 150 gulden. Hellewich schrijft dat het een gezellige bijeenkomst wordt en dat de verdrietige verliezers door hun vrienden getroost moeten worden.

Loterijen

Loterijen waren voor de stad vanaf de vijftiende eeuw een officiële en gebruikelijke manier om geld in te zamelen. Met de opbrengsten werd bijvoorbeeld in 1549 de toren van de Oude Kerk afgebouwd en is het Oude Mannen- en Vrouwengasthuis gesticht. Een loterij kon in de middeleeuwen wel zes weken duren en was een vrolijk en rumoerig feest voor de hele stad. Loterijen werden vaak begonnen met het opdragen van een mis. Ook muzikanten en rederijkers leverden een bijdrage. In de zeventiende eeuw verdwenen de volksfeesten rond loterijen. Ook particulieren organiseerden loterijen. Ze moesten daarvoor toestemming hebben van de overheid. Het doel moest van algemeen belang zijn en duidelijk omschreven.

Illegale loterijen

Bij illegale loterijen ging het om het spel en de knikkers. Er was vaak een anonieme notaris aanwezig om toe te zien op een eerlijke trekking. Deze notaris gokte meestal mee. Loterijbriefjes waren er nog niet, de namen werden ingeschreven in een register. In de rijfelarijboekjes uit deze periode komen we vaak dezelfde namen tegen: ook toen had je al ‘beroepsgokkers’. Sommige deelnemers gaven alleen hun initialen.

Dit boekje bevindt zich in de collectie klein materiaal onder nummer: 15009/15034
Boekje met spelregels voor een illegale loterij uit het begin van de zeventiende eeuw

© Stadsarchief
Disclaimer / Colofon
<